Dit was de laatste keer dat ik zou aankloppen. Het was genoeg geweest. Zelfs de buren kwamen al kijken. Wist ik nu nóg niet dat ze er niet meer woonde? Ze betaalde niet eens leegstandstaks, nu ze beweerde er nooit te hebben gewoond. Enkel haar belastingbrief en ik geloofden het niet.
Ik drapeer de spinnenwebben als spoken over mijn schouders en draag haar zo een stukje mee. De draden kleven aan mijn haren, trillen bij elke stap. Zelf is ze nergens te bespeuren. Alleen haar web blijft achter, ijverig was ze wel.
Je moet al een spin zijn om een uitgang te vinden. Ik zoek haar tussen de draden, maar raak er steeds dieper verstrikt. Zonder spinnenallures ben ik veroordeeld tot haar web. De spin zelf blijft buiten mijn vizier, nu ze geen zin heeft om open te doen.
(Afbeelding van CDD20 via Pixabay)

