Je bent te laf om me aan te kijken, of je durft het gewoon niet. Je bent te laf om me aan te spreken, of je durft het gewoon niet. Je bent een lafaard, of gewoon een klein jongetje met angst. Je bent kleingeestig. Een klein jongetje die te laf is om zich als een grote jongen te gedragen. Je gestalte is groter dan de mijne, en toch ben je kleiner. Je woorden kennen mijn oren niet, ze kennen enkel die van een ander. De stilte dondert en je bent door driftbuien doorweekt. Je zou mijn paraplu mogen lenen als je wat groter was. Je bent een minuscuul klein mannetje en je verdrinkt in de plassen op de grond. Ik zou je eruit kunnen scheppen als je wat minder in mijn vingers zou bijten. Blaffende honden bijten niet, zeggen ze. Blaffende kleine mannetjes wel maar het doet geen pijn. Daarvoor ben je te klein, te klein om groot te kunnen zijn.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.
