Lezen

Ambitie & Centjes

Hans wil centjes. Hij wil Dagobert Duckgewijs in een zwembad vol biljetten duiken, daarna een sigaar opsteken; een sigaar die goedkoop geproduceerd wordt door Cubaanse kinderhandjes en verkocht in het Westen tegen woekerwinsten. Hans geeft niet om slavenarbeid. Winstmarges, die zijn belangrijk. Daarom heeft hij zich verloofd met Helena, dochter van innovatief ondernemer Willy Steenhoudt. Hans wil zich een hoge post in zijn bedrijf versieren, en een bureau waaronder een escorte kan plaatsnemen tijdens een conference call. Af en toe zou hij zijn exen opbellen, afspreken, hen oppikken met zijn blauwe lamborghini. Hij zou hen een peperdure ketting schenken, al rijdend een grondige pijpbeurt krijgen, hen terug naar huis brengen en zeggen, 'ik ben gelukkig getrouwd, dus haal je maar niet te veel in je hoofd. Ik bel je wel.' Dat type manager wil hij zijn. Maar daarvoor moet hij eerst die ring om Helena's vinger schuiven. Diner bij de toekomstige schoonfamilie. Hans zit tegenover Helena's moeder, Hélène. Hélène wrijft al de gehele tijd met haar blote voeten over zijn been, geile knipoogjes, getuite lippen. Hij voelt zich ongemakkelijk, kijkt naar Helena en Willy die druk met elkaar converseren, ze merken niets. Hij snijdt zijn rosbief, vindt er een briefje in: straks na het eten buiten roken. Hélène x Het dessert is naar binnen gewerkt, te zoet naar zijn smaak. 'Willy, mag ik een van je Cubaanse sigaren? Ik ga buiten even roken, mijn eten laten zakken.' Willy negeert hem, blijft verder praten met Helena over groeimarges, nieuwe markten, productontwikkeling. Hans neemt dan maar een sigaar die in een verguld kistje op het dressoir ligt, stapt via de veranda naar buiten de tuin in. Hans rookt, wacht, begrijpt het niet. Die Hélène is blijkbaar het type schoonmoeder die avances maakt op haar schoonzoon. Dat maakt hem verward, geil. Na tien minuten ziet hij haar silhouet in de veranda, het komt dichterbij, staat pal voor hem. De sigaar in haar mond is slecht gerold. 'Ik hou niet van dure spullen', zegt ze. 'Waarom wou je samen met me roken?' Hans wil duidelijkheid. 'Kom mee', antwoordt ze, pakt zijn hand vast, neemt hem op sleeptouw verder de tuin in. 'Je bent naïef en ambitieus. Van zulke mannen hou ik. Zulke mannen kan ik iets bijbrengen. Ofwel ben ik een cougar, wie weet. Kom, blijf staan.' Ze zet zich op haar knieën, haalt zijn lul uit zijn broek, in haar mond. Haar slecht gerolde sigaar ligt smeulend in het gras, hij smeulend in haar. Het leven kan slechter. 'Hans? Haaans?' 'Hélène?' Hans schrikt op. Hélène niet, die doet gulzig verder. Helena, Willy, ze roepen hen. Hans voelt zich niettemin gedekt door het donker, rookt verder, het oplichtende uiteinde van mijn sigaar kun je vanaf de veranda niet zien, denkt hij. Hij aait over Hélènes hoofd, 'braaf meisje, braaf'. De ontlading is nabij, haar tong kronkelt aanstekelijk, Hans trilt op zijn benen, ogen tot spleetjes, hoofd achteruit, zijn pik wordt harder, klaar om te SPOTLIGHT in haar gezicht. In zijn gezicht. De spotlampen die aan de buitenkant van de veranda hangen schijnen in zijn ogen, Helena en Willy komen doorheen dansende witte stipjes dichterbij, 'wat gebeurt hier'?' Hij valt flauw. Hans wil nog steeds centjes. Het zal moeilijker worden nu Helena de verloving verbroken heeft, maar hij houdt de moed erin, met het afschuimen van Rotaryfeestjes en whiskey. Hij heeft er wat voor over. Half drie zaterdagnacht, er wordt aangebeld. Hij doet open, schrikt, Hélène met twee koffers, 'Hans, ik moest naar je toe. Willy is weggegaan. Eindelijk. Mag ik blijven slapen? Zonder te slapen?' Hans twijfelt, kijkt naar haar borsten. Ze zien er goed uit voor die leeftijd. Ervaren knakkers. Maar deze vrouw brengt geen geld in het laatje, geen netwerk, huisvrouwtje met pijpmond. Handig wanneer je centjes hebt, onhandig wanneer je ze nog moet verdienen. Plotse wolkbreuk, ze smeekt om binnen te komen. Om te komen. Hier draait het niet om, denkt Hans, het draait om centjes, winstmarges, productontwikkeling. Hij slaat de deur dicht, het is genoeg geweest. Tijd om aan zichzelf te denken. Twee weken later, zevenuurjournaal. Schandaal. Een gescheiden adellijke dame heeft een escortebureau met exclusieve gigolo's opgericht, de rest van haar bedrijven heeft ze verkocht. Haar ex, Willy S., zit aan de grond. Haar dochter H komt in beeld, ze heeft beschutting gezocht achter een wazig beeld en een diepe stem. Ze verklaart dat haar vroegere verloofde schuldig is aan dit familiedrama. Hélène de Beaumauvais d'Escopalle wordt afgeschilderd als een gewetenloze manipulator, mannenverslindster, zakenvrouw. Hans veert op uit zijn zetel, zet de laptop aan, googelt ' Hélène de Beaumauvais d'Escopalle'. Onmiddellijk haar website: Gigolo à GoGo. Het ziet er professioneel uit, ambitieus. Hij hoeft niet lang na te denken, belt de nummer op de website, herkent haar stem, 'Hallo, Gigolo à GoGo, met wie kan ik u opgeilen?' 'Ik ben het.' 'Zo zo. Je hebt blijkbaar het nieuws gezien?' 'Ja.' 'Waarom bel je me?' 'Hoe gaat het?' 'Bel je daarom? Jongen toch, wees eens eerlijk. Wat wil je van me?' Op het nieuws de zoveelste Syrische vluchteling. 'Ik heb ambitie, wat heb jij?' Hij wil zelfzeker klinken, volwassen, geen jongen meer. 'Ik vroeg niet wat je hebt. Ik vroeg wat je wil.' Hij laat het los, alles, eerlijk, 'ik wil centjes.' 'Echt? Wil je centjes? Dan kunnen we praten, jongen.'

Michaël Verest
0 0

Het is stil waar het nooit waait

Kijk, ik vind je leuk. De manier waarop je mijn wangen streelt. Met mijn haren speelt. Naar me fluit. Voel jij dat ook? Lieve stoot, ik hou van je. Jouw zekere aanwezigheid. Jouw natuurlijke kracht. Je sleept me mee. Als een vriendelijk duwtje in de rug. Behalve als je tegen me bent, op de fiets. Dan trappel ik ter plaatse. En ga ik soms zelfs trillen… aan mijn bovenbillen. Wind (m)Jij voelbare horizontale luchtstroming in de dampkring Op dagen dat je briest, heb ik zin om naar zee te gaan. Even alles laten waaien. Haarpunten die als zweepjes in m’n gezicht slaan. Ogen die spontaan tranen in de stroom. Een vertrouwde hand die luchtig mijn huid streelt. En de wereld rond me laat bewegen in een krachtige choreografie. Een plastic zak probeert dansend van straat te geraken. Het halflange gras doet een warrige wave. Een geluidsgolf breekt kwetsbaar in de branding van een wolk. Beschreven blaadjes ruisen.De draaglijke lichtheid van het bestaan. Keek je al naar de klassieker American Beauty? Daar blaast de wind hoge tonen. Sierlijk opwaaiende balletblaadjes spelen een hoofdrol in de film die een van de personnages draait. Zo mooi. Voor wie ze ziet. Die alledaagse dingen. Zoals ik. Onlangs nog. De stationsdeur waaide wijd open net toen ik aan kwam stormen. Achter mij viel ze netjes weer in het slot. Ik was uitgelaten. Door de wind als persoonlijk portier. Een magisch moment dat een wit dozijn tevoorschijn toverde. In mijn mond. Vol tanden. Lieverdjes, laat je af en toe omverblazen. Geniet van de kleine dingen, hoe hard en onzeker het leven ook kan zijn. Sluit je ogen bij een goed nummer. Neem alle kleuren van een zonsopgang in je op. Boetseer figuurtjes uit voorbijglijdende wolken. Denk aan een veld vol bloemen als je onder versgewassen lakens kruipt. Geniet van een spinnende gat-in-de-lucht-stekende kat op je schoot. Van versgezette koffie met uitnodigende rooksignalen. Van de waterpareltjes op je glas heerlijk frisse mojito. Van een beetje in de wind zijn na zo’n heerlijk frisse mojito. Van een goed boek met passages die je zo kan kopiëren in je dagboek. Een innige knuffel die je vasthoudt. Een aansluitende onderbroek die niet tussen je billen kruipt. Een mystiek mistige ochtend die bomen aftekent als statige silhouetten. Een onbekende die de deur voor je openhoudt. De lach van een onbekende als jij de deur voor hem openhoudt. Een leuke reactie op je blogpost (wink wink)… Van de onwaarschijnlijk mooie lichtheid van het bestaan. Go wherever the wind takes you.Waai waai! "You can own the Earth and stillAll you’ll own is Earth untilYou can paint with all the colors of the wind"- Pocahontas, Disney

Rien Mertens
76 0
Tip

Ik ben Maurice

Was hij geen kind van zijn tijd geweest, hij had vandaag een gewoon leven gehad, met vrouw en kat en een handvol kleinkinderen in een gezellige hoekzetel. Daar was Maurice van hier tegenover van overtuigd. Maar de loeiharde bominslagen hadden hem destijds van zijn gehoor beroofd, en dus hadden vader, moeder noch schoolmeester veel te zeggen gehad over zijn verdere ontwikkeling. Maurice had zichzelf opgevoed. Hij had alles zelf moeten uitzoeken, met handen en voeten. Bij gebrek aan volwaardige alternatieven had hij meestal zijn eigen goesting gedaan, en daarom was hij nu, op zijn vierenzeventigste, een eigenzinnige eenzaat, in alle stilte op zoek naar zielsverwanten. Elke dag hompelde hij meerdere malen de straat door. Van de voordeur tot aan de bakker, en terug. Daarna naar de krantenwinkel, en terug, terwijl zijn zilveren oorbel wiebelde op het ritme van zijn RoboCop-stap. Elke dag dezelfde weg, telkens weer hetzelfde gewiebel. Te traag om normaal te zijn, te snel voor een mindervalide. Die stuntelige tred, waarvan niemand de precieze oorzaak kende, ontlokte gejank aan kleine kinderen en grote honden, en soms ook omgekeerd. Halverwege de straat durfde hij wel eens halt te houden, om net iets harder dan sociaal wenselijk was “GOENDAG!” te roepen naar buren en onbekenden. Maar zijn bombastische stem blies elke glimlach van je gezicht, hoe goed zijn bedoelingen ook waren. Maurice had er zich bij neergelegd. Hij zou zijn dagen slijten in deze kasseistenen straat, alleen en in stilte. De bommen hadden zijn leven bepaald, en daar viel weinig anders tegen te beginnen dan roken als een Turk en elke weekdag rond tien na acht afstemmen op Thuis, met ondertiteling. Toen er op 7 februari een verhuiswagen in de straat stopte, voor het groene huis met nummer 109, probeerde Maurice zijn tijd te verdelen tussen turen naar de verhuizers en staren naar het tv-scherm. Hij wilde weten of ze op de nieuwsdienst al meer wisten over de gewapende inval bij Charlie Hebdo, maar tegelijk wilde hij niets missen van de onverwachte intrede in zijn straat. Toen hij zag hoe de verhuizers een hoekzetel uit de vrachtwagen laadden, bedacht hij dat hij zich maar beter zo snel mogelijk kon gaan voorstellen aan de nieuwe bewoner, kwestie van zijn reputatie vóór te zijn. Hij wachtte de begintune van het weerbericht af en hinkstapte naar buiten, richting nummer 109. Terwijl hij voorbij het grote gordijnloze raam liep, voelde hij iemand staren. Hij wendde zijn blik en stond oog in oog met de vrouw des huizes. Ze keek zonder hem te zien en duwde een blad papier tegen het raam. ‘Je suis Charlie’, stond er. Maurice voelde de krop in zijn keel aanzwellen. Eindelijk, dacht hij. Eindelijk! Met een maag vol emotie haastte hij zich naar huis. Hij pakte een pen, scheurde een blad van een oude kalender en schreef in hoofdletters op de achterkant: ‘Je suis Maurice’. Met tranen in de ogen trekkebeende hij naar buiten, het blad stevig in beide handen geklemd. Nog even en het gewone leven kon beginnen.  

a little bit of soap
54 3

een dagje aan zee

Een dagje aan zee   De ochtendspits was al begonnen. Iedereen haastte zich naar het werk. Toen ze voor de zoveelste keer brutaal de pas werd afgesneden dacht ze “Het is wel goed met jullie, zoek het vandaag zelf maar uit! Ik neem de volgende afslag en ga een dagje naar zee. “ De gedachte om eens te spijbelen zoemde al een tijdje door haar hoofd. De dagelijkse files, de sleur, de spelletjes die gespeeld werden, meestal ten koste van haar, ze was het beu, kotsbeu. Ze reed de sorteerstrook op. De witte aanduiding "KUST" gaf aan dat het goed was. Het werd al snel een stuk kalmer op de weg. Voor het eerst in haar leven reed ze tegen de stroom in. “Ik ga naar zee" dacht ze, zong ze bijna, "naar zee, naar zee." Als een blij kind op een onverwachte uitstap. Even schoot het nog door haar gedachten om naar het werk te bellen en te zeggen dat ze …. Ach, niet aan denken. Als er morgen iemand zou vragen waar ze was zou ze wel iets verzinnen. Op de ene afdeling zou men er van uitgaan dat ze op de andere afdeling aan het werk was. Grijze muizen kunnen gemist worden. Al snel zag ze de vertrouwde toren die voor haar de kust en vakantie betekende. Als kind had ze al vol bewondering voor deze kerk en de prachtige versieringen gestaan. Verwonderd, zoals alleen een kind kan zijn. De zee was nu dichtbij. Herinneringen kwamen boven. Het mooie weer, ijsjes, het geluid van meeuwen, maar vooral van het zorgeloos eventjes kind kunnen zijn weg van het geruzie thuis. Bejaarden, diep in hun jassen weggestoken, keken haar nieuwsgierig aan. Wat doet zo een jong ding hier en nog wel op dit uur zag je ze denken. Ze stapte uit en voelde de wind en de zilte lucht. Toen zag ze de golven en kon het bijna niet geloven. Alsof iemand anders naar hier gereden was. Het was stil. In de verte zag ze op het strand een groep kinderen spelen. Hun stemmen zongen “zakdoekje leggu, niemand zeggu”. Het gekrijs en het gelach lieten vermoeden dat het spannend was. Ergens blafte een hond. In een krantenwinkel kocht ze een tijdschrift. “ Follow your dreams” stond er op de cover. Ze liet zich in het warme duinzand vallen, trok de jas dicht om haar heen en bladerde wat door het tijdschrift. Ze soesde weg, loom geworden door de warmte, ook al was het nog maar maart. In de luwte van de duinen begon ze te denken aan alles wat er de laatste tijd gebeurd was. Haar gedachten gingen steeds verder terug en opeens leek het of er een zware loden bal op haar buik gelegd werd. Ze kon met moeite nog ademen. Alsof alles vast zat en er zich diep in haar binnenste een schreeuw losmaakte. De schreeuw van een leven lang verdriet, onrecht en zwijgen. Ze ging rechtstaan en keek naar het onverstoorbaar zachte deinen van de golven. Toen liep ze het strand op. Haar voeten zonken weg in het mulle zand. Al snel kwam ze op het natte deel. Onderweg verloor ze een schoen en al snel de andere. Ze liet haar jas vallen en zo kleedde ze zich langzaam uit terwijl ze naar het water liep. Ze voelde hoe de zee aan haar trok en in haar lijf sneed maar ze was niet bang ook al lag het strand al ver achter haar. De golven tilden haar op. Door het zachte wiegen kroop de schreeuw naar haar keel. Ze proefde zilte zoete rozenblaadjes. Het ritme van de golven volgde het kloppen van haar hart. Ze voelde geen verschil meer tussen het water en haar lichaam. Toen liet de schreeuw haar los.

anne cockaerts
0 0

De appelboom

Een arme jongen ging elke dag aanbellen bij mensen in de straat op een beetje eten te vragen. In sommige huizen kreeg hij een klein potje nootjes of een appel, in sommige huizen kreeg hij niets. Alles ging goed, maar helaas was dat van korte duur. Op een grijze dag werd het crisis in het land. Alle mensen gaven nu niks meer omdat ze moesten besparen. Vijf dagen later stierven zijn ouders aan voedseltekort. De jongen hield het ook niet lang meer vol. Een paar dagen kroop hij rond om een beetje voedsel te vragen, maar hij kreeg nog steeds niets. Tot er een oud vrouwtje in de straat kwam wonen. Het oude vrouwtje was heel vrijgevig. Altijd als de jongen kwam, gaf ze veel mee. Een brood, een paar appels, enzovoort. Zo ging het een tijdje door. Tot het vrouwtje stierf. De jongen was radeloos. Tot er op een dag een notaris kwam zeggen dat het vrouwtje hem haar huis had nagelaten, aangezien ze geen andere familie meer had. Het geld en al het overblijvende voedsel schonk het vrouwtje ook aan de jongen. ‘Bedankt’, zei de jongen. ‘Maar ik schenk het huis aan het afgebrande weeshuis’ ‘Dat is vriendelijk’, zei de notaris. ‘Maar’, zei de jongen. ‘Ik zou graag binnen een beetje voedsel willen gaan halen’. ‘Natuurlijk’, zei de notaris. Je mag zelfs al het voedsel hebben. En het geld’. De jongen pakte zijn rugzak en stak hem vol met voedsel. Vooraan in een zakje stak hij het geld. Al het voedsel at hij op. Alleen 1 appel liet hij liggen. Daar ging hij mee naar het kerkhof en vroeg hij of hij achter het graf van het vrouwtje de appel mocht begraven. En 10 jaar later, de jongen had inmiddels een huis en een vrouw, stond er op die plek een prachtige appelboom.

Jonas Neyens
11 0

De beste stuurlui hebben wallen… of zoiets

“Heeey!” Hey!“Alles oke?” Ja.“Je ziet er goed uit.” Merci, jij ook.“Wel wat moe precies.” Bwa, cava.“Weinig geslapen vannacht?” Valt wel mee.“Of gewoon standaard slaap te kort?” NEE!Gewoon standaard wallen. Bitch.Dat antwoord ik wel eens. In stille frustratie.Dat laatste zeg ik nooit hardop. Het eerste ook niet.Ik houd het. In grote zakken. Onder mijn ogen.In mijn intiemste kringen. JA.Het is een van mijn tienertrauma’s.Wat wil zeggen dat het daar begon.Niet dat het daar is gebleven.Spijtig genoeg. WALLEN.In Amsterdam zijn ze populair. Ik zou liever niet hebben dat ze mijn gevel sieren met hun neonschijn. Ooit vroeg iemand of ik een blauw oog had. Bam! Kon ik toen maar letterlijk door de grond zakken. Of in mijn pijp kruipen, zoals Mario Bros <pru pru pru>. Al geeft schaamwangrood wel mooi met oogwalblauw. Ooit vroeg iemand zelfs of ik een junkie was. No shit! Mijn wallen overdag optrekken – wat mijn ogen tot hallucinante spleetjes kneep – was ogenschijnlijk niet het beste idee. Kijk, ik kan er niets aan doen. Behalve dan een zalfje. Zie het als permanente oogschaduw. Aan de verkeerde kant van mijn oog. Een erfelijke kring die trots haar familiekleuren draagt. Blauw bloed. De koningin van de lage wallen. Sierlijk op mijn tronie. Zie het positief. Als twee permanente smileys met dubbele kin. Uitgezakt op een kussentje onder mijn kijkscherm. Ach, ik heb er vrede mee genomen. En wat fond de teint kan wonderen doen.Dat zeg ik dan. Tegen mezelf.

Rien Mertens
32 0