Het is feest.
Ik ben jarig,
be-jaard,
en verjaard
op één dag.
Jarig —
een jaar erbij;
de teller geeft niet op.
Verjaard —
het vorige jaar verlopen;
wie ik was, formeel verbeurd.
Be-jaard —
de jaren lopen op,
nog te vroeg voor archief.
Ik ben gewoon prematuur —
wat nog niet geboren is
verjaart alweer.
