De sneeuw kraakt. Na een aantal stappen bereikt het haar binnenste en komt ze tot rust. Ze blijft staan en ontspant. Het is zo mooi. Kon hij dat ook maar zien. Maar hij ziet en voelt niets meer. Hij zei vanmiddag wel “ja” als ze opmerkte hoe mooi het was, maar het was die ja die haar de voorbije maanden steeds weer die pijn in haar buik bezorgde. Emotieloos. Hij, de man die vorig jaar één en al emotie was en haar muur voorzichtig steen per steen heeft afgebroken zodat haar emotie helemaal vrij kon komen. Nu zat hij zelf al 3 maanden achter een muur met hier en daar een kleine opening, net voldoende om te overleven. Het maakte haar intens verdrietig. Dus had ze de rest van de wandeling alleen verder gezet terwijl hij huiswaarts ging. Ze moest nog wat kunnen ademen. Haar hoofd stond onder spanning. Spanning doordat hij stil was. Ze hield van stilte, als kind al. Maar dan wel een rustgevende stilte. En rustgevend was het de voorbije dagen niet. De stilte voelde geladen. Het maakte haar onmogelijk om nog te genieten. Ze wist dat het niet goed zat, dat hij zich niet goed voelde. Ze voelde dat hij alleen wou zijn. Dat hij leeg was. Ze wou dat hij ook leeg bij haar kon komen. Maar dat lukte hem niet. Als hij leeg was wou hij haar niet. En als ze toch probeerde dichter komen verweet hij haar dat ze hem geen rust gaf. Ze begreep het wel, dat ze voor extra druk zorgde. Eigenlijk wilde zij de leegte en emotieloze toestand een stap voor zijn door hem het signaal te geven dat hij over zijn grenzen ging. Maar het lukte haar niet, zodra ze het opmerkte ging hij in de aanval of verdediging. Dus zei ze vaak niets meer. Ze liet hem doen. Ze liet hem afdwalen. En dan als het te lang duurde probeerde ze hem terug te halen omdat ze ziek werd van hem zo te zien worstelen. Soms lukte dat, maar de voorbije maanden had hij steeds meer uitgesproken dat hij een relatie niet meer zag zitten. En daarom liep ze nu alleen door de sneeuw.
In de zomer had hij voor het eerst echt open met haar over de bipolariteit gepraat. Hij had uitgesproken dat hij hoopte dat ze op termijn konden voorspellen wanneer het de foute kant op ging om te voorkomen dat het extreem werd. Maar dat was in een helder moment. Zodra die heldere periode voorbij was kon ze zoveel voorspellen of signaleren als ze wou. Hij hoorde het niet. Integendeel, zij werd plots de bedreiging, de oorzaak van alle ellende, de verstoorder van zijn rust. En die boodschap meermaals per week horen had haar onzeker gemaakt. Het had haar adem afgesneden, haar buik verkrampt en haar brein oververhit. De sneeuwvlakte onder een stralend blauwe lucht gaf opnieuw zuurstof. Haar gedachten konden weer rustig vloeien in plaats van de kolken. Ze had echt alles geprobeerd, alles wat hij haar gevraagd had. Maar hij probeerde het nieuwe leven waar hij zo naar uitkeek met haar op te bouwen en tegelijk nog het oude in stand te houden. En dat lukte niet, want die twee levens stonden haaks op elkaar. Ze herkende het. Ze had ook jaren gezocht en geworsteld, maar ze bleef vasthouden aan alles wat ze kende. Natuurlijk lukt het dan niet om je leven een andere wending te geven. Natuurlijk blijf je dan vastlopen. Maar nu had ze wel gedurfd, ze had alles overboord gegooid en de toekomst die ze wou lag voor het rapen.
Ze kijkt naar haar voeten die stap voor stap een spoor vormen en die cadans zorgt voor ruimte in haar hoofd. Af en toe roept ze de hond eens terug naast haar om te zorgen dat hij niet te veraf dwaalde. Zo kan ze op tijd ingrijpen wanneer hij onder de sneeuw toch een spoor van een fazant of haas te pakken krijgt. Maanden ervoor had ze voor het eerst gezien hoe een goede jager het was. De parelhoen zat in zijn muil. Ze had even gegruweld bij de gedachte dat het dier dood was, maar hij, de man van haar dromen had in al zijn rust en snelheid de parelhoen vanuit de muil van de hond bevrijd. Wat was ze verliefd op die man. En hij wist het, hij had het gevoeld, hij had ervan genoten, hij had eindelijk hoop op een beter leven. Maar plots was haar liefde een last geworden en had hij haar weggeduwd. Hij had gezocht naar een reden, maar geen enkele had haar overtuigd omdat hij zichzelf tegensprak. Op de duur zocht ze zelf een reden omdat het gemakkelijker zou zijn om hem los te laten. Ze begon zichzelf wijs te maken dat hij haar nooit mooi of aantrekkelijk had gevonden, dat hij haar eigenschappen eigenlijk niet bijzonder vond, dat hij gewoon verliefd was geworden omdat zij verliefd was op hem. Maar ook dat klopte niet, want hij had hààr veroverd. Dus ze wist dat ze niet anders kon dan aanvaarden dat het zijn verleden was die de kloof had veroorzaakt. En dat was moeilijk, want vechten tegen een verleden dat niet het hare was, hoe moest ze daaraan beginnen?
Een kleine witte auto met een schattig meisje met bril aan het stuur komt de helling opgeklommen. Ze gaat even aan de kant met de hond. Als de auto zou slippen zouden zij veilig staan. De hond verliezen zou hij niet te boven komen en zij zou het zichzelf niet vergeven dat ze onoplettend was geweest. Ze vraagt zich af of dat meisje naar haar werk rijdt. Zelf mistte ze haar werk enorm. Het was nu bijna een jaar geleden dat ze haar ontslag kreeg. Het museum was haar eerste werkplek die als thuis aanvoelde. Het was ook de plek waar de liefde was ontstaan. Die magische werkplek achterlaten enkele maanden nadat ze haar gezin had in de steek gelaten om met hem een nieuw leven te starten was zwaar geweest, misschien wel te zwaar had ze deze week bedacht. Zelf was ze nooit met de auto gaan werken. Waar ze 45 jaar gewoond had zat ze vlakbij de stad en alles was te voet of met het openbaar vervoer bereikbaar. Maar hier moest ze wel terug leren rijden. En hij was erin geslaagd om haar zelfvertrouwen terug op te bouwen. De laatste weken vond ze het zelfs opnieuw fijn om met de auto te rijden. De angst was weg.
Ze stapt verder en kruist een oudere man. Ze zeggen elkaar goedendag. Eigenlijk zou ze wel willen praten, want ze kent hier nog niemand. In haar vroegere thuis kwam ze om de haverklap wel iemand tegen waarmee ze een praatje kon maken. Maar de man ziet er niet aanspreekbaar uit. Dus loopt ze verder naar beneden en dan linksaf en terug naar boven. Die weg hebben ze deze zomer samen gelopen. Ze dacht dat ze het nooit zou uitlopen in die hitte, maar het lukte. Lopen was iets wat ze nooit wou doen. Ze zag het plezier niet. Haar broer, zus en schoonbroer liepen marathons, maar zij was altijd gewoon een wandelaar geweest. Hij spoorde haar aan om het eens te proberen en het beviel haar zo erg dat zij uiteindelijk diegene was die vroeg om te gaan lopen. Maar na een paar keren kwam daar ook een einde aan. Hij schrapte alles: boksen, lopen, culturele uitstapjes, uitnodigingen bij vrienden. Hetgeen overbleef waren verplichtingen: de zorg over de kinderen, het werk, verbouwingen en wat tijd voor de relatie. En dat was wat haar zorgen baarde. Dat tijd voor de relatie de voorbije maanden ook als opgave werd gezien. Dat hij niet meer zag dat dit misschien nog het enige was waar hij evenveel of meer bij terugkreeg dan hij erin stak. Ze wist dat hij te diep was gegaan en ze voelde haar mislukt dat ze het niet had kunnen tegenhouden.
Het enige wat ze nu kan doen is zichzelf niet verliezen. Ze is gevoelig aan sferen. Te lang in de buurt van depressieven of nee-zeggers of pessimisten kan het licht uit haar ogen halen. De sneeuw is er echt wel op het juiste moment. Al drie dagen zorgt het steeds weerkerend proces van dikke vlokken en dan weer een helblauwe lucht voor hoop, een houvast. Haar leven had er anders uitgezien hadden haar ouders hun hart gevolgd. Maar haar ouders waren twijfelaars, uitstellers. Ze herinnert zich nog hoeveel keren ze op het punt stonden hun leven om te gooien. Op een avond zat daar een vreemde man met foto's en een kaart aan de livingtafel. De avonden erop werden alle pro's en contra's opgelijst. Zij was een jaar of 14 en probeerde zoveel mogelijk info mee te pikken. Het ging over een huis in Carcasonne. Ze snapte het allemaal niet goed. Waarom zouden haar ouders nu plots naar daar verhuizen en niet naar de bergen? Was het iets zoals een paar jaren eerder toen het aanbod kwam om een functie in Afrika te gaan uitoefenen? Nee, daar had het niets mee te maken. Hoe gingen ze dan werken vroeg ze zich af.
De plannen werden van tafel geveegd net nadat zij toch een beetje enthousiast was geworden. Niet veel daarna kwamen de zwarte jaren. Er werd niet meer gesproken over naar de bergen verhuizen. In de plaats daarvan zaten bankdirecteuren aan de livingtafel en werd alles in het werk gesteld om de woonst en het buitenverblijf aan de kust uit handen van de deurwaarders te houden. Ze wou graag verder studeren en ging een studielening aan. In de weekends werkte ze en de eerste maanden loon van haar allereerste job in Antwerpen ging naar de afbetaling van de studielening. Het faillissement van haar vader, de problemen met haar zus en broer en de zorg over haar grootmoeder zorgden er uiteindelijk voor dat haar ouders nooit hun droom waarmaakten. En toen in 2020 haar moeder door een trombose volledig hulpbehoevend werd verdween ook de droom om veel te reizen achter slot en grendel. En nu waren het haar ouders die haar motiveerden om haar hart te volgen. Haar ouders die altijd hard gewerkt hadden en luiheid afgekeurd hadden zeiden nu dat ze op het werk niets moest bewijzen, dat ze er toch niets mee ging winnen. Dat ze haar tijd beter stak in profiteren, verlof nemen waar het kon, niet teveel verantwoordelijkheden nemen en meer voor zichzelf in plaats van voor een ander zorgen. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als ijverigheid, verantwoordelijkheid en naastenliefde er met de paplepel ingegoten werden of aangeboren waren. Als kind hadden maatschappelijke problemen haar al wakker gehouden. De enige momenten waar ze echt helemaal tot rust kwam waren de twee weken paasvakantie in de bergen en de twee zomermaanden aan zee. Op die momenten kon ze ademen en in alle rust alles verwerken. Ook daarom was ze zo gelukkig toen ze iets meer dan een jaar geleden voor het eerst bij hem thuis kwam. Een huis op een helling met zicht op de lichtjes van de stad, een bos naast het huis en overal in de omgeving weiland en hellingen. De bergen in het klein. Hier zou ze wellicht beter ademen.
Haar rondje is uit. Ze gaat het huis terug binnen. De haard brandt. De avond valt. Straks verschijnen de lichtjes in het dal. Morgen is een nieuwe dag. En als ze opstaat en de living binnengaat, dan is daar die geur van 40 jaar geleden in haar favoriete huis in de bergen. Ze begrijpt er niets van, hoe die geur hier geraakt is. Maar waar die geur is, daar is haar thuis.