Lezen

Deel III Naam - Opstellen

  Naam – Opstellen Bladzijde 677 en 583 van dezelfde oude Van Dale woordenboek waarvan de blind gekozen woorden ‘naam’ en ‘opstellen’ zijn, sloeg me met verbazing. Waar deel één het belang van een naamkeuze aanhaalt, bevestigd deel twee hoe belangrijk het is om de feiten positief te benaderen.Een heel belangrijk moto, waarachter ik nog steeds volmondig sta: “Je kunt er beter met lachen dan huilen.”In Gods’naam’, een mens kan zich beter positief ‘opstellen’.Om terug te komen op deel één waarin Shakespeare “whats in a name” wordt aangehaald zegt Julia: “What's in a name? That which we call a rose.By any other name would smell as sweet."De roos blijft haar eigenschappen behouden zelfs als we ze niet betittelen als roos. Hoe we ons opstellen in het leven bepalen we zelf.De meest nare gebeurtenissen kunnen met een beetje humor draaglijker worden. Ze worden anekdotes die met veel plezier terug worden verteld. Wat er gebeurde is, net als de roos, niet veranderd. We stellen er ons enkel anders tegenop.Anderzijds mogen we niet blind zijn voor de realiteit.Een kikker blijft een kikker, zelfs als hij gekust word door een prinses.Sprookjes…Het klinkt als een sprookje…En toch. Neem de drie kleine biggetjes die worden geterroriseerd door de grote Boze wolf. Ze leven voortdurend in doodsangst, tot er ééntje bij is die wat slimmer is. De wolf met anorexia kruipt door de schouw en belandt in een kokende pot waarop de sadistische biggetjes onmiddellijk een deksel op leggen en hem tot moes koken.Wat vertellen we ons kinderen toch allemaal?Breng hetzelfde verhaal met een moordenaar, die het huis binnendringt van een gezin dat de wet in eigen hand neemt, en je hebt een horrorverhaal waarin de slachtoffers en dader allen psychopaten zijn.In het sprookje worden de gebeurtenissen als onschuldig met een ‘happy end’ afgeschilderd.In werkelijkheid zou de jury de biggetjes beschuldigen van opzettelijk, vrijwillige doodslag en de wolf een slachtoffer van een ongelukkige jeugd. Laat een kat een kat zijn. Niet moeilijk dat het rechtssysteem niet werkt.      

Fanny Vercammen
18 0

Deeel II - Opstellen

Deel II -Opstellen Blz. 677 1ste kolom – 3de woord in een overjarig Van Dale woordenboek uit het jaar 1956. Op schrift stellen of kanonnen opstellen.Het blijft beperkt tot ‘op schrift stellen’, wat we elk van ons tijdens onze schoolgaande jaren al eens moest maken.Meestal werd die opgave, waar ik enthousiast op reageerde, door de meeste van mijn klasgenootjes lauw ontvangen. Het dictee was minder mijn dada. Meestal worstelde ik met dt-uitgangen en het voorlezen door de meester of juf van oneindig trage zinnen, die dan nog eens herhaald werden voor slechte luisteraars en trage schrijvers. Halverwege het dictee kwam de verveling al achter de hoek kijken, wat resulteerde in verminderde aandacht en juistheid van de geschreven woorden. Nee, de eindeloos debiele herhalingen van de woorden, bijvoorbeeld ‘uit-ver-ko-ren-nen’ werden, alsof het nog niet genoeg was door sommigen van ons nagelipt, lieten me twijfelen, terwijl iedereen weet dat je eerste idee gewoonlijk het juiste is.Opstellen, boekbesprekingen, jaarwerken van al dan niet zelf gekozen onderwerpen, vond ik helemaal niet erg. Maar het liefst opstellen, om mijn fantasie de vrije teugel te geven. In het derde leerjaar van het Basisonderwijs kreeg onze klas de opgave een opstel ‘woensdagnamiddag’ te maken. Zo als elke woensdagnamiddag, meestal na het huiswerk, zat ik met mijn neus in boeken of strips. Die namiddag las ik ‘De Dolle Musketiers’ door Willy Vandersteen, de geestelijke vader van Suske en Wiske.Een strip gebaseerd op de ‘Drie Musketiers’ van Alexandre Dumas. Geestdriftig ging ik helemaal op in het verhaal en besloot na de laatste bladzijde, waarop Wiske het einde aankondigde met knipoog, besloot ik de degens te kruisen met mijn onschuldige poppen. Omdat een degen toen niet tot het verantwoord speelgoed beantwoorde, moest ik het doen met een ijzeren regel. Dat kon de pret niet bederven zoals ik woest zwaaiend alle stoïcijnze uitdagers neerstak. De regel was best zwaar voor wat een Florentijnse degen moest voorstellen en tot mijn grote tevredenheid vielen de poppen als vliegen. De lijfwachten van de valse kardinaal lagen zieltogend op de grond en net als mijn striphelden salueerde ik met een laatste sierlijke boog de gesneuvelden… en de Chinese vaas die op de schoorsteenmantel stond. Waar al mijn vijanden zonder een kik te laten het onderspit delfden, brak de vaas met veel vertoon en het nodige lawaai. Mijn moeder twijfelde tussen een hartaanval en een appelflauwte. De regel werd in beslag genomen en het eerste half uur stond ik, aan de grond genageld, ons ma haar verwijten aan te horen. Toen het donderen begon weg te trekken ging ik met hangend hoofd terug naar mijn kamer om alsnog het opstel te maken.Met de gebeurtenissen nog vers in mijn geheugen en een rood hoofd begon ik mijn avonturen neer te pennen. Je problemen wegschrijven heet dat nu. Het resulteerde in een komisch drama waarvoor de toenmalige lerares mij prompt uitriep als beste schrijfster van alle opstellen. Ik mocht het zelfs voorlezen voor mijn klasgenootjes! Zo fier als een pauw liet ik mijn punten en het commentaar van de juf aan pa en ma zien.De scheve blik van moeder temperde wel mijn trots, maar vader schaterde het uit en prees me oprecht. Zo kwam ik tot het besef dat humor een opgelooflijk wapen is én je breekt er geen vazen mee.      

Fanny Vercammen
26 1

Deel I Naam

Deel I Naam Blz. 583 2de kolom – 7de woord in een overjarig Van Dale woordenboek uit het jaar 1956. Daar stond het; mijn muze. Een woord vol betekenissen, om al wat materieel, personen, ideeën en het grote onbekende te benoemen.‘What’s in a name’ schreef William Shakespeare in zijn lyrisch oeuvre; ‘Romeo and Juliette’. Meteen het antwoord geven zou afbreuk doen aan de lijn van het verhaal.Het geven van een naam kan zoveel kanten uit. Het kan verheffen of vergruizen, een vloek of een zegen zijn. Een ding is zeker; het dragen van een naam geeft de bezitter ervan een gezicht, een stem en een plaats op deze overbevolkte aardbol. Sommige namen schrijven geschiedenis. Een rare uitdrukking, vindt u niet?Is het niet de geschiedenis van het individu dat de naam laat voortleven als heersers, machtswellustelingen, genieën of heiligen, welke held of monster wordt? De overwinnaars na oorlogen, de beste redenaars, de slimsten of de besten werden, soms Post Mortem, vereerd de geschiedenis in te gaan als 'Very Inportant People'. Gezicht en de onvermijdelijke naam om te vervloeken, te koesteren en aanbidden. Zelfs eeuwen na de bezitter overleed, kan de klank ervan ontzag inboezemen, weerzin, bewondering….De reacties zijn even legio als de ‘wapenfeiten’ van de man of vrouw in kwestie. In ieder van ons zit verlangen. Verlangen om naam te maken. We willen de middelmatigheid overstijgen. Acteurs, auteurs, regisseurs gebruiken ronkende namen in de hoop dat ieder bescheiden succes hun bekendheid laat toenemen. Eens verwerft, openen de deuren van onsterfelijkheid. Wetenschappers, al dan niet wiskundigen hopen de wetten van de natuur in formules samen te vatten, te ontsluieren te onderwerpen en toe te passen. Meestal vredelievende ideeën die uiteindelijk een totaal ander doel kregen, omdat de mens, na ongeveer vijdfuizend jaar beschaving, zijn oorsprong niet kon verloochenen. De mensaap die zich handhaafde door indringers of mededingers naar de gunsten van het vrouwelijk exemplaar, neer te knuppelen en in het beste geval, te verjagen. De Egyptenaren lieten niets aan het toeval over om de eeuwigheid in te gaan om hun plaats in de geschiedenis te verzekeren. Of de eeuwigheid te ambiëren, gaande van mummificeren en balsemen toe te passen, tot het scheppen van beelden, monumenten, schrift, liederen en muziek. En als dat niet lukt dan schuiven we het over een andere boeg; het hiernamaals. Met al deze inzichten gecomfronteerd besefte ik het belang van de naam.De naamkeuze voor de pasgeborene wordt zo geen sinécure.Stel je voor dat je kind geschiedenis gaat schrijven, dan is het kiezen van de naam toch belangrijk?Misschien zit er wel een Einstein, een Michelangelo of Newton in, de pas gevormde grijze massa, van hun hoofd?Die onzekerheid hé…Kun je dan je kind opzadelen met namen als Jefke, Lotje of Pietje?Er is helemaal niets mis met deze namen, maar sommige combinaties kunnen écht niet. Neem nu; ‘Lotje Getikt geeft vanavond een uiteenzetting van het belang van zwarte gaten voor toekomstige ruimtereizen om de grenzen van ons heelal te bereiken door aangepaste quantummechanica.’Zelfs door eerst de familie- en dan de voornaam te wisselen lijkt het nergens naar. Een befaamd geneeskundige, met een naam als Pietje Dedood, boezemt weinig vertrouwen in. Een nieuwe Da Vinci; schilder, beeldhouwer, uitvinder en homo, zal nooit uit de kast komen als Vies Jefke.Goed, in ons geval zat de achternaam snor. Ghersin en Vercammen zijn gangbare, zo niet saaie achternamen in de het tweede geval.Ghersin Ludovicus bekt zelfs beter dan Athena Vercammen. Mijn echtgenoot heeft alleszins een meer gevleugelde naam dan vercammen, waar in Antwerpen de stenen met zijn geplaveid. Van Italiaanse bloede afkomstig kon mijn half trouwboekje gerust zijn in welke voornaam dan ook. Toch kozen we voor goede Vlaamse namen als Emmy en Inge.Een hele geruststelling voor de toekomst of de eeuwigheid… als dat het geval mocht zijn.  

Fanny Vercammen
0 0

Knor en de chocopot

Knor en de chocopot Het is vakantie. Knor hoeft lekker niet naar school. Iedereen is thuis. Het is mooi weer. Papa Knor werkt in de tuin. Mama Knor hangt de was op. Knor is fijn aan het spelen. Mama komt even binnen om nog een wasmand te halen, ze kijkt vertederd hoe Knor bezig is met spelen. Knor hoort mama niet eens. Hij speelt duchtig met zijn autootjes. De autootjes staan in een hele lange rij in de woonkamer.Ze staan in de file. Van al dat spelen krijgt Knor trek. en ziet dat mama en papa druk bezig zijn... Knor heeft zin in iets lekkers.. hij denkt even na. In de keuken neemt Knor een stoel en zet die bij de kast. Heel voorzichtig klimt hij op de stoel. Zijn tongetje steekt uit zijn mondje, eerst zijn linkerknietje, dan zijn rechterknietje, dan zijn linkervoetje en dan zijn rechtervoetje. Net als Knor wil rechtstaan, hoort hij een klop! Knor schrikt hevig, wat was dat?! Er slaat een deur dicht. Knor kruipt bliksemsnel de stoel af, rent naar zijn autootjes en valt op zijn kontje.. Ai, dat deed pijn... Knor staat moeizaam op, wrijft over zijn pijntje, kijkt even uit het raam... Mama en papa zijn nog steeds in de tuin. Mama maakt een praatje met de buurvrouw. Wat gek, het zal de wind geweest zijn... Knors buikje grolt nog steeds, hij sluipt weer naar de keuken en kruipt behendig de stoel op. Hij is vastbesloten iets lekkers uit de kast te halen! Hij opent de kast, wat ziet hij daar ....? Een grote pot choco. Zo'n grote pot heeft Knor nog nooit gezien. Daar wil Knor echt wel eens van proeven.Heel voorzichtig neemt hij de pot beet.Bijna glijdt de pot uit zijn armpjes.Hij klemt de pot stevig tegen zijn lijfje en kruipt van de stoel. Knor zet de pot op tafel, wat een kanjer! Na wat trekken en wringen slaagt Knor er toch in de pot te openen! Knor is sterk. 'Ha-ha-ha-haaa,' roept Knor trots uit 'ik ben de Koning der Machten, ha-ha-ha-haaa'. De heerlijke chocogeur dringt zijn neusje binnen. Net als hij zijn vingertje in de pot wil steken, aarzelt hij even. 'Wat zal mama zeggen? Zou ze boos zijn?' Knor denkt even na. 'Ach nee, een paar hapjes kunnen heus geen kwaad,' zegt een stemmetje in zijn hoofd. 'Je zult buikpijn krijgen en mama wil niet dat je iets pakt zonder het te vragen,' zegt een ander stemmetje. 'Flauwerik,' zegt het ene stemmetje dan weer, ‘ze ziet het heus niet, je vingertjes zijn veel te klein!' 'Och,' besluit Knor, ‘mama en papa zijn zo druk bezig, ik zal ze maar niet storen.' Knors vingertjes glijden in de chocopot. 1 keer, 2 keer, 3 keer ... ja, zelfs nog enkele keren.Wat een smulpartij!!! Knor geniet volop, zo'n lekkere choco heeft hij nog nooit gegeten. Dan sluit Knor de pot en plaatst hem netjes terug in de kast. Hij zet de stoel snel weg en wast zijn handjes en snuitje. Mama komt net binnen om het eten klaar te maken. Dat heeft Knor niet gehoord. 'Wat doe je, Knor?' vraagt mama. .........   Wie wil weten hoe dit verhaaltje verder gaat? Wie is geïnteresseerd in de andere avonturen van Knor, het kleine varkentje?!

Mieke
0 0

de natuur

Er stond een man op het pad tussen de grasvelden, hij keek nadrukkelijk in de richting van het zuid-westen, zijn zeer kleine hond was bij hem in de buurt, houtduiven streken neer in het gras.   Nu staat hij dichtbij een vrouw met een zwarte hond, hij houdt zijn handen in zijn zakken en stapt telkens in haar haar gezichtsveld als zij draaiend om haar as de rennende honden volgt. Zij heeft oranje schoenen aangetrokken. Dat ziet u steeds vaker: vrouwen met oranje schoenen.   De vrouw heeft een slechte of uitnodigende houding, ze staat met haar onderlichaam naar voren gericht. Als er een tweede vrouw bij komt staan doet de man een stap naar achteren. Of dat gebruikelijk is op het grasveld bij de waterkant valt vanaf uw plek niet te beoordelen. U hebt geen hond die u moet uitlaten. Als u weer van het werk opkijkt zijn de man en zijn hond verdwenen, hopelijk niet onder het spiegelgladde wateroppervlak. De twee vrouwen kijken pratend naar hun spelende honden waar ze menselijke eigenschappen inleggen, daar zijn ze mensen voor en de honden zichzelf. De tweede vrouw heeft een donkere jas aan, dat maakt het makkelijk ze van elkaar te onderscheiden vooral omdat de eerste vrouw een lichte heeft aangetrokken met de bedoeling zich goed en zichtbaar van de ander te onderscheiden. De vrouw met de donkere jas draagt wel een rode muts en brengt haar hand naar haar gezicht. Het is te hopen dat zij zo eigen is met de ander dat het neuspeuteren geen probleem oplevert en moordende irritatie oproept bij de vrouw in de lichte jas die misschien herinneringen heeft aan haar broer en de harde stukjes onder de tafelrand (dit is een cliché...).   De vrouwen hebben hun honden aangelijnd en lopen nu in de richting die de man ging.   Toen de boekjes met naakte mannen en vrouwen nog gezien werden als onderdeel van de seksuele revolutie en een toevoeging bij de lijfelijk liefde, was daarin te lezen dat er vrouwen en mannen zijn die hun geslacht insmeerden met smeerworst en dat door hun hond lieten aflikken. Daar wordt nu anders over gedacht, denkt u.

PP de Noorderman
0 0
Tip

Treintrip

‘Zet dat mislukte plooifietsje toch eens godverdomme niet in het gangpad! ’, snauwt de Antwerpse blondine de studente toe. De studente zet een geschokt gezicht op en kijkt radeloos de coupé rond op zoek naar hulp van haar medereizigers. Ik sluit me aan bij de anderen in de coupé en besluit rustig verder in mijn notitieboekje te kribbelen. Vanbinnen hebben we allemaal wat schrik gekregen voor het rare type vrouw, dat plots een sigaret en een blik cola (godzijdank, geen drank…) uit haar handtas tevoorschijn tovert. Ze lijkt me iemand om Shanaia te noemen, dan krijgt ze van mij ook meteen een sociale klasse opgestempeld. Het lijkt alsof ze de douchecabine al een paar weken niet meer is tegengekomen en ook haar kleren geven een vuile indruk. Niets positiefs over de vrouw te zeggen? Tuurlijk wel! Ze draagt een zeer mooi horloge! (maar zou het ook echt zijn… en misschien is het wel gestolen…) Een symbolische zucht van opluchting volgt wanneer de studente haar onhandig plooifietsje aan de kant zet en een plaatsje zoekt in de coupé. De rust keert volledig terug wanneer ook het Shanaia-type aanstalten maakt om een plaats in te nemen. Het luidkeelse dispuutje is voorbij. Plots gaat het pijlsnel: de vrouw besluit het lege plekje naast me te gebruiken, ook al had ik met het plaatsen van mijn boekentas op de stoel toch proberen duidelijk te maken niet echt nood te hebben aan een zetelgenoot. Ik heb handen tekort om haar plaats zitklaar te maken; de gsm smijt ik snel in mijn rugzak, het notitieboekje valt ongelukkig op de grond en mijn trui leg ik snel over mijn benen. Net op tijd is de zetel klaar en ploft de vrouw naast me neer. Ondanks dat ik al tegen het raam geplakt zit, maakt de vrouw toch nog duidelijk door met haar benen tegen mij aan te wrijven dat ze nog meer plaats nodig heeft. Na wat schuifelen hebben we beiden ons territorium afgebakend en is er terug sprake van wat rust. Ik kan er even niets beters op vinden dan gewoon wat uit het raam te kijken en mijn zonnebril op te zetten. Geen haar op mijn hoofd denkt eraan mijn notitieboekje op te rapen. Ik wil mijn licht-ontvlambare buurvrouw niet nog eens in colère laten schieten. Ik schrijf dit later wel op. Na talloze voorbijflitsende bomen en weilanden besluit ik terug wat in de coupé rond te kijken. Handig is dat bord op de nieuwste treinen waarop je exact kunt zien wanneerje in het volgende station aankomt. Ik heb meteen een nieuwe vorm van tijdverdrijf gevonden en begin heel precies uit te rekenen hoelang ik nog in deze benarde situatie moet blijven. Na alles uitgerekend te hebben, is het enige waar ik geen vat op krijg de tijd zelf. ik confronteer mezelf met het feit dat ik nog minstens drie kwartier met het Shanaia-type zal moeten doorbrengen. Ik wentel mezelf – mentaal – even in wat zelfmedelijden en ga terug naar mijn eerste tijdverdrijf; het raam. Mijn buurvrouw gedraagt zich netjes en houdt het bij het drinken van haar cola. Ik kan gerust even indompelen… Plots schiet ik wakker. Uren lijken verstreken. Ik kijk op het bord en haal opgelucht adem: slechts twee haltes ‘gemist’. Ik zet mijn zonnebril af en kijk in mijn ooghoek naar wat mijn buurvrouw aan het doen is. ‘Ik denk dat je gsm daarnet afging.’, zegt ze me plots. Ze lacht en kijkt me vriendelijk aan. Ze deed zelfs de moeite om haar overdreven Antwerpse accent voor mij op zij te zetten. Even denk ik goed na wat ik nu moet doen, maar uiteindelijk neemt mijn instinct het over: ‘Oh, oké. Ik kijk wel even.’, antwoord ik haar volgens de regels van dekunst. Ik haal mijn gsm uit mijn rugzak en zie dat ik effectief ‘één nieuw bericht’ heb. Ik laathet haar door middel van een glimlach weten, waarna het weer haar beurt is om terug te lachen. Ze gaat daarna weer snel verder met haar veel te grote en onhandige smartphone. Ik lees het sms’je en geef er een gepast antwoord op, waarna ik het vriendelijke Shanaia-type nog eens bedank. De drang om deze vreemde wending neer te pennen wordt nu wel zeer groot, maar ik neem wijs het besluit me in te houden en weer verder te gaan met uit het raam te staren.   De tijd lijkt me plots toe te lachen en ik kom sneller dan verwacht aan op mijn eindbestemming. Als ik achter en voor me kijk, merk ik op dat de helft van mijnmedereizigers al in vorige stations is afgestapt. De resterende groep mensen – waaronder ik en mijn buurvrouw – maakt zich klaar om af te stappen. Mijn buurvrouw is sneller klaar en loopt plots terug op de studente met het plooifietsje af. Deze totaal onverwachte actie zorgt opnieuw voor een enorme stressboost en alle mensen binnen de coupé lijken even te verstijven. ‘Zo’n fiets is toch echt niet handig. Koop je een echte fiets! En als je met de trein komt, moet je sowieso niet ook je fiets meenemen’, begint mijn Shanaia-achtige buurvrouw weer. De studente kiest er deze keer niet voor om geschrokken over te komen en draait enkele keren met haar ogen, terwijl ze vermoeiend zucht. De twee vrouwen stappen op een beschaafde manier allebei de trein af en gaan elk hun richting uit. Ik neem mijn rugzak op mijn rug en kijk nog eens braaf achter me of ik niets vergeten ben.   Op weg naar mijn fiets blijft het hele gebeuren door mijn hoofd spoken. Ik haal vlug mijn oortjes uit mijn rugzak en laat loeihard Florence door mijn oren suizen tijdens het fietsen.‘Doeme toch’, bedenk ik me, ‘Die vrouw was zo goed op weg om haar eigen typetje en stereotypen te doorprikken en komaf te maken met mijn vele vooroordelen. Maar in plaats daarvan heeft ze door haar dwaze actie(s) mijn beeld enkel en alleen nog maar versterkt.’ Maar wat maakt het die vrouw uit? Ze is mij toch al vergeten. Er zijn mensen die het zich enorm aantrekken hoe de rest van de wereld over hen denkt en er zijn mensen voor wie dat allemaal niets uitmaakt. Iets tussen deze twee uitersten lijkt me het gezondst en oprechtst vertoeven, maar ik vrees dat deze vrouw bij de ‘wat maakt het mij uit’-groep behoort. Het maakt haar niet uit hoe ik over haar denk… Ik gok dat ze nu alweer door het station slentert met een blik bier in haar ene hand en in haar andere, trillende hand een sigaretje. Of zou ze ook spuiten?15/04/2015

Simen
0 0

Denken Aan Morgen

        Denken aan morgen   Door Wout Tourwé     Ik word langzaam vooruit gerold, het piepende geluid van de wieltjes vult de gang. Het lijkt alsof alle kracht uit mijn spieren is verdwenen en ik kan enkel nog denken aan wat er mij te wachten staat aan het einde van de gang. Het was nog vroeg en de zon was nog niet gerezen dus de gang werd enkel verlicht met het felle kunstlicht waarvan mijn ogen gingen tranen, telkens als er een meter tussen mij en de deur verdween voelde het alsof ik werd geslagen met een metalen plaat tussen mijn ribben. Elke seconde heb ik het gevoel dat ik me nog nooit zo slecht heb gevoeld, tot ik me de volgende seconde weer slechter voel  dan de vorige.   Skriiiieeh … de rolstoel is tot stilstand gebracht  met een luid gepiep waarvan volgens mij iedereen in het ziekenhuis het tot in hun kamer kon horen. Ik moet opstaan uit mijn vervoermiddel maar faal en de dokter moet mij naar  binnen dragen. Ik zak helemaal weg in zijn sterke armen. Hij legt me neer op mijn buik, ik krijg koude rillingen over mijn rug, en het laatste wat ik voel, al liggend op de ijzeren operatietafel is de scherpe steek van de verdovingsnaald voor ik helemaal verdwijn van de wereld …   EEN DAG EERDER …   … Mijn ogen openen en voor me staat een dokter in een witte jas met een klembord te praten tegen een vrouw die mijn moeder blijkt te zijn. Zodra ze me ziet stormt ze op me af en neemt ze me in haar armen; ze staart naar me met een bedrukt gezicht en draait daarna haar hoofd naar de dokter die nog steeds in de kamer aanwezig is. Hij kijkt op zijn klembord en verteld me op een zo rustig mogelijke manier waarom ik hier in dit bed lig, hij begint met het feit dat ik al vaker problemen aan mijn rug  heb gehad, daarna gaat hij door over het feit dat …..   Ik ben al lang niet meer aan het volgen en in mijn gedachten sta ik op het punt om op een grote roze wolk de lucht te bestijgen steeds hoger en hoger, hoger en hoger. Tot  er plots één of iemand aan die wolk begon te trekken en me daarna neerhaalde met  één enkele zin, één  simpele zin, één.. niet meer of minder : We zullen je rug moeten opereren en als het slecht afloopt zal je je misschien nooit meer zelfstandig kunnen voortbewegen… Bij het horen van die woorden voelt het alsof mijn maag wordt gevuld met bakstenen en elke seconde dat ik erover na denk er een baksteen of tien wordt bij gegooid, mijn maag draait rondjes alsof hij een tol in versnelling probeert te imiteren. Mijn laatste maaltijd vindt dat niet prettig, verlaat mijn buik en komt daarna terecht op zowel de ziekenhuis vloer als op de dokter ik probeer me te verontschuldigen maar hij laat me weten dat hij het niet erg vindt. Hij zij niets, hij liet het me weten zonder woorden maar met zijn ogen.   Na mijn voorval van net voel ik me even beter maar daarna komt het gevoel van pijn en machteloosheid terug. De dokter verlaat de kamer nadat mijn avondmaal -dat besloot er uit te komen- was weggeruimd. Mijn moeder moest ook even weg ze ging haar spullen halen om te overnachten maar eerst bracht ze mijn vader het nieuws. Die was helemaal overdonderd maar dat snap ik ook wel, als je al twee jaar vertoefd in China met één of andere Thaise vrouw is het normaal dat je niet weet dat je énige dochter problemen heeft aan haar rug, denk ik toch …    De scheiding van mijn ouders was al vijf jaar geleden maar ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het viel als een bom op de familie; niemand had ook maar één simpelste idee waarom mijn moeder na 22 jaar van liefde en geluk zomaar in de boom smeet en ook niemand had dit kunnen voorzien want het was als een bliksem inslag bij heeldere hemel. In die periode keek ik echt naar mijn moeder met afzucht en haat, niet wetende dat de echte rede waarom ze mijn vader verstootte en zijn drie kinderen meenam was dat hij in het geheim al drie maanden aan het afspreken was met meerdere vrouwen.   Het schuldgevoel dat ik toen tegenover mijn moeder had was stapel hoog, weken lang durfde ik niet meer onder haar ogen te komen en hoe hoger het schuldgevoel tegenover mijn moeder werd des te harder ik mijn vader begon te haten. Na weken kom ik erachter dat mijn moeder, wetende dat mijn vader haar nog steeds bedroog met talrijke vrouwen, terug met hem begon te slapen omdat ze zich alleen voelde. Als mijn vader dan besluit om alles achter te laten en te verhuizen naar China slaan de stoppen bij mijn moeder door, wanneer ze ons op een dag afzet een het school zie ik haar aan het zebrapad wachten alsof ze iets aan het overwegen was, iets waar ze toch twee, drie of zelfs vier keer over na moest denken. Wanneer het licht groen wordt zet ze een stap ….   Daar stond ik dan als aan de grond genageld, mijn hoofd begon te draaien en ik zakte door mijn knieën. Dat was de eerste keer dat ik de ongelofelijke pijn in mijn rug voelde, gelukkig was er met mijn moeder niets. Na één nacht in het ziekenhuis mocht ze naar huis terugkeren; god zij dank dat ze vlak voor ze zichzelf iets kon aandoen werd gestopt door de enige persoon die ik tijdens die moeilijke scheidingsperiode nog vertrouwde; mijn schooljuf uit het vorige jaar: Juf Mieke. Zij was dan ook de eerste die hier door mijn deur kwam om mij te bezoeken. Altijd kon ik op haar vertrouwen en ik zei heel veel tegen haar bijna alles , zelfs nog meer dan tegen mijn eigen moeder.   Ze vroeg me of ik nog veel rugpijn had en het viel me op dat er wel een zekere pijn aanwezig was. Niet alleen dat valt me op, ook wordt de pijn in mijn rug steeds scherper en scherper, scherper en scherper tot de pijn mijn adem wegneemt en ik niets anders wil dan in huilen uitbarsten maar dat is hetgeen dat onmogelijk is want de pijn weerhoudt mij ervan te huilen. Niets dan lachen doe ik, lachen tot ik er letterlijk bij neerval. Alles wat ik uit mijn mond kan krijgen zijn de sinistere klanken die lijken op een luide lach die steeds harder en harder klinkt in de ziekenhuiskamer. Tot ik opeens een luidde kreet slaak en mijn hart even stil staat. In mijn oor klinkt alleen een hoge bieptoon en vlak voor mijn ogen sluiten wordt ik terug bij positieven gebracht door enkele verplegers, die door Mieke waren geroepen   . Ze kunnen me nog net van de afgrond naar de donkere dood redden, de oorzaak van de pijn, die mij bijna het leven ontnam, was één enkel buisje dat verkeerd lag, één enkel buisje, één nietig klein onnozel stom buisje. Wanneer je zoiets te horen krijgt wordt het wel duidelijk dat mijn leven echt aan een zijde draadje in een scharenfabriek hangt en dat deze situatie echt wel erg is. Mijn hoofd draait maar gelukkig niet zo als juist ik heb even de tijd nodig om alles op een rijtje te zetten maar des te meer ik erover na denk, des te meer dat ik wordt af geschrokken door het feit dat mijn leven net kon geëindigd zijn. Mijn oogleden worden steeds zwaarder en zwaarder tot ik hen niet meer kan dragen en in slaap val   Wanneer ik wakker wordt kijk ik versuft uit het raam, het was inmiddels al donker en als ik de wekker geloof is het half twaalf ’s nachts. Aan de andere kant van de kamer ligt mijn mam te slapen en naast mij ligt ik mr. Keizer, de knuffel waarmee ik elke nacht slaap al vijf jaar lang. Hij ligt vredig naast me, bijna té vredig, alsof hij weet dat er me iets dwars zit en dat hij probeert me te kalmeren. Aan de andere kant van de kamer ligt mijn leesboek, dat ik in de eerste plaats had meegenomen om de tijd te doden, aangezien er nu niets te doen valt en dat ik anders alleen maar aan morgen ga denken, besluit ik om met alle kracht die nog in me zit het boek te bemachtigen. Ik probeer uit mijn bed te kruipen maar kom terecht met mijn neus plat op de grond. Ik vind daarna de kracht niet meer om op te staan en zo val ik slaap .   De volgende dag maakt een verpleger me wakker en hijst hij me in een rolstoel die me staat op te wachten in de gang. Ik word langzaam vooruit gerold, het piepende geluid van de wieltjes vult de gang. Het lijkt alsof alle kracht uit mijn spieren is verdwenen en ik kan enkel nog denken aan wat er mij te wachten staat aan het einde van de gang. Het was nog vroeg en de zon was nog niet gerezen dus de gang werd enkel verlicht met het felle kunstlicht waarvan mijn ogen gingen tranen, telkens als er een meter tussen mij en de deur verdween voelde het alsof ik werd geslagen met een metalen plaat tussen mijn ribben. Elke seconde heb ik het gevoel dat ik me nog nooit zo slecht heb gevoeld, tot ik me de volgende seconde weer slechter voel  dan de vorige.   Skriiiieeh … de rolstoel is tot stilstand gebracht  met een luid gepiep waarvan volgens mij iedereen in het ziekenhuis het tot in hun kamer kon horen. Ik moet opstaan uit mijn vervoermiddel maar faal en de dokter moet mij naar  binnen dragen. Ik zak helemaal weg in zijn sterke armen. Hij legt me neer op mijn buik, ik krijg koude rillingen over mijn rug, en het laatste wat ik voel, al liggend op de ijzeren operatietafel is de scherpe steek van de verdovingsnaald voor ik helemaal verdwijn van de wereld …   Het laatste wat ik mij herinner is dat een fel licht in mijn ogen scheen en dat ik een raad kreeg toegefluisterd van wie het ook mag zijn :    Leef vandaag, Herinner gisteren En Denk aan morgen …

Wout Tourwé
0 0