We willen allemaal vruchten afwerpen,
maar laten ons liever niet bemesten.
Stinken laten we aan anderen over.
Maar geen vruchtbaar veld zonder mest.
Bloeien plakt en dampt;
daar zit nu eenmaal een geurtje aan.
Eens de wind erdoor waait,
valt het heus wel mee.
Genoeg verluchten.
We krijgen allemaal mest over ons heen;
misschien moeten we er wat vaker in rollen.
Mijn hond weet dat al langer:
gewoon in wentelen.
De geur neemt jou over
en jij de geur.
Wie stinkt er nu eigenlijk.
Na het rollen
schudden we de mest
weer af.
Ook dat begrijpt mijn hond.
De wind doet de rest.
En wij wandelen verder,
op onze eigen grond,
met een luchtje aan.
Vruchtbaar.

