Lezen

OMA KNOT - KINDERPOËZIE

Al van Oma Knot gehoord: dat dametje hier op een school? PR-lady van de nieuwe baby Jaja, Louis is haar idool   9 maand lang zat Oma Knot te bijten Haar vingers waren bijna stompy af Stressy waterokselvijvers en vreemde Pamperdromen maf   Haar dochter moest immers bevallen van zo’n baby in haar buik, wijl Oma Knot “Omalogie” studeerde , een snelcursus meter-sitten in de duik   Over hoe je per pc een buggy moet besturen en warme koffieflesjes voedt Over hoe je chocoladen tuutjes in Louis’ mondje kiepert zoals het moet   Over hoe je statistisch het pamperverbruik berekent gekoppeld aan index, loon en schaal Over hoe je met een pleister op het mondje kunt stoppen dat wenen, schreeuwen en kabaal   Over hoe je best niet vals zingt wijl je die lieve baby sust En liefst je tanden feilloos poetst VOOR je dat kleine spartelwangetje kust   Over hoe je met Louis per draagzak in de woonkamer je gekke-sprongen-fitness doet en met je 10.000 stappen-teller zakken kinderkleedjes koopt zoals het moet   Maar vooral over hoe je de BESTE oma wordt Zo’n troetel-MAMMIE, hip en cool Dat geeft kleinzoon Louis steevast een keilekker gevoel   Dat alles moet Oma Knot studeren Simpel is het zeker niet Levenslange bijscholingen een cursus torenhoog zoals je ziet   Maar haar diploma zal ze halen Daar ben ik van overtuigd met grootste onderscheiding en Louis die keiblij juicht:   “DOCTORAAT in de OMALOGIE” klinkt sjiek, klinkt waauw en tof en voor zo’n keigoede studente enkel lof en bof!

Krulle Lievens
0 0

Heerlijk sterven op de Filippijnen

Heerlijke manieren om te sterven in de Filippijnen Ik heb altijd graag gereisd, en veel. Van Mauritius tot Lapland, van de hemelse stranden van Jamaica tot de Griekse Acropolis. Elk plekje op zich had wel iets unieks te bieden. Toen een vriend danook over een reis naar de Filippijnen begon, was ik niet meer te houden. Ik moest en zou met de walvishaaien van Donsol zwemmen. Enkele dagen later was de reis geboekt. Nu, ik moet toegeven, ik had ook mijn bedenkingen. Dit luxepaardje is namelijk grootgebracht in vijfsterren hotels waar ze haar dagen sleet op een strandstoel. De Filippijnen zou niets van dit alles hebben. Geen luxe, geen vijfsterrenhotels en een minimum aan comfort met zes onbekenden en een bevriende reisleider. Maar het was tijd voor wat avontuur in mijn leven, besloot ik. Vaarwel Luxe. Welkom wonderbaarlijke eilandpracht. Het werd inderdaad een heerlijke reis. Ik heb er mijn ogen uitgekeken. Alles is er zo mooi dat als je ter plekke zou sterven, je leven toch compleet lijkt… Beeld je in dat je na een vlucht van 12 uur en een even lang durende busrit aankomt in Legazpi. Je stapt de bus uit, rekt je spieren en voor je zie je de ruïnes liggen van een oude kerk. De mensen die hier ooit hebben geleefd, zijn waarschijnlijk op de vlucht moeten gaan voor het gevaarte dat achter aan de horizon ligt. Het uitzicht was magnifiek, maar de moed zakte me direct weer in de schoenen als ik de meest perfecte stratovulkaan aanschouwde die we binnen een paar dagen zouden gaan beklimmen: Mount Mayon. Alhoewel ik wekelijks sport, heb ik mezelf nooit als echt ‘sportief’ beschouwd. Eén aanblijk op het prachtige panorama zei me genoeg. Ik zou me tot het uiterste moeten duwen. Na die korte stop zijn we verder gereisd naar Donsol om wat uit te rusten voor het vervolg van onze reis. De eerste dagen werden direct gevuld met onvergetelijke momenten. Met zwembril en snorkel in de aanslag werden we ondergedompeld in de wereld van de walvishaaien. Uren hebben we met z’n vieren op de boot zitten wachten, zoekend naar enig spoor van de grote beesten. Maar, het enige dat er die dag gebeurde was het rommelen van Rebecca’s buik toen ze voor de zoveelste keer zei: “ ’t Is tijd voor een snackske!” Grinnikend werden de chocolade-cakejes verdeeld onder het gezelschap en ’s avonds werd er al schertsend gezegd dat het toppunt van de dag bestond uit babbelen en chocola. De volgende dag hadden we meer geluk. Na amper één uur zoeken hadden we eindelijk een walvishaai gevonden. We gingen op de rand van de boot zitten en sprongen het water in. Ik zal het nooit vergeten, hoe ik rond keek op zoek naar die wit-gevlekte vis. En dan plots, out of nowhere dook ie op, met een bek die langer is dan je been. Er is volgens mij geen enkel dier zo groot, dat zo gracieus kan bewegen. Je zou er letterlijk van vergeten te ademen. Toppunt van dag twee: Lekkere cakejes gegeten en twee prachtige walvishaaien gezien! Als er iets kan gezegd worden over Donsol, dan is het wel dat het onderwaterleven er onmenselijk mooi is. Als amateurduiker had ik dus niets liever gewild dan met fles en lood gewapend de dieptes van de Filippijnen te verkennen. Natuurlijk zit je met een groep mensen die nog niet kunnen duiken. Het idee om de zee in te gaan was dus snel vergeten. Tot de reisbegeleider zei dat diegenen die wilden, een duik mochten wagen met een plaatselijke duikorganisatie. Ik was door het dolle heen. Langs de andere kant kwamen de zorgen ook naar boven. Ik wist hoe ik moest duiken, de anderen niet. Als je één ding leert in een duikschool dan is het dat duiken niet licht genomen mag worden. Eén kleine fout kan fataal zijn. Duiken is niet voor niets geplaatst in de top drie van de meest gevaarlijke sporten. Ik vond dat het nodig was om hun op voorhand te zeggen dat ik het een superidee vond, maar dat het eigenlijk niet verantwoord is om als niet-duiker zomaar het water in te gaan zonder enige opleiding. We zijn toch gaan duiken met z’n vijven. Op de boottrip naar het eiland waar we gingen duiken, vertelde de gids ons wat er verwacht werd. Meermaals heb ik met mijn ogen gerold. Ik was nerveus. Bloednerveus eigenlijk. Ik dook zelf niet al te lang, maar wist wat je wel en niet mag doen onder water, terwijl de instructeur keer op keer een verkeerde instructie gaf. “Als je last hebt van je oren onderwater, sluit dan je neus met je vingers en blaas eens goed door.” Ik werd lijkbleek. Als je dat doet, kunnen je trommelvliezen springen, geraakt er water in je binnenoor en krijg je evenwichtsstoornissen. Bij alles wat de man zei, probeerde ik aan de mededuikers, die ondertussen toch wel vrienden waren geworden, uit te leggen waar je voor moest opletten: Niet te snel stijgen, of je kunt een klaplong krijgen, of erger decompressieverschijnselen. Goed om weten: bij decompressie komen er luchtbellen in je bloed, die ergens vast kunnen blijven zitten. Je kan erdoor verlamd raken of zelfs sterven, tenzij je op tijd in de caisson bent om terug gedecompresseerd te worden. Er zijn twee caissons op de Filippijnen, een eilandengroep van 7107 verschillende eilanden. Veel kans op overleven heb je dus niet als er iets misloopt. We hebben toch gedoken. Iedereen met vijf kilo lood aan zijn gordel. Voor mij was het genoeg om tussen twee wateren te zweven, maar voor de grootste onder ons, was het helemaal niet genoeg. Een paar stenen bij in het duikpak stoppen, en ook hij kon mooi kopje onderblijven. De stress bleef wel. Ik geef het niet graag toe, maar er was ook wel druk om te laten zien dat ik wel degelijk kon duiken. Als iedereen weet dat je in België wekelijks in een zwembad traint, wordt er wel wat verwacht van je. Er zijn onder water nog wat voorvallen gebeurd, een mondstuk dat uit je mond wordt geshot, maar daar wordt je op getraind. Dus zonder enige vorm van paniek stak ik het terug in mijn mond en keek naar de pracht op de bodem. Tot we nog wat oefeningen moesten doen. Je gaat op de grond zitten, haalt je duikbril van je gezicht en blaast hem leeg. Bij de meeste ging dit vrij vlot, maar toen Lieven zijn duikbril afzette en daarbij ook zijn eigen mondstuk uitviel was er langs mijn kant toch wel enige vorm van paniek. Net zoals we in het zwembad geleerd hadden, pakte ik zijn linkerarm vast, greep snel naar het mondstuk en stopte dat terug in zijn mond. De instructeur zat de hele tijd voor hem, maar was te laat om hem te helpen. Het hele verdere verloop van de duik was ik niet echt op mijn gemak. Meer dan eens heb ik iemand onwetend bij zijn arm genomen om hem weg te trekken. Zonder dat hij het wist was hij bijna op een zee-egel gaan staan met pinnen van twintig centimeter. En steeds vroeg ik me af: Waarom zijn die instructeurs in alles zo laks? Wat als ze niet merken wanneer iemand in problemen komt? Ondanks die problemen, beleefde ik er de tijd van mijn leven. Zeesterren, schelpen, papegaai- en clownvissen, zee-egels in alle kleuren en maten. Bij het bovenkomen was iedereen het erover eens: duiken in de Filippijnen is prachtig, al werd er wel gezegd dat het compleet onverantwoord was dat we zo onervaren in het water zijn gedoken. Ik moest op mijn tong bijten om die grin te onderdrukken en geen “I told you so” te opperen. Na die heerlijke onderwaterdagen zijn we dan verder gegaan naar Mount Mayon. Aan de voet van de vulkaan klopte mijn hart al in mijn keel. Ik geloofde niet dat ik het ooit zou kunnen, zolang stappen, zo hard doorzetten. We waren nog maar een half uur onderweg of ik had er al genoeg van. Maar ik wilde nog doorzetten, zeker tot het eerste kamp. Ik was kapot, leeg en voelde me verschrikkelijk misselijk toen we na anderhalf uur aankwamen op de eerste rustplaats. Iedereen ging zitten en at zijn lunch op. Ik kreeg maar een halve boterham door mijn keel. Maar, ik ging verder. Kamp twee was maar even ver stappen als kamp één, zeiden ze. Na de korte pauze raapte ik terug al mijn moed bijeen. Toch nog even doorzetten. Een half uur verder was ik zo goed als dood. Ik bengelde achterop, had constant pijn in mijn rug. Ik wilde opgeven, terugkeren. Maar... Er was één grote maar. Ik kende de reisbegeleider. En alhoewel we goed overeenkomen wist ik maar al te goed dat Lieven het niet zou nalaten om me elke keer te plagen over het feit dat ik de top niet had gehaald. Mijn enige motivatie om Mount Mayon te beklimmen: hij gaat nooit kunnen zeggen dat ik toch niet heb doorgezet. Hij gaat er nooit mee kunnen lachen dat ik er niet geraakt ben. Halverwege naar kamp twee heb ik zitten roepen en tieren. Ik heb de tranen uit mijn lijf gehuild en op de grond gestampt van pure frustratie. Er was toen nog één van mijn reisgenoten bij me, samen met een gids. Ik vond het verschrikkelijk om zo te wenen terwijl ze erbij stond. Deze grote mond heeft maar een klein hartje, en iemand haar zwakte tonen vindt ze al helemaal niet zo leuk. ’t Was op dat moment dat ze zei: “Goh, nu heb je toch een uitgangspunt voor je reisverhaal. ‘Heerlijke manieren om te sterven op de Filippijnen’.” Raar als ik soms kan zijn, ben ik toen beginnen lachen en huilen door elkaar. Het heeft me in ieder geval mee de top op geholpen. Ik kwam aan, waarschijnlijk een half uur later dan de rest maar ik had het gehaald. Bij het eerste het beste plekje dat ik zag, ging ik zitten. Lieven kwam af omdat hij – de plaaggeest – me even kwam zeggen dat het ‘toch helemaal zo zwaar niet was geweest’. Ik denk dat ik nog nooit zo bitsig uit de hoek ben gekomen tegen hem. “Maak da ge weg zijt.” Ik kon niets of niemand rond me verdragen. Het enige wat ik wilde was rust. Ik ben daar op een harde steen blijven zitten terwijl de rest tien meter verder naar de lava ging kijken. Ik kon gewoon niet meer verder. Ik keek rond en nam zittend wat foto’s. Ik was zelfs te lui om een rugzak die iets verder lag te verschuiven zodat ie niet op de foto’s terecht kwam. Ik ben dan gewoon maar verder naar links of rechts gaan leunen zodat hij er toch niet opstond. En toen waren ze terug. We moesten terug naar beneden… Elke stomme stap die ik zette, gaf een extra stoot in mijn rug. Ik was superblij toen we eindelijk aan ons beginpunt aankwamen. Al kon ik Lieven nog steeds zijn nek omwringen: “Komaan, geef toe, het zicht was de beklimming toch echt wel waard.” Ik siste als een slang. “Dat zie ik nu nog zo niet! Ik zal later wel van de foto’s genieten!”. Ach ja… Ik heb nooit het makkelijkste karakter gehad. Maar het is waar. Ik geniet enorm van de foto’s die ik daar genomen heb, want ik weet dat ik die beklimming nooit, maar ook nooit meer ga doen. Ondanks de uitputting was het verdere verloop van de dag toch nog de moeite. Op het beginpunt werden de kokosnoten uit de bomen geplukt – “Hah.” zei iemand. “Nog een manier om te sterven in de Filippijnen. Een kokosnoot op je kop krijgen. Het gebeurt meer dan je denkt hoor .” Daarna zijn we teruggegaan naar het hotel om ons klaar te maken voor een avondje stappen. Appelbier en dansen en cocktails en karaoke: de manier om je te amuseren na een dagje tot het uiterste gaan. De reis werd verder gezet. Nog even een korte stop in Sabang waar we de mangrove zijn doorvaarden en op zoek gingen naar een waterval die zich recht in de zee uitstort. Eén voor één beelden om van weg te dromen om dan uiteindelijk in El Nido te belanden waar we van eiland tot eiland hebben gehopt. Die volgende vijf dagen werden gekenmerkt door snorkelen, kanoën en barbecueën op het strand. Het is ons toen ook spijtig genoeg duidelijk geworden dat sommige mensen helemaal geen respect hebben voor de natuur. We kwamen aan in een verborgen lagune. Iedereen was onder de indruk van de hoge rotsen waarin de lagune verstopt lag. Er was maar één doorgang: langs de zee de lagune inzwemmen en dan op het strand aankomen. We waren echter niet alleen. Een groep Aziaten was wat tumult aan het maken in het water terwijl wij aan de kant lagen. Ze waren met een schop in het water iets aan het achterna lopen. We gingen recht zitten en keken naar het schouwspel. Tot we zagen dat de menigte een vis op het droge probeerde te krijgen. Dat lukte ook. Onze groep stond furieus op en ging naar de mensen om te vragen waar ze in godsnaam dachten mee bezig te zijn. Chinezen verstaan blijkbaar geen Engels. Of willen het niet verstaan dat je een dier niet zomaar leed aan doet uit plezier. Het diertje lag te spartelen in het zand. Zonder racistisch te willen zijn, was het ook duidelijk dat deze Chinezen geen kennis hadden van vis. Terwijl ik naar het donkerbruine gehoornde beestje keek, werd het me al snel duidelijk dat het niet zomaar een vis was. Een steenvis of Synanceiaverrucosakan je door één verkeerde aanraking helemaal verlammen. Gewapend met een stel vinnen hebben we het beestje terug in het water proberen te duwen, tot onze gids langs kwam en hem bij zijn staart vast nam en terug naar zijn natuurlijke habitat bracht. Hij was blijkbaar niet zo bang van de mogelijke gevolgen. Er waren die dagen in El Nido nog momenten waar je je als toerist ergerde aan de anderen. Mensen haalden zeesterren boven water, probeerde achter schildpadden aan te zitten en hadden geen oog voor het koraal in de riffen. Als je weet dat de grootste koralen maar vijf tot vijfentwintig mm per jaar groeien, dan is het ook niet verrassend dat de mooiste duikplekken op aarde stilletjes hun pracht aan het verliezen zijn. Stiekem hoop je dan wel dat de toeristen toch eens in een zee-egel zouden trappen, of met hun hand op vuurkoraal belanden - dat brandt net zo lekker als een kwallenbeet! Nog twee dagen zijn we in Manilla geweest. De metropool was even mooi als de rest van de prachtige eilanden, al was het verschil met het leven op de eilanden toch wel groot. Uiteindelijk werden die laatste dagen vooral gekenmerkt door wilde taxiritjes en de laatste slachtoffers van buikloop. Ik moet zeggen dat ik nooit een beter dieet heb gekend dan op reis gaan. Zeventien dagen weg, vier kilo lichter. Er zijn momenten geweest dat ik heb gevloekt en getierd… Maar ik zou het zo allemaal willen overdoen. De reis was absoluut fantastisch, de mensen die ik heb leren kennen waren nog fantastischer. Ja, moest ik daar toen gestorven zijn, het was een mooi einde geweest…            

ella
0 0

Heb ik je al verteld over...

Heb ik je al verteld over… … mijn onmogelijke liefdes? Neen? Ik dacht het wel. Veel valt er niet over te vertellen, hoor. Gewoon dat ze onmogelijk zijn. Ik heb er drie gehad. Drie mannen die mijn hoofd op hol brachten, terwijl het vanaf het begin gedoemd was om te mislukken. Drie mannen die me passie hebben getoond als geen ander. Drie mannen die ik tot op de dag van vandaag verdoem en verheerlijk tegelijkertijd. Jens. 34 jaar, groot, groene ogen en zwarte haren. Rechter. Superslim. Ik leerde hem kennen op een feestje. Ik en een vriendin waren rustig aan het dansen toen hij naar ons toe kwam. Na een paar uurtjes praten, was ik op slag verliefd. Deze man was zo goed als perfect. Hij had een goede baan, wist hoe hij een vrouw moest charmeren en hoe hij zich moest kleden. Mijn vriendin was stikjaloers toen ik vertelde dat Jens had gevraagd om af te spreken. Vanaf die dag spreekt ze niet meer tegen me, trouwens. Ach ja, dacht ik toen, die draait wel bij als ze ziet hoe gelukkig ik ben. Niet dus. Maar het kon me eigenlijk niets schelen. Ik was verliefd en deze man voelde blijkbaar net hetzelfde. Een weekje op vakantie in Ibiza kon hem niets deren. Dagelijks stroomden de sms’jes binnen. “Ik mis je.” “Ik ben voor je aan het vallen.” “Er zijn hier bloedmooie vrouwen, maar de enige aan wie ik kan denken, ben jij…” Ik liep op wolkjes. De nacht dat hij terug kwam, wachtte ik hem gespannen op aan de luchthaven. Een verrassing. Ik kon het bijna niet houden van zenuwen. Toen kwam hij de hal van Zaventem binnen. Ik liep naar hem toe, maar stopte even snel als ik vertrokken was. Daar in het midden van de aankomsthal, was hij innig aan het kussen… Met een man. Dat was dan ook direct het einde van onze romance. Ik had het natuurlijk moeten weten, hij kleedde zich te goed, hij was verzot op shoppen en… Hij was fan van de Backstreet Boys. Toen kwam er Daniël. 30 en muzikant. Vergelijk hem maar met Johnny Depp. Op alle vlakken. Ik ontmoette hem in de muziekwinkel van mijn vroegere leerkracht. Aan de telefoon al klonk zijn stem werkelijk hemels. Ik bleef langer in de winkel dan verwacht, was helemaal verkocht van die lange donkere haren met bruine kijkers. Hij praatte wat met me, maar daar bleef het ook bij. Tot ik thuis kwam en zag dat ik een nieuw vriendschapsverzoek had op facebook. Na wat over en weer te mailen, vroeg hij uiteindelijk om iets te gaan drinken. Ik zei natuurlijk toe. Alles verliep vlekkeloos. We hadden dezelfde interesses, hij liet me kennis maken met nieuwe muziek door me wat deuntjes te laten beluisteren op zijn Ipod en uiteindelijk belandden we in mijn auto. Neen, veel is er niet gebeurd, maar het was een nacht om nooit te vergeten. Hij had zijn gitaar meegenomen en daar onder de sterrenhemel speelde hij zachtjes John Mayer’s “Your Body Is A Wonderland”. Ik kreeg kippenvel van zijn stem alleen al. Tot op vandaag is dit trouwens nog altijd de beste ‘first date’. Daniël leek in ieder geval de perfecte keuze om de volgende man te worden die mijn hart zou kunnen stelen. Een paar maanden lang ging alles over rozen, maar plots kwam er een tweede vriendschapsverzoek op de proppen.  Marlies Van Halle. Gemeenschappelijke vriend: Daniël. Toch maar even checken, dacht ik nog bij mezelf. Dus belde ik hem op. Zijn reactie was duidelijk. “Heeft ze jou nu ook al bereikt? Gewoon negeren.” Dat deed ik dan ook, terwijl de verzoekjes bleven komen. Eerst deletete ik ze gewoon, maar daarna kwamen de mailtjes. “Daniël en ik zijn al vijf jaar een koppel. Laat hem met rust. Hij gebruikt je gewoon. Hij is van mij.” Ik schrok me rot. Hij ontkende alles. Hij vertelde me dat hij Marlies nog maar vier jaar kende en hij had exact één jaar met haar gevreeën tot hij ontdekte dat ze over zowat alles loog. Dat was ze blijkbaar nog niet afgeleerd. Natuurlijk geloofde ik hem, dat doe ik nog steeds. De mailtjes werden erger en duisterder tot ze plots ophielden. Ik dacht eindelijk van haar af te zijn, tot Daniël een mailtje stuurde. Hij moest ermee stoppen, met ‘ons’. Het was zover gekomen dat zijn ex in een instelling terecht was gekomen. Hij wilde mij niet in die miserie meetrekken, dus de enige oplossing… Exit Johnny Depp. Het deed pijn om Daniël te zien vertrekken. In tegenstelling tot Jens is hij wel terug in mijn leven gekomen, maar ik moet toegeven dat niemand me zo raakte als de man waaraan ik twee jaar lang verslingerd ben geweest. Thijs. 29, een louche autohandelaar en al enige tijd single. Tenminste, zo stond het op zijn profiel te lezen. Ja, ik geef het toe. Ik heb me zondig gemaakt aan het surfen op datingsites. Zo leerde ik Thijs dus kennen. Via een simpel berichtje. “Man, wat word ik rustig als ik naar je foto’s kijk.” Hij wekte direct mijn interesse en zo begon het. Wekenlang mailden we elkaar. Ondanks dat ik hem nog nooit had gezien, kon ik mijn gevoel niet onderdrukken. Ik was stapelverliefd. Raar, niet? Iemand nooit gezien hebben en toch voelen dat je je hele leven met hem zou kunnen delen. Hij voelde net hetzelfde. We bleven nachtenlang op, pratend over msn, wensend dat we in elkaars armen zouden kunnen liggen. We zouden elkaar zien. Spannend. Eindelijk, na drie maanden over en weer mailen zouden we elkaar eindelijk zien. Ik heb nog nooit zoveel vlinders gevoeld als de dag waarop ik hem voor het eerst zag. Hij staarde me aan met die blauwe ogen van hem. Nog voor ik een woord kon uitbrengen, sloeg hij zijn armen om mijn middel. Hij trok me dichter bij en kuste me in het midden van zijn oprit. Alles voelde geweldig aan. Dit werd gewoon mijn man. We zagen elkaar niet zoveel. Hij werkte veel en hard, dus ik legde me erbij neer dat één geweldige avond om de twee, drie weken alles was wat ik kon verlangen van mijn workaholic. Tot die ene sms kwam: “Ik ben later thuis vanavond, schat. Zet het eten wel in de microgolf! X”. Ik had nog nooit gekookt voor hem. Ik zou hem die avond niet zien. Ik dacht zelfs dat hij in Duitsland zat om auto-onderdelen te halen voor één van zijn klanten. “ Laat het smaken.” “Fuck.” Zijn antwoord. Hij belde even later. Het speet hem dat hij gelogen had. Hij had het niet zo gewild. Ja, hij was getrouwd. Nee, niet gelukkig. Hij had nooit gedacht dat hij iemand als mij zou tegenkomen. Hij had niet verwacht dat hij verliefd zou kunnen worden op iemand die zo ver weg woonde, laat staan op iemand die hij online had leren kennen. Hij had nooit gedacht dat hij echt van me zou gaan houden. Ik vergaf hem zijn leugens, maar na twee jaar gaf ik het uiteindelijk op. Hij zou zijn vrouw nooit verlaten voor mij. Ik zou nooit nummer één kunnen zijn. En dat deed verdomd veel pijn. Ik zwoer alle mannen af. Toch is er sinds kort een nieuwe man in mijn leven gekomen. Hij heeft de mooiste groene ogen waarin ik nachtenlang zou kunnen staren. Zijn rosse haren zijn zo zacht, dat mijn handen het niet kunnen weerstaan om erdoor te woelen. Elke nacht slaapt hij bij me. Hij bedriegt me niet. Hij begroet me uitgelaten telkens ik thuis kom. Katers zijn absoluut het beste gezelschap.

ella
0 0

I LOVE YOU KAMIKASI

  Ik heb slecht nieuws, zei haar vader. Hij zit in de gevangenis. Slik. Haar oudste broer was gearresteerd. Pas. Het moest er ooit van komen. Diefstal, drugs, inbraak, foute vriendjes. Hm. Waar zit hij, papa? En wanneer gaan we naar hem toe? Ik ga er niet heen, antwoordt hij. No way. Ik heb hem genoeg gewaarschuwd. Maar papa, hij heeft iemand nodig nu. Hij zal zich vast eenzaam voelen. En verward. En bang misschien, ook al is hij stoer. Stiekem geeft ze haar ouders voor een stuk- een behoorlijk groot stuk trouwens- de schuld, maar dat hoeven zij niet te weten natuurlijk. Een vogelvrije opvoeding moet zich wreken, vroeg of laat. In dit geval nog redelijk laat. Papa, ik denk dat hij je nodig heeft, ons nodig heeft, gaan we, alsjeblieft? De volgende dag neemt ze de trein. Ze slaat de Begijnenstraat in. Ruikt de geur van verse marihuana. Belt aan. Een kille monotone bel. Zo’n scherp geluid dat door merg en been gaat. En dan wachten. En wachten. Ze verliest haar geduld en belt nog eens. Ze hoort een klik en duwt. Voor haar bevindt zich een glazen loket. Identiteitskaart? Wat is uw relatie tot de gedetineerde? En of ze even in de camera wil kijken. Verward gaat ze tegen de muur staan en kijkt naar een punt waarvan ze gokt dat het de camera is. Fraaie foto, haar ogen zijn dicht. Al goed, misschien, ze verbergen haar verdriet. U mag uw spullen in een locker steken. Geen flesjes, gsm, sleutel, portefeuille… Wel iets om te roken, en kleingeld voor de automaat. Ze bergt haar spulletjes op in een locker en keert terug, blij, en hoopvol, want dadelijk ziet ze haar broer. Goh, sorry mevrouw, nu is hij net weggeroepen. Het zal voor een andere keer zijn. Wat?, mompelt ze. Komt u morgen nog maar eens terug. Maar ik kom van de Limburg mevrouw. Ik heb er twee uur over gedaan, met de trein mevrouw. Tja, sorry ‘mevrouw’. Zo gaat dat hier mevrouw. Volgende? De dag nadien komt ze terug, vastberaden hem nu wel te zien. Ze meldt zich aan, en krijgt te horen dat hij verhoord wordt. Hoelang dat zal duren, mevrouwtje? Goh, ten laatste om 16u worden de gedetineerden teruggebracht. Komt u dan maar eens terug. Ik terras een hele middag en kom terug. Er hangt een blad aan het loket: “Volzet”. Nog een dag later. Nu moet ze hem zien. Dat kan niet anders. Ze meldt zich aan, en spreekt zijn naam krachtig uit. 11u, goed voor u? Voor het eerst mag ze door de elektronische detector. Jas op de band. Pieppiep. Of ze iets van metaal aan heeft? Ze legt de muntstukken opzij. Een riem? Iets in uw hakken? Half ontkleed blijft ze piepen. De haarspeldjes misschien? Ze ontdoet haar speciaal opgestoken kapsel van de schuivertjes, en mag door. Ze wou zich alleen maar mooi maken voor haar broer meneer. Op de binnenplaats wacht ze een half uur. Het signaal. Een man of tien- in feite zijn het bijna allemaal vrouwen, valt me op- drumt naar binnen. Een niet-blanke meerderheid. Ze bekijkt het papier van haar reservatie, verfrommeld van de spanning. Tafelnummer alstublieft. Mevrouw, u mag dat papier niet beschadigen. Anders is het niet meer geldig. Ze gaat zitten en neemt een beker koffie. 50 cent. Het ding blijft hangen. Kan er niets goed gaan vandaag? De cipier zit op een verhoog, lichtjes ineengezakt op een stoel. Of ze er eens tegen wil duwen. Zenuwachtig zit ze aan tafel. Dan komt hij binnen. Grijze overall en een brede glimlach. Zuster! Even barst ze uit in tranen. Niet huilen, jij, dat willen we niet. Ik heb het hier goed, en hij neemt haar stevig vast. Eindelijk. Hij praat en praat en praat. Hoe komt het dat we geen glasbezoek hebben?, vraagt ze. Je kent mij hé zuster, ik heb iets kunnen regelen. Connecties. Ze kijkt hem aan met een blik van bewondering. Hij blijft stralen, ook zonder zonlicht. 45 minuten vliegen voorbij. De bel. Allee, is het al tijd of wat!, roept hij uit, zichtbaar teleurgesteld. Want hij heeft niet veel. Haar. Maar ze gaat nu weg. Ze moet. “Ik kom snel terug, broer, met papa, en ik zal schrijven, elke week minstens een keer. En ik hou van je”, roept ze hem na terwijl hij al op de gang staat. De volgende dag belt ze haar moeder. Dat ze geweest is, vertelt ze, en dat hij zo blij was. Wie zijn gat verbrandt, moet op de blaren zitten, antwoordt ze droog, maar doe hem de groeten. Vervolgens belt ze haar vader. Dat ze een afspraak heeft gemaakt voor zaterdag (de enige dag waarop dat kan), en of hij niet meegaat. Oké, zegt hij, maar ik moet je wat vertellen. Er zit er één bij. Wat?, antwoordt ze, onthutst, toch niet… Toch wel, zegt hij. Je twee broers zitten in de cel. Maar wel samen.

Lili la bohémienne en rose
0 0

De mist valt in zijn hoofd

  Met bevende hand houdt Patrick de deurknop vast. Hij gluurt naar buiten door het raampje van de metalen voordeur. Het is 6 uur 30 en hier en daar brandt er licht in een woonkamer. Voorzichtig opent hij de deur tot een kier en ademt de buitenlucht in, met kleine teugen want teveel lucht maakt ziek. Teveel lucht is vergif. ’s Morgens kan de lucht nog een beetje goed zijn. Er is de hele nacht weinig verkeer geweest en de mensen hebben geslapen. De lucht heeft zichzelf een beetje ontgift. Hij haalt een beetje lucht door zijn neus en analyseert de samenstelling. Het valt mee. Zijn hersenen versturen geen waarschuwingssignaal en zijn neus detecteert geen abnormale waarden. Patrick zet zijn longen iets meer open en ademt opnieuw, iets dieper dit keer. Met een klap smijt hij de deur dicht. Hij kucht, en kucht, en kucht tot hij er zeker van is dat elk stofje zijn lichaam opnieuw verlaten heeft. Hij roggelt de laatste resten in de lavabo want fijn stof kruipt overal. Smeerlappen. Waarom is de wereld zo geworden? Ziek tot in de kern. En iedereen doet zijn ding alsof er niets aan de hand is. Burgers vertrekken dadelijk naar hun werk: ze starten de auto, of nemen de fiets- dat is pas zelfmoord, of de bus, maar geloof me, ondanks de roetfliter komt er nog heel wat binnen. De wereld zal vergaan, maar niemand heeft het door! Iedereen zal ziek worden, binnen dit en tien, twintig jaar, maar ik laat me niet klissen. Ik blijf waar het veilig is.   Patricks hoofd begint te draaien. Hij wordt er gek van, compleet horendol. Al sinds zijn peutertijd is hij gevoelig voor allerlei stoffen, geuren, vreemde texturen, glibberig voedsel… Vandaag is hij een verbitterde veertiger, mensenschuw en heel alleen. Zijn moeder woont boven, maar die is drieëntachtig en dement. Als hij in haar ogen kijkt, kijkt hij in niemandsland. Haar blik is altijd mistig, en niet van hier. Zij woont allang niet meer op deze wereld. Drie keer per dag komt ze naar beneden, om te eten. Om 8u, om 12u en om 18u. De rest van de tijd kijkt ze televisie, en daarna slaapt ze de klok rond.   Zuiveren, ik moet mijn longen zuiveren. Patrick draait zijn hoofd schuin en opent de kraan. Spoelen, heel belangrijk. Alle schadelijke stoffen worden afgevoerd als je veel drinkt. Water maakt schoon, water is mijn beste vriend, de enige die me kan redden. Mijn bondgenoot in de strijd tegen ziektes. Patrick voelt zijn hoofd tollen. Oh nee, niet weer. Ik wil er niet aan denken, maar IK KAN NIET ANDERS.   fijn stof, vluchtige organische stoffen, dioxines, zware metalen methaan, ozon, EN DAN dIe oxides - stikstofoxides, zwaveloxides, koolstofmonoxide, Om nog maar te zwijgen van al de stoffen in het voedsel : OOK VOEDSEL KAN ZICH NIET VERSTOPPEN, WANT LUCHTVERVUILING KRUIPT OVERAL. OVERAL. Stop, ga weg! Boven wordt alles ijl, en Patrick trilt op zijn benen. Rustig, wind je niet op. Ga liggen. Patrick wil de leuning van de zetel grijpen, maar zakt ineen. De mist valt in zijn hoofd en het licht gaat uit.

Lili la bohémienne en rose
0 0

Ze zeggen dat ik gek ben.

Ik loop door de sneeuw en voel hoe de vlokken als donsveertjes mijn gelaat beroeren. Ik sluit mijn ogen en keer mijn gezicht naar de hemel. Ik doe een stap en zink een eindje weg. De sneeuw knispert onder mijn voeten. Ik doe nog een stap. Heerlijk. Ik open mijn ogen en neem de betoverende omgeving in me op. Het lijkt wel een kerstkaartje. De bomen zijn bedekt door witte sluiers en het gras is veranderd in een donstapijt. Ik buk me en maak een sneeuwbal, maar ik gooi hem niet weg. Er is hier niemand om hem naartoe te gooien. In deze witheid sta ik alleen. Ik kijk hoe de bal langzaam verandert in water. Mijn handen zijn koud en nat, maar dat deert me niet. Ik hou van dat gevoel. De winter. Het zit voor een stuk in mij. Ik lach en laat me achterover vallen. Zoals mijn moeder me ooit leerde, beweeg ik mijn armen en benen. Snel sta ik op en bewonder giechelend mijn sneeuwengel. Ik geef haar een handkusje en draai me om. Hikkend van plezier maak ik enkele danspasjes. Ik draai rond en rond en rond... en val, maar het doet geen pijn. Ik schaterlach en gooi de sneeuw omhoog. Als een jonge hond dartel ik tussen de witbestoven struiken. Zo mooi, zo mooi! De sneeuw blijft aan mijn huid plakken en ik lik de vlokjes van mijn handen. Het smaakt zout. Ik steek mijn tong uit en pluk de vallende sterren uit de lucht. Mijn lievelingseten. Zalig. Naast mijn voeten ligt een grote hoop sneeuw en ik besluit ter plekke om er een sneeuwman van te maken. Ik boetseer er de liefde van mijn leven van en kus hem langdurig. “Ik hou van jou.” fluister ik in zijn ijzige oor. De wind neemt me vast in een liefdevolle omhelzing en fluit me zijn antwoord toe. De wolken draperen een kanten bruidskleed om me heen. Ik ben gelukkig.   Ergens achter me hoor ik voetstappen en een kwade stem. Ik ken die stem. Ze verprutst alles. Ik negeer haar en sluit me af van de wereld. Het gevoel van vallende sneeuw op mijn huid is het enige dat telt. Het enige belangrijke.   “Lieverd, je moet toch echt wat aan doen als je naar buiten gaat hoor. Je kan toch niet zomaar in je blootje op het veld gaan rondspringen? Kom maar mee naar binnen. Kom.”   Ze trekt me naar binnen. Naar die andere witheid. Ivoren muren. Grijswitte kleding. Lijkbleke gezichten. En de gele geur van ammoniak.   Ze zeggen dat ik gek ben.

Fiona
32 0

Kinderlogica

  Heb jij op sollicitatie ook al wel eens van die psychologische testen moeten afleggen? En wat heb je daaruit geleerd over jezelf? Een van de dingen die bij mij steeds weer naar boven komen is dat ik een zeer logisch denker ben. Dat is heel mijn leven zo geweest.   Het begon al in het kleuterklasje van Zuster Brunilde. Jezus is de Zoon van God. Maria is de moeder van Jezus. Dus, concludeerde ik met mijn niet te onderschatten kinderlogica, is Maria getrouwd met God. Dat kon niet anders! Een halve eeuw geleden waren papa’s en mama’s getrouwd. Hoe konden ze anders kindjes kopen? Aan mensen die niet getrouwd waren werden die heus niet verkocht, hoor! Ik was dus rotsvast overtuigd van de echtelijke verbintenis tussen het Opperwezen en de Heilige Maagd – al zou het nog vele jaren duren eer ik wist wat een maagd eigenlijk was. Maar waar paste Jozef dan in dat plaatje? Het heeft mijn moeder bloed, zweet en tranen gekost om mij uit te leggen dat Maria en Jozef de mama en de papa van Jezus waren. Hoe? Maar Zuster Brunilde heeft gezegd dat Jezus de Zoon van God is! Jezus kan toch geen twee papa’s hebben! Tegenwoordig kan dat allemaal! Maar in de vroege jaren zestig was dat ondenkbaar, zeker in het katholieke milieu waarin ik ben opgegroeid. Hoe we er uiteindelijk zijn uitgekomen weet ik niet meer, maar het illustreert wel dat ik van kindsbeen af een logisch denker ben. Dat uitte zich ook nog in andere zaken.   Neem nu bijvoorbeeld Sinterklaas – nog zo’n Heilig man. Die was mij altijd heel gunstig gezind. Ik moet een ontzettend braaf kindje geweest zijn, want die kwam niet alleen bij ons thuis. De bisschop met de lange witte baard en zijn Moorse knecht brachten met hun over de daken wandelende schimmel speelgoed voor mij bij mijn beide grootouderparen en bij al mijn ooms en tantes. Zo braaf was ik! Speelgoedautootjes, treintjes, blokkendozen, … het kon niet op! En al die chocolade die de goede Sint voor mij meebracht … bij ons thuis, bij mijn grootouders, bij de ooms en tantes, … daar kwam ik mee toe tot de klokken uit Rome kwamen om mij van een nieuwe voorraad chocolade te voorzien. Want ook die kwamen bij heel mijn familie tot in de derde graad!   Die Sint toch! Zo’n brave man! Ik weet nog hoe we op 6 december met de auto van mijn vader heel de familie afreden en ’s avonds thuis kwamen met een koffer vol speelgoed en chocola! Overal moesten we dan een kopje koffie drinken en een gebakje eten en als we dan verder gingen vroeg mama: “Heb je dank u gezegd tegen tante Maria?” Dan keek ik haar met een verbaasde blik aan. Plots was ik niet meer mee! Waarom zou ik nu “dank u” zeggen tegen tante Maria? Ik had dat toch allemaal van Sinterklaas gekregen! Die grote mensen toch! Ze zouden beter eens logisch leren denken!

Paul Carremans
1 0
Tip

Man man man (songtekst)

Heel de wereld draait verkeerd De mensen hebben niks geleerd Het is maar goed dat ik er ben Dat ik mijn pappenheimers ken  Ieder denkt artiest te zijn Etaleert zijn zielenpijn Elke zot speelt kunstenaar En de massa komt al klaar   In mijn eentje roep ik dan: je kan er echt niks van   Man man man Dat is niet origineel Man man man Zo conventioneel Man man man Veel te commercieel Man man man Wil je dat ik me verveel?   Ik zit klaar in het publiek Ik ben de koning der kritiek Ik heb het allemaal gezien Steeds hetzelfde stramien   Wat je ook doet, ik ga niet mee Doe geen moeite, ik zeg nee Geen gevoel, geen sentiment Ik ben veel te intelligent   Geen emoties, geen verdriet Asjeblief, dit kan echt niet   Man man man Je weet echt niet wat je doet Man man man Het zit je niet in je bloed Man man man God wat een overmoed Man man man Je doet dit echt niet goed   Nooit of nooit geef ik mij bloot Nooit of nooit, dat werd mijn dood      Ik wil dat niemand aan mij raakt Ik ben de man die jou afkraakt   Zie dat nu toch eens aan Ik had daar moeten staan Een talent verloren gegaan Man, ik wens je naar de maan   Als ik maar eens mocht, ja dan Dan kon je zien wat ik kan                  Man man man Ik zit bij jou in de zaal Man man man Wat sta je daar voor paal Man man man Doe toch eens normaal Man man man Je bent keimarginaal Man man man Je vindt jezelf speciaal Man man man Maar dat vinden wij allemaal Man man man Je bent een Jan Modaal Man man man Wegwerpmateriaal Man man man Het is een echt schandaal Man man man Je afgang is totaal Man man man Al maak je veel kabaal Man man man Wij negeren je straal Man man man Je staat voor het tribunaal Man man man We klasseren je verticaal Man man man Je krijgt een nul op de schaal Man man man En dan zijn we nog royaal Man man man De moraal van het verhaal Man man man Ons ego is monumentaal Man man man Zing maar mee massaal: Man man man (fade out) Wat zijn wij fenomenaal Wat zijn wij fenomenaal Voor de allerlaatste maal Wat zijn wij fenomenaal  

Hazelof
45 1

Schrijven is vooral transpiratie

                                                  (Francisca Bongaerts) 'Schrijven is voor negentig procent transpiratie en voor tien procent inspiratie.' De professor keek kritisch observerend naar ons,  een slordige acht doctoraalstudenten. Het was alsof hij wilde zien op wiens gezicht teleurstelling zou verschijnen na deze ontnuchterende mededeling. Verdomd, hij wist gewoon dat er zich onder zijn studenten niet enkel fans van hem en zijn colleges zaten. Vermoedelijk, omdat hij al zo lang aan de universiteit verbonden was en gesignaleerd had dat er daarna namen terugkeerden in de kranten en boekwinkels, dat er een behoorlijk contingent schrijvers bij hem moest zitten op dat uur. Wat verwachtte hij te zien op de gezichten van die potentiële schrijvers? Verwachtte hij dat die nog niet opgebloeide talenten nu zouden afhaken? Dat ze zich toch zouden beperken tot literatuurwetenschap en de schrijfpraktijk zouden laten schieten? Was er teleurstelling bij enkelen of toch meer een blik van 'professor, niet zeuren, wij komen er wel straks; wij zijn doorzetters.' Niemand van de studenten gaf zich bloot. Zijn woorden werden in het dictaat opgenomen alsof het tentamenstof was, niets anders dan dat. Een jaar of wat daarvoor, toen ik nog rondwandelde in de middelbare schoolgangen, had het thema van la princesse lointaine mijn aandacht getrokken. Een artikel van deze professor was me onder ogen gekomen toen ik een essay moest schrijven over een gedicht van Slauerhoff. Na al die jaren kan ik me de beginregel nog ongeveer herinneren: wij komen nooit meer saam, de wereld drong zich tussen beiden. Voor een romantische adolescent natuurlijk het summum. De verhandeling over dit onderwerp bleek van zijn hand en toen ik die geboeid  bestudeerde bleek hij ook inspirerend. Dit stuk was de aanleiding om voor de letteren te kiezen. En als het even kon zou ik meteen starten met zijn colleges Algemene Literatuurwetenschap, het terrein waarin deze professor zich gespecialiseerd had na de Franse taal- en letterkunde. Gedurende mijn eerste studiejaar zat ik braaf in het academiegebouw tussen de doctoraalstudenten. Gewoon als eerstejaars. Het bleek gelukkig niet te hoog gegrepen. Na mijn kandidaats volgde ik nog een college bij hem met de bedoeling daarna tentamen te doen als de bijbehorende boeken gelezen waren. Wat is literatuur?, een interessante vraag. Dat tentamen was bij die professor thuis. Mijn eerste tentamen bij een professor thuis, grappig genoeg in de professorenwijk, te midden van enorme hoeveelheden boeken, slordig gestapeld. We kwamen op het onderwerp creative writing als studie, bij ons toen nog onbekend, maar in Amerika al enige tijd een vak dat je kon studeren. 'Ga naar Amerika,' raadde hij me aan, 'dan kun je daar de kennis opdoen en dan terugkomen en er hiermee starten.' Maar ik was niet ambitieus genoeg om mijn geliefde achter te laten voor zo'n lange tijd, zo ver weg, dus ik vergat het advies niet, maar deed er niets mee. En nu denk ik aan hem, die intussen overleden professor, die ik tijdens mijn tweede serie colleges meerdere malen betrapte op afgesleten stokpaardjes. Maar hij had gelijk, ook al was die uitspraak niet origineel. Het is vooral hard werken, maar toch had ik hem nu willen zeggen: de mooiste ideeën, die komen op als ik wandel of 's nachts wakker lig...  

Francisca Bongaerts
17 0