Ge vangt de kleuren met uw ogen
en uw stem maakt er slierten van.
Ik hou mijn handen open
en hoop,
dat de slierten erin zullen landen.
Telkens wanneer ik er één voel,
glijdt hij, na een tijdje, weer van mijn hand.
Wanneer ik naar de grond kijk, weet ik niet meer
waar mijn voeten eindigen en de slierten rond me beginnen.
Iemand verderop noemt het wortels,
ze draagt een gieter, met water dat wordt opgevangen
uit de lucht.
Wanneer ze giet, maakt het water slierten,
die zich vermengen met de slierten op de grond,
er is geen begin,
er is geen eind,
het kan enkel groeien.
