Middelbaar.
Zo noemen ze mij tegenwoordig.
Ik sta gewoon
op de middelste baar
van het rek des levens:
hoog genoeg
om van dit midden te duizelen,
laag genoeg
om mijn kuiten te smeren.
Ambitie stuift op als talk.
Onder mij hijgt de jeugd,
lager op het rek,
vastbesloten me in te halen.
Boven mij de veteranen,
wijsheid in de armen,
lef in de knieën,
geen vangnet nodig.
Voorbarig
strek ik mijn midden uit.
Middenbaar als ik ben.
