Geduld en ik.
Nooit vrienden geweest.
Zelfs genezen
gaat me te traag.
Ik wil ontwonden.
Meteen.
Verband eraf,
lucht en licht erop.
Ik trek oude hechtingen los,
nu mijn huid spant.
Ik ontvel,
zonder reserve.
Nauwelijks ontwonden,
alweer omwonden.
Ik pak mezelf in —
windels van geruststelling,
plakkers van maskering,
gips van stilzwijgen.
Ik wil niet langer kiezen
tussen wond en windel.
Voortaan
onomwonden.
