Lezen

Mijn droom werd waar ! Deel 2.

Mijn droom werd waar ! Deel 2.   Mijn allerbeste klasgenoten ,   Van ganser harte welkom op onze reünie : “ klasgenoten van 1960-61-62 . “ Het is inderdaad 43 jaar geleden en voor sommige meerdere jaren als dat we afgezwaaid waren  ??? (om het in termen van ’t kamp te zeggen.) Wat waren we fier en gelukkig , eindelijk van ’t school af ,gedaan met huiswerk maken ,lessen leren ,luisteren naar maar vooral gehoorzamen aan de nonnekes en juffen ,in de rij lopen ,groeten ,reverences met neergeslagen ogen , een uniform dragen , het ergste zeker was die platte vlaai op ons hoofd dragen voor in de kerk en niet te vergeten de witte sokjes. Eindelijk het grote mensenleven tegemoet … In 1962 werden we 18 jaar .EINDELIJK !!! Nu mochten we alleen een café en dancing binnen , toch dikwijls paspoort tonen , zeker in de dancings.       We waren zeker niet altijd met studie , leren en school bezig. We dweepten met idolen , de een wat meer als de ander ,o.a. Ricky Nelson ,Elvis Presley ,Fabian , Pat Boone , Paul Anka , The Everley Brothers ,Harry Belafonte ,Little Joe en Adam uit Bonanza en zelfs WIILL TURA , ( algemeen luid applaus ,er waren grote fans in onze klas ! ) We gingen dansen in de LUNA ; de GRAZIELLA ; de GALA PALACE ; de ARISTO ; de  CENTRAL ; CAFE CINEMA ; de DEPOT ;de ROMA . Onze filmidolen gingen we bewonderen in de SPLENDID ; de CASINO ; de APOLLON ; de PALACE ; de REX . Graag zou ik even willen overlopen hoe onze tijd op school is vergaan … In 1957-58 werd het lager onderwijs hervormd van 8 graden naar 6 leerjaren . We hadden net het zevende studiejaar achter de rug en zouden na de grote vakantie naar het achtste  gaan , dat kon niet doorgaan ,  dus kwam er de oplossing : een jaar eerder naar de leerwerkschool. De leerplicht was toen tot 14 jaar. Het orientatiejaar werd geboren ,er werd tijdens eind jaren ‘ 50   flink gebouwd , de nieuwe klassen waren nog niet klaar , daarom kregen we lokalen  in de oude gebouwen van voor de wereld oorlog 2 . De school en klooster waren toen gedeeltelijk verwoest door het bombardement . Er was een A klas met juf J. en klas B met juf A. Ze waren onze klastitularis . De directrice ,de grote aanvoerder was niet SOEUR SOURIRE maar SOEUR IRENE de GONZAQUE . 1958 Wereldtentoonstelling te Brussel , schoolreis in groepjes verdeeld van 6 meisjes vergezeld van een leerkracht. We hadden onze knapzak mee , in het paviljoen van het Vaticaan mochten we die verorberen , we bestelden daar onze eerste export 33 cl., met lekkere frietjes . We proefden EXPO brood met PLANTA margarine , 3 kleurenijswafeltje . Allemaal lekker ! Onze juf M . was onze begeleidster op de expo , toen ik haar later ontmoeten vertelde ze mij  hoezeer ze genoten had in  ons gezelschap want we waren beleefde en slimme leerlingen . (Zij heeft het gezegd ! ? ) De opleiding was snit-naad en confectie maar ook drie jaar huishoudkunde . Van soeur J. (plekpot) kregen we koken en voedingsleer . Anekdote : wanneer we niet oplettend waren klapte ze in de handen en maanden ons  aan om ons voor te stellen dat zij de T. V. was en wij aandachtig moesten kijken en luisteren . Hilariteit alom met de vraag : zuster Brussel Vlaams of Frans of Holland ? Het ging zo eventjes door en het lesuur was voorbij. Ze was nochtans een schatje maar haar nonnen pij hing altijd vol plekken van bloem , boter en andere smurrie. Juf M .( 1-2-3 ) leerden ons de was  en onderhouden van alle materialen in huis .Menige generaties weten onmiddellijk over wie je spreekt wanneer je zegt : juf 1-2-3 . Soeur H.C.  gaf  de geheimen prijs van verstellen en strijken . In de klas stond een prachtige kast , steeds op slot , met elektrische strijkijzer toch maar alleen om naar te kijken en zeker niet om te gebruiken . leren strijken gebeurde met ijzeren strijkijzers  ook  van voor de oorlog , die  op de kachel  verwarmd werden . Er werd ons perfect geleerd hoe je kon voelen of de warmte oké was . Ze kenden zelfs zwart werk door dactylo – en Franse taallessen te geven , zeker niet te versmaden was haar jaarlijks optreden met sinterklaas . Het schooljaar 1958-59 kwam er aan met de start in de prachtige nieuwe klaslokalen . Voor ons eerste jaar Technisch Beroeps . Klas a. :soeur M.D. ( de madonna ) ? vraag me niet waarom . Klas b .: juf R . (van de post ). De eerst gehuwde leerkracht kwam ons les geven over de algemene vakken en Nederlandse taal . Juf J .( de spin ) gaf parlez-vous de français . Soeur A . en juf M.J. leerden ons zingen en musiceren; Het jaar vloog weer snel  voorbij . Schooljaar 1959-60 kondigde zich aan met voor ons het tweede jaar , dit  had 69 inschrijvingen , deze werden in 3 klassen ingedeeld : a .: soeur A.R. (den aap ) ? b juf A . en c.: juf R . .Voor de c klas was in de nieuwe bouw geen plaats dus vlogen we in een lokaal van de lagere school .Bij het einde van dit jaar waren  ook de lessen huishoudkunde ten einde . Met getuigschrift onder de arm naar de verdiende grote vakantie ,  om te snel weer naar en op de schoolbanken voor het  derde jaar , 1960-61 , tof jaar met fijne lesgevers. Klas a.: soeur L. ( heeft ons leren walsen voor een schoolfeest ) Klas b .: juf M ..    We werden in het oog gehouden bij het binnen en buiten gaan door juf M . Er werd serieus ( niet altijd ) hard gestudeerd , patronen getekend , geknipt , gedriegd ,genaaid en gestikt ,gezucht en geblazen …We vroegen om een schoolreis , het was geleden van de expo trip ,op ons verzoek naar keuze werd niet ingegaan  en als protest ging de helft van de klas niet mee , we waren een beetje rebels en haalde streken uit , in de leraarskamer werd er dikwijls met onze kapriolen gelachen , ( maar dat wisten we toen nog niet ) De directrice maanden de lesgeefsters aan om geduld en compassie te hebben met ons daar we oorlogskinderen waren , geboren in 1944 . Het schooljaar 1960 -61 eindigde met een mooie modeshow die heel wat volk op de been bracht van ver over de grenzen van en naar onze gemeente. Door de jaren heen was  voor en bij de nonnekes het voornaamste onderricht : GODSDIENST . Ik vergeet nooit dat ik enkele dagen thuis bleef om ons ma te helpen na een zware operatie. Mijn ouders hadden daarvoor de toelating gekregen , daar ze beloofd hadden dat ik zeker de godsdienstlessen zou komen volgen. De laatste jaren waren paters uit L . die de lessen gaven . Die ene pater , moeder natuur was niet mild geweest voor hem , (sorry ) het was een echte smoelentrekker . De plezantste van de klas kon hem geweldig imiteren en dat resulteerde in buikpijn van het lachen bij ons . De volgende pater wilde ons seksuele voorlichting geven ,maar werd op miraculeuze wijze steeds onderbroken door de komst van de directrice met de melding dat er een dringende bespreking was.                                                               Daar komt 1961-62  aan met klas a.: juf R . en klas b.: soeur M.R. Op de eerste dag werd ons aangeraden om ons te gedragen als bijna 18 jarige ,  dan zouden we er ook naar behandeld worden , voilà , het was werken volle bak  want de jaarpunten  telden mee. De rode draad en uitlaatklep van onze schooltijd was turnen en lichamelijke opvoeding door juf S .  soms oef en dan bah , de koprol met lendeslag over de plint staat nog steeds in mijn geheugen en voel ik nog steeds aan de rug . In het laatste jaar kwamen er dan ook nog verkeersreglementen lessen bij gegeven door juf S . De dag voor de examens had in de Luna een studentenbal plaats met gastoptreden van WILL TURA . Daar kwamen veel meisjes op af en zo feest en sfeer en kassa kassa ,  voor de studenten. Samen met vriendinnen waren we present ,heel de avond dansen ,zingen flirten ,kusjesdans ,dus niets geleerd, uitslag 4/10, mijn eerste buis ,mijn reactie : joepie , werd niet gesmaakt en ik werd op het matje geroepen bij de non . IK bekende dat ik heel de avond veel plezier gemaakt had en gedanst  met officieren ( dat laatste was gelogen ) maar dat lag gevoelig bij de nonnekes en het pasten  in hun kraam , dan en mijn slechte punten werden door de vingers gezien . We hebben ook nog in de lessen van plastische opvoeding : Juf C . deelgenomen aan een wedstrijd voor dessin van behangpapier . Het gewaagde en pikantste (toen in onze ogen ) waren de maandelijkse biecht in de kapel . We maakte werk van de lijst der zonden die we dan steeds aframmelden . Bij het opmaken van het lijstje liepen we de tien geboden af en noteerden een reeks zondekes voor ons groepje ,we hadden het nog nooit over het zesde en negende gebod gehad dus dit item inlassen  : onkuisheid . Ik was  eerste in het alfabet dus eerst aan de beurt .Ik belijd mijn zonde met enige vrees ,aarzel even ,en dan het laatste item . Stilte in de biechtstoel … plots de vraag : alleen of met twee ? Ik  In mijn geval met verstomming en totaal stilzwijgen …   Drie weesgegroetjes en de absolutie . Iedereen benieuwd ,wat speelt er zich af en wat zegt die biechtvader ? Tot ik de biechtstoel verlaat en mijn vriendinnen met de vraag : wel ? Ikke stilletjes : die vroeg alleen of met twee ? Hilariteit en gibberen , er waren die rijper en meer wisten op dat vlak .                                                                          Iets dat we ook zeker nooit zullen vergeten : wat hebben we gepoetst en gekuist al die jaren bij de nonnekes. Tot zover. De namiddag verliep veel te vlug ,maar mijn droom was uitgekomen en wie durft zeggen dat dromen bedrog zijn heeft het mis ! Nog een dikke knuffel voor mijn klasgenoten . G .                

g.a.she
56 1

de informaticus

Informatici, ik blijf het vreemde mensen vinden. Alsof ze er zijn en niet zijn. Uitblinkers in afwezige aanwezigheid. In elk geval: je lijkt hen altijd te storen, dat staat vast. Ook al ga je pal voor hun neus staan, op hun schermpje is altijd iets veel interessanters gaande.Het komt eropaan behoedzaam de inbelverbinding naar hun brein te activeren en hoopvol af te wachten of er links en rechts iets begint te zoemen, te piepen en op te lichten. Als je daarin slaagt en eindelijk hun aandacht krijgt, beginnen de problemen pas. Dat is niet verwonderlijk, want een informatica-probleem is in hoofdzaak een informaticus-probleem. Problematiseren is hun vak. Het is niet omdat informatici eruitzien als robots, dat ze ook zouden kunnen vervangen worden door robots! Hoe preciezer je vraag dus, hoe vager, onduidelijker en mysterieuzer hun antwoord. Ook als je gewoon een batterij voor je laptop wil bestellen.De verkoper-informaticus aanhoort mijn vraag, draait zijn scherm weg, t.i.k.t. iets in en staart. En staart ..."Oei, er is een probleem" luidt het na ettelijke minuten.Dat is natuurlijk geruststellend, een probleem betekent dat de informaticus wel degelijk aan het werk is. Van contentement begin ik mee te staren. De leegte in, de toendra op, de mysterieuze nevel van de tijd tegemoet. Staren. Klikken. Staren. Staren ..Uiteindelijk weerklinken de verlossende woorden: "Ja, er is wel degelijk een probleem ..."Niets overhaasten nu, even laten bezinken ... "O ja, welk probleem?" vraag ik voorzichtig.Staren. Staren ..."Het is nogal duur", luidt het antwoord."O ja", zeg ik, en samen staren we nog wat verder. Dit is immers niet het moment om de informaticus uit zijn concentratie te halen. Doe je dat wel, dan is de kans groot dat hij je vraagt wat je vraag nu eigenlijk alweer was.Staren ..."Ik zal het dan gewoon thuis zelf online bestellen" zeg ik ten slotte."O ja, dat kan je doen", zegt de informaticus aangenaam verrast. Tevreden staren we allebei voor ons uit."Hartelijk bedankt voor de service, meneer", zeg ik ten slotte."Graag gedaan, meneer, daar zijn we hier voor", zegt de informaticus.

Guy Bourgeois
46 0

Maggie Maggie

Sinds vorige week kan u opnieuw genieten van de imitatiekunsten van Nathalie Meskens & Co in Tegen De Sterren Op. Meskens is onherkenbaar wanneer ze Maggie De Block (Open VLD), onze Minister van Volksgezondheid, imiteert. Jammer toch, eindelijk een politica die Filip De Winter onder tafel praat en toch vliegen de talrijke 'jokes' over corpulentie ons de laatste tijd om de oren als je haar naam hoort. Ze worden bijna in één adem genoemd. Zelf was De Block ook niet te spreken over de imitatie. "Jammer dat er enkel grappen gemaakt worden over corpulentie", sprak ze in Het Laatste Nieuws. Volgens haar had de imitatie weinig inhoud en dat is terecht. Dan liever de gewaagde creatie van Merho die Maggie als stripfiguur laat opdraven in een album van 'De Kiekeboes'. Met dit idee en de uitvoering was Maggie wel gecharmeerd. Haar dossierkennis is indrukwekkend, net als het feit dat ze werkte als huisarts voor ze in de politiek stapte. Weinig mensen kunnen het geloven en toch is het zo. Ze had zelfs een bloeiende praktijk. Intussen opende haar man een restaurant en is ze gestopt met de praktijk om zich volledig te kunnen toespitsen op haar politieke carrière. Het gaat haar voor de wind, maar sommige lijken haar het succes toch niet te gunnen. Waarom is uiterlijk zo belangrijk? Is Maggie dan echt zo ongeloofwaardig als Minister van Volksgezondheid omwille van haar fysieke verschijning? Zijn we met z'n allen zo oppervlakkig geworden? Jammer toch, dossierkennis, gevoel voor humor en talent blijken in het niets te vervallen als je niet voldoet aan de populaire schoonheidsidealen die we tegenwoordig hanteren. Maatje 32, weet u wel. Zelfs de vragen over haar fysieke verschijning lacht Maggie weg met één of andere grap. Zo vergeleek ze zichzelf met een walvis tijdens een debat in Café Corsari. Grappen maken over jezelf om je eigen imago van populaire politica niet te schaden en zelfrelativering op te bouwen? Il faut le faire...

Sofiane
0 0

Hoe Bianca aan haar vent kwam

Het was in de tijd dat Rosse Sandra en haar man Kale Freddy nog leefden. Hun dochter Bianca kwam de woonwagen niet uit. Spendeerde haar dagen met slapen en paffen. Soms stond ze in haar slaapkleed en sletsen op het trapje. Dan riepen de venten: ”Hee, Bianca, gaan we vogelen?” Bianca stak dan haar middelvinger uit en door het rondje dat ze maakte van duim en wijsvinger. Bianca had nog nooit gevogeld. Maar dat wisten de venten niet meer. Die hadden zo hun eigen sprookjes.   Op een dag vond Rosse Sandra dat Bianca maar een vrijer moest zoeken. Ze stuurde haar wandelen in de wijk. “Kom alleen terug als je een vent gevonden hebt!” riep ze het kind nog na. Bianca was vol goede moed en vastbesloten om hem te vinden. Hij moest niet mooi zijn, als ie maar niet stonk. Bij het pleintje zag ze Johnny van de witte caravan. Ze wilde ruiken of ie stonk. Maar als ze zo op hem toe zou stappen, zou hij haar ter plaatse knoepen. Dat stond vast. Dus ze veranderde zichzelf in een struikje. Zo eentje dat ooit nog geplant was door de groendienst van de gemeente. En nu tot in de spleten van de woonwagens woekerde. De bessen waren oneetbaar. Tenminste als je geen vogel was. Het struikenvrouwtje kroop voorzichtig tot voor de voeten van haar prins. Stak daar een dun twijgje omhoog tot onder zijn oksels en snoof zijn lijfgeur tot diep in haar wortels. Bianca lachte. Haar besjes bloosden rood. Hij stonk niet. Alvast niet té erg. Johnny zou haar vent worden.   Vanaf die dag volgde het struikenvrouwtje hem overal waar hij ging en stond. Als hij met andere wijven ging vossen, dan stond zij ernaast. Of dan deden ze het in haar. In de struiken. Haar besjes bloosden, haar twijgen schoten alle kanten op om haar rivalen de mond en de keel, na de daad, te snoeren. Johnny's wijven vielen als bosjes. In de struiken. Achter de struiken. Het duurde niet lang of geen enkele moeder durfde haar dochter nog meegeven aan Johnny van de witte caravan. Immers, waar rook is daar is ook vuur. En zo kwam het dat Johnny niet meer aan vogelen kwam. En ook niet aan vossen. Hij had geen andere keus dan te trouwen met Bianca. Die vogelde hij elke dag. En wonder boven wonder overleefde zij het telkens weer.

Evy
0 0

Verlichting

Het is donker in het café. En al zijn cocktails de specialiteit van het huis, we gaan toch maar voor bier. Belgisch, zuiver. Het is er nog rustig, alleen aan het grootste tafeltje staat een man in een gilet onrustig rond te draaien. Hij heeft een open, vriendelijk gezicht, het aan de slapen grijzende haar plat gelegd met gel. Een jonge man en een jonge vrouw zitten bij hem. Terwijl wij praten over de waan van de dag - twee verdwaasde jongens met veel te groot speelgoed zijn doodgeschoten - komen meer jongelui het café binnen. Wie zich bij het tafeltje voegt draagt steevast een blauwe trui en brengt een cadeau. Hoe meer volk er binnen komt, hoe blijer de man met het gilet wordt. Hij beloont al die real-life likes met pintjes en cava, en drie kussen voor iedereen. Hoe zou dat zijn, in zo'n safehouse? Verdwaasd allicht, de zoveelste passage in een reeks. Je gaat er van uit dat je binnenkort in actie moet komen. Een laatste actie, dat hebben ze je gezegd. Je bent altijd alert, maar ondertussen kook je zelf je eenvoudig potje, aarzel je om je uit te kleden om je te wassen, en lijkt slapen een onmogelijke, te risicovolle opdracht. Het rumoer aan het tafeltje wordt steeds luider. Ze zijn even oud als de jongens die een paar uur daarvoor aan flarden zijn geschoten door de politie. Maar hier zijn ze vrolijk, weldoorvoed, en proper gewassen. In het safehouse lach je niet. Je onderhoudt je conditie, want het lichaam moet sterk zijn en de oefeningen verdrijven de verveling. Contact met de buitenwereld is beperkt en gecodeerd, er zijn geen boeken. Misschien is er een Playstation. Gelukkig ben je niet alleen, en al is de toon kortaf en de gesprekken kort, de aanwezigheid van de geur van een ander mens kalmeert je. Je bidt, uit overtuiging en omdat de regels het je opdragen, maar plicht en overtuiging vallen al lang samen. Vanachter de gordijnen kijk je naar buiten, naar dat groot uitgevallen dorp. Eerst zijn er meer voertuigen dan anders, daarna wordt het stil. De ouders van de jarige maken hun entree. Zij ziet er naturel uit, het resultaat van een namiddagje bij een dure kapper. Zij scant snel de vriendengroep, misschien is de moeder van haar kleinkinderen er wel bij. Haar mantelpakje is van Chanel. Een glas in de hand, trekt ze zich zwijgend terug in de achtergrond, een superieure glimlach rond de lippen. Waarin geloven mensen eigenlijk als ze zeggen dat ze gelovig zijn? Het is één van de favoriete gespreksonderwerpen tussen mijn cafébroeder en mij, en vandaag actueler dan ooit. Hij antwoordt ontwijkend. Waarin geloof je niet als je niet gelovig bent? De vader is duur en nonchalant gekleed, en het is met plezier dat hij zich mengt in de jonge gesprekken rond de tafel. Hij is grappig en charmant, en weet het. Zo ziet het er dus uit, het ideaal van een geslaagd leven dat onze cultuur fanatiek nastreeft. Geld, een vriendengroep met truien uit dezelfde winkel, feest. Mijn gezel haalt me terug bij de les. Het gaat er om dat je een deel bent van het geheel, zegt hij, dat je voelt dat je ingebed bent in iets alomtegenwoordig voor en na jou, dat je leven richting krijgt, gedragen door iets groters dan jezelf. Je bent niet de maat van alle dingen, er is meer. Je kan die verbondenheid God noemen, maar dat hoeft niet eens. Het gaat om deemoed. Deemoed is wel het laatste wat door het hoofd van de jongens in het safehouse gaat. Zij hebben een missie. Zij weten - en dat weten ze heel zeker - dat het geheel waar ze deel van uitmaken pas een geheel is wanneer iedereen er deel van uitmaakt. En wie dat niet ziet, dat niet wil, die moet gedwongen worden. Elke ziel zal moeten kiezen. Er is niet één geheel, werp ik op. Er zijn zoveel gehelen als er mensen zijn. Ieder zijn eigen God desnoods, als je echt aan jezelf niet genoeg hebt om zin te vinden in dit leven. Maar het is een illusie om te denken dat we een god delen. Een illusie die godsdiensten en hun priesters zo makkelijk uitbuiten. Opium voor het volk. Dienstig als je de mislukkingen in je leven echt niet aankan. Wanneer buiten het safehouse de spots aangaan, en ze je overgave bevelen, vloek je toch, ook al mag het niet. En je schiet. Je springt. Een blauwe trui heb ik niet, en ik voel me oud en voorbijgestreefd. De Verlichting lijkt stilaan te verdwijnen. In de donkerte buiten patrouilleert de politie, straks komt ook nog het leger. Dirk Van Boxem meer op www.bijgekleurd.wordpress.com

Dirk Van Boxem
0 0
Tip

Uitgenodigd

            Dank dat je tot hier gekomen bent, oude vriend. Ik kan me voorstellen dat je wantrouwig stond tegenover mijn uitnodiging. Misschien ben je dat nog steeds. Ik zou het je niet kwalijk nemen. Het is te lang geleden, vriend. Ga toch zitten.             Het mag een wonder heten dat deze zitbank hier nog staat.             Het hout is droog en ondervoed. Hier hebben we zo vele uren versleten. In die tijd hing er een nevel over deze bank. Die daalde neer op onze huid en in ons hoofd. Hele nachten hebben we hier doorgebracht.             We gaven licht in het donker, zo jong waren we.             Radeloos en jong. Roekeloos.             Alsjeblieft, ga zitten. Met de voeten op de bank en het zitvlak op de rugleuning, net zoals toen. Je voelt het weer, een stroomstoot door je borst. Ongeleide kracht. De bank heeft ze voor ons vastgehouden. Ik kan maar beter mijn mond houden. Ik wilde gewoon even met jou op deze plek zijn.             Stoort het je als ik praat? Van alles wat je met ouder worden zou moeten appreciëren, vind ik de stilte nog het ergst.             Waarom kwamen wij toch telkens naar hier? Naar deze bank, op dit pleintje? Een doodgewoon pleintje met hier een bank, daar een boom, gras onder onze voeten, en een vuilnisbak? Als ik het nog kon, zou ik de zoden uit de grond rukken om te kijken of deze plek ons in de grond nog iets te bieden heeft.             De grond laat mij de laatste tijd niet met rust, vriend. Heb jij dat ook?             We kwamen naar hier. We konden alles doen, overal konden we naartoe, maar we kwamen naar hier. En nu zit ik hier weer. Ik zit hier weer. Geloof mij, oude vriend, ik heb geleefd, vraag het na bij mijn geliefden, mijn kinderen, mijn kleinkinderen,geloof mij maar.             En nu brengt iets dat ik niet begrijp mij uitgerekend naar deze plek. Ik weet niet wat het betekent. Toen niet en nu niet. Je weet hoe het gaat: roekeloos wordt bedachtzaam.             De radeloosheid blijft.             Was het de nevel? Dat moest het zijn geweest. Niet de bank of de boom of de vuilnisbak, het was de nevel die ons naar hier lokte. Ons hele rijke leven zweefde daarin rond, botste nergens tegen grenzen op. Het was de nevel, een donzig kussen waarmee wij bovenop onze toekomst zaten zoals op de zitbank van een pleintje.             Ik hou het niet lang meer vol zo.             De rugleuning zeurt tegen mijn oude botten aan. Gênant is het, vind je niet, overal moeten vragen om een kussen. Oude vriend, het spijt me dat ik zo veel praat. Vind je ook niet dat het uitzicht veel helderder wordt? Bekijk het vuil daar eens, dat samenspant op de opgedroogde lijm van een verdwenen sticker, daar op de vuilnisbak, of de groeven in de boomschors daar, de uitpuilende ogen van het hout, hier, schuif je voet eens op, hier.             Het doet mijn ogen pijn, zo helder. Ogen horen er met de leeftijd op achteruit te gaan.             Oude vriend, het spijt me, het is zo stom. Ik droom nooit. Daarom nodigde ik je hier uit. En dank dat je gekomen bent. Echt. De laatste jaren droom ik nooit meer, en onlangs, zo stom, droomde ik dat wij hier zaten. Jij en ik. Hier. Op deze bank. Het schokte me dat jij het was, ik had je zo lang niet meer gezien. We keken naar elkaar en we zwegen. Ik zag ons zitten. Ik wist dat ik droomde, ik zag ons hier zitten.             En het ergerde me dat ik mij niets kon herinneren.             Ik kon mij gewoonweg niets herinneren. Ik wist dat jij het was, dat wel, en dat we hier zaten, maar dat wekte niets. Geen enkele herinnering. Of jij je iets kon herinneren wist ik ook niet. Je zei niets, in ieder geval.             Toen zag ik, daar bij de boom, een man staan, met zijn rug in onze richting. Hij droeg een rugzak die open stond. Ik wilde gaan kijken naar wat in de rugzak zat. Ik was ervan overtuigd dat de inhoud van de rugzak mij toebehoorde, of ons, misschien. Jij zag de man ook. Dan keek ik opnieuw en ik zag hem nog net, daar, recht voor ons, het hoekje om lopen, met zijn brede rug en zijn ondoordringbare jas.             Dank dat je tot hier gekomen bent, oude vriend.

Jan
54 2