Spaghetti voor vijftig

25 mei 2026 · 25 keer gelezen · 3 keer geliket

Er zijn mensen die mediteren om tot rust te komen. Ik schil patatten.

Geef mij een keuken vol damp, een industriële pot soep en vijftig jongens in rode Chiro T-shirts en ik ben content. Echt content. Ik denk dat ik daarom zo graag kookmoeke ben. Die schaamteloze zomerdagen waarop ik mag moederen over een halve Chiro. Over dorpskerels tussen vijf en vijfentwintig. Kleine mannen met snottebellen, slungels die plots okselgeur ontwikkelen en leiders die zichzelf volwassen noemen maar nog altijd hun onderbroek vergeten.

Daar leef ik van op.

Van om zeven uur opstaan om de koffie al te laten doorlopen voor de bende wakker wordt. Van een stille kampplaats die nog ruikt naar nat gras en bier van gisterenavond. Van roze teenslippers die na vijf dagen kamp niet meer roze zijn maar een soort triestig campinggrijs. Van de geur van zweet en vet en look. Veel look. Want ge kookt niet voor vijftig man met een bescheiden teentje look.

Ik schud hoeveelheden voor recepten uit mijn mouw alsof het hogere wetenschap is.

“Hoeveel spaghetti voor vijftig man?”
Simpel.
Wat ge voor een gezin van vier maakt, maal twaalf en een half.
En dan nog een beetje. Want er is altijd wel ergens nen achttienjarige die eet alsof hij zich voorbereidt op een overwintering in Siberië.

Ik schil patatten alsof mijn leven ervan afhangt. Ik maak van spaghetti koken hogere wiskunde. Ik heb een eigen filosofie ontwikkeld over hoeveel keer ge een maaltijd moogt opwarmen zonder dat iemand eraan sterft. Ik geloof rotsvast dat melk in soep soms een uitstekend idee is. Dat zelfgemaakte andalouse saus een vorm van beschaving is. En dat ge nooit — maar dan ook nooit — een deftige barbecue hebt zonder perziken uit blik.

Dat laatste klinkt absurd. Tot ge het proeft.

En dan die saus. De lekkerste saus van het kamp. “Sex on a plate”

Het zijn ook de dagen waarop Yevgueni door een krakende box schalt terwijl wij de afwas doen. Als ze lacht. En wij meebrullen alsof we zelf terug twintig zijn en straks nog een pint gaan drinken op de parking van de parochiezaal.

De dagen waarop de kookmoekes elke avond eindigen rond een gammele campingtafel met gezelschapsspelletjes waar wij elk jaar beter in worden. Vals spelen een gave is die met de leeftijd komt. Er wordt gelachen tot iemand bijna stikt in een chipke. Tot de leiding komt vragen of het misschien iets stiller kan omdat de klein mannen slapen.

Ik doe dat graag. Misschien té graag.

Ik ben al eens met pensioen gegaan. Officieel gestopt. Maar blijkbaar kunt ge uzelf ook terugroepen. Niet door een tekort op de arbeidsmarkt, maar door een diepgeworteld “het niet kunnen laten”. Er volgde een stilzwijgende overeenkomst met de leiding: ge gooit me maar buiten als ik écht te oud geworden ben.

En eerlijk?
Ik hoop dat ze dat nog efkes uitstellen.

Want daar, tussen de kookpotten en de afwasbakken, wordt het leven opvallend simpel. Stress herleidt zich tot de vraag hoeveel kilo wortelen er juist in de soep moeten. Nachtrust wordt relatief. En liefde krijgt een totaal andere vorm.

Want die is daar.
In alles.

In een snelle “merci, moeke”.
In een jongen van zes die nog een nachtzoentje komt vragen.
In een leider van drieëntwintig die spontaan een apero uitschenkt voor de moekes na een dag van zevenhonderd boterhammen smeren.
In een keuken waar iedereen plakt van het zweet en de mayonaise en toch niemand weg wil.

En zo reigen we de zomers aan elkaar. Met liefde en herinneringen. Met te veel look en te weinig slaap.

Ondertussen loopt mijn huis stilaan leeg. Mijn zonen bouwen hun eigen leven bijeen. En binnenkort zal mijn kookpot zich waarschijnlijk beperken tot hoeveelheden voor één persoon. Dat is dan wat ge voor een gewoon gezin maakt.
Gedeeld door vier.
 
 
 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

25 mei 2026 · 25 keer gelezen · 3 keer geliket