Lezen

Breekpunt

Het robijn van je onvrijwillige tranen loopt langzaam langs het gebroken wit van het porselein, tevens onvrijwillig uit de kast verwijderd. Je adem stokt, de randen van de voorzichtige scheurtjes in je kledij zijn rood omringd. Een doorn, ontsnapt uit de gebroken vaas, doorboort je vinger. Je staart me doods aan, de kilte snijdt door me heen. Je kijkt niet naar me. Je kijkt door me. Het harnas dat je zo net belaagde, breekt. Ik stort op mijn knieën en barst in tranen uit. Het blijft ijzig stil aan jouw einde van de kamer. Mijn geschrei vult het hele huis, maar het is jouw zwijgen dat het in zijn greep heeft. Terwijl jouw ademhaling zich vermant, verliest de mijne al zijn rede. Ik zucht, kuch en hap. Jij snikt, kermt of snottert zelfs niet.   De stilte blijft, maar je verlamming lijkt voorbij. Met enige voorzichtigheid, grijp je naar de hoek van de tafel, terwijl je enkele glinsterende scherven, bezoedeld met pijn, geparfumeerd met een zachte Merlot, aan de kant veegt. Je trekt jezelf op en plaatst je geschaafde voet tussen het voorgerecht en waar ik mezelf verloor. Met een gebroken sereniteit begeef je jezelf naar de bron van een hele hoop miserie: ik.   Je legt je hand, getekend door een verleden van gelijkaardige diners, op mijn schouder en fluistert me toe: “Rustig maar, alles komt goed. Neem jij een borstel, dan zorg ik voor een dweil en emmer water?”   De volgende ochtend word je wakker naast jezelf, mijn deel onbeslapen. Het matras draagt de laatste sporen van gisterenavond, een rode vlek ter hoogte van je knie en enkele druppels traan op je hoofdkussen. Je hoort een deur stilletjes openen en met even veel behoedzaamheid weer in het slot vallen. Ik leg een bundel paperassen neer op de schijnbaar maagdelijke eettafel en vervolg mijn weg naar onze slaapkamer. Ondertussen stroomt er een zachte straal water langs de blauwe plekken op je borst voorbij de schaafwonden op je benen in het afvoerputje. Terwijl jij een kamer in het huis en een eeuwigheid in mijn gedachten verder jezelf afdroogt, neem ik uit onze gedeelde kast wat van mij is. Ik ga aarzelend door enkele van je kleren, twijfelend of ik een souvenir wil overhouden aan mijn misstappen of gewoon wil vergeten.   Op het moment dat jij schijnbaar maagdelijk in de woonkamer verschijnt, vind je een verzameling papieren van verscheidene soort: een grote bruine envelop; een bundeltje haastig samengebonden bladeren, krom gedraaid van de inkt; en een pakje briefgeld, een zoveelste verontschuldiging. Mij, mij zal je hier niet meer terug zien. Je zal me wel nog overal vinden, de kras op de salontafel, de weggevaagde verf achter dat kleine schilderijtje in de keuken, de deuken in de badkamervloer. Dit huis is getekend door jouw grenzeloze liefde en mijn minachting. Ik ben vertrokken. Verdwenen met de noorderzon, zoals men dat zegt. Maar ik zie je nog steeds voor me, hoe je in al je vreedzaamheid me omhelst, me troost, terwijl ik het ben die de slagen uitdeelt. Ik vernietig. Jij geneest. Ik weet dat je het zal redden zonder mij, want ik was de reden van je nood aan redding. Ik heb het je gegeven, ik hoop dat ik je verlos.   Voor het eerst in jaren zie ik tranen rollen over je wangen, ze rollen, ze tuiten, ze lopen, als een waterval. De hoop papieren van verscheidene soort lijkt te verdrinken in je verdriet, je pijn van verlossing. Je hebt altijd van me gehouden, me liefgehad al was ik een monster.   Zelfs toen... zelfs toen ik je haar ontnam. Je enige kans op ware, onvoorwaardelijke liefde ontnomen. 

Daan Janssens
1 0

FC Retie

Dit verhaal is er een van liefde. Liefde voor groepsverkrachting, prikkeldraad en worstenbroodjes. We spraken af in het centrum van Retie. Ik had mijn blauwe kousen aan, ze waren pas gewassen. Fuck the police, riep ik tegen mijn grootmoeder. Ze juichte met me mee, fluimde tegen de veel te imposante voordeur van het gemeentehuis. We hadden net een heel weekend Scrabble gespeeld, dat deden we altijd als er een nieuw kankergezwel ontdekt was. De dokters keken langs ons heen. Ze dachten aan hun nachtelijke escapades. Ze droomden van tepelklemmen en buttplugs. Ik zag hun grijns, hun zelfgenoegzame blik, hun opgetrokken neus. Wie waren wij om hun onverdeelde aandacht te verdienen. Wij, dorpelingen zonder doel. Wij hadden niets te betekenen hier, dit was ons territorium niet. Maar wacht als we thuis zijn. De Kutstraat in Retie is ons terrein. Mensen vragen er nederig onze toestemming om populieren te rooien, fietsen in het kanaal te gooien, honden te laten kakken op het voetbalveld van FC Retie. Daar, op het voetbalveld van FC Retie, heb ik jou voor het eerst ontmoet. Je werd lastiggevallen door twaalf supporters van KV Kilowatt. Het scheelde niet veel of je had het niet meer kunnen navertellen. Vliegensvlug sloeg ik de daders aan diggelen. Ze wisten niet wat hen overkwam, zo een flitsende kracht hadden ze nog nooit meegemaakt. Huilend om hun moeder kropen ze naar hun Mercedessen en hun Audi's. Ik tilde je op, streelde je haren, kuste je lippen. Ik wist dat het ongepast was, maar ik kon niet anders dan je lippen kussen en je borsten strelen. Er was een hogere kracht mee gemoeid. Je was van mij. Van mij alleen. Je was mijn territorium. Mijn eerste en mijn tweede helft. Ik gaf het fluitsignaal en trapte zelf de penalty binnen.

Maarten Verhelst
25 0

de varken spoot

Zet een hesp voor je raam vannacht. Pata negra als het even kan. Ik weet dat je vegetariër bent, maar alsjeblief, zet je fucking principes opzij. Schuif ze aan de kant. Negeer ze en eet mij op. Verslind me. Je hebt me nodig. Ik zit vol met ijzer. Vitamine B. Allerhande mineralen. Je zal er zo bleek niet meer uitzien. Je ogen zullen weer blinken. Laat mij ze nieuw leven inblazen. Ik zal heel diep inademen en je vuur een laatste keer aanwakkeren. De vlammen zullen zichtbaar zijn tot in de Kempen. Laat me nog één keer alleen. Ik heb nog iets af te maken. Nee, niet ons konijntje. Het huppelt te schattig. Het toont mij de weg naar grassprieten en savooikool. Ik haat savooikool. Maar zo tussen het gras en de savooikool huppelt ons konijntje verdomd schattig. Ik huppel haar achterna. Ik hoop dat we ooit een courgette zullen tegenkomen, maar diep vanbinnen weet ik beter. Ik streel haar achter de oren. Ze kraait van geluk. Misschien ligt het aan mij. Misschien ook niet. Misschien ligt het aan ons allebei. Of aan niemand. Stel je voor. Dat het gewoonweg aan niemand ligt. Dat geen enkele klerelijer er iets mee te maken heeft. Dat het gewoon moest gebeuren. Dat het sowieso zou gebeuren. Dat het altijd zou gebeurd zijn, in eender welk scenario. Dat alle mogelijke daden van alle mogelijke mensen in alle mogelijke generaties tot dat ene feit zouden geleid hebben. Dat het ergens in de Kempen zat te wachten tot het allerlaatste dominosteentje zou vallen. Wij zijn die laatste domino. Ik val op jou en jij op mij. Zo blijven we recht tot de morgen toe.

Maarten Verhelst
0 0

Ijs voor Elias

    Op weg naar de hel. Het is nog drie dagen rijden. Door het land van zure melk en valse honing. Eerst en eens en voor altijd zal ik ze achter me laten. Die verwarring terwijl ik weet dat aan de grens. Die er wel degelijk zal zijn. Niet geluld zal worden over fluohesjes boorddocumenten een EHBO-kistje. Dat niemand me onderweg zal bellen. Dat hoop ik.   Om de schoorsteen te vegen de brander te kuisen. Me een levensverzekering aan te smeren. Of ik wel tevreden ben met Proximus. Welke gsm. Welke krant. Wat voor een onzin. Waar ik woonde stak slechts een buis door de muur. In de aars van die gast. Van Ethias. Elias is de naam van de zwarte kat die ik deze keer per ongeluk doodrijd.   Sorry Elias. De Heer wilde een god humaan ik kijk wat voor een kop heeft die krant waarin ik gebroken. Glas vervoer. Samson is een man met kracht. Geen hond die studenten dolweg begeesterd op een Gents plein spreekt men van nostalgie. Ik zwijg. Over het verleden. Alles is fake. Behalve de grens. De wegwijzers zijn vals. Ik sta hier nu. Aan de oprit van een erf. Voor die ijzeren letters. Oost west thuis best.   Om mijn Mehari voor meer geld te kunnen verkopen aan de poorten van de hel ben ik de ganse weg achteruit gereden. Tot in mijn kindertijd. Of ik hier mag overnachten roep ik. Maar Boer Harms is er niet. Hij zit in een home waar men rustig wegkwijnen kan een koptelefoon scheef op de schedel. Maar niet met mij. Ik maak geen ommewegen meer. Ik ga slapen.   Hier en het hondenleven is een tapijt geworden en morgen. Dan wissel ik al mijn kommer tegen één komkommer. In Spanje. Waar Sinterklaas woont. Er een stier over de weg zal lopen in de buurt van Avutarda.   Avutarda-a-Labia in die randgemeente zullen kloten bengelen. De la vita. Zal ik die stier het leven temmen aan het pompstation aldaar zeggen dat ze de tank echt niet mogen volgooien. Dat het veel minder ver was dan ik dacht.   Dat het nog geen twee dagen rijden was. Dat ze mijn Mehari mogen houden. Neen. Ruilen. Voor die diepvries. Voor al die ijsjes. Omdat het daar. Zo warm kan zijn.         uit de reeks  'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
0 0
Tip

EX

Ze wilde uit eten, voor de laatste keer. En we moesten elkaar vertellen wat onze allermooiste herinnering was, alsof ze wilde inventariseren wat verloren ging.‘Jij eerst.’Natuurlijk, ik eerst. Ze had mijn stellende trap nodig om die te kunnen vergroten. Nee, te overtreffen. ‘Het is niet zo bijzonder.’‘Vertel nou maar.’‘Het gebeurde jaren geleden, nog voor wij elkaar kenden, toen ik nog in Groningen studeerde.’Haar gezicht betrok. Ze bedoelde: een herinnering uit de tijd dat we samen waren, maar ik deed alsof ik dat niet had begrepen.‘Ik was onderweg naar Amsterdam, over de Afsluitdijk. Er was verder geen verkeer. Een kraakheldere dag. De lucht was…’ - staalblauw wilde ik zeggen, maar dat klonk te plat - ‘als een pointillistisch schilderij. Miljoenen stipjes. Het water was rimpelloos. Er was niets te zien, alleen water en lucht.’Ze haalde opgelucht adem. Gelukkig, een saai verhaal. Haar vingers visten het suikerklontje van haar schoteltje, ze las de tekst op de verpakking: suiker, sucre, sugar. Meer talen konden er niet op. Ik wachtte tot ze weer opkeek.‘Ja, ga maar verder, ik luister wel.’‘Toen was daar ineens, uit het niets, een zwaan. Wit. Een enorm beest.’‘Op de Afsluitdijk? Was hij dood?’‘Nee, in de lucht. Ze vloog links van mij, heel statig, met kalme vleugelslagen.’‘Ze? Hoe weet je dat het een vrouwtjeszwaan was?’Ik negeerde haar vraag. ‘Ik keek opzij en precies op dat moment draaide de zwaan haar kop naar me toe. We keken elkaar aan. Ze keek recht in mijn ziel, zo voelde het.’Ze trok met haar mond en draaide haar hoofd weg, naar de parkeerplaats waar onze auto’s gebroederlijk in de regen stonden te wachten. Toen schokten haar schouders en liet ze het suikerklontje geërgerd vallen. ‘En toen?’‘Ze knikte naar me.’‘Ze knikte naar je? Een knikkende zwaan?’‘Ja.’ Ik keek onzeker naar de papieren placemat: op de foto zag de friet er krokanter uit dan hij was. ‘Alsof ze haar goedkeuring gaf.’‘Goedkeuring? Waarvoor?’‘Geen idee. Alles. Mijn leven.’Ze nam een slok uit haar lege kopje, trok een bitter gezicht. ‘Waarom heb je dit nooit eerder verteld?’Ik haalde mijn schouders op. ‘Zo bijzonder is het niet.’Als een drenkeling klampte ze zich vast aan mijn woorden. ‘Nee, zo bijzonder is het niet.’Daarna dreef ze voorgoed van me weg.

Grand Foulard
1135 1

DECADENTE VERVEELEPIDEMIE

Vraagt een Brits zoontje aan zijn mama: “Mama wie is mijn vader?” “Ach”,  zegt de moeder dan, “dat is totaal niet belangrijk, Magaluf.” Mama had tijdens één welbepaalde vakantie op Mallorca, ’s nachts onder de zuiderse sterrenhemel, brakend tussen de stoelen van de openlucht dancing, uitbundige seks. Daarna verdreef ik, op een onchristelijk vroeg ochtenduur, mijn kater met een potje ‘kerktrapneuken’ en op het heetste van de dag, op het strand tussen alle andere toeristen, trok de tiende copulerende landgenoot een gescheurde condoom van zijn Big Ben en liep al het vocht mijn zonnende poesje binnen. En mama had daarna echt geen zin meer om uit te ‘vogelen’ wie er knieschaafwonden op de kerktrappen opgelopen had of wie er met blaren op zijn wippende, getatoeëerd  achterste rondliep. Maar mama is heel tevreden met haar vakantiesouvenir, hoor Magaluf, alleen mag je later niet naar Mallorca op reis zonder mama!”. Nu moet je je voorstellen, dat je afgezien hebt van een vakantie op het party- eiland Ibiza en met het ganse gezin vakantie viert op Mallorca, in het plaatsje Magaluf.  In je hotel, juist naast je duurbetaalde hotelkamer, daveren de kamerwanden onder het lawaai van je Britse vakantieburen die “shaggen” als konijnen. De ene na de andere Union Jack, die zich superman waant, springt zich in laveloze toestand te pletter omdat hij van het ene terras naar het andere tracht te springen of vanaf zijn balkon poogt in het zwembad te duiken.  Je wandelt er met je koters van 6 en 8 langs de vloedlijn, als er zich plots een zwaaiende vleesperiscoop vanuit het zand opheft en onder Brits comazuipend applaus,er zich een bruin vakantiesletje laat op neerzakken. Leuk om aan je kroost nu het verhaaltje van de bijtjes en de bloempjes aanschouwelijk uit te leggen. Of dat je als gezinsuitje, met de kindertjes, wat lekkers gaat drinken of eten op een gezellig terrasje en dat daar juist een zuipende sloerie een tiental lallende macho’s oraal bevredigt in ruil voor de volgende consumptie. Wat is dat toch met die Britse feestvierende en seksueel uit de bol gaande vakantiejeugd? Heeft de verveelepidemie overal bij onze jeugd toegeslagen?  Ook hier barsten alle festivals uit hun voegen. Zonder drank en drugs kan men blijkbaar geen feest meer vieren. Van alle hoeken van de wereld werden de buitenlandse nitwitfinanciers en happy few elites per vliegtuig naar Tomorrowland -België gehaald. Terwijl onze jeugd klaagt dat ze in armoede afglijden, nu de uitkeringen van de schoolsubsidies verminderd worden, vinden ze toch blijkbaar zonder probleem genoeg geld om de gigantische festival entreegelden te betalen. Alle bekende en minder bekende Vlamingen, “would be” sport- kook- en andere vedetten kwamen pro deo, op het mega event, hun kop laten zien. Net zoals alle klagende omwonenden, door de festivalgangers azijnpissers genoemd, werden ook dit jaar de weergoden, op hun wolk heen en weer geschud en door het bass- lawaai uit hun slaap gehouden. Zij openden stante pede hun hemelsluizen boven de joelende en dansende meute. Net als het ballet van de stervende zwaan, fladderde de hossende massa met hun armen op en neer, gehuld in blauwe plastieken regenponcho’s op het ritme van de DJ bonk- muziek. 80.000  man met regenjassen en rubberlaarzen of gewoon half naakt, stampten drie nachten zeiknat in de modder.  Het moet allemaal kunnen, elke generatie heeft recht op zijn eigen ‘movement of change’ op zijn explosieve uitbarsting van vernieuwing of decadentie. 46 jaar geleden, hadden wij onze eigen Woodstock- festival ervaring. 400.000 hippies, beschilderd met vlinders en bloemen in het haar, op één festivalweide. Wij werden destijds hotemetoot van het snerpende gitaarspel van Jimi Hendrix en gingen uit de bol als Joan Baez, “we shall overcome” zong. Wij deelden, als langharige Christusfiguren en ‘make love not war’- verspreidende Maria Magdalena’s bloemen en drugs uit.  Nu betaalt men op Tomorrowland  met parels, letterlijk parels voor de zwijnen in het festivalslijk. Ach ook hier zullen er wel, in de festival- campingtentjes rampetampend kindjes gemaakt zijn. Als binnen 9 maanden een ongehuwde moeder een “Boompje” laat inschrijven in de geboorteregisters, dan lachen de ambtenaren zich schuddebuikend te barsten.  Ik ben er van overtuigd dat al deze feestgangers zich ook binnen 40 jaar te pletter zullen lachen, als ze de confronterende foto’s of selfies van zichzelf en hun carnavaleske verklede vrienden terugzien.   Sim,                   gestoord door het TML lawaai

Sim
73 0

DANSEN IN HET DONKER

DANSEN IN HET DONKER 22 NOVEMBER 2007 "Jij enorm stom klotezwijn !" Alsof zo'n arm beest er ook maar iets aan kon verhelpen dat de heiligste persoon in zijn armzalig bestaan, Peter 's ochtends achter zijn bureau had betrapt met een snor, waarin de laatste restjes bloemsuiker van een veel te groot uitgevallen donut, leek te zijn gewreven.  Het tweede lijntje coke, klaar om via het andere neusgat dezelfde gewenste richting te reizen, werd wild en zonder enig mededogen door Hare Heiligheid richting het lichtblauwe tapijt geblazen. Toen de deur van zijn werkkamer met een luide knal werd dicht geslagen door Jessie, bleef er enkel nog het trieste beeld van een man die op één hand en twee voeten, gewapend met een opgerold biljet van € 5,-, een paar gelukkig gevonden korreltjes coke opsnoof. Helaas waren deze vermengd met het onvermijdelijk aanwezige stof, wat achteloos weggeworpen neuskeutels en opgedroogde stront waarin Peter had getrapt tijdens zijn ochtendwandelingen in het bos, toen zijn gezondheid nog iets voor hem betekende. En terwijl hij zich met een vreemde mengeling van gelukzaligheid én schaamte naar Jessie begaf, inmiddels luid snikkend in de woonkamer van hun appartement, besefte Peter dat hij maar beter snel een aanvaardbare reden kon bedenken voor zijn veel minder aanvaardbare gedrag, wilde hij de rest van de dag - én, als het even kon, zijn 2e huwelijk - overleven. Op het moment dat Peter de living betrad, besefte hij echter meteen dat zelfs Rocky Balboa dit gevecht onmogelijk kon winnen. Nog steeds huilend zat Jessie achter haar gloednieuwe laptop (een geschenk van hemzelf aan zijn eigen godin, nota bene) reeds on-line verbonden met het in Peter's ogen zo gevaarlijke - en vooral : gevreesde - Self-Banking programma van hun financiële instelling. "En nu wil ik verdomme wel eens onmiddellijk van jou horen hoe het komt dat er in minder dan 10 dagen meer dan € 1000,- van onze rekening is opgenomen !" Het val niet te ontkennen dat zelfs Peter schrok van het aan wit poeder en ander lekkers gespendeerde bedrag. Maar verdomme, was het dan écht enkel en alleen zijn schuld ? Wie gaf er handenvol geld uit aan stijlvolle en sexy merkkledij ? Schoenen en laarzen in allerlei modellen, maar steeds even duur ? Kappers, manicure, beauty-centers ? Oké, de bijna onbetaalbare Lingerie van onder andere Agent Provocateur, La Fille D'O of Victoria's Secret zou hij niet vermelden, daar Peter die meestal zelf kocht voor zijn prinses en dat tot beider plezier. Want het dient gezegd : op haar 42e jaar had ze nog steeds het onweerstaanbare figuur sinds hun eerste ontmoeting, zowat 17 jaar eerder. En haar gelaat, gedomineerd door 2 ogen waar Bambi jaloers op zou zijn en een lach die ijsblokjes op 10 meter afstand binnen de 5 seconden deed smelten, maakte nog steeds alle leden van de orde der Lepidoptera springlevend in zijn buik...én zowat 15 cm lager. Maar inmiddels vuurde ze opnieuw een in curare gedrenkte pijl af...en trof alweer doel. "Is het voor dat soort rommel dat ik dagelijks op mijn rug ons geld moet verdienen ?" Peter staarde, dodelijk getroffen ditmaal, wezenloos naar de grond. Want hij mist maar al te goed dat haar nieuwe "carrière" hen het soort leven had geboden waarvan ze beiden steeds hadden gedroomd. En terwijl hijzelf toch ook genoot van een aantrekkelijk maandelijks inkomen, verdiende Jessie het veelvuldige ervan in amper 2 of 3 weken. Peter wist dat een snel én correct antwoord van hem verwacht werd, maar het zopas gebruikte narcotisch middel had de, onder normale omstandigheden, harde werkers in zijn brein, net even een break toegestaan. "Maar nee", stamelde hij, vol inspanning om de arbeiders in zijn hoofd opnieuw aan het werk te krijgen. "Het gaat hier écht niet om wat jij denkt, lieverd." Zulke zinnen, wist Peter, gaven hem de tijd om even na te denken en met een redelijk aanvaardbaar antwoord op de proppen te komen. "Ik koop pillen van een havenarbeider om af te vallen. Je wou toch dat ik enkele kilo's kwijt zou raken ? Ben je dan niet tevreden met het verschil van zowat 20 kilo en dat op zo'n korte termijn ? Alleen zit die vent momenteel zonder pillen en is het product enkel verkrijgbaar in poedervorm. " Nu was het inderdaad zo dat Peter bekend stond om zijn eerlijkheid en even, héél even, dacht hij - of liever : hoopte hij - met deze smoes weg te raken. "Manneke", begon Jessie, wat trouwens een heel slecht teken was, "ik zit al 2 jaar in deze branche en geloof me, ik herken cocaïne wanneer ik het zie." Nu was Jessie zelf zo 'clean' als een pasgeboren baby. De enkele trekken aan een sigaret met wiet hadden haar meestal tot een onbedaarlijk lachen gebracht en één keer was ze er zelfs van flauw gevallen. Daardoor had ze besloten verder volledig afstand te nemen van het roken ervan. Het overmatige gebruik van àlle bestaande hallucinogene middelen door haar collega's bij "Lady Di" ('The Best in Europe !'), hadden haar echter de nodige deskundigheid terzake bijgebracht. "Allez komaan zeg...dat geloof je toch zelf niet ? Ik aan de coke ? Het zijn gewoon pillen die ervoor zorgen dat ik minder eetlust heb. Bovendien zijn ze gemaakt uit natuurlijke producten. En ja, dat geef ik toe, ze zijn inderdaad niet goedkoop, maar ze hebben wél effect, niet ? Wil jij dan niet even fier zijn op mij als ik op jou wanneer we samen ergens heen gaan ? Ik wou gewoon terug de Peter worden die jij in 1990 hebt leren kennen, verdomme !" "Dat, Peter, ben je al lang niet meer !", luidde het afschuwelijke verdict na een liefdevol verbond van 17 jaar, waarvan 12 - blijkbaar vooral in Peter's ogen dan toch - gelukkig getrouwde jaren !    10 FEBRUARI 2011 Om de één of andere duistere reden, was donderdag nooit één van Peter's favoriete dagen geweest. Het verbaasde hem dan ook niet dat hij precies op die dag, huilend en bevend, met de immer geruststellende hand van zijn eerste vrouw, Yasmine, in de zijne, op een houten bank zat van een psychiatrische Spoedinterventie. Tijdens het wachten op het intake-gesprek, probeerde hij Yasmine zowat 6 maal te overtuigen huiswaarts te keren. Na elke kordate afwijzing, begaf Peter zich dan naar buiten om een zoveelste sigaret te roken. De depressieve luchtlagen waren buiten al even erg als binnen het gebouw. De eerste oogopslag van een zekere Els bij aanvang van het gesprek, in aanwezigheid van een dokter, diens jonge assistent en vanzelfsprekend Yasmine, sprak boekdelen. Tot Peter's grote wanhoop - en nog grotere angst - werd binnen een wel erg korte tijdspanne beslist hem op te nemen in de psychiatrische inrichting "De Nieuwe Ronde". Tot op die dag, was zijn enige confrontatie met een hospitaal het resultaat van een ontsteking aan de blindedarm, die er echter enkele minuten voor de geplande operatie, totaal de brui aan gaf, wat leidde tot verdere ontstekingen en een opname van 10 verschrikkelijke dagen. Meer dan wat dan ook, was het vooral de geur...de geur van zijn moeder die thuis kwam van haar werk als verpleegster...de geur van angst ! Helaas zou een operatie in dit specifieke geval geen soelaas bieden (of men moest nu al een trepanatie overwegen), daar Peter's psychische noden het gevolg waren van de veelvuldige verslavingen na Jessie's uiteindelijke vertrek op 1 februari 2008. "Mijnheer Van Genechten, u mag mij nu volgen !", een bevel dat door slechts weinig mensen zou worden genegeerd, gezien de gestalte van zijn eerste kennismaking met de staf van zijn afdeling in "De Nieuwe Ronde".  En man, wat had hij zin...een overweldigende zin in alcohol en drugs. Vreemd wat er allemaal door je hoofd kan spoken terwijl je gedienstig en stil een verpleegkundige volgt die je naar je 'nieuwe thuis' brengt...alvast voor de eerste 2 maanden. Stil betekende in dit geval wel : Peter's bijdrage tot het gesprek. Immers, op weg naar zijn afdeling, ratelde verpleegster Annie ("Zeg maar Annie, hoor") aan één stuk door. De snelheid waarmee ze de talrijke gangen door liep en Peter's hersenen die het nu wel helemaal lieten afweten (er was duidelijk een staking aan de gang onder de arbeiders), zorgden ervoor dat hij slechts enkele woorden kon opvangen. "3 dagen crisisopname", "observatie", "pyjama" (had hij niet eens) en vooral het veel gebruikte woord "verboden" passeerden zijn hoofd, terwijl Peter enkel oog had voor het enorme achterwerk dat Annie met zich meezeulde. Toen ze eindelijk de afdeling bereikt hadden, riep één van de arbeiders : "Vluchten !", die duidelijk een compromis zocht om de staking te beëindigen. In plaats daarvan volgde Peter Annie gedwee naar kamer 3, waar hij tot zijn ontzetting moest vaststellen dat er in de betreffende kamer 4 bedden aanwezig waren. Hij had - tot op dat moment - nog niemand anders gezien. "Het middagmaal wordt nu verdeeld", verklaarde Annie hem...en of hij zin had om... Peter brak de zin af : eten was écht wel het laatste waar hij nu aan dacht. Hij zag een bed, een nachtkastje en een kast. "In the army again", spookte het door zijn hoofd. Veel had Peter (nog) niet uit te pakken : Yasmine was bij hem thuis alle benodigdheden gaan halen en zou deze 's avonds komen afleveren. Dus kreeg hij een korte rondleiding van Annie die, zoals gevreesd, begon in de refter. "Je hebt geluk", begon Annie opnieuw aan een onmogelijk te volgen tempo waarop haar woorden een zin vormden. "Je bent de 28e patiënt en dat is het maximum aantal personen dat we op deze afdeling toelaten." Nu bestond 'geluk' in Peter's ogen niet écht uit 53 naar hem starende ogen (een patiënt was blind aan één oog), alsof hij per opzet hun lunch kwam verstoren. Even later volgden de keuken ("Zet je naam  op zelf gekochte producten, anders is iemand anders ermee weg", wat Peter niet meteen een 'veilig' gevoel gaf over zijn medepatiënten), de 2 televisiekamers, de douches, toiletten en eindelijk - tot zijn grote vreugde - een kleine kamer met 3 stoeltjes, waar op de deur stond geschreven : "Rookkamer". "En hier is het glazen huis", meldde Annie hem, alsof het een andere naam kon hebben. Het was een vierkante ruimte, pal in het midden van de gang van onze afdeling, die inderdaad volledig uit glas bestond. Daarin bevonden zich op dat moment 2 verpleegsters ("Begeleidsters is de juiste naam", verduidelijkte Annie) die druk met elkaar in gesprek waren. Van Annie kreeg Peter een vragenlijst (ongeveer 400 stuks !), die hij naar alle rust kon invullen, want zijn 'crisisopname' zou duren tot en met de week later op dinsdag...En inmiddels was het hem strikt verboden de gang te verlaten. Annie vroeg hem terug naar zijn kamer te gaan, want zo meteen zou één van de begeleidsters wat bloed komen aftappen. En dat bleek Kelly te zijn : een mooie, jonge blondine van zowat 25 jaar, die lachte alsof ze dat aftappen helemaal zag zitten. Peter voelde zich slap, eenzaam, angstig en depressief. Hij beefde als een riet en zag de nabije toekomst wel door een érg donkere zonnebril. Hij sleepte zich vooruit naar de keuken, nam een daar beschikbare beker en vulde die met de gratis te verkrijgen koffie. Daarna begaf hij zich naar het einde van de gang, waar enkele tot op de draad versleten fauteuils stonden aan het raam, met uitzicht op 2 café's. Wou hij dit écht wel ? Voor wie dan ? En waarom ? Hij vond dat hij al genoeg had gestreden in zijn leven en had menig veldslag gewonnen...maar het voelde aan alsof hij de oorlog zélf had verloren ! Hij bevond zich nu 2 uur in zijn nieuwe habitat (en vond dat al lang meer dan voldoende), toen hij opkeek en merkte dat er een ongeveer 40-jarige, leuk uitziende vrouw voor hem stond. Haar naam was Els en ze zat momenteel in de observatiegroep, die 2 weken in beslag nam. "Waar heb jij die beker vandaan ?", waren de eerste woorden van een patiënt tegen Peter...Hij zou ze nooit meer vergeten. "Euh, uit de keuken" stamelde hij ietwat onrustig. Dat was tot enkele dagen geleden wel anders geweest, toen hij zich vol vertrouwen door het leven begaf, met de nodige drank en genotsmiddelen aan zijn zijde. "Dan heb je precies 5 minuten om die koffie op te drinken, de beker af te wassen en opnieuw op zijn plaats te zetten in de keuken, want dat is dus wel de mijne, begrepen ?" Zonder zich nog verder van iets aan te trekken, draaide ze zich om en liep opnieuw de gang in, weg van Peter. Maar niet zonder voor alle duidelijkheid nog eenmaal met haar rug naar hem gekeerd te herhalen "5 minuten, oké ?". En weg was ze. Iets verder op de gang had een andere patiënt (later bleek dat hij Danny heette), hen klaarblijkelijk geobserveerd. Van waar hij stond, riep hij een zin die Peter zich de komende maanden nog vaak zou herinneren : "Enkel de moedigen overleven hier, maat...Enkel de moedigen !" Peter keek hem even aan : een wat zwerfachtig type met onverzorgd grijs haar en gekleed in kledij die Peter in zijn eerdere leven ‘lompen’ zou hebben genoemd. Hij keek ook even naar zijn lach, of wat ervoor door moest gaan…een gebit waar menig tandarts met plezier aan het werk zou willen gaan ! De man bleef hem aanstaren en bewoog verder niet. Peter vroeg hem dan maar : “En de anderen dan ?”. Tot Peter’s groot ongenoegen werd de glimlach nog groter, net zoals het duidelijk gebrek aan tanden. “Dat”, antwoordde de man, “zijn enkel verloren zwijnen” !   31 DECEMBER 2014 Het volledige verblijf in "De Nieuwe Ronde", herinnerde Peter zich, had in totaal bijna 6 maanden in beslag genomen. En eerlijk : tot vandaag had hij sinds zijn opname, bijna 4 jaar geleden, geen druppel meer gedronken, geen joint gerookt, geen coke gesnoven, geen shot gezet. Maar ondanks de vele therapieën, gesprekken met dokters, psychologen of psychiaters, hadden ze hem niet kunnen bevrijden van de geest van Jessie, die nog dagelijks door zijn hoofd spookte. Hij had de confrontatie opnieuw moeten aangaan, maar nu zonder 'hulpmiddelen', en dat viel hem zwaar...té zwaar ! Ze was hem niet één keer komen bezoeken in "De Nieuwe Ronde" en nu bleek ze sinds afgelopen oktober opnieuw getrouwd – getrouwd godverdomme ! - te zijn met een zekere Ben. Het was koud in het appartement op de 6e verdieping. Buiten was het op dit uur (23.30 u.) slechts 3° Celcius en Peter's raam van de woonkamer stond wijd open. Het appartement was helemaal leeg. Dat moest wel, want één dag later, op 1 januari was hij verplicht de sleutels ervan te overhandigen aan de nieuwe eigenaars. Toch zouden ze de laatste 4 dingen nog zelf moeten verwijderen : de kerstboom, het zopas uitgelezen "1Q84" van Haruki Murakami en de 2 lege flessen Glenfiddich (hoewel de tweede nu nog maar voor een kwart leeg was). Zijn gedachten fladderden rond, alsof de arbeiders niet wisten waar ze momenteel het beste aanwezig konden zijn. Hij dacht aan zijn medepatiënten van Groep A, geheel bestemd voor de zwaarste gevallen, maar waar men nog hoop heeft op beterschap wegens weinig of geen hersenbeschadiging. Ze waren met zijn vijven geweest. Els en Ruben waren inmiddels terug opgenomen geweest en Karel en Wim zelfs overleden aan een overdosis. Dat maakte van Peter de enige volhouder. Prima, dacht hij, en wat is nu de meerwaarde ? Waar zijn nu de vrienden ? De beloofde 2e kans ? De heropstanding ? Ach, vriendschap… Wie zong ook alweer : ‘één keer trek je de conclusie, vriendschap is een illusie” ? Vrienden…mensen die weten dat je vanavond alleen bent, maar er zich geen kloten van aantrekken. Hey komaan, iemand zin vanavond in een trieste alleenstaande ? Don’t think so ! Let’s party, boys and girls ! Natuurlijk…nog grappiger is familie ! Peter zei ‘grappiger’, maar bedoelde het natuurlijk sarcastisch ! Zijn broer was een bezopen portier – of zoiets – die zijn ogen amper nog half open kreeg en zijn vader was zowat een jaar geleden overleden. En het ergste : de vent was echt niet van de kwaadste, maar ook hem had Peter bij zijn overlijden al zowat 20 jaar niet meer gezien. En eerlijk : hij kende zijn vader niet eens ! De man had van ’s ochtends tot ’s avonds gewerkt en ook in het weekend was hij niet beschikbaar voor uitstapjes of trips, naar waar dan ook. Peter had dan ook de begrafenis aan zich voorbij laten gaan. Al was het maar om ‘haar’ te ontwijken. ‘Zij’, die er alles aan had gedaan om zijn leven te verwoesten. ‘Zij’, die niet eens een tweede kind wou ! En als het er toch zou komen, moest het echt wel een meisje zijn. Maar hoe onvoorbereid kwam Peter ter wereld : hij was niet alleen ongewenst als tweede geboren kind, maar had dan ook nog de pretentie deze klotewereld in te stappen met alweer een piemel ! Het leed geen twijfel : dit had hij per opzet gedaan…en hij zou het weten ook ! En man…Peter had het geweten ! Op zijn 17e had hij met zijn familie gebroken om zijn dienstplicht te volbrengen. Vanaf dan was het allemaal snel gegaan : Danni, zjn eerste (Joodse) vriendinnetje die al vlug moest kiezen tussen hem of haar geloof, Yasmine, die het na een tiental jaar voor bekeken hield en ten slotte Jessie, waarvan hij had gedacht (gehoopt ?) dat hij eindelijk iemand had gevonden om samen oud mee te worden (Jessie antwoordde altijd op zulk moment : “Ja, da’s lekker makkelijk ...Jij bent al oud !”). Maar de geschiedenis herhaalt zich altijd, nietwaar ? Na zijn eigen ouders èn die van Yasmine, was het nu de beurt aan Jessie’s ouders om hem te haten. Jessie was immers reeds 3 jaar getrouwd geweest, wat hun de nodige investeringen had gekost ! Maar er was geen speld tussen te krijgen : toen onze blikken elkaar voor de eerste keer wisselden in een café in Antwerpen, sloeg de vlam meteen over : liefde op eerste zicht bestaat !! Trouwens, even terzijde, ook op laatste zicht ! En ze hadden beiden een goedbetaalde job, waardoor ze soms zelfs in de dag met elkaar werden geconfronteerd ! En toen sloeg het noodlot (nog maar eens) toe : de firma waarvoor Jessie werkte werd overgenomen door een Duits bedrijf en een hoop mensen, waaronder zijzelf, werden ontslagen. En toen kwam het telefoontje dat Peter nooit meer zou vergeten : een vriendin van Jessie werkte als ‘call-girl’ bij ‘Lady Di’ en verdiende een klein fortuin. De vraag liet niet lang op zich wachten : ze had reeds een foto van Jessie laten zien en de Lady’s interesse was gewekt. En toen de bedragen op tafel kwamen : die van Peter en Jessie ook ! Er gingen dagen en nachten van praten aan vooraf…pro’s en contra’s…wan’ts en don’ts…can’s en can’ts… Maar hoewel Peter zijn twijfels bleef hebben, wist hij dat Jessie haar beslissing reeds had genomen. “Wat maakt het nu uit of je je hersenen een hele dag ter beschikking houdt van een baas die toch nooit tevreden is en je onderbetaalt, of je lichaam voor iemand die nooit klaagt en véél meer geld binnen brengt ?” Waardoor liet Peter zich leiden ? De wens van Jessie ? Het geld ? En hij kon niet anders dan  toegeven : het geld stroomde binnen ! En de afspraken werden perfect nageleefd : niets zonder condoom, wat wel en/of niet was afgesproken tussen hen beiden, de werkuren, enzovoort. Wat echter nooit in hun plannen had gestaan, was de zich opdringende klant – ‘getrouwd, maar mijn vrouw begrijpt me niet’ – die iets meer van Jessie nam dan enkel haar lichaam…ook haar gedachten, haar lach, haar verliefdheid…haarzelf ! De hoerenloper, de ‘wandelaar’, waaraan Peter haar tenslotte toch verloor ! Wat precies de toestand teweeg had gebracht waarin hij zich nu bevond ! Natuurlijk kon hij haar niet echt verantwoordelijk houden voor zijn drank- en drugprobleem dat daarop was gevolgd, ook al was hun scheiding het begin van de grootste ellende die Peter ooit in de ogen had gekeken ! Bij zijn thuiskomst lagen de rekeningen, herinneringen, brieven van advocaten en notarissen op hem te wachten. Met behulp van Yasmine en zijn eigen notaris had hij het appartement, dat hem zo dierbaar was, verkocht. Jessie had natuurlijk recht op de helft, en met de rest betaalde hij netjes alle rekeningen die nog open stonden. Daarna bleef er niet veel over, maar hij wou en kon niemand met zijn schulden opzadelen. Peter herinnerde zich een liedje van lang geleden : "Echte mannen huilen niet, ze stikken in hun stil verdriet !". En zowel huilen als stikken...verdomme : hij deed het elke dag opnieuw. Vragen die hij Jessie na haar vertrek nooit had gesteld, kwamen nu opnieuw boven als dolfijnen voor lucht. Wanneer was haar liefde veranderd in genegenheid ? Op welk moment werd het zelfs onverschilligheid of woede ? Elke "Ik goud van jou", Peter's speciale manier om zijn liefde te uiten, was gemeend geweest. Zelfs de laatste dag, toen ze gepakt en gezakt klaar stond om te vertrekken. Maar het bekende "Ik ook van jou" had plaats gemaakt voor "Ik weet het". Waren haar lieve woorden daarvoor reeds met bittere gal aan elkaar gekleefde woorden geweest ? Waren Peter's "rupsen", die zich hadden ontpopt tot prachtige vlinders met levenslange garantie, bij haar nooit meer geweest dan een kermisattractie met dezelfde naam ? Wanneer begint "Liefde" ? Bij een eerste met glinsterende ogen uitgewisselde blik ? Bij een eerste kus ? De eerste seksuele ervaring ? De eerste scheet die je durft laten in haar omgeving, nadat alle soorten lichaamssappen reeds waren gevoeld, geproefd, uitgewisseld ? En vooral...wanneer eindigt ze ? Bij Peter was inmiddels tevens een zwaar geval van 'Borderline' vastgesteld en sinds februari 2012 was hij officieel 'invalide'. De ooit zo grote strijder kon zich zijn laatste overwinning niet meer herinneren. Want tenslotte, waren zijn strijd en overwinning op Koning Drug en Keizer Drank écht zo belangrijk geweest ? De enige 'ons' die voor hem nog bestond, was die in het woord 'ons-tabiel' ! Misschien was hij beter het 'enorm stom klotezwijn' van 7 jaar eerder gebleven. Nu was hij een eenzaat...een verloren zwijn, klaar voor de slacht. Ooit was Springsteen's 'The Rising' een metafoor geweest voor zijn eigen queeste...nu kon het zich niet verder van zijn leven bevinden als ooit ervoor. De parels waren ooit voor het zwijn in hem neergelegd. Hij had ze verwaarloosd en gezocht naar truffels. En nu ? Hij zou nooit meer bij iemand thuis komen voor het finale donker. Dat was trouwens niet eens iets van zijn grootste zorgen ! De dagen als ’invalide’ raakte hij wel – met moeite – door…Haar gemis, vooral ’s avonds en ‘s nachts, helemaal niet ! En ach, was deze avond belangrijker dan de anderen ?  Hoogstwaarschijnlijk niet…maar Peter wist hoeveel fantastische oudejaarsavonden hij met haar had doorgebracht ! Hun leven samen was één lange, fantastische reis geweest…en dit was de eindhalte ! Hij nam de zoveelste slok uit de bijna lege, tweede fles whisky en begon zachtjes te huilen. Hij haalde zijn GSM uit zijn achterzak en bekeek voor een laatste keer alle foto’s van haar die hij erop had gezet ! Peter kon zijn tranen niet bedwingen : hij wist dat het zijn allerlaatste waren ! 23.55 u. Peter bedacht dat niet de alcohol of de drugs hem ten onder hadden gebracht : de verslaving aan Jessie's liefde zou hem tenslotte het leven kosten. En morgen zouden ze komen : de nieuwe eigenaars, de veroveraars, de indringers, schaamteloos beslag leggend op zijn laatste bezit vol mooie herinneringen. Maar alleen zouden ze nooit zijn. Want, zo bedacht Peter terwijl hij de laatste druppels van zijn fles nam, vrees niet, toekomstige bewoners : er is hier plaats voor nieuwe gezinnen, hechte familieleden, goede vrienden en brave huisdieren...zolang jullie maar een klein plaatsje voorbehouden voor één klein, weliswaar onzichtbaar, verloren zwijntje. Dus dult mijn aanwezigheid. Heb geduld met mij : ooit zal ik volledig uit jullie leven verdwijnen, maar laat me inmiddels, zonder jullie – hopelijk - gelukkige leven op één enkel moment te verstoren, nog even blijven op de enige plaats die ik ooit ‘thuis’ heb kunnen noemen ! Peter trok de stekker van de lampjes uit om de kerstboom, net zoals zichzelf, in het donker te hullen, keek nog even of de huissleutels op de buitenkant van de deur zaten en wandelde door de woonkamer via het open raam naar zijn terras op de 6e verdieping.  

Paul Smeyers
7 1

Take me out tonight

Take me out, tonight. Anywhere, you don’t care? Anywhere, I don’t care, I don’t care, I don't care..   Hij stapte in zijn auto en nam me mee. Ik staarde slechts naar het vervormde effect van de straatlichten in de racende regendruppels op de voorruit. Naar het schaarse groen, dat nu wel zwart leek.  Naar de lelijke huizen met licht achter de gesloten gordijnen. Naar de levende steden en de stille snelwegen. Zwijgen in de auto is een zaligheid. En het hoeft niet altijd duidelijk te zijn waarheen we gaan, want rijden is de rust. Kinderen houden er ook van rondgereden te worden en diep vanbinnen wil ik jong zijn, wil ik zo graag kind zijn.   Ze zweeg toen ze naast me in mijn gammele auto zat. De slecht sluitende achterdeuren zorgden voor een zoemend lawaai. Ze keek voor zich uit en wanneer ik vanuit mijn ooghoeken naar haar loerde, zag ik haar irissen van links naar rechts schieten. Ik zag het diffuse licht in haar grijze ogen weerspiegelen en ik keek weer naar de weg en liet haar begaan. Ik denk niet dat ze triest was. Ik geloof dat zij gewoon van stilte houdt, de spanning van het niet-spreken. Waar reed ik naartoe? Bij iedere splitsing deed ik een mentale kop of munt. Anywhere.   Ik hoopte maar dat hij het niet ongemakkelijk vond, maar hij zag er best ontspannen uit. Soms merkte ik dat hij vanuit zijn ooghoeken naar me keek, als het ware om te checken of ik niet door de stilte was verzwolgen. In drukke café’s konden we zo enkele minuten bij elkaar staan. Zwijgend, nippend aan onze pint, glimlachend. Om dan ongemakkelijk te scheiden en hyperspontaan elk onze vrienden te vervoegen. Op café zwijgt men niet.   Ik reed naar een mooie stad en stopte aan een rustige kroeg. Ze keek me aan en glimlachte en we gingen naar binnen en dronken een glas of drie. De stiltespanning veranderde in een woordengolf. Geen hoge golf diep in de zee, maar een uitgerokken overblijfsel daarvan, dat haar rust vindt tegen een mensenvoet op het strand. We praatten over hoe het leven ons te pakken had.   Mijn benen tintelden toen ik terug naar de auto liep. De radio ging zachtjes aan. We neurieden beiden een liedje mee. Hij zette me thuis af en ik gaf hem een kus op de wang, waarbij hij zich naar me toe boog en zijn linkerhand niet van zijn stuur haalde en zijn ogen amper van de weg. Alsof er op dit uur, op deze plaats, plots een file zou ontstaan, of een andere auto op ons zou inbeuken. Ik ging naar binnen en dacht dagenlang aan niets anders.   Ik zag nog net het licht aangaan op de eerste verdieping toen ik haar straat uitreed. There is a light that never goes out.  

cielien
3 0

United Cowboys (slot)

    De twaalf maanden van mijn contract zijn verder zonder noemenswaardige problemen voorbijgegaan. Snotsio en Syfilips kregen hun producten op tijd en er is geen koe in de gracht gesukkeld. Mijn taken in Myjava werden er overgenomen door een Slovaak, die voor aanzienlijk minder geld werkte en Benjamin werd gepromoveerd tot 'plant manager'. Ik keerde terug naar België, en de sprookjesachtige lippen van Florence waren krampachtig op elkaar gebleven toen ik op de nieuwjaarsreceptie geprobeerd had om haar, tussen twee slokken champagne door, eens beestig goed te zoenen.   Ik ben dan nog een tijd de chauffeur van Florian geweest, maar ik hoorde aan de frustatie in zijn stem dat het tij aan het keren was. Snotsio zat in slechte papieren en 'de Chinezen' waren nog veel goedkoper dan de Oost-Europeanen.   Florians imperium leek al over zijn hoogtepunt heen te zijn. Gelukkig was het een tijd van vele beursintroducties. Florian moet gedacht hebben "met alle Chinezen maar niet met den dezen" en United Cowboys International N.V. trok, nu het nog niet te laat was, naar de beurs. Florian passeerde zo nog eens ferm langs de kassa en hij trok zich een jaar later, toen de omzet een duik nam, terug als bestuurder van de vennootschap. Ook voor Roeland was er daarna geen werk meer bij United Cowboys.   Het concern werd een wegkwijnend gedrocht waar Florence desalniettemin aan de slag was kunnen blijven. Roeland had nog gesolliciteerd bij de aanpalende houthandel, om zo dicht mogelijk bij haar te kunnen zijn, maar die sollicitatie was nogal bizar afgelopen. "Dat ze hem wel herkend hadden, van op de camerabeelden." Roeland in hun magazijn, poedelnaakt, met voor zijn kruis een overrijpe pompoen; in de schil was een gleuf gemaakt.   Gelukkig had Florence hem de parking van de houthandel zien oprijden en ze was de toonzaal van Woodbrol bvba binnengelopen. Ze wilde hem nog de overuren van zijn laatste week uitbetalen, was op de gang blijven staan en had het ganse verhaal aanhoord.   "Dat ze hem kende," zei ze tegen de eigenaar van de houthandel, "dat Roeland een jongen met problemen was, die door een psychische aandoening waanideeën had, dat dit de reden was waarom hij op zijn cv firma’s als Syfilips en Lulding vermeldde" en ze verzocht hem om geen klacht neer te leggen tegen Roeland voor dat gedoe in het magazijn.   Een jaar later heeft Florence Nachtegaele op een Halloweenfeestje een Cubaan ontmoet en is op 11 september 2004 met hem getrouwd.   Met mij gaat het nu beter. Dankzij Florence en dankzij dr. Thomas Fraeyman ben ik nooit in een instelling beland. Ik werk nu part-time in een Kringwinkel en ik schrijf verhalen. Deel van de therapie. Maar U gelooft deze verhalen beter niet. Best geen sikkepit ervan.           Syfilips, Lulding en pompoenen laatste deel van het documentaire kortverhaal 'United Cowboys' uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

3 Teksten Karin van Hees

Het optimaal inzetten van Twitter tijdens events Zakelijke events, zoals handelsbeurzen, conferenties en vergaderingen, zijn de perfecte mogelijkheid voor bedrijven en professionelen om elkaar in realtime te spreken. Het is ook een ideaal moment om je doelpubliek op Twitter aan te spreken. Gebruik een hashtag die specifiek is voor het event om deel te nemen aan het gesprek en om het aan te sturen.   Even bij de buren kijken; België en Nederland zijn anders dat weten we al… Twitter en Sociale media staat al iets verder in Nederland, denk maar aan de weg signalisatie die in Nederland Whatsapp verbiedt tijdens het rijden. In Nederland is Twitter al zwaar ingeburgerd in het event leven, hashtags, Twitter handles, Vines vliegen je daar bij elk event om je oren.   Twitter staat niet meer in de kinderschoenen: Twitter staat in België niet meer in de kinderschoenen, maar ook niet veel verder. Op de meeste events waar ik kom twitter ik erop los (Twitterhandle:@karinvanhees) alleen merk ik vaak op dat ik, samen met misschien 1 of 2 anderen, de enigste ben wat op een tijdje ook begint te vervelen. Event organisaties zijn meestal tevreden met het vrijgeven dan de wifi code en de hashtag… maar werkt het zo wel. Haal jij het meeste uit je sociale media die dag?   De meerwaarde van Twitter tijdens een event.  Zoek en vindt de meerwaarde van Twitter op je event:   Interactie tussen het publiek en de spreker. Zo heb je op een event je sprekers die hun zegje doen vooraan in de klas, zo kan je als event coördinator Twitter gebruiken om interactie te maken tussen de spreker en de zaal. Twitter zeker met een moderator kan prima ingezet worden om vragen te ontvangen van het publiek. Laten we eerlijk zijn wij belgen zijn een schuchter volkje dus vragen stellen met een hoop mensen in de zaal ligt niet altijd voor de hand. Via Twitter kan je rustig vanop je smartphone meepraten over het event en mogelijke vragen worden beantwoordt wat ook alweer een bonus is;   Netwerken Dus aan de ene kant kan je vragen stellen en aan de andere kant is het ook een mogelijkheid om te netwerken. In Nederland is het mij al vaker voorgevallen dat ik een bepaalde vraag stel en dat er vanuit de zaal feedback komt op mijn tweet met de vraag om de discussie verder te zetten offline tijdens de pauze. Dit zijn heus geen pick-up line puur we hebben dezelfde mening of we hebben hier een kans om de discussie verder te zetten, laten we gedachten uitwisselen en misschien zien we wel een kans om samen te werken.   Feedback/reclame naar de sprekers toe De sprekers zijn meestal niet de minste die daar even een wijde uiteenzetting komen geven over hun expertise. Met hun in discussie treden is niet altijd opportuun, maar via Twitter kan je feedback geven of bevestiging van de spreker zijn woorden. Natuurlijk moet je er dan wel van uitgaan dat hij of zij op Twitter zit, dat je de Twitter handle van de spreker gemakkelijk kan terugvinden en dat deze monitort tijdens het event. Quotes highlighten die je echt wel goed genoeg vindt om te verspreiden naar je volgens en discussiepunten of punten waarin jouw mening niet dezelfde is mogen ook op je Twitter feed gesmeten worden om de discussie online verder te zetten en open te trekken.   Praktische vragen, suggestie, promotie voor de organisatie Naar organisatie toe, vragen, input, suggestie, reclame, trending, wat je maar wilt, met enkel het promoten van de hashtags kom je er niet. Zet tijdens het event een kleine twitterwall op waarop je de hashtag feed laat verschijnen via een livewall kan je dit relatief goedkoop in orde brengen maar wat je ook doet investeer in een moderator en geef die persoon ook een podium op je event als is het maar dat hij de gastheer of de spreker vragen influistert van het publiek en op praktische online vragen reageert. Mensen zijn nog een beetje onwennig over dit live getwitter maar eenmaal dat ze merken dat er naar hun feedback geluisterd wordt, hun vragen een antwoordt krijgt en ze hun netwerk uitbreiden op dat moment ben je als organisatie punten aan het scoren en geef je je publiek meerwaarde aan het event. Zeker als je event trending wordt of je krijgt wat meer ruchtbaarheid online zal je event ook online gevolgd worden en heb je er ineens een heel stel ambassadors bij die maar al te graag reclame maken over je event en bij een volgende editie zal je al makkelijker de tickets de deur uit zien vliegen.   Hoe kan je Twitter optimaal inzetten tijdens je volgend event? Mits het juist instellen van Twitter voor je event met duidelijke hashtag, lijst met belangrijke Twitter handles (event organisatie, sprekers,…) en de juiste aanwending van een fulltime moderator kan Twitter een meerwaarde zijn voor je event. Jij en je gasten krijgen een unieke kans om hun netwerk te vergroten en de positieve buzz (of misschien wordt je event zelfs trending) geeft een meerwaarde aan jouw event. Je weet wat je te doen staat! Heb je nog meer suggesties of en je onlangs een leuk event tegengekomen met een unieke inzet van Twitter, laat het me weten. via @karinvanhees   De ‘lelijke’ waarheid over Gamification Laten we niet om de pot draaien, we worden allemaal dagelijks gemanipuleerd. Al dan niet bewust zijn er hogere machten aan het werk om ons gedrag in de gewenste banen te leiden. …en de naam van dit spel is Gamification. Gamification, voor zei die het niet kennen, is een strategie die elementen en technieken uit de gaming wereld toepast in een niet-spel context om een bepaald doelgedrag en engagement te bereiken. Heel kort door de bocht kan je zeggen dat het een manier is om je doel te bereiken door er een spel van te maken. We starten jong! Kinderen leren al van een jonge leeftijd dat goed gedrag leidt tot beloningen en meer aandacht van de ouders. Basis Gamification technieken hebben als doel onze natuurlijke drang naar competitie, status, zelf expressie, voldoening en behoren-tot-een-groepsgevoel aan te spreken. Het belonen van taken, doelstellingen Een competitie maken van het bereiken van gestelde doelstellingen Taken in een spelvorm gieten. Deze technieken kan je doortrekken naar alle aspecten van ons leven. Leren verloopt nu eenmaal een stuk gemakkelijker als je er een spel element aan kleeft.Neem nu flight simulator, perfect om piloten mee op te leiden en gaat het al eens mis lopen er geen mensen levens in gevaar. Hetzelfde kan gezegd worden voor chirurgen, die houden hun technieken up-to-date met software als Pulse,… Op het vlak van fitness is gamification een schot in de roos. Door het constant in gang houden van de cyclus Motivatie-Actie-Feedback ontstaat er een constante drive om het lopen, het fietsen, etc.. vol te houden. Social media speelt een belangrijke rol in het versterken van de gamification technieken. Social Media is het perfecte scorebord, waarop mensen hun ervaringen of prestaties kunnen delen, vergelijken en mogelijk in competitie kunnen gaan. Op deze manier verloopt het opbouwen van een community of engagement met merken, waar de marketing boys & girls zo hard op hameren, ogenschijnlijk vanzelf. Denk maar aan merken als Apple die enorm teren op hun community.   Gamification onderscheidt 4 types: De killers: winning is everything! de sociale vlinders; meedoen is belangrijker dan winnen. Het sociale groepsgevoel primeert de ondernemers; zien een doel en gaan erop af! de verkenners: zoeken naar nieuwe ervaringen, de pioniers, de bèta testers.   Social Media geeft ieder van deze types een platform om hun prestaties te delen en zo hun bereikte doel te versterken door dit te delen met hun/de community. Wanneer was de laatste keer dat jij een sportprestatie gepost hebt, of waar heb jij het laatst ingecheckt op Foursquare met de hoop een of andere badge of perk te verkrijgen? Deed je onlangs mee met een Facebook of IG competitie door het delen van een bepaalde boodschap of foto met al je vrienden? Sta er eens bij stil, tel het eens op en laat het me weten. Misschien wacht er wel een beloning voor diegene die me het meeste “spel” voorbeelden op 1 dag kan leveren? #gamification!   Online video marketing tips: Optimaliseren van je YouTube kanaal   In sociale media marketing kom je al gauw YouTube tegen als één van de sterkste kanalen om in uit te blinken. Naast Google is YouTube uitgegroeid tot de grootste zoekmachine ter wereld. Met een miljard gebruikers is het een ideaal platform voor merken om zichzelf te profileren. De inkomsten die YouTube binnenhaalt met advertenties stijgen dan ook jaar na jaar. Toch is het geen eenvoudig medium om direct in uit te blinken. Daarom een paar online video marketing tips: Installeer je eigen YouTube kanaal Login en maak je eigen kanaal. De eerste stappen zijn gezet, maar vergeet je kanaal niet te voorzien van een avatar en wat channel art of een achterliggende foto. Bij deze foto moet je wel rekening houden dat de meerderheid van gebruikers mobiel kijkt, zet dus belangrijke info in het midden. Ben je geen ontwerp guru kan je altijd gebruik maken van het heerlijke Canva om je ontwerpen gemakkelijk te maken.   Optimaliseer je kanaal: Bouw een stevige omschrijving, schuw hier zeker niet weg van je SEO keywoorden en werk aan een uitnodigende, correct omschrijvende tekst. In een paar zinnen laten weten wie je bent, waar je kanaal voor staat en ook nog mensen triggeren is waarom copywriters zo populair zijn :-). Vergeet ook niet je website en je sociale media kanalen met je YouTube kanaal te linken, ze verschijnen dan mee in het achtergrond foto rechts onder en zijn aanklikbaar. (Maak hier wel niet de fout om een connectie met je sociale media op te zetten dat telkens jij dit post, dit op Facebook of Twitter wordt gemeld. Irritant en vaak niet efficiënt, dus zeker te vermijden.) Bouw een kanaaltrailer en stel je kanaal voor in ware YouTube stijl, met beeld en klank.  Optimaliseer je content: Voorzie je kanaal van content, in dit geval video’s. Bij het opladen is het belangrijk rekening te houden met de 5 tips. titel: Hou je SEO in de gaten maar maak vooral een uitnodigende titel waar mensen op gaan klikken en bekijken. Beschrijving: Hier gaan we onze SEO niet onder stoelen of banken steken. Hier worden enkel de eerste twee zinnen goed duidelijk zichtbaar dus steek daar zoveel mogelijk uitnodigende tekst in. Focus daarna op de inhoud en vergeet op het einde niet je sociale media kanalen te vermelden en bezoekers uit te nodigen om zich te abonneren op je kanaal. Zet je een link naar je website, schrijf deze dan als http://www.contenttales.be om aanklikbaar te zijn. Labels: geven een verdere omschrijving van je content Annotations: Klikbare tekstballonnen of vlakken in je video die een call-to-action bevatten (volg ons, abonneer je,…) ze kunnen werken maar dan moeten ze wel passen binnen het geheel van je video. Maak slim gebruik van je eindscherm door niet alleen alle medewerkers aan je video te bedanken maar door je bezoekers een lijst met klikbare videos aan te bieden die hen ook kan interesseren. Het hoofddoel is namelijk bezoekers op jouw kanaal houden en hun goede content aan te bieden waardoor ze zich gaan abonneren op je kanaal en beter nog jouw content gaan delen met hun contacten.. Hoor ik daar een video viraal gaan?   Tenslotte, online video marketing is hot, maar je bent niet de enige speler…maak het je bezoekers zo gemakkelijk mogelijk om je te vinden en éénmaal gevonden hou ze zo lang mogelijk op je eigen kanaal. Zorg voor goede content! Bouw je views en je fanbasis op. Veel succes!  

Karin van Hees
1 0

United Cowboys (6)

    ja som ty si on je my sme vy ste oni sú     Naast het trouwe, blauwe Atoma schrift dat ie uit België meegenomen had, bezat Benjamin nu ook een schoolboek Slovaaks. Het waren zijn vaste attributen, die elke avond naast zijn bord lagen toen ze aten in Reštaurácia Fontána aan het centrale pleintje.   "Dat hij het goed beu was," zei Benjamin, "om met de mieren te communiceren in dat mengeltaaltje". Handgebaren, een paar woorden Duits, Engels en het beetje Slovaaks dat hij al kende.   "Byť‘ is zijn en biť’ is slaan," was hij aan het uitleggen, beide woorden spellend. Of was hij tegen zichzelf aan het praten? Ik knikte, zei dat ik nog eens naar de fabriek ging. "Om te kijken of de tweede shift de stukken die 's anderendaags naar Syfilips moesten, wel afgewerkt kreeg," en Benjamin antwoordde "dat hij nog een afspraakje had met Diana Popoluška."   "Oh ja, die van de kwaliteitscontrole, die vandaag dat witte kleedje met die rode bollen droeg," zei ik terwijl ik opstond. "Rozenknoppen, geen bollen" verbeterde Benjamin, die het blad met de vervoeging van het werkwoord byť’ omsloeg. "Dat haar man een louche garagist was", zei ik nog en stapte weg van de tafel.   "Het is een wreed speciaal kleedje", zei Benjamin toen we de dag nadien weer in ons vaste restaurant zaten. Schnitzel te eten. "Als ik op het ene rode knopje druk, dan pijpt ze me en als ik op een ander knopje druk, dan kleedt ze zich spontaan uit", legde Benjamin fier uit en "dat hij Diana deze avond weer zou oppikken in de buurt van de garage."     Met twee blauwe ogen en meerdere kneuzingen zat Benjamin achter zijn bureau de volgende ochtend. "Of men wat stiller tegen hem kon praten," vroeg zijn pijnlijke mond. "Ik heb yoghurt voor je meegebracht", maar Benjamin trok zich weg, toen Roeland hem een schouderklopje wilde geven.   Telefoon voor Roeland en het was Florian. "Ik heb je godverdomme toch gezegd ervoor te zorgen dat hij niet verzuipt!" klonk het en Roeland antwoordde "dat hij zijn moeder toch niet was!" "Wie zegt dat?", riep Florian en hij had toegelegd.     Toen de dreigingen van 'de garagist' aan het adres van Benjamin niet ophielden, ben ik enkele weken later naar hem toegestapt. "Dat ik overwoog die kakigroene Lada Niva te kopen. Of ik samen met hem geen testritje kon doen?"   De straat met notelaars werd een landweg en het veld werd een bos. Met diepe sporen van een tractor, te diep voor de Niva en we zaten vast in de modder. Ik drukte op de rode knop. "De 4x4 inschakelen," zei ik kalm terwijl ik de wenkbrauwen optrok en de vier pinkers aansprongen.   "Ty idiot," en de garagist was vloekend uitgestapt. "Wat takken zoeken voor onder de wielen," zei ik en toen ik eenmaal stok van ongeveer één meter lang gevonden had die me goed in de hand lag, heeft het niet lang meer geduurd.   Het zal een grote bruine beer geweest zijn; die avond kon ik Florence nergens ruiken, zat Benjamin alleen in het restaurant en nam ik in Penzion Hutnik een douche. Die iets langer duurde dan gewoonlijk.           Audentes Deus iuvat deel 6 van het documentaire kortverhaal 'United Cowboys' uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 1

Less is more - blogpost

  probeer je eens gedurende 30 minuten op slechts 1 ding te focussen   dat was mijn opdracht vandaag niet makkelijk met al die verleidingen rondom me in het begin dansten de letters nog een beetje en dwaalden mijn gedachten na 7 minuten al af naar iets anders...   maar met een beetje oefening lukte het me wonderbaarlijk! ik ging echt helemaal op in het artikel ik betrapte me er zelfs op dat ik echt elke regel las niet diagonaal zoals ik meestal snel doe niet snel ff bladeren en de titels en foto's bekijken neen echt lezen en opnemen registreren waarover het gaat   in zijn boek " The Power of Less " geeft Leo Babauta nog meer tips om minder te multitasken   minder is meer less is more het is niet nieuw toen ik nog aan de Academie zat werd deze stelling van Mies Van der Rohe er werkelijk in gepompt! minimalisme was toen DE strekking John Pawson en Mies onze voorbeelden...   (zucht waar is de tijd dat we alleen maar bezig moesten zijn met ontwerpen en studeren?)   deadlines mails sms deadlines deadlines ... "Lees slechts 2 x per dag je mails" "Kies 3 prioriteiten per dag"   Babauta's filosofie moet ik nog onder de knie krijgen zeker die ene van "je hoeft niet binnen de 5 minuten op een mail te antwoorden"   maar 1 ding is zeker jezelf een half uurtje afsluiten van de wereld is verslavend en heel productief! ik heb niet alleen een heel interessant artikel gelezen, maar ondertussen ook meer inzicht gekregen in de prio's op mijn to do-lijstje   wanneer moest die opdracht alweer geleverd worden? deadline: nu!          

Anneke Van Loon
1 0

Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom

Literatuurstudie 1.1 Wat is het Chronisch Vermoeidheidssyndroom? Vermoeidheid is een alledaagse, wereldwijde ervaring en is een normale, tijdelijke toestand, die zelfs prettig kan zijn. Vermoeidheid als klacht komt minder voor maar hindert nog steeds een kwart van de algemene bevolking (Taylor et al., 2002). Vermoeidheid is de vijfde meest voorkomende klacht volgens huisartsen (Van Boven, 2009). Vermoeidheid kan een bron van zorg worden wanneer je bang bent dat de vermoeidheid een teken van ziekte is. Wanneer vermoeidheid zeer intens wordt, voortdurend aanhoudt en/of het dagelijks functioneren sterk belemmert (werk, hobby's, sociale aangelegenheden), is er in sommige gevallen sprake van het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS). Vermoeidheid beschouwen we als een dimensie met acute vermoeidheid aan de linkerkant en chronische vermoeidheid, waaronder CVS, aan de rechterkant (Chalder et al., 2003; Huibers et al., 2004). In volgende 2 casussen uit het boek van Knoop en Bleijenberg (2010) komen enkele belangrijke kenmerken van CVS naar voren:  “Mevrouw P. is  35 jaar, getrouwd en heeft twee kinderen. Drie jaar geleden kreeg zij de ziekte van Pfeiffer waarvan zij maar niet opknapte. Zij bleef moe, stond niet uitgerust op, was vaak uitgeput na inspanning en had veel last van spierpijn. Zij kon haar werk bij de gemeente slechts gedeeltelijk hervatten. Met hulp van haar moeder en haar man lukte het haar met veel kunst- en vliegwerk het gezin draaiende te houden. De huisarts verwees haar naar de internist, maar die kon geen oorzaak vinden voor haar klachten. Het virus was niet langer actief. Zij heeft diverse behandelingen gevolgd, tot op het heden zonder succes.” “Mevrouw G. is onderwijzeres. Na een hectische periode op haar werk raakte zij uitgeput. Zij meldde zich ziek. Zij kon zich moeilijk concentreren en verdroeg de drukte en het geluid van een klas vol kinderen niet. Haar klachten namen steeds verder toe. Inmiddels ligt zij grote delen van de dag uitgeput op bed en komt nauwelijks de deur meer uit. Ondanks diverse pogingen lukte het haar niet om haar werk als onderwijzeres te hervatten”. Bij CVS gaat het dus niet enkel over vermoeidheid. Meer dan 90% van de patiënten klaagt ook over pijn, vooral diffuse spier- en gewrichtspijnen en hoofdpijn (Knoop, Blijenberg, 2010). Meer dan 70% geeft aan zich minder goed te kunnen concentreren of geheugenklachten te hebben. De meesten geven tevens aan niet-uitgerust wakker te worden en hebben malaisegevoelens na inspanning (postexertiële malaise). Een kleiner deel van de patiënten geeft aan zich grieperig te voelen en gevoelige lymfeklieren te hebben. Hiernaast kunnen patiënten nog vele andere klachten hebben, denk maar aan gastro-intestinale klachten, slaapproblemen, duizeligheid, extreem transpireren, spierzwakte en prikkelbaarheid. Klachten kunnen per patiënt sterk verschillen in aard en intensiteit. Het klachtenbeeld wordt in de literatuur wel eens omschreven als een ‘griepachtige’ ziekte. De diagnostiek rond CVS blijft een controverse dat wil zeggen dat er onenigheid is over wie aan CVS lijdt. CVS blijft slecht gedefinieerd en een exclusieziekte wat inhoudt dat je pas CVS kan hebben als onderzoekers geen lichamelijke of psychiatrische oorzaak kunnen vinden. De meest gebruikte CVS-criteria werden ontwikkeld door het Center for Disease Control and Prevention (CDC) en berusten op een internationaal erkende consensus (Fukunda e.a., 1994; Reeves e.a., 2003). Het hoofdcriterium is een aanhoudende of steeds terugkerende vermoeidheid die langer dan 6 maanden duurt (= chronisch). De vermoeidheid is niet het resultaat van voortdurende inspanning en verbetert niet door te rusten. De vermoeiheid leidt tot een afname van beroepsmatig, sociaal of persoonlijk functioneren. Door middel van een anamnese kan de arts een huidige dag uit het leven van de patiënt vergelijken met een dag vóór het ontstaan van de vermoeidheid. In aanvulling op de anamnese zijn er meetinstrumenten die je toelaten vermoeidheid en beperkingen te beoordelen. Zo kan je gebruik maken van vragenlijsten die bijvoorbeeld peilen naar vermoeidheid, een dagboek en een apparaatje die het dagelijkse activiteitenniveau registreert (een actometer). De nevencriteria houden in dat er minstens vier van de volgende bijkomende klachten gelijktijdig aanwezig zijn: verspreide spier- of gewrichtspijnen, hoofdpijn, keelpijn/ klierzwellingen, concentratie- en geheugenstoornissen, niet-uitrustende slaap en vertraagd herstel na inspanning (postexertiële malaise). De nevencriteria zouden volgens critici te inclusief zijn en te weinig nadruk leggen op de neurocognitieve dysfunctie, abnormale vermoeidheid en postexertiële malaise bij CVS (Carruthers BM, Jain AK, De Meirleir K, et al, 2003). Gezien het klachtenbeeld van CVS-patiënten zo uiteenlopend is, lijkt het zinvol om subgroepen te definiëren. Verscheidene onderzoekers stelden subcategorieën voor en dit afhankelijk van het klachtenbegin, ernst van de symptomen, aan- of afwezigheid van psychiatrische comorbiditeit of verschillende copingsstrategieën. Onderzoekers lijken (nog) niet tot een overeenkomst te komen (Wilson HD, Starz TW, Robinson JP, Turk DC, 2010). 1.2 Comorbiditeit CVS overlapt voor een groot deel met Fibromyalgie (FM), een aandoening waarin pijn het meest centraal staat. Deze overlap pleit voor een meer integratieve benadering waarin beide aandoeningen onder dezelfde noemer worden geplaatst (Van Houdenhove, Luyten, 2007, Vanhoudenhove, Luyten, 2010). In deze masterproef baseren we ons voornamelijk op CVS-literatuur omdat CVS en FM in het verleden vaak afzonderlijk werden onderzocht. CVS en FM maken tevens deel uit van een groep van functionele somatische syndromen (FSS) (Wessely and Sharpe, 1998). Functioneel omdat de anatomie normaal is –we zien geen afwijkingen in het bloed of op de scanners-, maar het functioneren van organen of stelsels is ontregeld (Van Houdenhove, 2010). Bij FSS geven patiënten lichamelijke klachten aan waardoor ze zowel lichamelijk en psychisch lijden en kan de arts het geheel van klachten niet verklaren door een medische oorzaak. De groep van FSS omvat CVS, FM, het geïrriteerde darm syndroom, temporomandibulair pijnsyndroom, chronische bekkenpijn en veelvoudige chemische gevoeligheid (Ablin, et al., 2012; Wessely & White, 2004). Studies tonen aan dat 4 % van de bevolking lijden aan meerdere FSS (Luyten, boek Van Houdenhove). Deze syndromen kan je ook als stressgebonden aandoeningen benoemen maar om consistent te zijn duiden we deze doorheen de masterproef aan als functionele somatische syndromen of FSS. In het verleden zijn er stemmen opgegaan dat FSS verschillende uitingsvormen zijn eenzelfde basale stoornis (‘lumpers’). Hiertegenover staan de ‘splitters' die de eigenheid van verschillende types van FSS beklemtonen. Onderzoek wijst uit dat er wel degelijk verschillen zijn tussen FSS maar dat ze ook etiologische en pathogenetische mechanismen gemeenschappelijk hebben. Veel patiënten met FSS lijden gelijktijdig aan stoornisen van het affectieve spectrum zoals angst en depressie (Goldenberg, in press; Hudson et al., 2003, ). Vermoeidheid is één van de belangrijkste symptomen van een depressie. CVS zou veel gelijkenissen vertonen met wat de literatuur omschrijft als een atypische depressie. Bij aan atypische depressie belandt de persoon in een toestand van hypoarousal waarbij de stresshormonen te weinig actief zijn (Van Houdenhove, 2010). Ook bij CVS wordt een dergelijke toestand beschreven waarbij het stressysteem onvoldoende op bedreiging of belasting reageert. Patiënten met CVS en een atypische depressie vertonen beiden ‘sickness behavior’ (koortsig, spierpijn, futloosheid, verminderd hongergevoel), wat een strategie is bij het vechten tegen een infectie (Bleijenberg, 2001; Dantzer, 2009).  Toch is het geen verassing dat er ook veel verschillen zijn tussen beiden. Hooguit een derde van de CVS-patiënten kan als depressief worden beschouwd, wat niet meer is dan bij andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld mutiple sclerose (Bleijenberg, 2001). De ernst van de depressie zou lager liggen dan die van psychiatrische patiënten. Lage zelfwaardering, gebrek aan plezierbeleving en suïcidale gedachten zijn niet kenmerkend voor CVS-patiënten maar wel voor depressieve patiënten. Chronische vermoeidheid kan ook een symptoom zijn allerlei aandoeningen. Tachtig procent van de patiënten met multiple sclerose (MS) heeft last van ernstige vermoeidheid. Ook tijdens en na de behandeling van kanker kan vermoeidheid een probleem zijn. Tenminste een jaar na de behandeling van kanker is 20 tot 40 procent van de patiënten nog ernstig vermoeid. Na een hersenbloeding (CVA) en een chronische ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) liggen de percentages van ernstig vermoeiden boven de 50 procent (Bleijenberg, 2001).     1.3 Prevalentie Als je goed luistert naar mensen in je omgeving, vindt je wel iemand die klaagt over abnormale vermoeidheid en spier- en gewrichtspijnen. CVS is geen recentelijke ontdekking en dus geen modeverschijnsel. Onder velerlei namen is de ziekte al veel langer gekend. Neurasthenie, postvirale vermoeidheid of myalgische encephalopathie (ME) zijn andere benamingen voor beelden die op CVS lijken (Keijsers, Minnen & Hoogduin, 2011). In 1750 beschreef sir Richard Manningham een klinisch beeld van chronische vermoeidheid die gepaard gaat met koorts (Bleijenberg, 2001). Da Costa beschreef bij soldaten in de Amerikaanse Burgeroorlog (1861) een syndroom van geestelijke en lichamelijke vermoeidheid, hartkloppingen, duizeligheid en pijn op de borst. Het syndroom werd meestal vooraf gegaan door een acute ziekte met koorts. In 1956 komt de term myalgische encefalomyelitis (ME) in zwang die vooral de neurologische symptomen beklemtoont. Myalgisch staat voor de hevige spierpijn en encefalomyelitis veronderstelt een ontsteking van het zenuwweefsel. De term ME wordt vaak nog door patiëntenverenigingen gebruikt. Sommige auteurs en patiëntenorganisaties zien ME als een unieke neurologische ziekte die moet onderscheiden worden van een psychiatrische chronische vermoeidheid (Hooper, 2007). Dit kan echter niet onderbouwd worden door wetenschappelijk onderzoek (Van Houdenhove, 2005). Schattingen van prevalentie in de algemene populatie variëren tussen 1 en 5 CVS-patiënten op 1000. In België stelt men dat ongeveer 20.000 tot 30.000 mensen aan CVS zouden lijden (Van hoof, 2008). Deze aandoening lijkt vooral jong volwassenen te treffen (25-40 jaar) maar komt ook bij adolescenten voor en is zeldzaam bij kinderen onder de puberteit (Van Houdenhove, slides, ). Er is tevens veel geschreven over het samengaan van CVS met een bepaalde beroeps/sociale klasse en dit zowel in beide richtingen (zowel hoge als lagere beroeps/sociale klasse zou samengaan met meer CVS-patiënten) maar geen van beide verbanden worden consequent terug gevonden. De man/vrouw ratio blijft wel sterk ongelijk opgaan, wat tevens het geval is voor alle functionele syndromen. Onder CVS-patiënten is 70 tot 80 procent een vrouw. Wat betreft de oorzaak hiervan blijft het nog voor een groot deel in het duister tasten. Enerzijds lijkt dit hormonaal gebonden te zijn maar ook sociale elementen zouden een invloed hebben. Zo zou het feit dat vrouwen in de Westerse samenleving meerdere rollen op zich nemen een erg belastende factor kunnen zijn (Van Houdenhove, 2004). De medische kosten kunnen hoog oplopen door tal van lichamelijke, zelfs zeer ingrijpende, onderzoeken, zoals scans, die CVS-patiënten ondergaan in de zoektocht naar een juiste diagnose. Ook de verschillende behandelingen zowel in medische als alternatieve circuits (fysiotherapie, voedingssuplementen, …) kunnen hoog oplopen. Daarnaast zou een kwart van de patiënten volledig gestopt zijn met werken en één derde klopt een mindertal uren (Afari & Buchwald, 2003; Bleijenberg, Bazelmans, & Prins, 2001). Zelfs degene die hetzelfde aantal uren werkt als voor men ziek werd, geeft aan meer dagen afwezig te zijn omwille van zijn klachten. Assefi et al. () vindt dat chronische pijnpatiënten gemiddeld 14 uur per week minder werken waarbij men in totaal gemiddeld 31 uur per week werkt. In een studie van Zijlstra et al () werken patiënten met Fybromyalgie gemiddeld nog maar 19 uur per week. In het onderzoek vanWhite et al.[29] komen patiënten met FM in één jaar gemiddeld 30 dagen niet werken tegenover 10 dagen bij gezonde werknemers. Hoewel percentages over studies heen verschillen, is het duidelijk dat CVS/FM-patiënten meer afwezig zijn op het werk dan ‘gezonde’ mensen. Ook in het huishouden neemt de naaste omgeving vaak taken over en hebben CVS-patiënten minder energie om leuke activiteiten met anderen te ondernemen. CVS en aanverwante vermoeidheids- en pijnsyndromen veroorzaken dus veel leed en hebben een hoge fysieke, mentale en sociale-professionele kost (Afari & Buchwald, 2003; Annemans, Le Lay, & Taeb, 2009; Annemans et al., 2008; Sicras et al., 2009; Spaeth, 2009).  

lieselotte
0 0

United Cowboys (5)

    'Áčko' preekt men uit als 'Aatsjko', Slovaaks voor een lang aa'tje en het is geen personage uit een vertaald boek van Annie M.G. Schmidt. Kinderen met goede punten voor een bepaald vak krijgen in Slovakije een A en als men er een kind vraagt of het een goed rapport had, is het antwoord meestal: "Enkel aa’tjes"   Áčko' is ook een nachtclub gelegen te Hrašné, tussen Myjava en Stará Turá. Het etablissement bestaat al sinds de jaren negentig. Het is er wel wat veranderd, merk ik op de website, die ook de actuele prijzen vermeldt:   www.erotickysalon.sk/nightclub-hrasne/?lang=en www.facebook.com/Night-Club-Hrašné-501022073276154/timeline/   Roeland is nu weer mee in het hoofd, maar geen Facebook voor mij. Een lijdzaam toeziend volger van de meisjes zal ik dus niet worden.     Het was intussen juni 1993 en een groot deel van de werknemers van Snotsio te Kaltenberg had niet langer gewacht, reeds elders werk gezocht (en gevonden). Ze hadden 'de grote herstructurering' die Florian er in januari van datzelfde jaar had aangekondigd, niet afgewacht.   De beslissing was gevallen. Tijdens de zomervakantie gingen de machines en alle restvoorraden verkast worden. Van Kaltenberg naar Myjava in Slovakije. Er was daar reeds enkele maanden één jakhals aan de slag, die er al voor gezorgd had dat de fabriekshal die Florian van Slovenská Armatúrka Myjava gekocht had, opgekalefaterd was en hij had al mieren geselecteerd. "Vanaf juli, er vijftig per maand aanwerven," had Florian aan de jakhals gezegd, "tot er in mei vierhonderd zijn."   Producten van Snotsio gingen die vlijtige handjes produceren, ook voor Syfilips. Die jakhals ging zich verder om het personeel. en de financiën bekommeren. Benjamin en Roeland zouden ook naar Myjava trekken, de volgende week al. Benjamin ging er de productie sturen, Roeland instaan voor de logistiek.   "Het is eenvoudig," had Florian me gezegd toen ik het contract voor twaalf maand ondertekende, "zorg er gewoon voor dat Snotsio en Syfilips alles op tijd krijgen. Benjamin is een neef van mij. Hij kent intussen al de producten. Jullie redden het wel."   "En Benjamin is nog jong," zo ging ie verder, "niet veel jonger dan gij, maar toch. Zorg dat ie niet verzuipt!" Ik knikte, zei laconiek "jaja" en dacht in mezelf: "ik zorg er wel voor dat ie elke dag om tien uur zijn pot aardbeienyoghurt krijgt en als ie 't wil, dan koop ik 's middags nog een fles verse AA-melk. Van een gewillig ezeltje".           Met de A van melk en nightclub deel 5 van het kortverhaal 'United Cowboys' uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Rijk worden met duivenmelken is als de lotto winnen

  Rijk worden met duivenmelken is als de lotto winnen   Duivenmelkers zijn oude mannen in stofjas. In niets lijkt Tom Iwens op het beeld dat de meeste mensen hebben van een duivenmelker. Een wat vreemde hobby voor iemand die nog ver van zijn pensioengerechtigde leeftijd is volgens velen. Een passie voor Tom.     Lont: Tom, bij ‘duivenmelker’ denk ik aan een oudere man in een stofjas. Dat ben jij allesbehalve. Hoe kom je erbij om duivenmelker te worden? Tom: Ik wou uit de pas lopen (lacht). Nee, mijn vader is duivenmelker, ik speel samen met hem. Mijn grootvader was duivenmelker, mijn overgrootvader. Het zit in de familie. Op een zondag, ik was twaalf jaar en me aan het vervelen, we moesten niet sjotten. Ik liep wat over straat en zag ons ma op het kot staan. De duiven vielen, ze pakte die en deed de rek uit. Hoe die duiven thuis kwamen, ik vond dat echt knap. Daar zat vitesse achter. Toen ben ik onze pa beginnen volgen.   Lont: Je sprak daarnet over ‘ne rek’. Tom: Vroeger had je een klok, dat weet je misschien? Je zag al die oude mannen met hun klok naar het café lopen. Toen hadden al de duiven ‘ne rek’ aan. De dag voor een wedstrijd komen alle duivenmelkers naar het duivenlokaal, de duiven krijgen een rek aan, en die vertrekken naar de wedstrijd. Daar aangekomen worden de duiven gelost en die vliegen naar huis. Als de duiven dan thuis aankwamen deed de duivenmelker die rek uit en stopte die in de klok. Zo kon je zien op welk uur, minuten en seconden de duif was binnen gekomen. Nu hebben duiven een chipring aan. Duiven worden nu bij de inkorving elektronisch gechipt. Als de duiven nu thuiskomen worden ze terug gechipt. We hebben een “kaske”. Daarmee gaan we dan naar het lokaal en daar worden alle resultaten dan uitgeprint. Je moet als duivenmelker zelf niets meer doen. Vroeger moest je elke duif bij thuiskomst pakken, die rek afdoen. Dat was echt zenuwslopend. Als je korte afstanden speelt, dan telt elke seconde. Je moest rap zijn maar ook zorgen dat de duiven niet schrikken want de week erna moeten ze wel terug goed binnen komen. Nu moet je niets meer doen, allez, je moet wel proberen om ze snel binnen te krijgen want ze moeten nog gechipt worden.   Lont: Ben jij de enige jonge man die dat doet? Tom: Nee, maar het is wel zo dat er maar heel weinig jonge mensen bij komen. Zo’n 60 à 70% zal 70-plus zijn, en dan ben ik nog positief. (lacht) Maar er zijn ook nog wel gasten van in de dertig. Ik ken er zelfs die jonger zijn, die nog geen 20 zijn. Er zijn zelfs meisjes van 17 die met de duiven spelen. Meestal leren ze het ook van vader op zoon/dochter. Alles op jezelf leren is moeilijk.   Lont: Dat geloof ik best. Ik ken er zelf niets van. Ik denk, je hebt een kot, je doet dat deurtje open en de duif is weg. Tom: Wij hebben kwekers. Dat zijn duiven waarmee we kweken. Tegen elke winter worden die gekoppeld, niet logisch want vogels broeden niet in de winter. Na het seizoen, dat loopt van eind maart tot begin oktober, komen de duiven in de rui en dan begin ik al te denken welke duiven ik ga koppelen. Die mogen niet kiezen. In de winter kweek je dan. Die jongen, als ze 24 dagen zijn, een dikke drie weken, zet ik apart op een hok. Op die leeftijd moeten ze alles zelf al kunnen. Ze zijn dan ongeveer zo groot als een volwassen duif. Als die een maand zijn, komen die al buiten. Dan kunnen ze vliegen. Meestal doen ze dat nog niet. Ze kunnen in elk geval de buurt al verkennen. Daarna zet ik het raam van het kot al eens open. Dat is een bak die ik zelf moet openleggen. Ik laat ze dan de eerste twee dagen wat naar buiten kijken. Ze kunnen niet weg, maar ze kunnen de omgeving al zien. Dan komen ze buiten. Meestal zitten ze dan gewoon op het dak van het kot. De eerste keer dat ze dan opvliegen is wel een bang moment. Duiven vliegen in groep. De eerste keer niet, die vliegen overal. Dat is nieuw, die verschieten. Je kan dan al wel eens eentje kwijt raken. Op die manier gaan ze altijd maar verder en verder en komen terug. Een duif is eigenlijk super slim. Die komen terug naar huis.   Lont: En op de wedstrijden? Als zo’n duif ver van huis is. Hoe komen die dan terug? Tom: Om te eten en te drinken komt een duif naar huis. Die worden gemotiveerd natuurlijk om zo snel mogelijk te komen.   Lont: Motiveren? Moet ik dan denken dat jullie ze minder eten geven en ze met honger laten vertrekken? Tom: Op de korte vluchten, Quiévrain zullen er wel zijn die dat doen, maar dat bedoel ik eigenlijk niet. Je kunt op een aantal manieren motiveren. Weduwschap is er een van. Je geeft mannetjes mee, die zitten de hele week alleen en zien geen vrouwkes. De avond van inkorving tonen wij die vrouwkes, heel kort. Maar die duivers denken “Ow, als ik thuiskom zitten die klaar!” die haasten zich om zo snel mogelijk bij hun vrouwtje te zijn. Een andere methode is nest. Duiven die broeden of al jong hebben komen zo snel mogelijk naar huis want hun nest ligt alleen   Lont: Je speelt dus zowel met mannetjes als met vrouwtjes. Is er verschil in? Tom: Neen, ze vliegen even snel, al recupereren vrouwtjes sneller. Ik speel wedstrijden op grotere afstand. Ik geef mijn mannetjes maar om de twee weken mee, de vrouwtjes gaan elke week mee.   Lont: Ben je al duiven kwijt gespeeld? Tom: Er zijn drie categoriën. Je hebt de jonge duiven, jonger dan een jaar, dan heb je de jaarse, dat zijn duiven die een jaar oud zijn. En dan heb je de oude duiven, dat zijn alle duiven vanaf twee jaar, tot als het geen zin meer heeft. Bij de jonge duiven gaan natuurlijk de meeste verloren omdat de jaarlingen en de oude veel meer ervaring hebben. Het valt al bij al goed mee. Vanaf de winter tot aan het seizoen raak je de meeste duiven kwijt. Jonge duiven gaan steeds verder, komen in aanraking met andere duiven, vliegen daar met mee en raken hun weg kwijt. Dat is normaal. Ze moeten alles verkennen, je kunt ze niet uit de lucht scheppen hé! (lacht)   Lont: Je sprak daarnet al over selecteren voor de kweek. Op basis van wat selecteer je dan? Tom: Ik selecteer vooral op prestaties, dat is sowieso het belangrijkste. Wat ik ook wel doe is een broer of zus van een goede duif doorhouden. Het is dikwijls zo dat een broer van een goede duif, die zelf minder is, wel een goede kweekduif is. Ik selecteer ook in de hand. Een duif mag geen beperkingen hebben. Die moet perfect zijn. Qua spieren, qua zachtheid van pluimen, dat zijn allemaal zaken die bepalen of je duif lang kan blijven vliegen of niet. Als een duif mankementen heeft maar toch goed presteert, dan mag die natuurlijk blijven. Als een duif veel mankementen heeft, dan zijn dat meestal geen goede.   Lont: Voor mij is een duif een duif. Hoe voel je dat? Tom: Ervaring. Ik heb dat geleerd van mijn vader, van mijn grootvader. Ik lees veel boeken en op den duur voel je dat verschil echt. Elk jaar heb je veel nieuwe, jonge duiven. Het is plezant om die samen met mijn vader te keuren en te zien evolueren.   Lont: Je zei daarnet al even dat er ook vrouwen met de duivensport bezig zijn. Eerlijk? Ik had dat nog nooit gehoord. Tom: Ze zijn wel in de minderheid. Maar het is wel opvallend dat vrouwen meestal goed spelen. Ze zijn zachter. Ze doen dat met meer gevoel. Mijn grootmoeder was ook duivenmelker, samen met m’n grootvader. Als hij ging werken, mijn grootmoeder was huisvrouw, zorgde zij vooral voor de duiven. Dat was ongetwijfeld een factor van het succes.   Lont: Dan weet Dorien wat haar te doen staat. Tom: (lacht) Die krijg ik niet op dat hok.   Lont: Als ik je zo hoor vertellen krijg ik de indruk dat er veel tijd in kruipt. Tom: Dat kies je zelf. Maar als je het een beetje goed wil doen, dan kruipt er veel tijd in. Ik heb ambitie ja. Ik heb altijd de korte vluchten gespeeld, tot twee jaar geleden en eigenlijk best goed. Maar ik wou de langere afstanden, dat is de toekomst. Elk jaar vallen er duivenmelkers af en komen er weinig nieuwe bij. Binnen een aantal jaar, en dat gaat er sneller zijn dan de meeste denken, gaan die korte vluchten wegvallen. Duivenmelkers gaan zo ver uit elkaar wonen omdat er zo weinig zijn. Korte vluchten gaan niet meer deftig georganiseerd kunnen worden dus gaan ze sowieso naar verdere afstanden moeten. Ik heb daar nu al op ingespeeld omdat dat een heel andere soort duif vraagt.   Lont: Wat ik me altijd al heb afgevraagd. Hoe wordt winst of verlies bepaalt? Tom: Het afgelegde aantal meters per minuut is van belang. Met de windrichting wordt geen rekening gehouden omdat dat de week nadien anders kan zijn.   Lont: Je hebt daarnet al aangehaald dat er verschillende soorten wedstrijden zijn. Tom: Klopt. Je hebt er drie. Als eerste heb je de snelheid van zo’n 50 kilometer tot 300. Dan heb je de halve fond, van 300 tot 600 en al daarboven is fond. Dat gaat tot Barcelona, voor sommigen is dat 1100 kilometer. Daar mogen alleen oude duiven aan deelnemen. Dat is ook logisch omdat ervaring erg belangrijk is. Ik vind dat niet diervriendelijk. Een duif kan niet op 1 dag thuis geraken van zo’n afstand. Duiven moeten overnachten al zijn er die doorvliegen. Gek hé! Op zo’n lange afstand zijn de duiven toch bijna twee dagen onderweg. Ik speel tot 600 kilometer. Hoe lang ze dan onderweg zijn hangt een beetje af van de windrichting, dat maakt een groot verschil. Vorig jaar zijn er wedstrijden van acht uur geweest. In de zomer, warm, wind op kop, dat is zwaar. Op die manier gebeurt er een selectie. Duiven die dat niet aankunnen geef ik niet meer mee voor zo’n wedstrijd, anders raak je ze toch kwijt. Als ze wel goed zijn in korte afstand mogen ze die vliegen en anders tja…   Lont: Ik ga het dan toch maar vragen. Je weet zelf ook best dat er een aantal vooroordelen leven over duivenmelkers. Je kunt ze hierbij ontkrachten. Jullie zouden kattenhaters zijn. Als je duif niet naar behoren presteert eindigt ze in de kookpot. Tom: Ik zal beginnen met het eerste. Ik ben geen kattenhater, ik heb er dan geen ook last van bij ons in de buurt. Dat is zo’n cliché, al zullen er ongetwijfeld wel zijn. Ik eet geen duiven. Ik zou dat niet kunnen en al zeker niet als ik weet dat het de mijne zijn. Ik kan er wel redelijk wat verkopen aan andere duivenmelkers. Ik kijk ook naar de bloedlijnen. Want ook al heeft een duif niet gepresteerd, toch kun je er goede uit winnen. Ik probeer dat altijd zo op te lossen. Natuurlijk zijn er bij die tegenvallen en niet te verkopen zijn, dan doe ik die naar de poelier. Ik doe ze niet zelf dood. Maar toch, de kookpot voor een ander. Als ik dat niet doe en ik houd ze allemaal bij, dan heb ik op een tijdspanne van tien jaar meer dan 1000 duiven zitten. Daar heb ik geen plaats voor én dat is ook niet echt de bedoeling. Dan moet ik een bijjobke zoeken. Het is hard ja, maar je kunt niet anders.   Lont: De stofjas! Tom: (lacht) Ik heb een blauwe. Er zijn er ook die dat niet dragen maar het merendeel wel. Het is herkenbaar voor de duiven en het beschermt je kleren.   Lont: En hoe zit dat nu, worden jullie nu allemaal schandalig rijk? Tom: Was het maar waar dat we allemaal schandalig rijk worden. (lacht) Op de snelheid is dat al quasi uitgesloten. De halve fond en de fond, daar is meer interesse voor. Er zijn professionele duivenmelkers in België, een stuk of vijf en ja, die zijn zo rijk als de zee diep is. De meeste mensen krijgen nu natuurlijk het gedacht dat daar enorm veel geld mee te verdienen is, maar dat is zoals de lotto winnen. Zoveel kans heb je. In de Oosterse landen komt het heel hard op terwijl het hier achteruit gaat. Wist je dat er zijn die een prijsduif kopen, daar gemakkelijk 75 000 euro aan geven en die dan gewoon stellen? Gewoon om te kunnen zeggen dat ze die duif hebben. Spelen doen ze daar niet mee. Ze kopen die duiven om uit te kweken.   Lont: Nog een laatste vooroordeel, de doping. Tom: Vorig jaar zijn er twee gepakt. Het dopingreglement is enorm verstrengd, is totaal niet duidelijk, de testen kosten enorm veel geld. Maar er is heel weinig doping. In de jaren 90 was dat wel een enorm probleem, vooral de cortisonen. Dat werd gegeven om de rui tegen te houden. In augustus begint de rui maar dan waren er ook een aantal wedstrijden waar veel geld mee gemoeid was. Je moet weten dat een duif in de rui minder presteert. Er is toen een dopingreglement opgesteld en sindsdien zijn er heel weinig problemen. Een van die vorig jaar gepakt zijn riskeert een schorsing van drie jaar en een boete van 15 000 euro. Dat kan tellen.   Lont: Diegene die betrapt worden, is dat omdat ze het reglement niet kennen of toch dat ze hun duiven moedwillig doping geven? Tom: Dat is de vraag natuurlijk. Degene die betrapt is behoort tot de top in België. Het zou me dus verbazen dat hij het bewust gedaan heeft. Als je tot de top behoort dan weet je dat je vroeg of laat controle krijgt en tegen de lamp loopt. Enkele jaren geleden heb ik ook dopingcontrole gekregen. De controleurs, ze waren met twee, vroegen me om zes bepaalde duiven te zien. Die duiven worden dan elk in een mand met krantenpapier gezet. Daarna namen ze de meststalen mee. Soms, heel uitzonderlijk wordt er een staal van het drinkwater genomen.   Lont: heb je leuke anekdotes? Tom: Goh, ik heb al veel meegemaakt. Ik heb eens een duif gehad en die vloog 34 minuten van Quiévrain tot thuis. 91 kilometer. Dat is snel. Dat is zot. Toen was het stormwind mee. En ze was zelfs haar huis al voorbij gevlogen en had dus eigenlijk nog tijd verloren. Ik heb het eigenlijk nog niet uitgerekend hoeveel kilometer dat per uur is. Hoe snel een duif gemiddeld vliegt hangt af van de wind maar een duif kan toch 120 kilometer per uur halen.   Lont: Dank je wel voor de leuke babbel. Wie weet heb je wel collega’s warm gemaakt om ook duivenmelker te worden?      

Helga Van Aken
74 0