Lezen

De dans

Het was een kind als zo velen Dat de gave bezat Om het leven te spelen Ook al was het van glas Hij was vrolijk vol verbeelding Wat schuchter misschien Wie hij was had hij verzonnen Tegen beter weten in  Hij kon urenlang kijken Naar het razen van de wind Die alles doet dansen En met elkaar verbindt En hij danste vol vuur Met de wind mee en dacht Ooit dans ik de dans Waar de wereld op wacht  Dus hij stormde langs de hemel En hij speelde met de tijd Hij vergat hoe klein zijn hart was En hij dronk de eeuwigheid En hij proefde van de sterren En hij zweefde door de nacht Want hij zocht naar de dans Waar de wereld op wacht De dans waar de wereld op wacht  Zo verloor hij zijn kalmte Hij had nog maar één doel Alle mensen vervullen Met het warme gevoel Dat de dans hen zal redden Van ellende en pijn Door zijn dans zou alles Anders zijn  Na eindeloos zoeken Kwam toen de dag Dat hij dwars door het duister Het nieuwe licht zag Hij voelde heel zijn lichaam Leven en dacht Dit is de dans Waar de wereld op wacht  Dus hij stormde langs de hemel En hij speelde met de tijd Hij vergat hoe klein zijn hart was En hij dronk de eeuwigheid    En hij proefde van de sterren En hij zweefde door de nacht Want dit was de dans Waar de wereld op wacht De dans waar de wereld op wacht  Alle mensen juichten luid Toen hij de planken betrad En hij voelde de roem Die de twijfels vergat En hij dankte het lot Dat hem zo ver had gebracht Hij was klaar voor de dans Waar de wereld op wacht  Maar toen ging de hemel open En de zoete wind viel neer En bewoog zich door de bomen Net zoals die éne keer En betoverd door die schoonheid Viel hij lachend neer en dacht Dit is niet de dans Waar de wereld op wacht  Zo verdween hij van de planken Hij liet alles achter zich Zijn verbeelding en illusies En vraag op zijn gezicht Maar diep in zijn hart Bleef de onrust bestaan En zo werd hij een zwerver Die steeds verder moest gaan  En zo kwam hij op een nacht Op een plek ver weg van hier Waar geen mens ooit geweest was Waar niemand hem zou zien En hij zag weer hoe de bomen Dansten in de wind Hij dacht weer aan vroeger En zijn hart werd weer licht  En toen stormde hij langs de hemel En hij speelde met de tijd Hij vergat hoe klein zijn hart was En hij dronk de eeuwigheid En hij proefde van de sterren En hij zweefde door de nacht En hij danste de dans Waar de wereld op wacht De dans waar de wereld op wacht

Annemie Corens
6 0

Denk dan aan mij

Als je ’t hoog in de bergen hoort waaien En de wind je verhalen vertelt Die ik nooit met mijn woorden kon halen Omdat alleen maar het ruisen telt Als je ’s morgens de zon op ziet komen En haar warmte met warmte begroet Als de wolken je vluchtigheid tonen Als je zwijgen de nevel ontmoet  Denk dan aan mij Aan de snelheid van de straten Aan de stad die altijd lacht Aan mijn zoeken naar verbeelding Aan mijn dwalen door de nacht Aan mijn honger naar erkenning Aan de plannen in mijn hoofd Aan ’t geluk van zeker weten Dat ik mezelf heb beloofd  Ik die voor altijd had gezworen Nooit zo’n dwaas te zullen zijn Die de eenvoud is vergeten Van de berg en de woestijn Ik die voor altijd zou geloven In de taal van de rivier Vind mezelf hier nu terug In een wereld van papier  Als de rotsen het water doen stromen Als de bergbeek je hart zingen laat Op het ritme van klaterend dromen Waar geen twijfel of zeker bestaat Als de bomen je leren vertrouwen Dat gegrond zijn je levenskracht geeft Dat de Aarde je altijd zal dragen Als je dicht bij haar wijsheid leeft       Denk dan aan mij Aan de snelheid van de straten Aan de stad die altijd lacht Aan mijn zoeken naar verbeelding Aan mijn dwalen door de nacht Aan mijn honger naar erkenning Aan de plannen in mijn hoofd Aan ’t geluk van zeker weten Dat ik mezelf heb beloofd Aan mijn laaiend enthousiasme Voor dat wat nog niet bestaat Maar wat ik morgen zal bereiken Omdat de tijd hier nooit stilstaat  Ik die voor altijd had gezworen Nooit zo’n dwaas te zullen zijn Die de eenvoud is vergeten Van de berg en de woestijn Ik die voor altijd zou geloven In de taal van de rivier Vind mezelf hier nu terug In een wereld van papier  Maar die wereld is zo broos En de stilte laat zich zien En brengt me op een leeg moment De herinnering De herinnering wordt een lied Dat ik meegeef met de wind Die het zacht en zonder woorden Daar in de bergen voor je zingt  Dus als je ’t hoog in de bergen hoort waaien En de wind je verhalen vertelt Die ik nooit met mijn woorden kon halen Omdat alleen maar het ruisen telt  Denk dan aan mij

Annemie Corens
22 1

Een vrouw had een weelderige derrière.

Een vrouw had een weelderige derrière. Zelf vond ze dat prachtig want als je van goede wil was, kon je letters en woorden onderscheiden op haar billen en mits een beetje oefening, kon je die letters en woorden tot zinnen vormen die dan samen een verhaal werden. De vrouw kon het verhaal zelf niet lezen maar ze liet het zich door haar minnaars voorlezen. Het was telkens een ander verhaal omdat iedere minnaar op een andere plaats begon met lezen en zelf bepaalde waar de woorden hem naartoe leidden. Soms gaven de woorden de richting aan maar het gebeurde ook dat er zoveel ruimte tussen twee woorden was dat je alle kanten uit kon. Toch wezen de woorden globaal gezien naar één centraal punt. Daar eindigde het verhaal. Als je tijdig van richting veranderde ontstonden er nieuwe intriges en verwikkelingen. Een happy end was niet altijd verzekerd want als de vrouw met haar billen bewoog, raakte je als lezer het noorden kwijt. Dat kon dramatische gevolgen hebben. De vrouw had een bruine getaande huid maar haar afkomst deed er niet toe, zei ze, want haar poep was multicultureel. Op haar linkerbil kon je van links naar rechts woorden in het Latijns alfabet lezen. Die woorden vormden meestal spannende maar soms ook hele mooie en ontroerende verhalen en een kundig lezer wist hier en daar een gedicht te ontwaren; het was alsof zo’n gedicht plots ontstond terwijl je even met de ogen had geknipperd. De vrouw hield het meest van de minaars die ook tot gedichten kwamen. Het stemde haar melancholiek. Op haar rechterbil kon je van rechts naar links lezen. Daar zag je Arabische tekens en wie ze lezen kon, verhaalde over prinsessen, volbloedpaarden en verre uitgestrekte woestijnen. In die verhalen kwam nogal wat moord en doodslag voor. Als je van boven naar beneden las waren het reclameslogans of Chinese tekens die je ook wel op menukaarten ziet. Wie van boven naar beneden las was altijd snel klaar en kon dan meteen vertrekken. Dat vond de vrouw niet fijn en dat soort minaars hoefde nooit meer terug te komen. De vrouw hield zelf het meest van de verhalen op haar linkerbil maar als de lezer te vlug naar de plot dwaalde liet ze een diep gegrom horen. Dan schrok de lezer. Sommige minaars konden zich herpakken en dwaalden nog lang rond tussen de punten, de komma’s, de vreemde ontwikkelingen en de heerlijke woorden die samen onafscheidelijke zinnen werden. Als een verhaal te lang duurde draaide de vrouw zich plots om en slokte de minnaar op voordat hij naar adem kon happen. Daar genoot de vrouw nog het meest van.

Le Claire
17 2

Roos en de Makelaar in Ontroerende Goederen. Aflevering 1: Het paard voor de wagen.

Na twee gebroken harten in één maand tijd, beslis ik dat het moment rijp is om de spreekwoordelijke koe, eh stier, bij de horens te vatten. Net geen drie jaar heb ik geïnvesteerd in geduldig wachten op mannelijke exemplaren die telkenmale niet wisten of ze wel voor me konden kiezen. Twijfel en treuzel alom. Een emotionele achtbaan.  Een wachtbaan. Allebei waren ze me ontzettend dierbaar: heel diep, en waar. Maar nu wil ik zelf aan zet zijn. Pro-actief.  M’n paarden niet langer achter de wagen spannen, maar met volle teugels vooruit. Dus schrijf ik me in bij een relatiebemiddelingsbureau: een makelaar in ontroerende goederen. "Tja, waarom wachten op je geluk als je het ook een duw kan geven?”, beaamt een dierbare vriendin. “Eh, da’s toch één groot hoerenkot?” reageert mijn vader laconiek.  “Een heel moedige beslissing, stel je me in een volgend leven aan je nieuwe partner voor?”, zegt de ex die prima kan doen alsof het ’m niet raakt. Vanuit de auto doe ik snel een telefoon. Ik verdraag geen uitstel meer. Maak een afspraak met een punctuele secretaresse. Haar lieve, opgewekte, tegemoetkomende stem geeft me moed. Ik geef het op mijn beurt niet graag toe, maar de ex heeft toch een beetje gelijk: dit vraagt durf. Ik leg m’n breekbare hart voortaan in professionele handen: een zorgvuldig opgebouwde database, aangevuld met de expertise van een handvol consulenten, én een punctuele secretaresse.  Een tweetal weken later word ik uitgenodigd op een eerste intake gesprek met de Makelaarster. Ruim een half uur te vroeg parkeer ik m’n auto voor de deur. Ik kom altijd te laat op afspraken. Het weze glashelder duidelijk: mijn paard staat ruimschoots voor de wagen.  De koppelaarster verbaast me positief: een oprechte, persoonlijke aanpak.  Deze dame is beslist geen lege, commerciële, romantische regelneef. Haar bureau belooft een klare, eerlijke kijk op waar het in de liefde vaak om draait: hoe het klikt, smelt, botst, en altijd anders uitdraait dan je oorspronkelijk had verwacht. Ze start het gesprek heel nonchalant, alsof we in een bar zitten, of ergens op een reünie van oud-studenten. We blijken studiegenoten te zijn en de eerste twintig minuten van onze ontmoeting gaan naar het ophalen van herinneringen aan de universitaire dagen van weleer. Je weet wel: gemijmer over bevlogen, excentrieke professoren, en nostalgie naar de hel die mondelinge examens waren.  Ik voel me volstrekt niet op een mondeling examen. En de koppelaarster praat honderduit. Een ongeduldige stem in me zegt: “eh, waar is die checklist die moet worden afgewerkt?” “Mijn desiderata, mijn kenmerken, mijn profiel, mijn do’s and don’ts?” Maar mijn gesprekspartner lijkt mijn verborgen ongeduld te negeren, en praat rustig door over faits divers alsof we elkaar al jaren kennen. En eigenlijk voelt het ook wat zo. Als een vlotte en vanzelfsprekende match.   De checklist wordt afgewerkt, het contract overlopen en ondertekend. De nuchtere feiten worden niet onder tafel gemoffeld, maar openlijk besproken. “Dit avontuur kost je een rondreis naar Thailand met een gerenommeerd reisbureau”, spreekt een duivels stemmetje in me. “Maar je reist lekker wel een jaar lang voor die prijs, krijgt elke maand een man aangeboden, én als je even wat pauze kan inlassen, dan mag dat”, fluistert de sussende engel. Ik sluit een compromis met mezelf en beloof aan Mefisto dat mijn perfecte match-to-be me vast en zeker meeneemt op een te gekke reis naar Thailand. Dat zou Sera-fijn zijn.   Het bureau heeft 2200 klanten, en 50%  vindt een geschikte partner, zo leer ik. Mijn kansen zijn dus 1 op 2. Statistieken op de website van het bureau vertellen me dat 45 een scharnierleeftijd is. Vanaf die leeftijd stijgt het aantal vrouwen in verhouding tot het aantal mannen. Ik heb dus nog net twee jaar de tijd om het kritieke kantelmoment voor te zijn. Alle hens aan dek. Juu paard. Hup Ro(o)s. Ik protesteer licht tegen de nuchtere, realistische opmerking dat ik er rekening mee dien te houden dat mannen gaan voor jongere vrouwen, en ik dus beter een compromis sluit door ook oudere mannen in m’n wish-list op te nemen. De levenslustige, dynamische spring-in-het-veld in me wil het liever nog graag jong en eh lekker. Maar ik zwijg wijs. Vijf jaar ouder met speelse pretlichtjes in de ogen en een sportief lichaam: het moet kunnen, nee? Aan het eind van het gesprek wordt me gevraagd een foto door te sturen. Niet voor publicatie. Enkel voor intern gebruik. Het lucht op om dat te horen. Ik geloof in deze visie: aantrekking heeft voor meer dan 70% met lichaamstaal te maken. Hoe iemand beweegt, spreekt, wat iemand via zijn lichaamstaal vertelt over zichzelf is veel bepalender en dat kan je niet zien op een foto. Opnieuw bonuspunten voor deze aanpak. Ziezo. Ik begin aan dit avontuur met gemengde gevoelens. You can’t hurry love zongen The Supremes. Misschien forceer ik wat eigenlijk spontaan zou moeten gaan. Maar soit. Love’s a crazy horse. I can but give leeway to its force. Roos Wordt vervolgd:  Aflevering 2. De profielschets. Over promotie, branding en The Big Five.

Roos
0 1
Tip

Zonnig met een wolkje armoede

Ooit The Wire gezien? Speelt zich af in de onderbuik van Baltimore, maar toen we even de wijk Raval in Barcelona doorkruisten, in mijn gids omschreven als "uw veiligheid is hier 's avonds niet gegarandeerd" maar door een vriendin aangeraden als een gezellige culturele smeltkroes, dacht ik even in voornoemde serie beland te zijn. Hustlers, players, dealers, working girls, ... In het spoor van enkele hooggehakte (mooie) benen passeren we een of andere evangelische missie met een lange rij hongerigen, moeten we uitwijken voor enkele Bubbs-figuren die een winkelkarretje met hun hele hebben en houden voortduwen, krijgen we hasjjies aangeboden, aanschouwen we de hele (onder)wereld op een vierkante kilometer, en als we op de lokale Rambla belanden is het plaatje compleet: een meute persmuskieten omcirkelt een of andere bobo-politicus die, aan de lijfwachten te zien, ook mijn gids gelezen - of geschreven - heeft. In elk geval, The Wire-gelijk waarvan het vijfde seizoen focust op de journalistieke kant van het verhaal, is het hoofdartikel de dag nadien in de lokale krant wel degelijk Raval. 'Vemos un barri digne'. Veel armoede hier in Barcelona. Zichtbare armoede, bedoel ik. Ontluisterend om zien hoe in een of andere bibliotheek in Raval (dé bibliotheek van Catalonië) met bijhorende paradijselijke binnentuin een groep toeristen wordt rondgeleid, terwijl twee meter verder, onder de beschutting van de galerij enkele daklozen in hun pis, of die van hun lotgenoten, dromen van betere tijden. Ook de wijk van ons hotel, de Barri Gotic ontsnapt er niet aan: als de avond valt, zijn er in bepaalde straten hoogoplopende discussies tussen jongerenbendes die strijden om "de hoeken" alwaar ze hun waar willen verkopen. Na twee dagen wandelen hebben we onze bekomst van de grootstedelijke drukte. Time to get out. Sitges wordt ons aangeraden door enkele Spanjaarden, een kuststadje waarvan de populatie in het toeristenseizoen verdriedubbelt. Het bevalt ons wel, maar toch nog een beetje druk. Ongelooflijk veel homokoppels ook. Zie je een man, dan zie je twee mannen. Niks op tegen, maar ze zijn écht wel in de meerderheid. En daarmee zijn de rollen eens omgedraaid: zoals zij de rest van de wereld waarschijnlijk ervaren, gevuld met die heterokoppels, zo voelen wij ons hier af en toe een beetje out of place. Vooral als je een hoek omgaat, en geheel onverwacht uitkijkt op een soortement naaktstrand alwaar de mens in volle glorie één wordt met de natuur. Na twee dagen hebben we Sitges ook wel gezien. Ségur de Calafell ligt ook aan de zee, en met veel plezier stappen we op de trein. Aangekomen op onze bestemming trekken we richting zee. Een desolate woestijn waar alleen een enkele gepensioneerde hond, excuseer, een gepensioneerde met hond, door het decor schuifelt. Als we op het enige terras in de omtrek vragen wat er hier zoal te beleven is, bekijkt de dienster me met grote ogen: "Nada" zegt ze beslist. Om er even later fronsend aan toe te voegen: "La plaja", achterom wijzend naar die grote leegte. Mmm, problematisch. Nada is perfect, maar we zijn het type toerist dat graag uitvalswegen heeft. Als we ergens arriveren, stormen we het toeristische infokantoor binnen. Folders, brochures, affiches, kaarten, reistijden, overstappen, openingsuren ... Overstelpt met goede raad en beladen met drukwerk verlaten we dan het kantoor om - het is echt sterker dan onszelf - een totaal verkeerde richting uit te lopen. Heerlijk om te weten wat je allemaal niét gaan doen. De Spanjaarden zijn op dat gebied trouwens een grote hulp. Passeer je een museum, kasteel of kathedraal (waar je wel even wil gaan schuilen voor de zon) dan is het gegarandeerd gesloten, vervallen of tijdelijk ontoegankelijk. Je zal het altijd zien, denk je dan, de landerigheid van de Spanjaarden vervloekend die je culturele uitstapje altijd weer dwarsbomen. Maar om terug te gaan naar Ségur de Calafell: nada is dus geen optie. En zo belanden we enkele kilometers verder in Calafell zelf, alwaar we vijf dagen eten, drinken, wandelen, genieten, uitblazen en ook een heel kleine beetje lezen (De gazet The Times ontdekt. Grappig hoor: Once, only a waiter could stand between a Frenchman and his lunch.) Dus: een bezienswaardigheid die het ook tot in de gidsen heeft geschopt? Niet gezien. Maar wel een deugddoende vakantie gehad.

Guy Bourgeois
0 1

Sloompie de Slak

SLOOMPIE DE SLAK Sloompie de slak sloefte op haar gemak. Ze voelde zich een wrak            bij dit regenweer.  (regenweer) Ze slikte weer een slok regenwater en een stok lag in haar weg, en "POK"!            Dat was al negen keer,  (negen keer) dat Sloompie tegen stok- ken sloefte, en ik gok dat niet de laatste "POK"            weerklonk, integendeel!   (tegendeel) Sloompie zag een slak, dat was haar schoolvriend Jacques. Ze sleurden aan de tak,            maar ze zegen neer.  (zegen neer) REFREIN:  Sloompie, sluwe sloeber,                  sla toe,                  sla af.                  Sloompie, slappe slak,                  sla om! De slakken lagen daar, ze voelden zich zo raar. En Jacques verloor zijn haar            bij een bliksemschicht.  (bliksemschicht) Sloompie op haar beurt was helemaal verkleurd, en ook was dit gebeurd:            ze kreeg een beetje jicht.  (beetje jicht) Ze lagen gans de nacht, het gras dat was niet zacht: geen slak die dan nog lacht!            En het werd weer licht.  (werd weer licht) Ze lagen in een wei, heel netjes, zij aan zij, en Jacques schoof naderbij:            nu lag hij heel dicht!  (hij heel dicht) REFREIN De wolken schoven weg. Sloompie trok zich recht, en Jacques zei:  "Sloompie, zeg,            zie je die zonneschijn!?"  (zonneschijn) "En zie de lucht hoe blauw!" repliceerde Sloompie gauw, ze zei: "Ik hou van jou!"            En dat vond Jacques fijn.  (vond Jacques fijn) Zijn haar dat groeide terug, vanboven op zijn rug. En ook Sloompie was al vlug            zonder jicht en pijn.  (jicht en pijn) Ze trokken aan de tak, die meteen in stukken brak, en vervolgden op 't gemak            hun weg naar de r   a                                                 v                                                   i                                                    j                                                    n                                                  

Mon Bax
0 0

Pokdalig en Vermorzeld

POKDALIG EN VERMORZELD Pokdalig was hij, en vermorzeld. Pokdalig was hij altijd al geweest... Vermorzeld was hij pas sinds gisteren: vermorzeld door een olifantenbeest! Hij voegde zich bij een safari, daags voor het tragisch ongeval. Het gebeurde ergens in de Serengeti: ik schets u de details van dit geval... De nijlpaarden konden hem al niet luchten: vervaarlijk toonden zij hun open bek! Toen moest hij snel zijn LandRover zien in te vluchten: hij struikelde, en brak bijna zijn nek! Daar lag hij uitgeteld op tien voet van zijn wagen. De krokodil, die kwam al aangerend: zij wou hem opeten, zonder het eerst te vragen, tot zij schrok van deze pokdalige vent! Pokdalig was hij, echt afzichtelijk: de krokodil, die moest hem al niet meer! Deze keer was het zijn redding, versuft plofte hij zich in zijn LandRover neer... Traag reed hij voort op de savanne. Een wrattenzwijn ging lopen van zijn smoel. Op de koop toe viel zijn LandRover in panne: hou op die manier je hoofd toch maar eens koel!... ...Al is dat pokdalig, vol kraters en vol bulten: een maanlandschap, dat komt haast in de buurt! De leeuw begon van ver op hem te brullen, alsof die zeggen wou: "Blijf jij maar uit mijn buurt!" Er was geen enkel dier dat hem nu nog zag zitten: de gnoes, impala's, zebra's renden weg! Enkel een olifant, die was nog wat aan 't pitten, en lag wat verder, enkele meters naast de weg. Hij besloot de slapende stil te benaderen, zijn camera, die had hij al gereed, maar die liet hij vallen!  Zijn bloed stolde in zijn aderen, want u kunt al raden wat de olifant toen deed! Pokdalig was hij, thans vermorzeld! Pokdalig was hij altijd al geweest... Vermorzeld was hij nu, en zéér vakkundig: vermorzeld door een olifantenbeest!!

Mon Bax
0 0

de gestolde tranen van de uitgever

Ijdelheid, treurnis: wees gerust, in dit hoekje van de Standaard boekhandel had ik het rijk voor mezelf. 'Big data' spookte door mijn hoofd, en dus belandde ik bij de afdeling inwisselbare waren: communicatie, online media, management, marketing. Boeken die al gedateerd zijn bij verschijnen.  Bijsluiter-boeken over blogs, digital branding, sociale media. De bijsluiter als bijwerking. Gedrukte gedrochten, borrelende uitstulpingen van de online onderstroom. Papieren placebo's, daar waar zelfmedicatie onze enige hoop is. Willen die uitgevers nu echt per se failliet? En hoe zit dat met de papierindustrie? En geeft zo'n auteur dan zijn eigen boekje af als visitekaartje of zo? En de omloopsnelheid van boeken? Is dit het dan? Is dit het drama van het boekenvak, zijn dit de gestolde tranen van de uitgever? Moedeloosheid springt me naar de keel, als een uitgehongerde jakhals. Ach, big data, waar zitten jullie? Was 'Big data' eigenlijk wel de titel? In elke andere winkel had ik de kassierster, de schoonmaakploeg en de terloopse klant aan de tand gevoeld, maar hier neemt zo'n vraag al snel de allures aan van een rogatoir. Titel? Uitgever? Auteur? Publicatiedatum? ISBN? Waarom wil u dat boek? Waarom koopt u geen mooie verjaardagskaart, spannende zomerthriller of de nieuwste Jamie Oliver? En dus verliet ik mak en weemoedig (meewoedig) de winkel met Halfgod verzamelaar van Komrij, als een beteuterde wijnliefhebber die het alweer met een Chateau Pétrus 2005 moet doen. Een dag later is de wrok getemperd, de lucht opgeklaard. De kat vleit zich als een leeuw voor mijn aangezicht, de eksters kraaien. Berustend nestel ik me in de zomerse zetel. En ik lees Komrij's stuk uit 1987 over 'computerboeken': "De computer, die pretendeert paperassen overbodig te maken, heeft in werkelijkheid een heel nieuwe papierstroom op gang gebracht. (...) Door bedrukt papier laat men zich instrueren hoe men papier dat nog blanco is bedrukt krijgt. De computer hangt er wat onhandig tussenin." Computerboeken uit 1987 of sociale media-boeken uit 2013: "Waarom doet de computerwereld niet wat des computers is?" En alweer moet ik constateren dat de scherpe zienigheid van Komrij (doorzien is voorzien) nog altijd pertinent is. En dat ook wel nog enkele decennia zal blijven. Prachtboek.

Guy Bourgeois
12 0

Een nieuw nest

Vanaf de brug kijk ik doorheen de bomen naar het huis. De wind beweegt zich door de takken van de populieren en het gesuis legt elk restje onrust in mijn hart stil. Mijn lief staat iets verder op de brug en kijkt met even grote ogen naar hetzelfde huis. We glimlachen naar elkaar en onze ogen spreken boekdelen. Het huis ligt een beetje verscholen te midden van rust en stilte. Aan de straatkant verborgen achter een ruime stalling. Aan de waterkant in volle pracht voor de recreatieve fietser. Wanneer we het kleine erf opwandelen, fluiten enkele nieuwsgierige vogels naar de onbekende bezoekers. De grote tuin is weloverwogen verwilderd met bloemenweides en bomen. ‘Peren en noten mevrouw. Zelfs een kerselaar! Prachtig toch?’ Als antwoord glimlach ik naar de man in maatpak. Ik zie mezelf de was ophangen. De wasdraad wordt geleid van huis naar boom, op maat van de kleinere vrouw. De houten wasknijpers kletteren in het bakje als ik het in de wasmand zet om naar binnen te dragen. We betreden het huis via de keuken waar mijn lief aan tafel de weekendkrant leest. Ik zet verse koffie en kijk uit het raam naar een voorbijvarend plezierbootje. De poes draalt vragend om mijn benen. Ik geef haar een aaitje en met uitgestrekte voorpoten verlengt ze vol genot haar lijfje. ‘De tegelvloeren zijn authentiek, echte pareltjes als u het mij vraagt.’ Mijn lief kijkt met een lachje over zijn krant heen. Herinneringen staan her en der gestapeld in de woon- en eetkamer. Er is plaats voor een houtvuur waar mijn lief hout op gooit, terwijl ik in de zetel zijn handelingen nauwgezet volg. Het piepende deurtje klinkt vertrouwd. Buiten waaien de laatste blaren van de bomen. ‘Meneer en mevrouw slapen hier nu ook omdat meneer niet goed op de been is. Zoals u kan zien is er dus voldoende ruimte voor een gezellige zithoek.’ Maar waar komt het aquarium? De voute is ingericht als badkamer. Blauw en geel verdwijnen in enkele dagen onder stroken wit. Op zondagvoormiddag schuifelen we, terwijl het bad volloopt, een traag dansje door de ruimte. 'Sta mij toe u de bovenverdieping te tonen.' Op de bovenverdieping ontdekken we twee kleine slaapkamertjes. De notelaar piept binnen bij het eerste, als behoeder van de rustige zomernacht. De onafgewerkte zolderkamer op hetzelfde verdiep zou een ‘prachtige master bedroom zijn’, maar mijn lief en ik zitten er elk al snel aan ons eigen bureautje. Even later bladert hij op de mezzanine in boeken op zoek naar inspiratie voor een nieuw project. Ik lig in het zeteltje en probeer hem te verleiden tot een beetje luiheid. Hij komt bij me zitten en ik leg mijn hoofd in zijn schoot. ‘Wat zijn je haartjes al lang.’ Ik sluit mijn ogen als zijn vingers door mijn haren strijken. We tellen af naar het ontluiken van een nieuwe lente. Onder de bloesems zullen we een nieuw nestje bouwen. (Foto: onbekend)

Katrien Meermans
0 0