“Ga je erover schrijven?”, vroeg ze. “Ik weet het niet”, zei ik.
Wat schrijf je over een familiereünie, zoals mijn nicht me vroeg. De verhalen die verteld werden?
Toch was er iets. Het was een tante die het quasi achteloos zei. Het voelde ongeveer zoals een verrassingsfeest, waarbij de genodigden verstopt zitten en plots tevoorschijn komen. Ik zag het niet aankomen. “Ge lacht helemaal zoals uw vader”, zei ze. Ik weet eerlijk gezegd niet meer wat ik heb geantwoord, maar wel dat ik er even later over nadacht. Hoe lachte hij alweer? Zoals ik dus. Maar hoe is dat?
Mensen nemen soms stemmen op, om later te horen hoe de stem van hun geliefde klonk. Dat snap ik. Voortaan kan ik dus lachen zoals vader. Het gaat vanzelf.
We hadden voor placemats gezorgd, met daarop een foto van de stamvaders en -moeders. Alle acht met een voorzichtige glimlach op hun gezicht. Het moet een foto van eind jaren '60 geweest zijn. Ik was er toen nog niet. Wie heeft de foto genomen? Wat zeiden ze tegen elkaar, alvorens de fotograaf de knop indrukte? Besliste iemand waar ze moesten staan? Gingen ze achteraf terug aan het werk? Of was het op een zondag? Het zijn vragen waar we de antwoorden niet van weten.
Wat ik wel weet, is dat in elk kind of kleinkind een ander familieverhaal schuilt. Iemand vertelde dat grootvader haar nog van school kwam halen. Bij mij was hij al enkele jaren ouder. Dat deed hij toen niet meer. Ze vertelde ook dat ze als kind wegens omstandigheden enkele weken bij ons had gewoond. Ik heb het nooit geweten, wegens nog te klein.
Daarom luister ik graag naar die verhalen. Het zijn nieuwe verhalen van vroeger. Ik vind ze soms beter dan de oude verhalen van nu.
