Het zijn zeepaardjes die dwalen.
Het is een maan die zonk en onder water kraters vult met nieuwgeboren vis.
De wrakken, mensenschepen moeten nog worden bedekt met troostend zand.
De garnalen willen dat de zon hun hart doorziet, warme gloed de zeespiegel verlicht.
Heb vertrouwen, onderwaterwereld. Durf alsnog te ademen.
Het zijn die zeepaardjes. Hun longen lonken naar een frisse bries.
Toch dralen ze. Toch blijven ze dicht bij het zeewier waar de ruiters zich verschuilen.
uit de reeks 'Reizen met Ricky'