Vandaag laat ze zich eens helemaal gaan.
Zegt ze.
Mijn collega kijkt me ondeugend aan.
Ze deugt nochtans.
Kleurt nooit buiten de lijntjes,
al zeker niet die van Excel.
Onze boeken houdt ze zorgvuldig bij.
Mijn aandacht is gewekt –
en dat op een maandag.
Dat ik opkijk, moedigt haar aan.
Nog voor mijn fantasie op hol kan slaan
neemt ze een hap.
Al vreest ze een broodbuik,
vandaag eet ze brood.
Met gluten als ontsteker,
voor een vuur dat niet wil laaien.
Al blijft het bij één hap -
ze koestert de kruimels.
Als wijzers van de weg.
Ze veegt ze niet van tafel,
te bang weer te verdwalen.
Nu het smaakt, neemt ze nog een hap
en besluit, voldaan,
zich vaker te laten gaan.
