Ik zat midden in een snijdsessie met twintig leerlingen die mijn handelingen aandachtig volgden. Van een verjaardagscake welteverstaan. Die moest ook nog verdeeld worden, vergezeld van fruitsap in plastic bekers en er moest nog gezongen en opgeruimd worden. Alles binnen de dertig minuten, want dan ging de bel.
Ik had alles minutieus uitgerekend. Het aantal stukken cake, allemaal even groot. De hoeveelheid sap in de plastic bekers, het zingen van het verjaardagslied in drie talen, het uitdelen en de tijd om alles op te ruimen.
Tijdens het snijden stak een meisje haar vinger op. Een beetje buikpijn, zei ze. Of ze heel even kon wachten, vroeg ik. Toen mijn blik niet veel later op haar bleke, weggetrokken gezicht viel, besefte ik dat ze vast niet mee wilde eten. Ik stuurde haar naar het secretariaat zodat ze daar haar temperatuur konden meten.
Nog geen vijf minuten later kwam de zorgjuf haar spullen halen. Ze had beneden in de gang overgegeven. Sneu voor dat meisje natuurlijk, maar innerlijk stond ik te juichen dat ze niet uitgerekend tijdens de verjaardag in de klas had overgegeven.
Sommige dingen zijn nu eenmaal onberekenbaar.

