Ik heb een nieuwe job.
Ik werk als kanarie in een koolmijn.
Daar was geen sollicitatie voor nodig.
Ik werkte liever als papegaai —
gewoon napraten, al verveelt ook dat.
Maar blijkbaar pik ik dingen op.
Misschien ligt het aan mijn kleur,
aan mijn reukzin die twijfel ruikt
nog voor gas gevaarlijk wordt.
Dus fladder ik door de schacht,
louter op instinct,
door het donker niet verblind —
intuïtie weet waarheen.
Ik vind de uitgang,
licht bedwelmd en ontmijnd,
als eerste
buiten.
