Ik heb hoofdpijn.
’t Is weer boksmatch tussen
mijn hersenhelften.
Mijn bovenkamer als boksring.
De linkerhelft gaat de rechter te lijf.
Ook zonder publiek smijten ze zich.
Links deelt een berekende linker uit.
Rechts ontwijkt met instinctieve flair.
Met afgemeten voetenwerk
en creatieve counters
kookt de match over.
Nauwelijks begonnen
wordt ze alweer stilgelegd.
De amygdala,
een al te enthousiaste scheidsrechter,
gooit de handdoek in de ring.
Links en rechts staren elkaar aan.
Zonder match: beter even pauze.
Gekneusd verenigen ze zich.
Voortaan één brein,
helemaal ontkneusd.
