Lezen

Een ode aan dat ene meisje dat ik doodgraag zie aka Cafépraat II

Ik zat, stilletjes voor me uit starend, met een groene cola op het terras. Plots verscheen Mark naast me, nam aan mijn tafeltje plaats en zei: “Niemand hoeft alleen te drinken, weet je wel?”Daar zaten we dan, elk stilletjes voor ons uit starend. Mark kon mijn stilte niet meer verdragen en klopte geërgerd op het smalle terrastafeltje.“Waarom zijt gij zo stil? Waar zit ge met uw gedachten?”Ik keek mijn beste vriend aan terwijl mijn gedachten als een wirwar over en weer sprongen.“Er is dat ene meisje, je weet wel... die met die grote expressieve ogen. Echte blauwe ogen waar ik zo graag in verdrink... Ik mis het verdrinken in die ogen... Ik mis haar lach... Ik mis de geur van het haar dat mijn gezicht streelt, iedere keer dat ik haar in mijn armen neem... Ik mis onze gesprekken... Ik mis zoveel aan haar, dat het gewoon pijn doet...”Maar het enigste dat ik kon uitkramen, was: “Ik mis haar.”Mark keek me een beetje raar aan, niet goed wetend wat te zeggen. Hij herstelde zich een beetje en vroeg: “Als zij je zo stil kan krijgen... dan... Ach, ik kan me maar moeilijk voorstellen wat er nu in je omgaat.”Blijkbaar glimlachte ik zo onmerkbaar flauw, dat Mark me vol enthousiasme hardhandig porde. Terwijl ik de pijnlijke plek masseerde, zuchtte ik zo diep dat mijn gedachten er bijna uitfloepten.“Er is dat ene meisje dat van alles in me losmaakt. Soms ben ik blij en dan maakt ze me extra gelukkig dat ik haar in mijn armen neem om een rondedans te doen. Soms ben ik zo bedroefd, bijna op het punt gekomen dat ik alles wil opgeven en dan is ze daar... er gewoon voor me zijn, is alles wat ik wil. Soms zit ik met mijn gedachten zo ver, dat het mijn gezicht vervormt tot een grimmig masker. Één blik van haar brengt me snel terug naar datgene dat echt belangrijk is. Dicht bij haar zijn.”Gelukkig voor mij was dit enigste wat ik kon uitbrengen: “Je hebt geen idee wat ze voor mij betekend.”Nu werd Mark stil. Hij bewoog zijn lippen terwijl hij naar de juiste woorden zocht. Mark is een geweldige kerel, maar als het om de juiste woorden gaat... dan kan dat wel een tijdje duren.“Ja... en... ja maar, dan moet er toch iets heel speciaals met dat meiske aan de hand zijn?”Ik dronk het restje groene cola op en zette het flesje terug op tafel terwijl mijn hoofd nog steeds achterover geslagen lag. In stilte liep ik mijn verzameling gedachten één voor één over.”Er is dat ene meisje dat ik alles kan vertellen. Ik kan over mijn woorden struikelen of halve onzinnen gebruiken en iedere keer weer begrijpt ze me. Ik hoef haar niet uit te leggen wie of wat Pink Floyd is. Ik krijg van haar geen saaie blik als ik haar mee uit vraag naar het Museum voor Schone Kunsten. Ik hoef zelfs mijn best niet te doen om een passend cadeautje te vinden! Gewoon iets kopen wat ik zelf graag zou willen. Je weet niet wat een luxe dat is! Zonder het te beseffen doen we veel dingen gelijkaardig en toch hebben we genoeg verschillen zodat we iets van elkaar kunnen leren.”Dit was wat ik uiteindelijk zei: “We hebben heel wat gemeen.”Als een slecht acteur leunde Mark achterover en poetste zijn bril met zo een overdreven flair, dat hij er zelfs geen Razzie mee kon winnen. Hij lachte kort voordat hij zich serieus vooroverboog en me recht aankeek.“Wees toch maar voorzichtig, okay?”Ik keek recht terug...“Er is dat ene meisje dat me compleet gek maakt. Ze weet dit niet, maar ze is zo diep in mijn brein verweven dat ik dag en nacht van haar droom. Ik droom van groene weides met ons twee'tjes alleen. Soms dartelend, soms samen languit in het gras. Als ik overdag mijn ogen sluit, zie ik haar lachende gezicht. Als ik dan ver weg van haar ben en mijn gedachten de vrije loop laat gaan, schieten allerlei vragen door mijn hoofd. Waar is ze? Wat doet ze? Wat eet ze? Denkt ze aan mij? Houdt ze van mij? Allerlei vragen waarop ik geen antwoord op kan geven. Ze maakt me gek, maar daar trek ik me niks van aan. Zolang zij het is die me gek maakt, dan vind ik dat alles behalve erg.”Maar in plaats van dat allemaal te zeggen, haalde ik mijn schouders op: “Weet je, dat ene meisje? Ik zie haar graag.”

Wibboo Jozefs
11 0

IK STAAK

Beste lezers die mij via mail of via mijn blog volgen, Jullie zullen gedacht hebben dat mijn fantasie opgedroogd was of dat ik minstens een writer’s block had. Niets is minder waar. IK STAAK. Jullie lezen het goed! Ik staak! Waarom ik staak? Daar moet ik nog eventjes heel diep over nadenken. Ik ben nogal trendgevoelig. De laatste maanden lijkt het modewoord in België, ‘werkweigering’ te zijn. Vier dagen in één maand tijd staakt men nu al in België. Men wil duidelijk niet meer werken en al zeker niet ‘langer werken’… Dus modebewust staak ik mee. Geen letter kwam er nog uit mijn PC. Ook ik heb recht op verontwaardiging en om af te geven op alles wat krom en scheef zit in onze welvaartmaatschappij. Op straat komen met een groot spanbord met daarop “Wij willen niet langer werken, of wij willen brugpensioen” is nogal hypocriet, want ik ben al een paar jaar met pensioen. Rond brandende autobanden gaan staan en roepen: ”Wij willen geen indexsprong” lijkt ook onrealistisch. Met ons povere pensioentje, zie je amper dat er jaarlijks index bij komt, dus zal die geplande indexsprong ons waarschijnlijk geen boterham minder doen eten. Wil ik een rijkentaks?  Eventjes nadenken…ben ik zelf rijk?  Meer tijd dan geld, zeg ik altijd. Mensen die van nul een firma opstarten, grote winst maken als ze deze verkopen, hiervoor vervolgens in België geen belastingen betalen, daar wordt schande over geroepen. Miljonairsvoetballertjes en wielrenners die hun geld in Monaco of in Luxemburg wegsassen, dat vindt men normaal en die belonen we dan nog eens met een ‘Gouden schoen’ of een beker ‘Sportman- of vrouw van het jaar’. Die  jackpotten  zorgen voor het zondagse vertier! Daar mag door het gepeupel niet aan geraakt worden. Geld is een vreemd goedje, als je het bewaart heb je er niets aan, als je het uitgeeft, ben je het kwijt. Waarom staak ik dan? Ik staak, omdat manlief  met een spiksplinternieuwe auto, in plaats van maar eerst na vier jaar, nu jaarlijks naar de autocontrole moet. Doordat wij bij aankoop van de wagen een gloednieuwe trekhaak lieten installeren en een caravan trekken, moeten wij nu alle jaren een controlebelasting in de regeringsla leggen. De autocontroleurs duwen eventjes op de trekhaak, schijnen met een zaklamp onder de auto zijn achterste en je mag langs de kassa passeren. Ik staak omdat ze in mijn achtertuin sociale woningen gebouwd hebben. Ik preutel niet over het idee ‘sociale woningbouw’ zelf en ook niet omdat het letterlijk in onze achtertuin staat, maar om de grandeur van de appartementen en de tuinen. Ik staak, omdat ik op het merendeel van de supergrote terrassen, hoofddoeken en schotelantennes zie verschijnen. Deze ‘kansarmen krijgen met ons geld, een riant beneden appartement met een tuin van 10 meter breedte en 25 m lengte onder hun zitvlak geschoven. Het zou met wat minder toch ook wel gaan zeker? Terwijl onze kinderen voor hun huis met tuintje, elke maand met moeite hun hypotheek aflossen en nagenoeg niets overhouden om voor een tweedehands auto te sparen, rijden deze ‘minderbedeelden’ plots rond in een Mercedes,in BMW’s met getinte ruiten en in SUV wagens. In één van de sociale tuinen staan plots drie moto’s, drie fietsen, twee grasmachines, een trampoline en een zwembad met een doormeter van 4 meter, helemaal tot de nok gevuld, met door de gemeenschap betaald, water! Daarom staak ik! Ik staak om het onrecht in de wereld. Omdat alle mensen die geloven niet genoeg bidden om God of Allah te overtuigen dat zij hun geloofswaanzinnige  achterban moeten trachten te stoppen. De gelovigen beweren toch dat hun God en Allah almachtig zijn..of niet? Waarom komen deze goden dan niet tussenbeide? Ik staak omdat overal ter wereld vrouwen  als vuilnis behandeld worden en kinderen sterven omdat ze willen leren.  Ik staak omdat de moslims niet massaal op ’t straat komen om met een heel luid roepend   “Not in my name” al die islammoorden te veroordelen.  Ik staak voor toestanden die er werkelijk toe doen, niet omdat wij een zuchtje van onze welvaart af moeten geven, zodat onze kinderen en kleinkinderen niet met gigantische schulden zouden moeten opgroeien. Dus ook ik leg het werk neer. Ik weiger nog één poot in de keuken te zetten. Ik weiger koffie te zetten en in mijn potten te roeren. Gedaan met kuisen voor dat kleine pensioentje. Ik weiger de wasmachine in en de afwasmachine uit te laden. Ik eis dat het werk als huisvrouw net als de job van de bouwvakker en de leraar als zwaar beroep erkend wordt! Het zal zelfs niet ophouden als ik 67 ben, het gaat gewoon door. Staken is staken! Manlief begrijpt het allemaal niet. Hij wil vooral geen olie op het stakersvuur gooien. Hij vraagt me heel zachtjes waarom ik dit allemaal op hem, de onschuldige brave ziel moet uitwerken? Wel, ook dat is een modeverschijnsel, medeburgers pesten om je gelijk te krijgen…en zoals ik reeds vertelde, ik ben heel trendgevoelig! Manlief kijkt me glimlachend aan: “Oké schatje er is nog plaats voor overleg aan de onderhandelingstafel! Wat denk je ervan, je wordt vandaag 63, dus vandaag geen ‘gekook’ en geen ‘gekuis’. Laat ons een beetje feestvieren en eens lekker bij de Thai gaan eten!” Als dit geen toegeving is?  Ik grijns van oor tot oor: “Yes, yes toch iets uit de stakingsbrand gesleept!” 17 december 2014 Jarige Sim  

Sim
0 0

Over de Liefde

     Het was een recente evolutie in het leven van Bernhard B. dat hij van koffie met melkschuim was gaan houden. Vroeger hield hij niet van melkschuim. Of juister: vroeger wist hij niet dat er zoiets als melkschuim bestond. Hij had het voor het eerst geproefd in een hotelletje in Nederland en het was hem dermate bevallen dat hij dezelfde dag nog bij HEMA een melkklopper had gekocht. Als een ander mens was hij naar België teruggekeerd. Mensen veranderen, zoiets hou je niet tegen. Ook Bernhard B. was voortdurend in verandering.      Dat hij in Nederland was geweest, had veel te maken met een andere nieuwigheid in zijn bestaan: sinds kort mocht Bernhard B. zich graag beginnend cabaretier noemen. Hij had al drie keer opgetreden. Eén keer in besloten kring, één keer op een talentenjacht in Gent, en één keer tijdens een voorronde van een cabaretwedstrijd in Groningen. Vooral dat laatste had hij een boeiende ervaring gevonden. Zijn timing was wat ongelukkig geweest, en de finale had hij niet gehaald, maar het scheen hem toe dat zijn doortocht niet geheel onopgemerkt was gebleven. Het juryverslag sprak van een gedurfde aanpak en een verrassende invalshoek. Misschien dat zijn set nog wat coherentie miste, maar dat waren dingen waar je aan kon werken.      Het schuim maakte Bernhard B. op basis van een wolk verse melk, die hij in een pannetje op het fornuis tot net onder het kookpunt bracht. Hij had de techniek al aardig onder de knie. Met vaste hand en regelmatige slag joeg hij de klopper erdoorheen. Het schuim was vol en smeuïg en er bleef zo goed als geen vloeibare substantie in het pannetje over. Bij elke poging kwam de perfecte kraag dichterbij.      Gisteren was hij aan een nieuw lied begonnen, ‘Een roos aan je deur’. Het was wat men noemt een werk in wording. In feite was zijn hele leven een werk in wording, bedacht Bernhard. Hij vond het een hoopgevende gedachte. Bij het lied zou een korte act horen, mogelijk iets met mime. Over een roos die wordt achtergelaten voor het huis van de afwezige geliefde, in de hoop dat straks, wanneer ze de bloem ziet, haar hart sneller zal slaan. Maar de afwezige geliefde blijft meer dan een week weg en als ze eindelijk thuiskomt is de roos bruin en verwelkt. Hij zou het stuk beginnen met een glimlach en eindigen met een pruillip. Hij had een sterke mimiek, had men in besloten kring gezegd.      Veel van zijn liedjes gingen over de liefde en Bernhard B., die ook op het podium gewoon Bernhard B. heette, speelde met het idee van een avondvullende voorstelling. Hij had zelfs al een titel: ‘Over de Liefde’. ‘Als de liefde er niet was, dan was ook ik er nooit geweest,’ zou hij zijn toeschouwers vertellen. ‘Liefde is leven. In liefde ben ik gekomen en in liefde wil ik gaan.’ Dat soort dingen, maar zonder stroperig te worden.      Voor de koffie had hij een Italiaans espressoapparaat. Hij gebruikte alleen vers gebrande bonen uit Colombia, die hij in de wereldwinkel kocht. Ook zo droeg hij bij tot een mooiere wereld. Bernhard B. was een goed mens.      Een kop koffie als metafoor voor de liefde, zou daar geen lied in zitten? Of een gebakje in de vorm van een hart, dat samen met de koffie werd geserveerd? Misschien kon hij alle mensen in het publiek … neen, dat was dan weer teveel van het goede. De kunst van goed cabaret zat in subtiliteit. Fingerspitzengefühl. Mensen waren als melk, je moest ze warm maken, maar mocht ze net niet laten koken. Een positief maar kritisch verhaal zou hij brengen, met sluwe verwijzingen naar lui die van de liefde niets begrepen. Mannen die hun vrouw sloegen, en hoe arm zulke mannen waren. De liefde was als zand. Je hield ze beter losjes in de hand dan er krampachtig in te knijpen.      Een klein schepje suiker maakte het helemaal af. De beste vond hij de ruwe rietsuiker uit Paraguay. Ook die kocht hij in de wereldwinkel. Ze had precies de goede smaak: aangenaam en subtiel. Zeemzoet was te mijden.   Uit de bundel: 'Beachy Head en andere verhalen'  ISBN 9789082436907www.ape-translations.be/nl/beachy-head/     

Lode Demetter
0 0

DE BERG VAN BABEL

Een paar kilometer van de kust verwijderd, begint in Tenerife het lavaberglandschap. Steile rotsen, ingesneden door barranca’s (kloven) en afgewisseld met hoogplateaus reiken helemaal tot aan de krater. Alle wegen lopen hier niet naar Rome maar naar de hoogste berg van Spanje, de Teide. In de loop der jaren zijn de Canaries er zich bewust van geworden dat er ook toeristen zijn die meer verlangen dan alleen maar aan het strand of naast het zwembad te liggen zonnen. Sinds kort markeren ze wandelpaden met gekleurde streepjes of cijfers. Soms lukken ze erin om een volledige wandeling foutloos te bewegwijzeren, maar uit ondervinding weten wij, dat de gekleurde aanwijzigen of cijfers ergens op het traject op een mysterieuze wijze verdwijnen. Een paar keer zijn wij, bij vroegere wandelingen, hopeloos verloren gelopen. Zo hebben ook wij meer dan eens dubbele, niet geplande, afstanden gewandeld.  We laten ons echter niet meer beetnemen en hebben sinds enkele jaren een wandelkaart gekocht. De zon schijnt warm over onze hoofden en we puffen tussen de lavarotsen de berg omhoog. Klimmend als berggeiten steken wij onze wandelstokken tussen het lavagrind. Naargelang wanneer de vulkaan uitgebarsten is, variëren de kleuren van de lavastenen. Grote zwarte piekerige rotsblokken tot kleine ei- grote witte, roze/roodbruine naar azulejos blauw/groene lavabrokken. Naargelang het stijgende pad steiler en steiler en de lucht op deze grote hoogte van ca. 2500 meter ijler en ijler wordt, vertraagt het wandelritme en dreunt ons hart sneller in onze oren. Op elk plat plateautje houden we eventjes halt om te drinken en om ons hartritme terug op mensenniveau te krijgen. Rond het middaguur komen we aan een wandelkruispunt waar de gekleurde streepjes en cijfertjes weer onvindbaar zijn. Wij zoeken hier een min of meer platte lavasteen uit en laten ons vallen  om te picknicken. We zullen daarna onze wandelkaart raadplegen. Achter ons komen een paar echtparen de berg opgeklommen. In de stilte van de ijle berglucht zweven Duitse, Scandinavische en Franse woorden onze richting uit. De Duitsers struikelen bijna over onze voeten .Ondanks hun omvangrijke buikenomtrek denderen zij ons op een marsritme als blinde moffen (heu sorry) mollen voorbij. Zij kregen met de moedermelk vermoedelijk de basisbeginsels van het wandelaarjargon niet mee. Nu moet men niet zoals de Oostenrijkers overdrijven en alle tien stappen god met hun Grüss Gott aanroepen, maar met een Spaans ola, een halo of een universeel vriendelijk knikje kom je als kruisende wandelaar toch ineens een stuk sympathieker over. De Franse man hijgt calorieverbrandend  het bergpad op. Hij ziet knalrood van inspanning. Het zweet gutst van zijn onbeschermde glanzende kale hoofd.  Ik hoop alleen maar dat hij op onze hoogte geen hartinfarct krijgt. Van de tegenovergestelde richting naderen twee jongelui. Een prachtig gebruinde jonge man en een jonge vrouw met benen tot aan de hemel. Haar short bedekt amper de ronding van haar achterste. Haar borstjes wippen als puddingen op en neer.  De zon weerkaatst blauw op haar lange pikzwarte haar dat ze telkens heel sexy naar achter zwiept. Geen druppel zweet is op haar mokkakleurige lichaam te bespeuren. Zij heeft twee koolzwarte oogjes, een redelijk grote neus en parelwitte tanden in een glimlachende mond.  Manlief staart haar vol bewondering aan. Als ik vraag of zijn pornografische voorstellingen voer voor publicatie zijn, lacht hij: “Het is wel duidelijk dat als je mooie vrouwen wil zien, je niet gedurende deze senioren- overwinterperiode op het strand moet rondkijken. Het is niet omdat ik wat ouder word, dat ik niet kan genieten van een Miss Spanje die hoog op de berg mijn pad kruist. En, daarbij, je weet dat ik van grote neuzen hou.” Dat is voor mij, die met Pinokkio een spelletje ‘om ter langste’ zou kunnen spelen, weeral een geruststelling.  De zes wandelaars houden halt op ons vier- armenkruispunt en zoeken allemaal een stukje in allerlei richtingen naar de ontbrekende kleurige aanwijzingen. Er ontstaat een Babylonische spraakverwarring als ze elkaar om raad vragen. De jongelui zijn Spanjaarden, die enkel een woordje Engels lispelen. Het ene koppel blijken Noren te zijn, die een mondje Duits spreken. Het andere koppel zijn twee Fransen, die alleen…Frans praten. Alle zes proberen ze elkaar te begrijpen. Ze wijzen naar alle mogelijke richtingen maar slagen er niet in, aan elkaar een zinnige uitleg te geven. Het enige woord waar ze het over eens zijn is ‘senderos’, wandelweg. We zien de vraagtekens in de blauwe hemel opstijgen. In welke taal zij ook praten, wij begrijpen elke zin die de berglucht in zweeft. Wij zitten een beetje te grinniken om de pantomime op de berg van Babel!  Eerst negeren ze de twee op de lavastenen zittende sandwichknabbelende wandelaars maar als ze de wandelkaart op onze knieën zien liggen beginnen ze taalbarrièrebrekend  naar ons te glimlachen. Manlief kan het niet laten en roept in het Frans, Duits, Engels en in ‘t Spaans dat hij eventjes met de wandelkaart zal komen. De wandelaars kijken hem vol ongeloof aan. Als ik manlief dan nog iets in het Vlaams naroep, kunnen ze helemaal niet meer plaatsen waar wij vandaan komen.  Meertalig wordt de wandelkaart bestudeerd. Wij fungeren als vertalers tussen dit bonte allegaartje. Onze borst zwelt als ze vragen hoe het toch mogelijk is, dat wij Vlamingen al die talen kennen?  Met een zekere trots verklaren wij dat wij ons zelfs met een beetje Italiaans ook verstaanbaar kunnen maken. De Noor lacht en zegt in het Duits: “Prachtig, zes talen maar Noors kennen jullie niet hé?”. Ik glimlach en zeg stralend een van de zinnen die nog uit een ver verleden in mijn hoofd zijn blijven hangen: “Jeg forstår og snakke litt norsk .“* De mond van het Scandinavische koppel valt open. Ik ga onmiddellijk verder met de tweede zin die ik nog ken: “Min ex mans mor e fra Trondheim.”*.  Nog voor de Noren de kans krijgen om van blijdschap in zwijm te vallen en hun levensverhaal op mij af te vuren, spoort manlief ons aan om de wandeling verder te zetten. Hij weet ondertussen wel dat mijn Noorse talenkennis maar uit drie zinnen bestaat. We stappen verder het lavapad af.   Ik kan het niet laten en draai me om, wuif naar de Scandinaven en roep mijn laatste zin: “Beholde deg godt!”* Het Franse echtpaar besluit, gezien het warmlopen van monsieur en zijn niet hittebestendige en overkokende  hersenpan, rechtsomkeer te maken. De Spaanse jongelui huppelen hand in hand verder heupwiegend de berg af. De Noren twijfelen nog of ze de grote of de verkorte versie van het wandelpad zullen afmaken en roepen nog “Takk”* naar ons. Nog één Noors zinnetje borrelt nog in mijn spraakcentrum omhoog: “Vaer sa god!* Al deze talen op een vierkante meter, hoe is het toch mogelijk? Ja, weten jullie nog dat verhaaltje van de Toren van Babel?  Verschillende volkeren bouwden in volledige samenhorigheid  in Babylon een hele hoge toren die tot aan het hemels paradijs zou moeten reiken. God hield de bouwwerkzaamheden angstvallig in het oog. Nooit zou hij toestaan dat de toren tot aan zijn voordeur zou komen en er allerlei bouwvakkers in zijn voortuin zouden bivakkeren. Een van zijn slechte karaktertrekjes kwam boven en vanaf zijn wolk in de hemel bliksemde hij zijn toorn over deze metselende volkeren. Vanaf dat moment zouden zij allemaal een andere taal spreken. Plots verstonden de architecten, de aannemers en de metselaars elkaar niet meer.  Het werd een Babylonische spraakverwarring en na een daverende ruzie werd de bouwwerf  stilgelegd! Vanaf dan spraken alle mensen op aarde verschillende talen en verspreidden ze zich over de ganse aarde. Leuke vent hé? Nu ging het eens de juiste richting uit! Ja, van een slecht karakter gesproken. Dat verhaaltje van Adam en Eva en die appel is nog zo iets. Eva dacht:  “A apple a day, keeps the doctor away!” Zij plukte die appel dan nog niet voor zichzelf, maar voor Adam. Maar dat was buiten de wil van God gerekend hoor. De twee geliefden werden uit het paradijs gegooid en om Eva extra te straffen zouden vanaf dan alle vrouwen in geweldige pijnen kinderen baren. Sadistisch machotrekje? Vindt de helft van de bevolking dit nu nog zo’n leuke man? En dan dat spelletje met Maria en Jozef. Maria zwanger maken en negen maanden met een dikke buik, als overspelige maagd laten rondlopen terwijl hij wist dat Jozef zijn vruchtbaarheiddatum al lang verstreken was. Drieëndertig jaar later liet hij zijn enige zoon aan het kruis nagelen. Het moet je vader maar zijn! Je zou bijna schrik krijgen, als hij op zondagochtend na het klokkengelui, juist jouw gebedje er uit de miljoenen andere zou uitkiezen om er zich een beetje mee te amuseren. Hopelijk verstaat hij zelf al die mensentalen nog een beetje, een verkeerde vertaling en je hebt de poppen aan het dansen.  Babel, Babel, babbel, babbel!   *Jeg forstår og snakke litt norsk. Ik versta en spreek een beetje Noors *Min ex mans mor e fra Trondheim. Mijn ex-man’s moeder is van Trondheim *beholde deg godt. Houdt jullie goed *Takk  bedankt *Vaers sa god  aub   Sim,  Tenerife 3 maart 2015

Sim
6 0

Hoed

Ik heb sinds afgelopen weekend een hoed. Een grote zwarte. Als ik opkijk van onder de afgesleten vilten rand in de metro, vang ik nieuwsgierige ogen. Ik had niet gedacht dat een hoed zoveel vragen kon oproepen, zowel bij mezelf als bij omstaanders. Het blijkt toch een vreemd object te zijn voor deze tegenwoordige tijd.   Ik begon me zelf vreemd te voelen en om me niet nog meer te vervreemden van de beschaving, nam ik mijn hoed af. De zon scheen en ik had het warm. Alleen voelde mijn hoofdkruin zich naakt en ik voelde me in mijn geheeld onbeschermd. Na nauwelijks een dag samen flaneren, besefte ik dat mijn nieuwe metgezel niet louter een esthetische functie had. Daar heb ik toch geen boodschap aan. Ik hou niet van pure esthetiek.   Een zonnebril is populair. Iedereen wil elke zomer een nieuwe. Om gezellig mee te pronken bij een roseetje op terras en om ondertussen ongemerkt je ogen tussen de benen of in de decolleté van je gesprekspartner te laten glijden zonder betrapt te worden en natuurlijk ook om je ogen te beschermen tegen de zon. Maar vooral toch om even onzichtbaar te zijn.   Ik besloot om mijn hoed terug op te zetten om niet alleen mijn ogen te beschermen voor de zon, maar ook voor de onbeschaamde blikken van toeristen die benieuwd naar je gaapten vanuit hun eigen vakantiebubbel. Je bent immers ook een onvrijwillige bijdrage aan het mooie decor op hun vakantiebestemming. Zoals de struisvogel met haar hoofd in een zandkuil waande ik me onzichtbaar met mijn hoed op. Met een grote opluchting stapte ik verder.   Overal zonnebrillen. Om het hipst. Iedereen een filmster. Ik bedacht me dat er vroeger geen zonnebrillen bestonden. De hoeden waren de zonnebrillen van nu en waren zelfs meer dan dat. Je kon zeer galant je hoed afnemen om iemand te begroeten, je kwetsbare naakte kruin tonen als uiting van respect. Net als de zonnebril nu, was de hoed aanvankelijk een praktisch nut, maar ijdel en kwetsbaar en nieuwsgierig als we zijn, werd de hoed ook een statement, een bescherming van ons ego, een façade.

Veronica De Rycke
12 1