Rapunzel zit in het archief.
Het dakraam is op slot.
Het is best spannend.
Zo spannend dat je hoopt
dat één haar tenminste wél ontsnapt.
Haar vlecht trok haar de kelder in.
Geen haar in die vlecht
had het durven vermoeden,
maar vele haren
maken een vlecht zwaar.
Zwaar genoeg
om de trap af te slingeren.
De trap is er niet van gediend;
die was pas gekuist.
Daar zit ze dan,
tussen stalen archiefkasten.
Doe het licht uit
en je fantasie doet haar werk.
Niet dat fantasie graag archiveert,
al zeker geen haren
die in dossiers blijven steken.
Hoe rangschik je die op alfabet?
Je bergt dat haar beter in je mond op;
haar op de tanden
komt altijd van pas.
Ondergronds is niet voor watjes.
De archiefkasten hopen al jaren
op een sprookje,
maar Rapunzel
hadden ze niet besteld.
Die zoekt een uitweg.
Niemand leeft op van administratie;
papier legt ze liever in de as.
Paperas protesteert niet,
wordt als as in haar handen.
Recycleren is niet voor sprookjes.
Bureaucratie is als een doolhof:
zoek daar maar eens de ingang.
Een uitgang is er al helemaal niet.
Dat dakraam dus.
Ze is dan wel in de kelder beland,
tijd om de uitgang te overtuigen.
Die is er voor nood,
maar haar contract is vervallen.
Die werkt nu freelance,
enkel bij paniek.
Maar eerst kracht opdoen.
Ze klopt wat stof uit een dossier
en slaat het om zich heen
als de nieuwste keldercollectie.
Ook mode vraagt creativiteit in een kelder,
al maak je van een dossier
geen haute couture.
Boomknuffelen kan ook in kelders.
Je tapt daar energie uit.
Beloof zo’n dossier promotie
en wie weet
krijg je een knuffel terug.
Boven wacht het dakraam,
stoffig,
maar klaar voor de aanval.
Ze zwaait haar vlecht,
als een rode vlag.
Het dakraam, stierlijk
zoals enkel dakramen zijn,
geeft meteen op:
te veel haar
om te bevechten.
Rapunzel gaat door het dak.
Dat is nu eenmaal gevoelig
voor vlechten met ambities.
(eigen afbeelding)

