We liepen lichtvoetig door het prachtige gebied, een verloren vrijdag die steeds meer gewonnen leek. Ik liep achter je aan alsof je een gids was, hoorde jouw huppelende woorden: oh wat romantisch! Ze klikten meteen vast aan iets dat in mij verscholen zat.
Ik zag een plas, een vijver, het was een ven, het was een ven waarin watervogels voedsel zochten, waarin planten menstrueerden, het gulle zonlicht kwam onze richtig uit. Er was een balustrade van hout waartegen je leunde en aan je verhaal begon. Ik deed niets liever dan luisteren.
Toen de spanning steeg gleden mijn voeten weg, gevolgd door mijn benen, mijn hele lichaam, ik had nergens meer houvast. Ik nam een diepe teug lucht. Dat is de laatste, zei je. Mijn glibberige stem wilde schreeuwen maar kon slechts zingen voor de vissen die door jou waren uitgezet.
tekst: zonder AI
beeld: Cees Buitendijk

