Ze heeft nochtans
alles uit de kast gehaald,
snikt ze.
Mijn vriendin
is de wanhoop nabij.
Ze blijft nu achter
met een gebroken hart
én een lege kast.
Een kast
met meer drama
dan beroepsgeheim.
Het was niet zomaar
een ikea‑kast,
maar het soort dressing
waar je in kan wandelen,
na een glaasje
zelfs verdwalen.
Een plattegrond
net niet overdreven.
Er lag dan ook veel
opgeborgen:
van een getrimde buik
en opgespoten lippen,
tot een blonde pruik
en valse wimpers.
Het soort EHBO‑kit
waar zelfs een ambulancier
van droomt.
Dat haalde ze dus allemaal
uit die kast.
Voor een man.
Die een leven met haar
zou overwegen.
Zei hij.
Ooit.
Als.
Misschien.
De man had
liefde in kleine lettertjes
als tattoo.
Ze wilde de liefde
geen twijfel gunnen
en gooide
haar hele kast
in de strijd.
Zelfs de lade
die scheef hing.
Daar zit ze dan,
met haar pruik
op schoot,
nu valse hoop
zich niet langer
onder een pruik
verstopt,
de kast leeg is,
het hart vol
en de man
halfweg tussen
misschien
en nooit.
(Afbeelding van jondometita via Pixabay)

