Lezen

Het zachtste land: Ruberia. Oma op bezoek.

HET ZACHTSTE LAND: RUBERIA Oma op bezoek     “Argus!” De uitroep van koningin Sifon galmde tegen de rubberen muren van het koninklijk paleis van Ruberia. “Waar zit die gekkerd met zijn vele ogen nu?” Vroeg de koningin zich luidop af. Ze glimlachte zacht. Ze bukte zich en trok een scheef tapijt een beetje recht. “Zo, dat ziet er al beter uit. Wat was ik ook alweer aan het doen? Ohja. Argus!”, gilde ze weer. Argus kwam de hoek om. Hij hobbelde een beetje. Zijn op maat gemaakte kleren zaten scheef. Zijn ogen stonden slaperig. Dat had de koningin meteen gezien. “Hier ben ik!” Sprak hij grommend. “Lag jij weer te slapen?” vroeg de koningin streng. “Euh…” Argus mompelde iets. “Het is niets”, zei koningin Sifon. Ze duwde hem een zachte wollen trui in de handen. “Die is voor jou. Trek aan.” Argus gehoorzaamde. Hij was de zachtste bewaker die er bestond. “Ik heb een verzoek voor jou. Ik hoorde dat de moeder van de koning binnenkort weer naar hier komt. Ik wil dat je extra goed uitkijkt!” Argus’ haren gingen overeind staan. Oma komt terug? Oh nee. De laatste keer dat zij er was, werd het halve paleis afgebroken. “Komt in orde hoor, mevrouw Sifon!”                                                     In de toren zat prinses Bloem uit het raam te staren. Ze pulkte nog een snoepje uit de pot die ze van een bezoeker had gekregen. Ze kauwde er langzaam op. Terwijl bekeek ze alle zachte dingen. Zachte dingen was ze zo beu! Ze zag de rubberen poort waarachter Argus alles niet in de gaten hield. Ze zag wespen vliegen met enorme kurken aan hun angeltje. Ze zag katten met slofjes aan. Ze zag rozenstruiken vol watten. Haar kamer zelf was bedekt met vilt. Op haar bed lag een schapenwollen deken. De hoeken van haar bureautje waren met rubber bedekt. Zelfs haar kroontje had pomponnetjes op de punten. Niets was scherp. Alles was saai. Niets was spannend. Ze zuchtte en blies een bel van haar kauwgom. ‘Wanneer zou oma nog eens komen?’, dacht ze.   Ondertussen zat de koning in de tuin de krant te lezen. Hij hield de krant in zijn ene hand en streelde met zijn andere hand Fluffie. Fluffie was het zachtste hondje dat hij had kunnen vinden. Het nieuws dat zijn moeder op bezoek zou komen had de koning in de war gebracht. Zijn moeder zou toch wel iets geleerd hebben uit het vorige bezoek? Hij maakte zich wat zorgen om Bloem. Die was toen nog heel klein geweest. In de handen van oma was ze zeker niet veilig. Toen Bloem geboren werd hadden hij en de koningin alles zacht laten maken. Bloem moest goed beschermd worden. Zij was een heel zacht meisje. Zijn moeder had haar meteen uit het bedje gehaald. Ze was naar buiten gestormd en met Bloem in haar armen in de vijver gesprongen. In het water riep ze: “lekker zwemmen, Bloem!”. Bloem had heel hard gelachen. Na een minuut of twee zag Bloem blauw van de kou. Het hadt twee dagen geduurd voor ze weer roze was. Dat nooit meer!   “Bloem!”, riep koningin Sifon. Bloem kwam geeuwend naar beneden. “Wat is er?” “Verveel je je?”, vroeg de koningin bezorgd. “Nogal!”, zei Bloem een beetje te snel. “Oh…” Op dat moment trilde de rubberen vloer. Iets zwaars was gevallen in de hal. Bloem keek reikhalzend naar de deur. Argus rolde naar binnen. Hij sliep. Al zijn ogen waren toe en hij snurkte luid. Achter hem doemde een schaduw op. “Een hele goede namiddag!”, riep een scherpe stem vanuit het duister. Koningin Sifon werd wat bleek. “Oma!”, riep Bloem blij. “Je bent er, eindelijk!” Oma kwam de kamer binnen. “Dag meisje! Bloem mijn bloem! Kan jij nu al een beetje beter zwemmen?” Bloem bloosde. Ze kon helemaal niet zwemmen. Er waren een paar dingen strikt verboden in Ruberia. Zwemmen, springen en klimmen. De koning kwam binnen met zijn krant in de hand. Zijn ogen werden groot als schoteltjes. Toen glimlachte hij. “Het is niet waar! Dag moeder!” De twee omhelsden elkaar hartelijk. “Wat heb jij toch een gek land, zoon!” Zei oma, met erg luide stem. “Alles is hier zacht en niemand doet eens gek!” “Ik heb het gevoel dat er iets gaat veranderen nu.”, mompelde de koningin vol angst. “Wees gerust, Sifonneke, ik zal mij kalm houden! Anders zal Argus mij misschien te grazen nemen, haha!” Oma keek lachend naar de nog steeds slapende bewaker van het kasteel. “Ik heb een cadeau voor je Bloem!” Bloem sprong in de lucht. “Joepie!”, gilde ze. “Niet springen!”, raadde koningin Sifon haar aan. “En of we gaan springen!”, schaterde oma. “Kijk maar eens in de tuin” In de anders zo zachte tuin stond een enorme trampoline. Bloem rende erheen en voor de koningin, noch de koning iets konden zeggen, was ze samen met oma de gekste buitelingen aan het maken.  

Emmetje
0 1

De Kelder

André staat in de kelder en doet zorgvuldig zijn kleren uit zodat er geen kreuken in komen. Een man zoals hij kan niet met slordige kleren lesgeven. Hij plooit zijn broek, zijn hemd, zijn onderhemd, zijn onderbroek en kousen zorgvuldig op en legt ze exact in het midden van zijn bureau. Wanneer hij naakt voor de tafel staat hoort hij plots een schreeuw. Het is zijn moeder. Ze staat op de onderste tree van de trap.   Het was zaterdagochtend. Een vrije dag voor André. Vandaag hoefde hij geen theoretische bewijzen op het bord te schrijven. Vandaag zou hij zijn handen niet tien maal moeten wassen omdat vervelende krijt van zijn vingers te krijgen. Geen domme vragen van leerlingen die de schoonheid van wiskunde niet inzagen, geen collega’s die hem als een paardenstront zouden vermijden in de leraarskamer. Maar vooral: geen zeurende moeder vandaag. Op zaterdag bezocht ze altijd haar zus, die een appartement had in Nieuwpoort.   Ondanks zijn vijftig lentes woonde André nog steeds bij zijn moeder. Dat was handig. Als hij om 6u30 opstond stond zijn ontbijt al klaar. Zijn kleren hingen vers gewassen over de stoel. Zijn hemden, broeken, onderbroeken en onderlijfjes werden steeds op dezelfde manier geplooid. Wanneer hij ’s avonds om zes uur thuis kwam stond het eten op tafel. Zijn kamer werd drie maal per week gepoetst door zijn moeder. Op maandag, woensdag en vrijdag. Geen vrouw die beter voor hem zou kunnen zorgen dan zijn moeder.   De kelder had hij helemaal voor zich alleen. Die was verboden terrein voor moeder. Er stond een grote tafel in inox en ook zijn bureau was uit het koude inox vervaardigd. Het was een materie die hij makkelijk kon ontsmetten. Moeder vroeg nooit wat hij in die kelder deed. Ze wou hem dat ene stukje privacy niet ontnemen. Misschien zou ze dat wel gedaan hebben als ze wist dat in de bovenste schuif van zijn bureau een set messen lag, ook vervaardigd uit inox. Daarnaast lagen er ook heel wat rollen ducktape in.   Ook al was het zaterdagochtend, toch stond André stipt om 6u30 op. Zijn moeder was al druk in de weer in de ouderwetse keuken. Alles stamde nog uit de jaren zestig met uitzondering van de microgolfoven. De kasten waren geschilderd in pastelblauw. Het fornuis werkte nog op gas. Er stond een oude SMEG koelkast en een ronde ontbijttafel. Tegenwoordig zou er veel geld betaald worden voor een dergelijke keuken. Het ontbijt stond al op tafel. Zelfs in het weekend gunde André zijn moeder geen vrije dag. Het idee dat er geen ontbijt zou zijn om 6u30 deed het vele haar op zijn rug overeind komen. Elke dag moest hetzelfde ritme hebben. In de microgolf stond zijn avondeten al klaar. Hij moest enkel nog aan de knop draaien tot er 3:00 verscheen op het schermpje. Het was hutsepot met worst, typisch Vlaamse kost, hetzelfde als gisterenavond. Dat deerde hem niet, zolang er maar warm eten was.   Het was twintig voor zeven. Andrés handen werden klam en zijn benen gingen op en neer alsof hij de 100 meter sprint aan het lopen was. Het was twintig voor zeven en zijn moeder zat nog altijd aan tafel. Ze had de voordeur al vijf minuten geleden achter zich dicht moeten trekken. “Moeder, je zal je trein nog missen. Het is al twintig voor zeven.” De onrust in André stroomde nu ook naar zijn vingers, die als bezeten over de tafel tokkelden. “Sorry jongen. Ik moet de tijd uit het oog verloren zijn.” “Hoe kan je nu de tijd uit het oog verliezen?” “Dat gebeurt, jongen, dat gebeurt.” “Nee, dat gebeurt niet. Je verliest de tijd niet uit het oog. Het is ondertussen al achttien voor zeven. Dat betekent dat je zeven minuten geleden al richting voordeur moest stappen.” “Maak je niet zo druk, jongen” suste ze. “Als jij op tijd vertrok hoefde ik mij niet zo druk te maken.” André moest zichzelf aanmanen om rustig te ademen. Als hij nerveus werd kon hij niet stilzitten. Gevolg: kreuken in zijn kleren en dat betekende problemen. Een start van een slechte dag, en zaterdag mocht absoluut geen slechte dag worden. Het was de dag dat hij stoom kon afblazen. En de in de week opgebouwde spanning los te laten. Maar nu werd die alleen maar groter.   Tien minuten later, een eeuwigheid voor André, stond zijn moeder op en liep richting voordeur. Ze haalde haar bontjas van de kapstok en vertrok richting station. Eindelijk kon hij rustig ademhalen. Zijn kleren stonken naar het zweet. Andere kleren aandoen behoorde niet tot de opties. Dit waren zijn zaterdagkleren. Hij kon onmogelijk die van morgen al aandoen. Dit was zijn moeders schuld. Waarom deed ze hem dit aan? Het was nochtans simpel, gewoon het vaste stramien volgen.   De voorgesmeerde boterhammen op zijn bord bleven onaangeroerd. Zijn ontbijt was verpest. Hij kon de sneetjes brood met aardbeiconfituur en boerenboter net zo goed in de vuilnisbak smijten. Nochtans zat de hond met een smekende blik naar André te kijken. Moeder gaf hem wel eens een restje, maar hij nooit. Boterhammen zijn voor mensen bedoeld, niet voor honden. Nee, zij eten hondenbrokken, speciaal voor hen gemaakt in de fabriek. André zette zijn kop koffie op het aanrecht, het onderzetbordje ernaast, daar nog eens naast het bord en het mes legde hij verticaal op het bord. Een buitenstaander zou denken dat André dit deed met een meetlint. Alles stond even ver van elkaar, elke dag opnieuw.   Het was zeven uur. De computer mocht aan. André had een halfuur de tijd om het dagschema van Vrouw 57 uit het hoofd te leren. Om tien uur verliet ze haar huis. Vermoedelijk om naar de yogales te gaan, een populaire bezigheid voor alleenstaande jonge vrouwen. Waar zou een opgerold matje anders voor dienen. Om 10u20 kwam ze aan bij het centrum waar de vermoedelijke yogasessie doorging. Omstreeks 11u30 zou ze het gebouw verlaten en een sigaret roken, die ze na gemiddeld vijf minuten zal doofde door de peuk op de grond te smijten en er met de tip van haar schoen heen en weer over draaien. Daarna ging ze naar huis om een douche te nemen, want die zou meer dan welkom zijn na de vermoedelijke yogales. Het huis zou ze om 14u opnieuw verlaten om boodschappen te doen. Aan de hoeveelheid te zien die ze wekelijks meehad is ze vrijgezel. Niemand zal haar missen. ‘s Avonds ging ze op café met enkele vriendinnen. Altijd café Damberd. Een voorspelbare vrouw van rond de dertig. Zo had André ze graag.     Om de resterende tijd te doden zette André de televisie aan, een primitieve beeldbuis die zijn ouders in de jaren negentig nog gekocht hadden. In de meeste interieurs zou hij niet meer passen wegens te volumineus. Tegenwoordig waren televisies maar vijf cm dik. André zapte tot hij Cartoon Network gevonden had. Behoorlijk kinderachtig voor zijn leeftijd, maar dat kon hem niet deren. Hij was de tekenfilms nog altijd niet ontgroeid. Hij kon bij zijn moeder eeuwig kind blijven. De slechterik met zijn Duits accent verscheen op het beeldscherm. André wist nu al dat die gedoemd was tot mislukken. Hij vond hem wel grappig, voornamelijk vanwege het Duits accent. Alsof alle criminelen afstamden van de Duitsers, sinds Hitler zijn Anschluss begonnen was. Ook in dat opzicht leek de slechterik op Hitler. Hij was steeds gedoemd om te mislukken.   Het was tijd om te vertrekken. André nam zijn schoenen, die keurig naast de kapstok in de gang stonden. Hij schoof zijn voeten erin en strikte zijn veters tot de vier lussen even groot waren. Met zijn handen wreef hij even over zijn broek om zich ervan te vergewissen dat er geen kreuken in zaten. Hij nam zijn jas en maakte pas naar het huis van Vrouw 57. Hij kwam aan om vijf voor tien. Nog vijf minuten en de vrouw kwam buiten. Nog vijf minuten en hij mocht zijn eerste sigaret van de dag roken. Om niet verslaafd te worden had hij zichzelf op een dieet van drie sigaretten per dag gezet. De eerst om tien uur, de tweede om vier uur in de namiddag en de laatste om tien uur ‘s avonds. Het werkte bijzonder goed voor hem. Hij rookte nooit meer, hij rookte nooit minder. Iedere dag exact drie sigaretten.   Vrouw 57 verliet haar woning met het matje onder de arm, toen André net een sigaret opgestoken had. Het gaf hem de kans om een onopvallende houding aan te nemen. Hij was de man die een sigaret aan het roken was. André volgde haar vanop een afstand naar het sportcentrum. Vrouw 57 droeg een spannende broek in stretchstof en een wijde trui. Niet bepaald de meest sexy outfit, maar toch kon ze ermee wegkomen. Niet dat André op die manier aandacht had voor vrouwen. Nee, het enige wat hem kon schelen was hun burgerlijk status. Getrouwd. Samenwonend. Latrelatie. Knipperlichtrelatie. Vrijgezel. Enkel de laatste categorie kon op zijn interesse rekenen.   Eenmaal keek vrouw 57 achterom. Andrés hart stond even stil. Ze zou toch niet doorhebben dat hij haar aan het schaduwen was. Haar route verschilde niet van andere zaterdagen en dat stelde André gerust. Nu ze binnen was, had hij exact een uur voor de vrouw terug buiten zou komen. Hij haalde zijn sudokuboekje boven. De ideale manier om scherp van geest te blijven. Zijn record was 12 sudoku’s – allen van vijfsterren niveau – in een uur oplossen. Iedere keer probeerde hij het record te verbeteren, al was daar nog weinig ruimte voor over. Vijf minuten per sudoku was bijzonder snel. Hij startte aan de eerste sudoku. Vier minuten en twintig seconden. Een goede start Als hij zo verder ging zat het record er vandaag wel in, maar bij de derde sudoku ging het mis. Plots moest hij aan zijn moeder denken en de ergernis die ze ‘s ochtends bij hem opgeroepen had. De concentratie was weg, net als het record. Tegen zijn natuur in smeet hij het boekje weg in plaats van het uur te vol te maken. De drang om een sigaret te roken werd groot, maar hij durfde het lot niet verder te tarten.   De vermoedelijke yogasessie was gedaan. Vrouw 57 hield zich nog altijd getrouw aan haar schema. Ze rookte een sigaret en ging naar huis. André had nu even de tijd om naar huis te gaan en te eten. Eindelijk kon hij toe geven aan het protest dat zijn maag de hele ochtend al aan het voeren was. Ook de maag eist regelmaat en wil niet dat een ontbijt overgeslagen wordt. De boterhamen voor ’s middags waren al voorgesmeerd door zijn moeder. Crème paté. Een waarlijk feest voor André. Op weekdagen at hij afwisselend boterhammen met kaas of hesp. De zaterdag at hij er met crèmepaté en zondag met hoofdvlees en mosterd.   Stipt om veertien uur stond hij terug aan de huis van de vrouw. Hij volgde haar naar de Delhaize. Zijn auto, een blauwe Peugeot Partner, had hij al in het steegje geparkeerd. Zo zou hij haar te voet ongestoord kunnen volgen. Doelloos liep hij rond in de winkel. Andere mensen zouden uit schuldgevoel iets kopen, maar niet André. Hij had niets nodig en kocht dus niets. Eenvoudiger kon het leven niet zijn. Vrouw 57 verliet het grootwarenhuis met twee goedgevulde zakken, die protesteerden onder het gewicht. Het plastiek boog zwaar door, maar begaf het net niet. De vrouw sloeg het steegje in toen de linkse zak zwichtte door het gewicht. Alles viel op de grond. Gebroken eieren. Melk. Gerookte zalm. Witte wijn. Chips. Chocolade. Rucola. Pijnboompitten. André snelde haar te hulp. André zag zijn kans schoon en drukte een doek tegen haar mond toen ze de fles witte wijn opraapte.   Zo snel hij kon sleepte hij haar naar de auto. De aders in zijn hals barstten bijna uit hun voegen door de inspanning. Hij hoorde voetstappen zijn richting uitkomen. André kroop achter zijn stuur en vertrok terwijl de boodschappen nog over de grond verspreid lagen. Hij kon geen risico’s nemen. Zijn moeder zou het nooit overleven als hij ontmaskerd werd. De schande, ze zou het nooit te boven komen. Niemand was hem meer lief dan zijn moeder, die ondanks haar fouten zo goed voor hem was.   In nog geen tien minuten had hij de wagen met de vrouw in de koffer voor het huis geparkeerd. In gedachten zag hij het bloed al uit haar lichaam gutsen. Het zorgde voor rust in zijn hoofd. Hij dacht aan niets meer. Geen nood aan regelmaat. Niet de neiging om alles te moeten tellen. Nee, zijn hoofd was leeg. Toch wist hij uit ervaring dat dat gevoel maar van korte duur zou zijn. De spanning, de regelmaat en de frustratie zouden het snel weer overnemen van de rust. Wel zal alles weer van tevoren zijn en zou hij een nieuwe prooi moeten zoeken. André deed de garagepoort open en reed naar binnen. Hij had nog ongeveer vijftien minuten vooraleer vrouw 57 opnieuw wakker zou worden. Zo snel als hij kon droeg hij haar de kelder. Ze moest dood voor ze terug bij bewustzijn kon komen. André genoot niet van het zien van lijden. Iedere vrouw doodde hij met een vorm van respect. Behalve zijn eerste slachtoffer. Haar gezicht achtervolgde hem nog steeds in het donker van de nacht. Het was een lange lijdensweg geweest voor beiden. Een doodstrijd van tien minuten. Tien messteken had hij nodig gehad. Maar het gevoel van rust dat hem nadien overspoeld had, gaf hem de kracht om door te gaan. Sindsdien zorgde hij ervoor dat de vrouwen steeds verdoofd waren.   Hij legde de hulpeloze vrouw op de tafel. Uit voorzorg plakte hij haar vast met ducktape. Als ze dan toch bij bewustzijn zou komen, kon ze alvast niet meer weglopen. Nog vijf minuten had hij. André streek zijn vingers door haar haren. Aaide haar wangen. Kuste haar buik. Hij besefte dat hij dit nooit zou kunnen doen met een vrouw die niet tot de dood veroordeeld was. De laatste minuten van vrouw 57 waren aangebroken. André stapte naar achteren en deed zorgvuldig zijn kleren uit zodat er geen kreuken zouden inkomen.

Thomas Jacques
0 1

Kleine broer

Ik luister naar jazz. Jazz op de radio. De lichten langs de verlaten autosnelweg gaan schuil in de duisternis en de wagen is mijn boot die zeilt over het asfalt. Na een fijne avond, rij ik weg van ’t stad richting rand van de wereld. Hij woont met zijn lief in het bovenste appartement van een residentie gebouwd in de schone jaren stille. We zitten aan tafel bij het grote raam. De straat gaat verscholen onder het breed bladerdak van een rij stoere bomen. We eten boterhammen met kaas. We lachen. Praten over nieuwtjes en vroeger. Zijn lief zit bij ons aan tafel, maar eet niet mee. Hij is zo aardig geweest om dinerplannen buitenshuis te maken zodat wij zonder aarzelen kunnen keuvelen. Ik zit tegenover hem aan tafel en luister aandachtig naar zijn verhalen over studie en werk. Over dromen en de liefde. Ik bewonder hem, om zijn discipline en kracht. We kiezen voor gemberthee en terwijl het water kookt, vertelt hij over de plannen die ze hebben met het appartement. Hij gesticuleert groots waar de wasplaats komt en hoe de keuken eruit zal zien. Mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht volgt zijn verbeelding niet, maar ik ben er zeker van dat het prachtig zal zijn. In gebreid goed nestelen we ons op het kleine terras achteraan. We lachen. Met twee handen hou ik mijn kopje thee vast en turen we naar de gebouwen. De stilte die over de daken sluimert, verrast me. We troosten. Wanneer een tweede rondje thee trekt, klimmen we via de brandtrap naar het dak. We zijn getuige van een Miami Sunset en voor heel even ligt de wereld aan onze voeten. Alles is mogelijk. Ik zou in zijn hand willen knijpen van geluk, om het zijne en het mijne. Zijn lief vindt ons in het donker bij een kaarsje. We drinken ons laatste kopje van de avond. Ik zou nog even willen blijven, te midden van hun warme liefde. Bij het afscheid geef ik hem een knuffel. Ik knijp even in zijn armen en wens dat hij er voor altijd zal zijn. Zoals een jongere broer die onlosmakelijk met je verbonden is. Mijn courageuse vriend, ook gij zijt een schoon mens. (Foto: Emanuel Smedbøl)

Katrien Meermans
0 0

Problemen op zee

Dennis keek naar de zee, en hij zuchtte. Tijdens het schooljaar woonde Dennis in een huis met zijn ouders. Hij ging dan naar school zoals de andere kinderen in zijn dorp. Maar tijdens de schoolvakanties moest Dennis altijd naar zijn oma … zijn Piraten-oma op haar schip. “Verveel je je, jongen?” vroeg Peter. “Tja...” zei Dennis. “Wablieft?” vroeg Peter Peter was een knappe matroos. Een paar jaar geleden was hij tijdens een gevecht gewond geraakt aan zijn hoofd. Sindsdien hoorde hij niet zo goed meer.  Je moest altijd een beetje roepen als je tegen hem praatte. “IK MIS MIJN VRIENDEN!” zei Dennis. “Dat begrijp ik.” zei Peter. “IK WOU DAT IK KON VOETBALLEN!” zei Dennis. “Kom met mij mee het kanon kuisen,” zei Peter, “dan leer ik je straks verder banjo spelen.” Dat was leuker dan niks doen. “OKEE DAN!” riep Dennis.   In de stuurhut was oma met de stuurman aan het praten. De stuurman was een magere man met een snor. Zijn snor hing een beetje naar beneden, net als zijn broek die altijd afzakte. Oma's smartphone rinkelde. Tegenwoordig hadden alle piraten een gsm. Ze nam de telefoon op en zei: “Hallo, met oma.” “Dag mevrouw oma,” klonk er aan de andere kant van de lijn, “het is hier met Ronny. Ik heb een groot probleem. Misschien kan jij me helpen.” “Wat scheelt er, Ronny?” vroeg oma. “Mijn schip is vastgelopen op een zandbank bij de Krabberotsen, en nu krijg ik het niet meer vooruit of achteruit.” zuchtte Ronny. Ronny was ook een piraat. Oma kende hem al van vroeger op de Piratenschool. Nu had hij een eigen schip, en ging hij vaak op schattenjacht. “Ai Ronny, zit je schip helemaal vast? Dat klinkt niet goed...” zei oma. “Heb je al geprobeerd om met roeispanen uit de zandbank te roeien?” “Ja, maar dat is niet gelukt.” zei Ronny. “En heb je al geprobeerd om het schip los te duwen?” vroeg oma. “Ja dat ook al,” zuchtte Ronny, “maar dat lukt ook niet.” Oma dacht eventjes na. “Blijf waar je bent,” zei ze, “ik kom eraan.” “Oke,” zei Ronny, “bedankt.”   Oma had al een plannetje in haar hoofd. Ze vroeg aan de stuurman om snel naar de Krabbenrotsen te zeilen. Dan ging ze Peter zoeken. Ze vond hem samen met een vuile Dennis bij het grote propere kanon. “Ronny zijn schip zit vast in een zandbank.” zei oma. “Wablieft?” zei Peter. “RONNY ZIJN SCHIP ZIT VAST IN EEN ZANDBANK! WE GAAN HEM HELPEN! PETER, VERZAMEL ALLE MATROZEN OP HET DEK!” “Wat ga je doen, oma?” vroeg Dennis. Hij vond het niet leuk dat Ronny problemen had, maar vond het ook wel spannend. “Ik heb een plan...” zei oma.   Toen de matrozen op het dek verzameld waren, ging oma op een stoel staan en riep ze: “MATROZEN, DOE ALLEMAAL JULLIE KLEREN UIT!” De matrozen keken verbaasd. Ze deden hun hemden uit en hun broeken. Ook de lapjes die sommigen op hun hoofd droegen, deden ze uit. Oma had een tafeltje klaargezet met daarop haar naaimachine, en ze begon alle kleren aan elkaar te stikken. Dennis keek naar de blote billen van de matrozen, en hij moest lachen. Matrozen zien er toch minder stoer uit zonder kleren aan. Intussen waren ze dicht bij het schip van Ronny. Dat schip bewoog niet, zelfs niet op-en-neer met de golven. “Stop hier maar, stuurman!” zei oma. “Het wordt te ondiep. Laat een reddingsbootje in het water, dan roei ik met Peter naar Ronny." “Mag ik ook mee?” vroeg Dennis. “Ja natuurlijk schat.” zei oma. Ze roeiden naar het andere schip met de bundel kledingstukken in hun bootje. Ronny stond hen al op te wachten. “Bedankt om te komen, oma.” zei Ronny. “Ik weet echt niet hoe ik dit kan oplossen.” Oma klopte hem zachtjes op de schouder. Ze vroeg aan Ronny's matrozen om de bundel kledingstukken aan grote touwen vast te maken. “Trek nu zo hard jullie kunnen!” riep oma. De matrozen trokken met alle macht aan de touwen. De grote lap van broeken en piratenhemden ging omhoog langs de mast … en het schip bewoog! “Wat slim!” riep Ronny uit, “Oma, jij hebt de kledingstukken aan elkaar genaaid tot één groot zeil!” Oma glimlachte. Het schip kwam zachtjes los uit het zand, en vaarde naar het diepere water. Ronny was gered. “Oma, hoe kan ik je bedanken?” vroeg Ronny blij. “Geef al mijn matrozen maar een lekker warme kop chocolademelk” zei oma, “want ze staan al een halfuur in hun blootje en ze krijgen het koud.” Dennis kuste oma op haar wang. “Jij bent de coolste oma van de wereld!” zei hij.

tante Betje
0 0