“Ik lees uw teksten, hé,” zegt hij fier.
Telkens weer opnieuw, alsof het een opdracht voor hem is. Ik weet het is zijn manier om van alles te zeggen: Dat het hem boeit. Dat hij mij wil lezen. Dat ik voor hem tel.
Maar hij is en blijft mijn kritisch klankbord. “Ik vind ze altijd wel heel banaal, die teksten van je. Leuk en aangenaam, maar ook banaal.”
Ik denk dat hij twee keer overdrijft. Met het woord 'altijd' sowieso. Met 'banaal' ook. Toch?
Wat is dat eigenlijk, banaal. Een woord dat klinkt als een verwijt, maar verdacht dicht in de buurt komt van het leven zelf.
Dus goed.
Ik neem de uitdaging aan.
Vandaag geen banaliteit. Vandaag relevantie. Een tekst die ertoe doet.
Ik denk: ik graaf eens diep. Zieleroerselen. Oude kwetsuren. Verborgen verlangens.
Dingen waarvan ik wakker lig.
Onzekerheden die zich ’s nachts groter maken dan ze overdag durven zijn.
Onuitgesproken liefdes die ergens tussen mijn ribben blijven hangen alsof ze nog altijd een kans hebben.
Goed weggestoken kinderverdriet dat zich vastgezet heeft op plekken waar ik zelf niet meer goed bij kan.
Op mijn ziel geplakt, zoals van die oude stickers die ge er nooit helemaal af krijgt.
Maar ik ken hem.
Hij gaat dat wegzetten als te emo. Goed voor de Flair. Zweverige vrouwenpraat. Te veel introspectie. Soit. Flair 2.0. En dus even banaal als de ‘voor’ en ‘na’.
Dus ik draai het om. ik ga op zoek naar de grote dingen. Dingen waar écht over geschreven wordt.
Zoals in de krant.
Want wat in de media komt, dat zou per definitie toch relevant moeten zijn. Daar wordt over nagedacht. Daar zitten redacties op. Mensen die beslissen: dit doet ertoe. Dus ik laat me inspireren.
Dat kan niet misgaan.
Het eerste wat mij aankijkt is een quote van de nieuwste liefde van een bekende Vlaming.
Ze zegt dat ze zijn enige liefde is. Dat ze werken aan monogamie. En dat het een beetje jammer is dat hij ondertussen een andere vrouw zwanger gemaakt heeft.
Ik blijf daar even op hangen. Omdat jammer hier een woord is dat zich uitrekt tot iets dat eigenlijk niet meer in dat woord past. En ik vind jammer sowieso een woord waarvan ik het jammer vind dat het bestaat. Maar dat verdwijnt natuurlijk in het niets bij het verhaal van het komende bastaard kind.
Ik klik verder.
Een titel: Alveringem grijpt in. En ik zweer het u, heel even dacht ik dat Alveringem het middelpunt van de aarde was. Een plek waar alles samenkomt. Grote beslissingen. Kleine drama’s. Een centrum van het universum waar de dingen eindelijk zo scheef lopen dat — ja — dat de overheid móét ingrijpen.
Maar het gaat over een jaagpad. Te veel valpartijen. Een vrouw met blauwe plekken als bewijs dat zelfs kleine wegen pijn kunnen doen.
Ik klik verder.
Wereldnieuws. Oorlogen. Namen die botsen als stenen.Leiders die dingen zeggen waar geen mens iets mee kan. Een staakt-het-vuren dat geen staakt-het-vuren is.
Te groot. Te ver weg. Te weinig houvast.
En dat is het moment waarop ik besef: het probleem is niet dat banaliteit klein is. Het probleem is dat sommige dingen zo groot zijn dat ge er niets meer mee kunt.
Ge kunt daar geen verhaal van maken. Geen zin die ergens landt. Geen gedachte die ge even meeneemt terwijl ge een boterham smeert.
En dus kom ik terug waar ik altijd uitkom... Bij mijn zalige banaliteitjes.
Mijn kat die van de planten glijdt, zwaartekracht als een losse suggestie. Hij kijkt zelf ook even verbaasd, alsof hij niet goed begrijpt hoe hij daar ooit op geraakt is en nu gewoon meegaat in de logica van het vallen.
Een stuk kaas dat plots smaakt naar de picknick van vorige week. Waarbij ge het gevoel had dat grote verhalen op kleine momenten worden geschreven.
De geur van koffie die al even staat en toch nog goed genoeg is.
Een bericht dat ge nog eens opnieuw leest, niet omdat er iets nieuws in staat, maar omdat ge hoopt dat er iets nieuws in zal staan.
De sokken van uw zoon die in de zetel rondslingeren en die eigenlijk gewoon zeggen: maak u geen zorgen, moeder, volgende week is hij terug.
Iemand die iets onnozels zegt, u doet lachen en dat die dan zegt:
“Ge zijt zo schoon als ge lacht.”
Dan denk ik: "Ja. Dat dus."

