Lezen

Pinteliere potloodgat

Er was eens een meneertje, zo licht als een veertje. Zorgen voor anderen was wat hij deed, met lief en met leed. Van ziek naar gezond en andersom, het meneertje, zo licht als een veertje, werkte zich krom. Van spuug dat de kamer rondvloog tot een dame die tegen hem loog. Nooit stopte het meneertje, licht als een veertje, met werken, vol passie en vervuld met vuur. Uur na uur, dag na dag, week na week. Tot het meneertje, licht als een veertje, telkens een beetje meer woog. Drama en blijdschap, bed na bed, soms droefheid, soms pret. Het meneertje, zo licht als een veertje, voelde zich ondertussen verzwaren. Grammetje na grammetje kwam er verhaal en patiënten leed bij en kregen zijn lichte schouders meer en meer te verduren. Hij voelde zich niet meer zo licht als dat befaamde veertje. Tijd om zijn draaglast te ontzenuwen, het ontknopen van zijn eigen kluwen. “Pinteliere potloodgat, dit mag niet blijven duren!”, vloekte het meneertje, nu iets minder licht dan een veertje. Nog meer spuug, nog meer drama. Nog meer stoelgang en verhalen en al wat onder de noemer sappig valt. Het meneertje, zo zwaar als een veertje voelde zich buigen. Elke dag liep hij een beetje krommer, zwaarder en brommiger. Tot een wijze man, bijna volledig lam, hem vertelde waarom zijn gewichtig dragen hem kwelde.” Om nieuwe dingen in je leven toe te laten, zal je soms oude moeten loslaten. Mensen vergeten misschien wat je gezegd hebt, maar ze zullen niet vergeten hoe ze zich door jou voelden. Als je kwetsbaar bent zien mensen ook je kracht. Als je louter kracht uitstraalt, bouw je een muur om je heen. Volg je hart, want dat klopt. “ Het meneertje, een beetje zwaarder dan een veertje, voelde de intensiteit van die woorden. En dacht er wel tien keer over na tot hij ze in zijn gedachten hoorde. De volgende dag huppelde het meneertje, zo licht als een veertje, naar zijn werk en begon aan een twerk. Een lach links, een blik rechts, maar uitermate zichzelf huppelde hij zich doorheen zijn shift. De wijze man, quasi volledig lam, gaf hem zijn innigste blik en zei: “ Meneertje, lichter dan een veertje, u vliegt. “

Jiggi
0 0

Muze

De esthetiek van de dood komt voort uit de tragiek van het leven. En de tragiek van het leven uit twee broeken vol goesting. Vertel mij, o muze, over hoe wij samen gulzig het leven inademden en als drie totaal krankzinnige malloten door de smalle steegjes van deze oude stad zwierven. Wij, onverzadigbaar hunkerend naar de klanken van jouw lied, de bevreemdende choreografieën van jouw dans en naar de kleuren waarmee je ons leven als een action paintdoek hebt ingekleurd. ‘Bezing mij, o’ muze,’ zongen wij jou vrolijk toe. Jij bezong en besprong. ‘Wat hebben we d’r aangedaan?’ schreit Zappa. Mijn beste maatje. Ne smoel voor stront op te sorteren, maar toch zie ik hem graag. In zijn hoofd is hij een groot kunstenaar. Ooit breek ik door, zegt hij aldoor. Hij is al eind dertig. Net als ik. Hij benijdt me. Dat weet ik. Pijnt zijn hart. Kwist zijn tijd. Hij veegt het snot van zijn mond. ‘We za..zagen haar allebei zó graag.’ Opnieuw een jammerend Zappa. ‘Ze zou van de ene naar de andere blijven kruipen. Steeds van jouw met verf bekladde matras naar mijn warme, zachte hemelbed, om dan terug met haar blote kont op het koele oppervlak van jouw keukentafel te belanden.’ Zeg ik. Ik moet het hem uitleggen. Hij ziet niet hoe dit ongeluk voorbestemd was. Wroeging snijdt brandend haar weg door mijn aderen. Gelaten dump ik dit prachtig hoopje mens in het water. Haar bestaan weldra gereduceerd tot een vage schim in onze herinnering. Zacht kabbelende golven trekken haar jeugdige, ongehavende lichaam langzaam dieper het water in. Haar gezicht is zo vertrouwd, maar anders dan de laatste keer dat ik haar kuste. Zappa ramt me het water in. Zijgt zelf neer in het gras. ‘Krijgt de kramp in uw kloten!’ roept hij mij toe. Die vreemde man. Huilend begint hij excuses te prevelen tegen Anne-Sophie, die weldra gedegradeerd is tot bodemsubstraat voor bacteriën en kikkervisjes. ‘Sorry, kreunt de minnares tegen haar man, vanonder haar naakte minnaar.’ Denk ik. ‘Het is een hol woord, ontdaan van alle betekenis, door nichterige excuustruzen zoals wij die het te pas en vooral te onpas gebruiken.’ Ik denk aan hoe je daar nu ligt, mijn lieve Anne-Sophie, op de bodem van dat meer. Het hoornvlies van jouw ogen is vertroebeld, en de eerste tekenen van rigor mortis dienen zich aan. Voorgoed verdwenen zijn het aanstekelijke geluid van jouw lach, de zachtheid van jouw kleine borsten en de vanillegeur van je witblonde haren.

FridaKahlypso
0 1