Over symbioses is al veel inkt gevloeid.
Niet dat ik alles gelezen heb,
zelfs niet de woorden die uitgelopen zijn.
Integendeel zelfs,
de inkt is mij meestal voor.
Over siamees heb ik nog minder gelezen.
Die inkt is zeker uitgelopen.
Twee hoofden op één schouder,
je blaast in elkaars gezicht.
Zelfs met tandpasta
ruik je die adem liever niet.
Steeds in dezelfde richting kijken
maar saai,
botsen ook niet ideaal.
Wie moet je dan vervloeken,
wie speelt kip en wie ei,
en wie draait zijn hoofd
wanneer de ander niet draait.
Ook in de liefde
zit ik graag alleen op mijn schouder.
Mijn hart laat ik wel inpalmen,
mijn man woont er graag.
Hij doet er zelfs de afwas,
ruimt mijn rommel op.
Hij vindt dat gezellig,
wie ben ik om hem niet te geloven.
En samen tikken we,
op het ritme van ons hart,
bewoners van een kloppend huis,
zoals het nergens anders tikt.
(tekening Daniel Kiesow ter ere van ons huwelijk, 2003)

