Lezen

Kleur je landschap met de Geelgors

De Geelgors is een mooie zangvogel van hagenrijke landschappen. Ooit bevolkte hij heel West-Vlaanderen, nu vind je hem enkel nog in de Westhoek. De provincie subsidieert de aanleg van extra voedselplaatsen en dekking. Woon je in het kerngebied, dan kun je de vogels zelfs gratis helpen! Dit zijn de maatregelen:   Maatregel 1: trek meer insecten aanLaat veel kruiden bloeien en gebruik geen insecticiden. Hier zijn tips:- [maai insectvriendelijk]- [zaai bloemrijk grasland] - bemest je grasland niet, de grassen verdringen anders de kruidenMaatregel 2: vlecht je haag voor extra dekkingDe Geelgors bouwt zijn nest in dichte begroeiing onderaan struiken. Oude struiken worden onderaan meer open. Door de [haag te vlechten] komen er nieuwe scheuten en sluit de haag zich weer. Het is een heel karwei, maar het werkt direct en de volgende vlechtbeurt is pas over 20-30 jaar!Maatregel 3: laat wat graan staan voor de winterVeel Geelgorzen sterven in de winter van de honger Graanstoppels en mesthopen zie je bijna nergens meer. Heb je wat ruimte langs een doornhaag? Zaai dan graan en laat het in de winter staan. Kies uit:- [oogst een strook niet mee van normaal geteeld graan]- [zaai zelf graan in een strook of perceel]- [zaai Japanse haver voor 15 augustus als groenbedekker]Lees in het [provinciale soortactieplan] wat de provincie nog gaat doen voor de Geelgors. Vragen? Meedoen?Contacteer geelgors@west-vlaanderen.be of het [regionaal landschap] van je streek. Zij zullen je ook zeggen of je in een [kerngebied] woont en van gratis maatregelen kunt profiteren.   WeetjesDe Geelgors is een zangvogel zo groot als een mus met een vrij forse snavel. Ze eten 's zomers insecten. 's Winters smullen ze van zetmeelrijke zaden, vooral van granen en grassen.Het felgele mannetje zingt van de lente tot diep in de zomer vanuit hagen en bomen. Zijn strofe inspireerde Beethoven voor zijn 5e symfonie. https://www.youtube.com/watch?v=GPyycAMgvzE Volgens sommigen klinkt het als "geef me een pintje biiiiiiieeeeer!!" Weet je zelf ook een passende zin? Stuur ze ons door op geelgors (at) west-vlaanderen.be! 

Olivier D
0 0

Vergroot de slaagkansen voor je Europees project.

Kom op vrijdag 4 december naar onze infosessie over de Europese subsidieprogramma’s Interreg en EFRO Vlaanderen. Maak kennis met het programma EFRO Vlaanderen en de Geïntegreerde Territoriale Investeringsportefeuille (GTI) West-Vlaanderen.Uitgebreid netwerken tijdens de lunch of bij de gezellige afsluiter Maak daarna je keuze uit ons aanbod van workshops. Zo ben je helemaal mee met de Europese fondsen en vergroot je de kans op een goedgekeurd project. Ons team staat klaar voor een individueel gesprek en helpt je mee op weg naar een geslaagde aanvraag.   Programma 10u15 - Het programma EFRO Vlaanderen en de Geïntegreerde Territoriale Investeringsportefeuille West-Vlaanderen (GTI) - plenair 11u30 - Start workshops per Europees programma: Interreg Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen Interreg Vlaanderen-Nederland Interreg 2 Zeeën Interreg Noordzee Elke workshop bestaat uit: een evaluatie van de eerste projectoproepen specifieke aandachtspunten per programma tips om het nog beter te doen een vooruitblik naar 2016 (Je kan 2 workshops volgen.)   12u30- netwerklunch   14u00 - start ronde 2 workshops   15u00 - afsluiter met taart en koffie.   Omdat persoonlijke contacten belangrijk zijn, kan je ook enkel inschrijven voor het netwerkmoment.     Datum en locatie De infosessie vindt plaats op vrijdag 4 december van 10u00-17u00. Provinciehuis BoeverbosKoning Leopold III-laan 418200 Brugge. Naar het inschrijvingsformulier (link)   Vragen? Kaatje GevaertStafmedewerker Europese programma’sDienst Europese programma’s en externe relatiesProvincie West-VlaanderenE kaatje.gevaert@west-vlaanderen.beT 050 40 72 35

ilsevr
0 0

Schrijf je in voor de groepsaankoop 100% groene energie.

De Provincie West-Vlaanderen begeleidt je om te besparen op je elektriciteits- en gasfactuur. Neem deel aan de groepsaankoop en ontvang een persoonlijke berekening voor 100 % groene energie. Hoe werkt een groepsaankoop? Door veel gezinnen samen te brengen in een groepsaankoop proberen we een goedkopere prijs voor elektriciteit en gas te krijgen. De leverancier die de scherpste prijs biedt voor 100% groene energie wint de veiling. Wat is het voordeel voor jou? Je kan geld besparen en je krijgt een aanbod voor een 1- jarig contract 100% groene energie. Je krijgt persoonlijke begeleiding vanaf de inschrijving tot aan de overstap naar de nieuwe leverancier. Hoe kan je inschrijven? Inschrijven kan tot 1 februari 2016. Op de jaarafrekening vind je verbruiksgegevens die je nodig hebt om in te schrijven. Inschrijven kan je op 3 manieren: Online: samengaanwegroener.be Telefonisch op het gratis nummer: 0800 76 101 Aan een loket in verschillende gemeenten (hyperlink naar de lijst) Wat als je het voorstel niet interessant vindt? Aan de hand van je persoonlijk verbruik berekenen we wat je zal betalen als je overstapt naar de nieuwe leverancier. Je bent niet verplicht om het nieuwe voorstel te aanvaarden. Je hebt tijd tot 31 maart 2016 om te beslissen. Wat als je als vorig jaar ook hebt deelgenomen? Vorig jaar schreven 38.500 gezinnen zich in voor de groepsaankoop. Wil je nu ook deelnemen dan moet je opnieuw inschrijven. Je gegevens worden niet automatisch overgenomen.

Christel
0 0

Schrijf uw leerlingen van het zesde leerjaar in voor het fietsexamen in Veurne

Hoe fietsen uw leerlingen in het drukke verkeer? Om dit te achterhalen kan u uw leerlingen laten fietsen onder toezicht van inspecteurs en vrijwilligers op een uitgestippeld traject doorheen het stadscentrum van Veurne.   Wat kom je tegen? Tijdens het fietstraject van 2,5 kilometer komen de leerlingen onderweg 4 rotondes met verschillende moeilijkheidsgraden tegen. In het traject zijn er ook kruispunten met voorrang aan rechts, stopborden, voorrangsborden en bevelen van de politie die de leerlingen juist opvolgen. Om de veiligheid van de leerlingen te garanderen worden de inspecteurs en de vrijwilligers systematisch opgesteld.   Leerlingen krijgen verkeersveilige tips Na afloop krijgen uw leerlingen elk hun verbeterpunten en tips  mee om zich veilig in het verkeer te bewegen. De leerkrachten ontvangen enkele dagen later de resultaten van de fietsprestaties van de leerlingen   Contact U wenst meer info over het fietsexamenparcours? Onze leden van de verkeersdienst helpen u graag verder: 058/33 22 11 Tijdens het fietstraject van 2,5 kilometer komen de leerlingen onderweg 4 rotondes met verschillende moeilijkheidsgraden tegen. In het traject zijn er ook kruispunten met voorrang aan rechts, stopborden, voorrangsborden en bevelen van de politie die de leerlingen juist opvolgen. Om de veiligheid van de leerlingen te garanderen worden de inspecteurs en de vrijwilligers systematisch opgesteld. Leerlingen krijgen verkeersveilige tips Na afloop krijgen uw leerlingen elk hun verbeterpunten en tips  mee om zich veilig in het verkeer te bewegen. De leerkrachten ontvangen enkele dagen later de resultaten van de fietsprestaties van de leerlingen Voorbereiding traject Bestel het doe- of vervolgpakket via het Grote Fietsexamen van het VSV (Vlaamse Stichting Verkeerskunde) door uw klas in te schrijven. De folders in dit pakket informeren de ouders over het fietsexamen en u vindt er een klasaffiche waar de leerlingen zelf hun naam kunnen invullen. Is het de eerste keer dat u zich op deze website meldt, dan ontvangt u ook nog een handleiding en oefenfiches. Contact U wenst meer info over het fietsexamenparcours? Onze leden van de verkeersdienst helpen u graag verder: 058/33 22 11  

yoso
0 0

huiswaarts

Wat zou ik doen zonder mijn kinderen? Wie zou ik zijn? Waar zou ik wonen? Zou ik twee pakjes Tigra per dag roken? Zou ik de hele dag in wit ondergoed naar tv kijken? Zou ik andere kinderen maken bij een andere vrouw? Zou ze dikke borsten hebben? Zwart haar? Scheve tanden? Nee, natuurlijk niet. Ze zou blond zijn, haar lach zou ministers sprakeloos maken. De premier zou naar haar hand dingen en mij zijn portefeuille aanbieden. Maar ik zou er niet aan denken, ik zou zeggen: loop naar de maan. Want daar zou ze gaan. Zoveel schoonheid zou ik nooit verdiend hebben. Ik zou ze missen, mijn kinderen. Keihard. Tranen met tuiten zou ik huilen. Alles zou ik doen om hen terug te krijgen: vallen op mijn knieën, bidden tot God, smeken tot Fernand Huts. Ik zou zelfs een Facebookpagina aanmaken: IK WIL MIJN KINDEREN TERUG!!! Ik zou al snel vijfhonderd likes hebben. Wie weet zelfs zevenhonderdvijftig. Verbaasd zou ik naar het scherm van mijn chique telefoon kijken. Als ik de tranen ervan zou vegen, zou ik mezelf zien. De reflectie van een vader zoekend naar zijn verleden. Ik heb ze natuurlijk nog, mijn kinderen. Ze huilen, vallen op mijn knieën, hebben scheve tanden. Nee, dat is gelogen. Hun tandjes zijn perfect. Gelukkig maar. Stel je voor dat ze konijnentanden hadden. Wat zou ik dan doen? Wie zou ik zijn? De paashaas? Moehaha. Ondanks alle malaise in Midden-Brabant en omstreken blijft mijn humor de hoogste toppen scheren. Weergaloos en waterdicht: zo zou ik mijn humor omschrijven. Wezenlijk zou het derde kenmerk zijn. Daarna zou ik huiswaarts gaan.

Maarten Verhelst
0 0

Rock ’n Roll voor marketeers: Newsjacking

Als we de woorden home of carjacking horen denken we niet direct aan marketing. Toch is jacking of beter gezegd Newsjacking de Rock ‘n Roll of adrenalinestoot van Marketing.   Wat is precies newsjacking? Wil je meer weten? De term zelf komt uit een boek van David Meerman Scott “Newsjacking”. “Newsjacking is een methode waarbij marketeers de nodige aandacht voor hun bedrijf, merk of blog krijgen, door in te spelen op brekend nieuws, om zo mee te surfen op de mediagolf die hierrond zal ontstaan .”   In het Nederlands, kunnen we newsjacking ook vertalen als nieuwskaping, maar…gezien de vloed van negativiteit die ons overspoelt sinds de terroristenaanval in Parijs geen goed idee. Oeps, wat deed ik net? Heb ik net aan newsjacking gedaan? Heb ik bestaand nieuws, dat de kranten al dagen domineert, net gebruikt om newsjacking uit te leggen? Neen, niet echt, wat ik net deed wordt ook wel inhaken op het nieuws genoemd.   Het verschil ligt hem niet in het soort nieuws waarop je verder gaat, maar in de timing. Nieuws van een paar dagen oud kan je niet wegkapen, dat is al zo wijdverspreid dat het moeilijk wordt om hier nog een origineel verhaal rond te bouwen.   Newsjackers jagen enkel en alleen op brekend nieuws of gebeurtenissen. In de korte levenstijd van een nieuwsverhaal is iedereen erover bezig, alleen de eerste zullen genoeg opvallen om er voordeel uit te halen.   Lijkt simpel, niet? Je vindt een verhaal en je bouwt er snel een reclame rond of een blogje en de aandacht volgt. Tja, zo eenvoudig het nu ook weer niet.  Je staat eerst voor 4 grote uitdagingen!!! (zie beeld) Gebruik vooral de drie volgende tools: Creativiteit! Val op in de massa! Zeker voor visuele media is humor een hele goede insteek. Google: je moet een basis van SEO onder de knie hebben om gevonden te worden. Social Media- denk snelheid, denk real time media (Twitter is het ideale platform ) Enkele mooie voorbeeldjes van Nieuwsjacking: Oreo- kort na de stroompanne bij de superbowl in Amerika stuurde Oreo een simpele tweet, met de woorden “Oreos kan je ook dunken in het donker!”. De Tweet was een schot in de roos en ging bijna direct viraal.  Iets dichterbij huis, in Nederland lanceerde Heineken op zijn facebookpagina de oproep ‘bakkie doen’, waarom Douwe Egberts inspringt met een soortgelijke reclame ‘Doen we’.. Heineken reageerde weer met ‘tot zo’ en tenslotte bevestigt Douwe Egberts ‘wij betalen!’.   Simpel, snel, maar het levert onschatbare reclame en content op voor de merken die hiermee goed om kunnen.. De gouden regel is natuurlijk wel dat je rekent op je gezond verstand. Inpikken op verhalen die gevoelig liggen zoals de terreuraanslagen is gevaarlijk. De minste hint van opportunisme van je merk zal genadeloos afgestraft worden. (zie beeld)   Wil je het ook proberen, go for it! En hou me op de hoogte Veel succes!   

Karin van Hees
0 0

Is Schengen begrensd?

    Heel wat mensen stellen zich tegenwoordig deze vraag. En het is voor de hand liggend waarom. Denk ik. Het idee dat aan de basis van deze akkoorden lag is mooi, misschien was het zelfs vooruitstrevend. Maar is het idee van open grenzen ook niet een beetje begrensd?     Kanttekening bij de akkoorden   Op 14 juni 1985 ondertekenden de regeringsleiders van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk het eerste Verdrag van Schengen. Personencontroles aan de gemeenschappelijke grenzen werden afgeschaft. In 1986 is de Europese Akte gesloten door de 12 toenmalige leden van de Europese Gemeenschap. Deze akte houdt in dat er vanaf 1993 een interne Europese markt is ontstaan met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Sommige bevoegdheden van lidstaten worden door de akte overgedragen aan instellingen van de Europese Unie. Momenteel behoren 26 landen tot de Schengenzone.   Sinds 2006 is bepaald dat de grenzen van een land in deze Schengenzone tijdelijk uit veiligheidsoverwegingen gesloten kunnen worden. Normaal gezien geldt dit voor een maximale periode van 30 dagen. Maar uitzonderingen zijn altijd mogelijk. In dat verdrag staan toch enkele tekortkomingen of tegenstrijdigheden. Zo moet er controle zijn op burgers van buiten de Europese Unie maar niet indien zij familie zijn van een inwoner van de EU. Niet geheel waterdicht dus…(Over deze akkoorden uit 2006: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:l14514) Ja, maar… Voor alle duidelijkheid: ik ben en blijf er van overtuigd dat grenzen niet meer zijn dan een pennentrek die soms vergaat. Maar toch, en dat lijkt misschien tegenstrijdig, is het soms in het algemene belang om een zekere controle te behouden.   Wanneer ik deze tekst maak, is de meest gezochte terrorist van Europa nog spoorloos. Het was onlangs nog in het nieuws dat de grens tussen Frankrijk en België weliswaar beveiligd is. Maar er was ook te zien hoe 100 m verder een kleine gewestweg een ongecontroleerde doorgang biedt… Mensen uit oorlogsgebieden moeten geholpen worden. Maar ze hoeven de oorlog niet mee te brengen of te verspreiden. En eigenlijk zijn de gebrekkige controles voor niemand goed. Niet voor het gastland waar dan automatisch de vraag rijst of er geen verdachte vis door de mazen van het net is geglipt. Ook niet voor de asielzoekers die momenteel allemaal met argusogen bekeken worden. En vele moslims schreeuwen uit: "Not in my name!". De gekken van Parijs vertegenwoordigen alleen de gekken die zwaaien met de zwarte vlag. Tot slot   De hele situatie zadelt heel wat mensen met angst op. Dan is dit goed om te onthouden:   Angst verandert niets aan het verdriet van gisteren en lost de problemen van morgen niet op. Het enige dat angst doet is je vandaag verlammen. Corrie ten Boom  

Willem Ackers
0 0

Is Schengen begrensd?

    Heel wat mensen stellen zich tegenwoordig deze vraag. En het is voor de hand liggend waarom. Denk ik. Het idee dat aan de basis van deze akkoorden lag is mooi, misschien was het zelfs vooruitstrevend. Maar is het idee van open grenzen ook niet een beetje begrensd?     Kanttekening bij de akkoorden   Op 14 juni 1985 ondertekenden de regeringsleiders van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk het eerste Verdrag van Schengen. Personencontroles aan de gemeenschappelijke grenzen werden afgeschaft. In 1986 is de Europese Akte gesloten door de 12 toenmalige leden van de Europese Gemeenschap. Deze akte houdt in dat er vanaf 1993 een interne Europese markt is ontstaan met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Sommige bevoegdheden van lidstaten worden door de akte overgedragen aan instellingen van de Europese Unie. Momenteel behoren 26 landen tot de Schengenzone.   Sinds 2006 is bepaald dat de grenzen van een land in deze Schengenzone tijdelijk uit veiligheidsoverwegingen gesloten kunnen worden. Normaal gezien geldt dit voor een maximale periode van 30 dagen. Maar uitzonderingen zijn altijd mogelijk. In dat verdrag staan toch enkele tekortkomingen of tegenstrijdigheden. Zo moet er controle zijn op burgers van buiten de Europese Unie maar niet indien zij familie zijn van een inwoner van de EU. Niet geheel waterdicht dus…(Over deze akkoorden uit 2006: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:l14514) Ja, maar… Voor alle duidelijkheid: ik ben en blijf er van overtuigd dat grenzen niet meer zijn dan een pennentrek die soms vergaat. Maar toch, en dat lijkt misschien tegenstrijdig, is het soms in het algemene belang om een zekere controle te behouden.   Wanneer ik deze tekst maak, is de meest gezochte terrorist van Europa nog spoorloos. Het was onlangs nog in het nieuws dat de grens tussen Frankrijk en België weliswaar beveiligd is. Maar er was ook te zien hoe 100 m verder een kleine gewestweg een ongecontroleerde doorgang biedt… Mensen uit oorlogsgebieden moeten geholpen worden. Maar ze hoeven de oorlog niet mee te brengen of te verspreiden. En eigenlijk zijn de gebrekkige controles voor niemand goed. Niet voor het gastland waar dan automatisch de vraag rijst of er geen verdachte vis door de mazen van het net is geglipt. Ook niet voor de asielzoekers die momenteel allemaal met argusogen bekeken worden. En vele moslims schreeuwen uit: "Not in my name!". De gekken van Parijs vertegenwoordigen alleen de gekken die zwaaien met de zwarte vlag. Tot slot   De hele situatie zadelt heel wat mensen met angst op. Dan is dit goed om te onthouden:   Angst verandert niets aan het verdriet van gisteren en lost de problemen van morgen niet op. Het enige dat angst doet is je vandaag verlammen. Corrie ten Boom  

Willem Ackers
0 0

Barts idee

IK HIELD NIET van Barts geweldige ideeën en ik had er ook nooit van gehouden, maar ik kon geen ‘nee’ zeggen, dus hier stond ik weer. Deze keer was er echter geen sprake van dat ik zou meedoen aan zijn compleet geschifte plan en ik had het hem ook gezegd, “Ik denk er nog niet aan dat ik in de wieken van een molen kruip, ik ben mijn leven nog niet beu.” Natuurlijk vond hij mij een sissie, een piske, een lafbek, en weet ik wat nog allemaal, maar ik was niet te vermurwen, ik vond het al erg genoeg dat ik getuige moest zijn van zijn onnozele streken. Maar wat wou je, hij was mijn vriend en een vriend laat men niet zomaar in de steek, dat doet niemand. Hij liet me trouwens weinig keuze, want er moest toch iemand zijn om de hulpdiensten te verwittigen als het misging.   “Doe voort, jong,” riep ik, “ik heb niet de hele nacht tijd, ik wil terug in mijn bed gaan liggen.”   Even verderop stond Bart tegen een boom te plassen. Hij lachte luid, maar op zo’n manier dat ik merkte dat hij zelf ook bang was om zijn plan uit te voeren.   “Ik zeik misschien nu, maar gij zijt een zeikerd”, riep hij terug. “Moet je mijn lul eens zien?” vroeg hij, en hij draaide zich om zonder op een antwoord te wachten, “dan kan je eens de lul van een echte vent zien.”   Hij schudde zijn plasser af en stak hem met overdreven veel zwier terug in zijn broek. Zijn T-shirt frommelde hij er slordig bij, zodat het helemaal scheef zat, een deel er nog uit hing en zelfs een stuk van zijn trui ook bij in zijn broek zat. Dat was Bart. Als hij niet mijn vriend was geweest, dan had ik hem gewoon niet willen kennen.   “Komaan”, zeg ik, “straks zien mijn ouders dat ik niet in mijn bed lig.”   “Gaat gij maar gauw ook tegen die boom staan”, antwoordde hij, “anders doet ge sebiet nog in uw broek.”   “Ba-art, doe eens normaal, ik kan ook gewoon terug gaan en dan kan je zelf een foto trekken als je daarboven zit.”   “’t Is al goed. Ge hebt hem toch bij.”   “Dat fototoestel?! Natuurlijk, ik had toch gezegd dat ik daarvoor zou zorgen. En een gsm heb ik ook bij, het moest maar eens zijn dat je valt.”   Dat laatste negeerde hij gewoon alsof de mogelijkheid niet bestond. Strijdvaardig kraakte hij zijn nek en zwaaide hij met zijn armen en benen naar een denkbeeldige vijand.   “Vooruit dan!” riep hij, alsof het ‘aanvallen’ betekende.   Ik vroeg hem of hij zeker was dat hij dit wilde doen, want het leek me echt wel een gevaarlijke onderneming, maar hij was niet van zijn stuk te brengen en hij moest en zou, net als de Rode Ridder, in de wieken van een molen klimmen. Dan zou ik een foto van hem trekken, die hij op zijn Netlogpagina zou plaatsen en zo kon iedereen van de school en iedereen die hij kende, zien dat hij zoiets durfde. Hij zou een ongekend succes hebben bij de meisjes en iedereen zou ontzag voor hem krijgen. Dat zou bij mij niet gebeuren, want zo zei hij, “Jij durft niks en ik alles, dat is het verschil tussen ons twee.”   “Ik heb al wel een meisje gekust”, beet ik terug, “en jij niet. Dat is ook een verschil tussen ons twee.”   Daar had hij niet van terug, want hij wist dat het waar was. Ik had Mieke al gekust, achter het muurtje bij hem thuis nog wel, en hij was daar bij Sofie niet in geslaagd. Dat Mieke in feite mij had gekust en dat ik er niet veel in te zeggen had gehad, had ik netjes verzwegen, maar dat waren dingen die je natuurlijk niet zomaar onthulde.     “Het enige dat jij zult bereiken,” zei ik, “is dat iedereen jou nog zotter vindt, dan dat ze nu al doen. En de meisjes…? Er is geen enkel meisje dat een zot tof vindt.”   Dat gedoe met de Rode Ridder de hele tijd, dacht ik, maakte míj nog zot op de koop toe. Suske en Wiske, of Kiekeboe, dat las ik graag, maar de Rode Ridder? Dat was niks voor mij en daar stond niks om te lachen in, allemaal serieus. Maar dat zei ik natuurlijk niet, want de Rode Ridder, dat was een gevoelig onderwerp. Dat was zijn held en hij was er trots op dat hij er alle strips van had. De oudste exemplaren had hij van een nonkel gekregen en telkens als er een nieuwe uitkwam, kreeg hij van zijn vader geld om die te kopen.   Als ik bij hem thuis kwam spelen, dan wou hij ook altijd dat ik die strips las en dat deed ik dus maar, want de schaarse Jommekes en Suskes en Wiskes die hij had, had ik allemaal al gelezen en de Kuifjes van zijn vader vond ik ook maar niks. Ik koos meestal één van de laatste nieuwe die hij gekocht had, want die waren tenminste een béétje realistisch. Als er daarin iemand neergestoken werd, dan kwam er bloed te voorschijn, in die andere, oudere strips was dat nooit het geval. Soms moest ik van hem zelfs afleveringen meenemen en dan kreeg ik uiteraard steevast die oude zwart-witgevallen mee, die daarna een week op mijn nachtkastje lagen en die ik uiteindelijk las om te kunnen zeggen dat ik ze gelezen had. Ik moest er nogal wat voor over hebben om zijn vriend te zijn.   En in een paar van die strips, dat had ik ook wel gezien, kruipt de Rode Ridder op de wieken van een windmolen om zijn vijanden te verschalken. En nu wou hij dat dus ook proberen, maar volgens mij vergat hij daarbij dat in stripboeken zoiets altijd beter gaat dan in het echt. De enige die ik ooit op wieken had zien zitten, dat waren geen mensen, dat waren vogels, zelfs nog geen katten had ik het ooit zien doen en ik woonde hier vlakbij de molen en vlak bij het bos. En ’t was niet dat hier geen katten zaten. Bart was van lotje getikt en als ik hem dat zei, vond hij dat nog een compliment ook.     “Eerst opwarmen”, zei hij en weer zwaaide hij met zijn armen en benen. Hij liep een keertje rond de molen en boog zich een paar keer voorover om te stretchen.   “Vooruit!” riep hij. Weer klonk het alsof het ‘aanvallen’ betekende. In een wip en een zip stond hij op het paaltje waaraan één van de wieken vastgemaakt was. Hij trok zich op aan het dunne vlezige touw, maar moest het bijna onmiddellijk lossen omdat het te veel op en neer sjoeperde en hij met zijn gewicht de wieken in beweging zette. Dat ging nooit goed.   “Godverdomme,” vloekte hij, “dat touw snijdt.”   Zonder aarzelen sprong hij echter weer op het paaltje en trok hij zich weer op. Hetzelfde gebeurde, maar nu liet hij het touw niet los. Bij zijn eerste klauterpassen op de wiek kraakte het hout en ik siste hem toe dat hij eraf moest springen, dat hout zou hem nooit kunnen dragen, maar opnieuw lachte hij mij uit.   “Allé piske, het begint nu pas. Trek al maar een foto!”   Dat lukte bijna niet omdat ik mijn hand zo moeilijk kon stilhouden van de zenuwen.   Behendig als een trapezeacrobaat werkte hij zich een weg naar boven. De wiek kraakte minder dan in het begin, maar nog steeds was ik er niet gerust in. Nochtans ging er deze keer niets mis, zelfs niet toen hij in het midden aankwam en via de as de volgende wiek beklom. Hij kleefde tegen de houten latten.   Het touwtje dat de wieken vasthield, leek strak gespannen, maar toen ik ging voelen, bleek de spanning mee te vallen. Waarschijnlijk waren de wieken in de molen zelf verankerd, dacht ik, en dat stelde me wat gerust.   Halfweg zijn tweede wiek, riep Bart dat ik nog een foto moest trekken. Dat was al de zesde. Terwijl ik door het kleine venstertje van de camera keek, liet hij zich aan één van de spalken hangen. Net op het moment dat ik de foto trok, draaide hij zich om en liet hij één hand los om te wuiven. Geschrokken kneep ik mijn ogen dicht en luisterde ik naar een plof.   De enige plof was die van het fototoestel dat in het natte gras viel.   “Gij zijt gek, Bart, gij zijt gek. Kom naar beneden nu,” riep ik onderaan de molen in paniek. Ik vond het al erg genoeg dat hij daarboven zat, ging hij ook nog eens hangen en kunstjes uithalen.   Gelukkig kwam hij inderdaad naar beneden. Het hout kraakte weer.   Bijna op het einde, nog zo’n twee meter boven de grond, sprong hij van de wieken, struikelde hij en viel hij met zijn rug tegen een steen die daar lag.   “Doeme,” zei hij, “dat doet zeer.”   Opgelucht nam ik hem vast om te kijken of hij nog helemaal uit één stuk was, maar hij versteef van de pijn en hij riep dat ik een flikker was, dus liet ik hem los. Hij verbeet de tranen in zijn ogen.   “Juist goed,” zei ik, “ik hoop dat je rug gebroken is.”   “Ik mag zot zijn,” kreunde hij, “maar met u scheelt er ook iets, kerel. Als mijn rug gebroken was, dan stond ik hier niet.”   “Ben je niet blij dat je terug beneden bent?” vroeg ik.   Als antwoord slaakte hij een oerkreet waardoor de kraaien lawaaierig opvlogen uit de toppen van de dennenbomen. Mijn huidharen gingen er rechtop van staan en het leek alsof er elektriciteit door mijn wervelkolom werd gestuurd.    Gelukkig waren er geen wandelaars of fietsers in de buurt, want hij riep echt wel luid.     De hele weg terug naar huis klopte hij voortdurend op mijn schouders en wou hij de foto’s zien die ik getrokken had.   “De laatste foto is donker,” zei hij en dat net het toppunt van zijn prestatie zo slecht belicht was, stelde hem zichtbaar teleur. Maar dan klopte hij weer op mijn schouder en lachte hij.   Bij mij thuis aangekomen, vroeg ik hem of hij zoiets gevaarlijks alsjeblief nooit meer wou doen. Hij zei alleen dat ik niet zo moest blèten, want hij was er toch veilig vanaf geraakt. Morgen zou hij mijn fototoestel wel teruggeven.   “Zonder fout, Bart,” zei ik, “want als mijn moeder het merkt dat ik haar spullen uitleen, dan zwaait er wat.”   “Ja ja, geen probleem!”     In mijn bed bonkte mijn hart nog van opwinding. Even leek het alsof ik in de verte weer die oerkreet hoorde en vogels die opvlogen, maar dat was waarschijnlijk inbeelding. Het duurde minstens een uur voor ik in slaap sukkelde. Mijn teddybeer had ik al lang niet meer zo omkneld als toen.     ’s Anderendaags ’s morgens nog voor ik naar school vertrok, zette ik de computer op en zag ik dat de laatste foto die ik de nacht ervoor getrokken had, al op Barts Netlog stond, met daarnaast een scan uit een Rode Ridderboekje waarin de Rode Ridder ook in een molenwiek was gekropen. In zijn status stond geschreven ‘Bart doet stunt van Johan de Rode Ridder achterna’. Ondanks het feit dat de foto inderdaad veel te donker was, had hij hem toch zo kunnen bewerken dat duidelijk genoeg bleek dat hij het was die aan die wiek hing en naar de camera wuifde.   ’s Avonds voegde ik als commentaar bij zijn status toe: ‘Maar Johan de Rode Ridder liep de volgende dag niet krom van de rugpijn’. Het was gemeen, vond ik zelf, vooral omdat hij niet gevallen was, maar naar beneden gesprongen, en ook omdat ik toch jaloers was dat híj het had gedurfd en ik niet.   Pas een week later kreeg ik eindelijk het fototoestel terug en kon ik het weer in mijn moeders lade leggen. Tijdens het wissen van de foto’s zag ik dat hij nog een extra foto had getrokken waarop hij met Mieke zoende, en hoewel ik wist hoe het moest gegaan zijn, vond ik het toch jammer dat het net Mieke was.  

Hans Van Ham
27 0

De provincie aan de kust? Hieronder enkele initiatieven:

‘Groen-in-de-stad’ -  geen rhododendrons voor de kust?Groen aanleggen aan de kust brengt een aantal specifieke uitdagingen met zich mee. Denk maar aan onder meer de typische klimatologische omstandigheden,  de aanwezigheid van strand en duin en de hoge druk door betreding van recreanten.Om die reden brengt de Streekwerking Kust de groenambtenaren en de schepenen van de regio Kust samen om te onderzoeken wat de kansen en wensen zijn voor het planten van groen aan de kust.Dat netwerk dient als ervaringsuitwisseling, studiedagen/bezoeken, contacten, inspiratie en vindt plaats tot 2 maal per jaar.Met het initiatief “Groen-in-de-stad” wil het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse overheid (ANB) de aandacht wil vestigen op groen in de stedelijke of randstedelijke omgeving.Groeien de bomen in Nederland beter?   Op donderdag 15 oktober 2015 kwamen we het allemaal te weten tijdens het seminarie 'Bomen en groen aan Zee'. Je vindt de powerpointpresentaties hieronder: [met link naar PPTS]•    Historisch beeldmateriaal Noordwijk (NL) door Marcel Smeets – Kennisplatform Bomen aan Zee (NL)•    Bomen aan Zee: onderzoek & advies  beperkende groeiomstandigheden door Marcel Smeets•    Bomen aan Zee: nationale monitor door Marcel Smeets•    Kustbeplanting en zouttolerantie door Bregt Roobroeck – VIVES hogeschool BruggeDe streekwerking Kust van de provincie West-Vlaanderen organiseerde deze namiddag, speciaal bedoeld voor professionelen die bezig zijn met groenbeheer.Meer succes met de aanplant en groei van bomen en groen in badplaatsen aan de Noordzee (NL en B)? Meer bomen en groen in badplaatsen zorgen voor een beter verblijfsklimaat voor inwoner en bezoeker. Dat is van belang voor economie en welzijn. Het Kennisplatform Bomen aan zee in Nederland start met een project om de groei van bomen aan zee te monitoren. In de praktijk is veel kennis beschikbaar bij de beheerders van groenprojecten. Ze volgen de ontwikkeling van de groei van de bomen en nemen wanneer nodig gepaste maatregelen. Zo ontstaat er een digitale databank en kan geleerd worden van de mislukkingen en successen. Ontdek alle informatie op www.bomenaanzee.be (contact: meetsbomenaanzee@gmail.com) Eco-moestuinieren, iets voor jou?In zes sessies dompelt een gespecialiseerde lesgever de deelnemers van de eco-moestuinteams onder in de nodige theorie en praktijk van eco-moestuinieren. De sessies volgen het ritme van de seizoenen en gaan telkens thuis door, bij de leden van het team (in de woonkamer én in de tuin). Op 16 januari 2016 start een nieuw eco-moestuinteam op in Blankenberge. De volgende lessen vinden plaats op: 30/01 om 9:30 tot 12u 19/03 om 9:30 tot 12u 16/04 om 9:30 tot 12u 14/05 om 9:30 tot 12u 18/06 om 9:30 tot 12u 17/09 om 9:30 tot 12u Ben je geïnteresseerd om ook deel uit te maken van een eco-moestuinteam, mail dan naar kust@west-vlaanderen.be; of telefonisch 059/34.21.47. De deelname is gratis. Aanwezig zijn op alle sessies en je mede-cursisten verwelkomen in je woonkamer, volstaat als engagement. Het provinciebestuur West-Vlaanderen draagt de kosten voor de lesgever. Het aanbod van eco-moestuinteams kadert in een samenwerking tussen Velt en het provinciebestuur West-Vlaanderen, die ook samen Velt-lesgevers ‘ecologische moestuin’ opleiden.

Sylvia
0 0

Kleine Verhalen. Potlood met een gummetje

Gisteren stond ik in de winkel. Het buurtwinkeltje om de hoek. Daar hebben ze leuke potloden. In vrolijke kleuren en met een gummetje er bovenop. Het soort potloden waar  ik in vroegere tijden blij van werd. Omdat fouten maken kon. Ze werden uitgegumd.   ‘Het zijn andere tijden,’ schuddebolt de oude dame achter de toonbank, ‘ze hebben geen potloden meer nodig in deze tijden. Ze kunnen met hun computer alles wissen. Zijt gij ook op feestboek?’ Even begrijp ik het omaatje niet. Maar jawel, ik ben ook op Facebook. Weinig ‘feest’ nochtans de laatste dagen.  Bedroevend weinig vrolijke dingen om te delen. Ik lees. Ik kijk naar foto’s. Ik post zelf enkele onnozelheden met recepten. Deze tijden. Waarin bange, uitgeputte mensen in onze parken overnachten. Waarin kinderen aanspoelen op stranden. Deze tijden waarin landen hekken bouwen om mensen tegen te houden. Opnieuw. Vroeger mocht je er niet uit. Nu mag je er niet in. ‘Tot hier en niet verder.’ zeggen ze. ‘Dit is van ons. Van ons alleen.’ In deze tijden waarin we bang zijn om minder te krijgen. Minder te ‘hebben’. In deze tijden waarin we zo overspoeld worden – letterlijk – met menselijk leed, dat we allemaal soms even onze ogen sluiten voor het nieuws van de dag. We zappen weg naar ‘Thuis’.  Nergens beter dan thuis? Huisje, tuintje, kindje… Schooltje. Onze school: KIDS. Waar hartelijke professionaliteit de slogan blijft. Waar we willen dat elke ouder en elk kind zich Thuis voelt. Zijn we goed gestart? Natuurlijk zijn we goed gestart. Hier en daar is er nog een stoeltje te weinig. Er moeten nog wat potloden geslepen worden en wat puntjes op de i gezet. Voor onze kinderen wordt zelfs gewerkt aan wéér een nieuw dak boven hun hoofd, er is soep zoveel ze willen en er wacht hen een knusse, warme leefgroep, een klas. Onderwijs. Bijzonder Onderwijs dan nog. In deze tijden waarin we van Bijzonder naar Inclusief moeten gaan, voelen wij ons bijzonder exclusief. Bijzondere leerkrachten. Laten we ons dáárop focussen. In deze tijden. En bijzonder ons best doen. Om élk kind te geven waar het recht op heeft. De beste juf, de beste meester, de beste therapeut, de beste ouder. Het beste kind zit vóór ons. Daar. Ik geef hem een potlood. Met een gummetje.

Goedele Billen
40 1

zinnespel

I will show you fear in a handful of dust T.S. Eliot   onzin ik krijg u niet geschreven noch in woorden geworden wanneer uw handen de scherven inkt in mijn vingertoppen aftasten als rusteloze ruïnes in uw woestenij   zou ge dansen als ik het u vroeg zo gewoonweg domweg uw passen afstemmen op de mijne om een eenheid te veinzen in een compleet artificieel moment van bestaan   als een schaduwspel in een amper verlichte kamer weerkaatsen wij onze levenloze lijven vluchtig en gehaast haast gehaat in elkaars armen tussen voetstappen waarin razernij elegantie kent en hoe dat dan oorlogen zijn   want ik denk niet dat ge zou dansen al zou ik het u vragen ge zult u wel bewegen maar niet in eenheid in dissonantie waar gij mij tot op het einde zult weerleggen maar zo creëren we nog steeds al is het uit vernielzucht     waanzin ik vertrappel heelder werelden onder mijn voeten als dat betekent dat ik het sterven van de kosmos in uw ogen kan weerspiegeld zien   ik zal alles platbranden tot de laatste snipper enkel om dichter te staan bij de vlammenzee die zijn getijden kent in uw gedachten   ik zal het bestaan zelf verzwelgen enkel om de wreedheid van uw alles verterende vertederende glimlach te kunnen weerstaan   het einde der tijden kondigt zich aan…  maar voor mij vervat het enkel de oneindigheid die zit gevangen in uw onbegrijpelijke blik   grijp mij rijt mij aan s t u k k e n verscheur verbrand verslind verslind verslind verslind V E R S L I N D verslind elke letter die ik stot-ter doe mij dolen tot ik enkel nog kan voelen   wie gij zijt     zinloos naakt lijk ik te zijn begonnen ontdaan van de angst in uw stoffige handen een uitgehold clair-obscur van duister tegenover net iets donkerder   als ge daar dan ligt in uw gebroken armen van al die vernieling voelt ge dan niet de nood om gewoon langzaam te zwijmelen op al die vervlogen ritmes die ge liet varen   het schisma voltrokken en volkomen   ontregeld klauwt het verder bijna melancholisch compleet gestrand en ontredderd naast al die anderen met eenzelfde stel ogen ijzig en onbevattelijk   moet het dan zo en enkel zo ons volledig aan dat gruwelijk monster overgeven wegkwijnen in diezelfde stoffige angst die ik nooit echt in uw handen zag het is maar de vraag in hoeverre uw allesverslindende  honger naar zwijgzaamheid ons nog in staat stelt ooit uw onmogelijke dans te voltooien gij getooid in een soort kobalt ik uw schepper uw vernietiger en alles daartussen  

Daan Janssens
0 1

Pluk de tijd in de herfst van je leven

Wanneer de bolsters van wilde kastanjes vanop het wandelpad aan je zolen willen kleven, weet je, het is herfst. Het aantal senioren, die genieten van een dagelijkse gezondheidswandeling, neemt ook af rondom het stadspark Casier. Herfst en winter behoren niet tot dat dagelijkse wandelen. Voor zij die ervaring in tijd kweekten. Niet weten, noch leren wat de oogst van die tijd nu precies is. De pet wordt niet langer rechtgezet, brilglazen staren je niet langer aan, noch minder wordt van je verwacht goeiendag te gebaren. Het sparen van energie neemt de bovenhand in deze tijd van het jaar. Nochtans, het is herfst. Met een uitdrukkelijke, superlatieve -st op het einde. Die eigenaardige -rfst heeft een uitdrukkelijk doel. Het duidt de beste periode van het jaar aan om de vruchten op je erf te oogsten. Je te behoeden voor schaars-te en nog vlug welvaart in te slaan. Lief-st met je gezin of familie om wat “qualitytime” bij één te rapen. “Maar vergeet je  hærfest toch niet?”, vraagt de moeder steeds bezorgd. Snot kweek je éénmaal snel bij tocht. Het hoogtepunt is dus bereikt, het verval komt eraan. Om in -ssst- te genieten van het dwarrelende blad. Dat tenslotte zonder roer cirkelt op het watervlak. Och ja, er zijn ook wat waterrimpels rondom het blad. Die de zon kunstzinnig belicht. Herfst, het is de dichtperiode bij uitstek. Waar de poëten in parken vruchten van hun stress omtoveren, in abstracte schilderijen tot verdord woord. Dergelijke taferelen tot dichtkunst omdat met herfst niet te rijmen valt.

KLAAS
0 1