Lezen

HOLLAND BELGIE

Mijn eerste boekje ‘Het scharnierend schuurtje’ wordt door een Nederlandse uitgeverij uitgegeven. Op zich is daar totaal niets mis mee, ware het niet dat ik van hen de opdracht kreeg om mijn Vlaamse zinnen en uitdrukkingen wat te vernederlandsen.   De Vlaamse lezers lezen ‘plezante’ verhalen. Hollanders moeten ze ‘leuk’ vinden. Vermits de uitgeverij niet alleen op mijn Vlaamse achterban mikt, maar tevens mijn schrijfsels in Nederland gaat promoten, zal ik een Hollands tandje moeten bijsteken.  Uit statistieken blijkt dat Nederlanders nog steeds fervente boekenkopers zijn. De Vlamingen echter hinkelen ergens krenterig (kijk, nu al komen er Nederlandse woorden uit mijn pc ) achterop. Tijdens al mijn uitgeversopdrachten liep hier, in Antwerpen, inmiddels de  jaarlijkse Boekenbeurs. In Vlaanderen werden nog nooit zoveel afhaalmaaltijden, afhaalchinees of thuis geleverde pizza’s besteld en gegeten. Duizend voorbereide schotels werden ’s avonds snel in de microgolfoven geschoven, want half  België zat tijdens het kookuurtje voor de buis. In plaats van in de keuken in de potten te staan roeren, zapten zij van het ene kookprogramma naar het andere.  Wat de Vlaamse boekenbeursbezoeker dan ook hoofdzakelijk maar interesseerde op deze beurs waren de BV’s en de BK’s. De ‘Bekende Vlamingen’, de ‘Bekende Voetballers’ en de ‘Bekende Koks’. ‘Lees minnend’ Vlaanderen verdrong zich in rijen van 10 voor de signeerstanden van de televisiekoks. Als er een uitgeverij aankondigde dat er een televisienitwit zijn opwachting zou maken en weeral een nieuw kookboek  zou komen handtekenen, ontstond er gegarandeerd een lezersfile voor deze stand. Er was ook massale belangstelling aan de stand waar een gesigneerde biografie over een Belgisch miljonairsvoetballertje van 23 jaar te koop was. U leest het goed! De aanvallende middenvelder van 23 is amper de tienerjaren voorbij en er werd al een levensloop over hem geschreven. De fans stonden reeds anderhalf uur op voorhand aan de boekenstanden te wachten om hun ‘vedettes’ te zien. Het boek was bijzaak, het werd gekocht en vermoedelijk nooit gelezen noch in de keuken gebruikt. Het enige wat deze ‘boekenbeursgangers’ uiteindelijk wilden, was gewoon allemaal met de tv-koks, de soapsterren en/of hun Rode Duivel op de foto gaan. De echte auteurs, met de pen in aanslag, achter het bureau van de lege uitgeversstand, keken dit met lede ogen aan… Ik dwaal af. Ik had het dus over de Vlaamse- en Nederlandse taal en mijn columns, die met het oog op de promotie bij onze noorderburen, eventjes onder handen genomen moesten worden. Zo liet ik manlief, in mijn boekje, met ‘peper in zijn holleke’ naar het sanitair spurten. Geef nu toe, dit klinkt toch veel liefelijker dan ‘peper in zijn reet’. Het ‘anusgebeuren’ klinkt in het Nederlands toch een pak heftiger. Zo komt er bij de Vlamingen ‘verdunde speculoospasta’ uit hun achterste terwijl ze in Holland ‘zeven kleuren bagger schijten’. Hun grote boodschap noemen ze ook ‘poepen’. Bij de Vlamingen komt er met het woord ‘poepen’ niets uit, maar gaat er daarentegen iets in. Zo hebben wij, hier in het zuiden, ‘goesting’ in muizenstrontjes en zwarte jappen en hebben ze daarboven zin in hagelslag en zoute drop.  Echte zwarte en bruine muizenstrontjes lijken volgens mij dus veel meer op die chocoladelekkernij dan hagel. Hebben jullie al eens bruine hagel gezien? Zwarte sneeuw, figuurlijk, dat kan, maar zwarte hagel?? Ze zijn daarboven volledig in de war. Zo geven ze beschuit met muisjes. Dit zijn witte en roze anijsbolletjes op een beschuit. Geef  nu toe dat dit totaal niets met muizen te maken heeft maar dat dit eerder op hagel lijkt. In Nederland speelt men verstoppertje en in Vlaanderen noemt men dit kinderspelletje ‘bedot’. Onze grootouders, de bomma’s en bompa’s worden meer noordelijker oma’s en opa’s en onze nonkel is een oom.  Hollanders nemen een kiekje, maar Vlamingen trekken nog steeds een foto.  Wij zijn met onze taal blijkbaar nog in het tijdperk van de beginnende fotografie blijven steken. Toen ‘trok’ men nog een glazen plaat uit het fototoestel omhoog. Onze koffer is de belaadbare ruimte in onze auto, boven de noordelijke grens is dit de kofferbak. Een koffer is dan bij hen weer een stuk bagage en bij ons een valies.  Wij Vlamingen hebben een ‘curieuzeneuzemosterdpot’ en Nederland heeft een nieuwsgierig Aagje! Wij ‘verschieten’ ons een ongeluk en in Nederland schrikt men zich ‘het apelazarus’?? Terwijl de Nederlanders iets te vrezen hebben, zitten wij in Vlaanderen ‘met de poepers’. Wat een Babylonische spraakverwarring! Nochtans spreken wij dezelfde taal, of niet? Zo had ik een jaar geleden een misverstand met mijn Amsterdamse vriendin. Zij vertelde mij dat ze bij het overlijden van haar 90 jarige tante, bij het opruimen van de kleerkasten, een kleedje voor mij achtergehouden had. Ik begreep er helemaal niets van. Wat moest ik mogelijkerwijs met een oubollig kleed van een antieke suikertante aanvangen? Ik reageerde lauwtjes want ik wou geen ‘ambras’… sorry ruzie,  met mijn vrienden.  Bij het eerstvolgende bezoek in Almere kreeg ik ongevraagd toch een plastiekzak in de hand geduwd met daarin het bewuste ‘kleed’. Het bleek een mooi tafelkleedje! Wat wij hier kleedje noemen, is bij de noorderburen een jurk. Een kleed is een tafelkleed of een vloerkleed. Bij ons is een vloerkleed een tapijt. Bij hen is een tapijt, een vast tapijt, iets wat over het ganse oppervlakte van de kamervloer gelegd wordt. Dit noemen wij dan weer ‘tapis plein’, voltapijt. Om zot van te worden niet? Ho, ho nee hoor..om gek van te worden! Ook de klemtoon wordt bij sommige woorden door onze Nederlandse vrienden totaal anders gelegd. Neem nu bijvoorbeeld het woordje PIJAMA. We schrijven het beiden op identieke wijze. Als wij het uitspreken, wordt het op één of andere manier een totaal ander woord. Wat bij ons met de franse slag als ‘pisjamma’ met een p dan een korte ‘i’, gevolgd wordt door een ‘ssjj-klank’, daarna een ‘a’, een goed hoorbare dubbele ‘mm’ om dan te eindigen met een korte ‘a’ uitgesproken wordt, roept bij de Nederlanders twee grote vraagtekens op: “Wat wil die Vlaming ons nu weer vertellen?” Bij hen moet pijama als ‘PIE- JAA- MAA’ klinken. Onderweg naar het zuiden, stoppen wij op een camping in ‘Langres’. Fonetisch uitgesproken Langre. Onze noorderburen kamperen in Langrès…Wij rijden over de brug van Millau, die op zijn Frans klinkt als Mijo, maar Nederlanders blijven het viaduct van Milllaauu   nemen.   Hierna schrijf ik dus een verhaaltje over een ‘Vlaams weekeindje weg en daarna volgt de vernederlandste versie!   Vlaams weekeindje weg : Wij werden door onze Amsterdamse vrienden uitgenodigd om het weekeinde bij hen door te brengen. Ik trok dus mijn schoonste kleedje aan en mijn nieuwe botten. Mijn pelsjas legde ik achter in de auto. Manlief draagt sinds zijn pensionering al lang geen kostuums en plastrons meer, maar blazers. Voor we de deur van onze bel-etage woning  in het slot trokken, zette manlief nog rap de vuilbak buiten. Hij keek in de brievenbus of de facteur er de gazet al ingestoken had.  Ik opende de koffer van de wagen en legde hier de valiezen in. In de appartementen rondom ons stonden de buren ons vertrek in de mot te houden.  Ik had voor onderweg alleen een fles plat water en wat appelsienen ingepakt. Wij zouden op weg naar Almere, de autostrade nemen tot de afrit Breda. Hier in het centrum wilden we nog geld uit de muur halen. Wij wilden bij de beenhouwer eventueel een broodje met hesp kopen. Misschien was er wel een leuk cafeetje waar we een croque-monsieur met een tas koffie konden bestellen. In de viswinkel konden wij dan wat maatjes, met ajuin en stukjes zoetzure augurk, aanschaffen. Dat vonden onze vrienden lekker als aperitiefhapje. We kwamen niet in de verleiding om nog bij een frietkot te stoppen en een pak frieten met stoofvleessaus te bestellen. Mijn vriendin had ons verzekerd dat het geen afhaalchinees in de microgolfoven zou worden maar dat zij voor ons weer die lekkere ‘pekesstoemp’ met stoofvlees zou klaarmaken. Daar had ik nu al zo’n goesting in! Toen we Breda uitreden, zou ik mijn vriendin met onze GSM opbellen en haar verwittigen dat we eraan kwamen. Op weg naar Nederland. Wij werden door onze Amsterdamse vrienden uitgenodigd om bij hen te komen logeren. Ik trok dus mijn mooiste jurk aan en mijn nieuwe laarzen. Mijn bontjas legde ik achter in de auto. Manlief draagt sinds hij in de AOW is, al lang geen maatpakken en dassen meer, maar colbertjes. Voor we de deur van onze aanleunwoning in het slot trokken, zette manlief nog snel de vuilnisbak buiten. Hij keek in de brievenbus of de postbode de krant er al ingestoken had. Ik opende de kofferbak van de wagen en legde hier de koffers in. In de flats rondom ons stonden de buren ons vertrek in het oog te houden. Ik had voor onderweg alleen een flesje Spa blauw en een paar sinaasappels ingepakt. Wij zouden op weg naar Almere, de snelweg nemen tot de uit naar Breda. Hier in het centrum wilden wij nog ergens wat geld pinnen. (Ja het enige wat een Nederlander uit de muur haalt, zijn kroketten) We wilden, bij de slager eventueel een kadetje met ham kopen.  Misschien was er wel een leuk kroegje waar we een tosti en een kopje koffie konden bestellen. Bij de visboer konden wij dan wat jonge haringen, met ui en gesnipperde zure bom kopen. Onze vrienden vonden dit lekker bij de borrel. We kwamen niet in de verleiding om nog bij een patatzaak te stoppen en een bakje patat met stoverijsaus te bestellen. Mijn vriendin had ons verzekerd, dat het geen afhaalchinees in de magnetron zou worden, maar dat zij weer die lekkere wortelstamppot met draadjesvlees zou klaarmaken.  Daar had ik nu al zo’n zin in! Toen we Breda uitreden, zou ik mijn vriendin nog eventjes met het mobieltje bellen en haar verwittigen dat we eraan kwamen. Vermoeiend hé. Beste uitgever, ik zal mijn best doen. Nu geef ik de pijp aan Maarten...Aan wie? Juist, ik stop ermee, het is hartstikke leuk geweest. Doei!      

Sim
36 0

VOICEMAIL

Ik geraak stilaan verward van al die berichten over het geloof. Ik lees in kranten  en zie en hoor via de televisie allerlei idioterieën. Ik weet dat ik met mijn kruistochtverhaaltjes tegen de religies, kleine successen boek bij atheïsten en agnosten, maar ook dat ik tegen de schenen stamp van de meeste gelovige mensen. Toch ben ik er van overtuigd, dat de wereld door het geloof  volledig over de rooie gaat en dat de mensheid afstevent op totale vernietiging. Ik begrijp nu al lang niet meer hoe intelligente mensen achter zo’n Roomse lange jurkenmaffia blijven aanlopen. Hoe sommigen zich op korte tijd kunnen laten indoctrineren door religieuze fanatici, die in het bezit zijn van een lidkaart van het IS- tuig en de Taliban fanclub. Wat gaat er in de mensen hun geest om, om op bedevaart te gaan naar grotten en kathedralen en daar devoot neer te knielen en te bidden voor plaasteren en houten beelden. Het is onbegrijpelijk hoe miljoenen Joden nog steeds hun ganse leven in functie van het hiernamaals verkwanselen, voor een God, die zogezegd samen met hen geleden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in de concentratie- en vernietigingskampen maar hen destijds toch schromelijk verlaten heeft. Hoe groot moet een geloof zijn, om arme mensen ertoe te brengen hun laatste geld uit te geven aan wierrook en bladgoud om op de Boeddhabeelden te kleven. Hoe sterk is een religie om mensen ervan te overtuigen dat ze minstens één keer in hun leven, zich rond een steen in trance te moeten cirkelen. Hoe diep geworteld moeten die sprookjes zijn, om ondanks al je religieuze pogingen en gebeden , nooit enig resultaat te zien en gewoon te blijven geloven? Denkt U niet, dat als ik nu, de dag van vandaag, met een verhaal op de proppen zou komen, dat ik zonder seks zwanger geraakte, dat ik na de bevalling nog steeds maagd gebleven was, dat mijn zoon over water kan lopen, dat hij brood vermenigvuldigt, water in wijn kan veranderen en de zieken en kreupelen kan genezen door handoplegging en een gebed, dat men mij dan onverwijld zou afvoeren naar één of andere psychiatrische kliniek? Of dat mijn zoon een podiumplaats zou krijgen tussen alle andere Nobelprijswinnaars?   Zo las ik in de krant, dat drie Marokkaanse jongens in Marrakech op het Djemaa el Fna plein aangehouden werden omdat ze tijdens de ramadan, met temperaturen boven de 40 graden in de schaduw, elk een glas vers geperst sinaasappelsap gedronken hadden. De tien kraampjes met het geperste sap staan er tijdens de ramadan klaarblijkelijk alleen maar voor de verkoop aan de ongelovige toeristen. In plaats van de Islamietjes te wijzen op het verbod,( zoiets zoals bij ons; onder de 18 jaar schenken wij geen alcohol)  had de sinaasappelsapverkoper eerst aan de ramadammers drie glazen sap verkocht, ze die laten uitdrinken en vervolgens de politie opgebeld.  Leuke laffe achterbakse daad. De drie moslims riskeren nu een gevangenisstraf van 3 maanden! Vroeger had men bij de Rooms katholieken ook een vastenmaand. Op vrijdag mocht er geen vlees, alleen vis gegeten worden. Ongedoopte baby’s die stierven gingen zonder pardon naar het voorgeborchte en geraakten nooit bij onze “Lieve” Heer die hen vroegtijdig tot zich geroepen had. De pastoor predikte, nacht en ontij van op de kansel als er gezondigd werd. Jaren heeft men de mensen met al deze onzin onderdrukt. Is de kerk of de mensheid dan geëvolueerd? En cours de route werden ineens een aantal christelijke zekerheden afgeschaft. Vasten was ineens niet meer nodig en we mogen nu alle dagen vlees of vis eten. Plots is dit geen zonde meer?? Voor elke gedoopte baby kreeg en krijgt nu nog, de katholieke kerk subsidie. Het was en is in hun eigen belang dat de kindjes allemaal, zo vlug mogelijk een drens doopwater over zich kregen en de namen in de gelovige analen werden opgeschreven, alvorens ze ongesubsidieerd  het tijdelijke voor het eeuwige verwisselden. Dus om de ouders wat aan te sporen om zo snel mogelijk te dopen,creëerde men het babyvoorgeborchte.  Vermits er minder kindersterfte was en de moderne mens problemen had met het idee dat die kleine schatten eeuwig voor de hemelpoort zouden moeten rondzwalpen, heeft men onder druk, het voorgeborchte maar ineens afgeschaft. Hoe kan dat dan? Als je ziet hoe hypocriet dat katholicisme was en is. Als je rijk was, kon je de zonden afkopen met aflaten. Hopen kaarsen worden gebrand, heel der bergen en markten worden op de knieën op- over- en afgekropen om er zeker van te zijn dat die ene heel grote zonde toch maar vergeven wordt, alvorens je jezelf aan de hemelpoort aanbiedt. Nu mag je overspel plegen, fraude plegen, liegen, corrupt zijn, moorden, de ene zonde op de andere opstapelen en vloeken à volonté, als je maar regelmatig gaat biechten. Tien minuten in de biechtstoel bij mijnheer pastoor, en na het stamelen van drie ‘weesgegroetjes’ en vijf ‘onze vaders, die in de hemelen zijt’, is je religieus curriculum vitae weer stralend Dash wit! Je volledige zondige gedrag wordt door God vergeven en je kan er weer opnieuw tegenaan. Geloven die religiepredikers, nadat ze alle miserie in de wereld zien, nog zelf in hun verhaaltjes, of blijven ze dit gewoon stug volhouden alleen voor de macht? Kunnen zo’n katholieke pausen, die al deze veranderingen en tegemoetkomingen, in het geloof doorgevoerd hebben, dan niet eens gaan onderhandelen met andere godsdienstpredikers? De Roomse Paus heeft echter andere prioriteiten. Op de televisie zag ik dat hij in Zuid Amerika als een rockster binnengehaald werd. Mensen sparen daar het eten uit hun mond om toch maar genoeg centen bij elkaar te krijgen om de tocht naar het geloofsfestival te kunnen maken. Dagen kamperen zij in kleine gammele tentjes en slapen in of zonder een slaapzak onder de blote hemel om vooral niets van die religieuze poppenkast te moeten missen. Zij luisteren ademloos naar die, met goudbrokaat opgedirkte jurkenman, die toevallig in het rijkste staatje van de wereld resideert. Hij oreert, dat alhoewel zij arm zijn, zij troost moeten blijven vinden in hun geloof, dat ze vooral moeten blijven bidden tot de Heer. Hij spelt hun het sprookje van de zoon Jezus op de mouw, die naar de aarde gestuurd werd om al de menselijke zonden af te kopen. Dat de zoon ook arm was, maar toch met een simpele truc de hongerige van brood voorzag en de dorstige wijn aanbood. Als de gelovigen zich dan, later op de avond als schapen vol geloofsadrenaline maar met lege geldbeugels en knorrende magen, biddend terug naar de sloppenwijk begeven, hopen zij alleen maar dat de goudgetooide herder gelijk heeft en dat God zijn zoon ook eens bij hen zal laten langskomen. Maar ik begrijp het niet helemaal!  Krijgt God soms katarakt en ziet hij sommige delen van de wereld niet meer duidelijk? Merkt hij niet dat in India en Bangladesh, mensen onder kartonnen dozen wonen en onder plastiek zakken sterven? Of moet Ganesha en Shiva daar maar hun plan mee trekken?  Wordt God doof en moet hij misschien langs Audionova om zich een hoorapparaat aan te schaffen. Hoort hij al die biddende en van honger creperende Afrikanen niet? Is dit werelddeel voor hem één zwart gat? Waarom stuurt hij zijn zoon niet eens die richting uit om wat brood te vermenigvuldigen en wat vervuild rioolwater tot een Saint Petrus of een Chateauneuf du Paapje om te toveren? Misschien dat een vrouw het beter zou aangepakt hebben, dan zo’n halfgare predikkende hippie, die zich constant door zo’n twaalfkoppige nichtgenbrigade liet omringen. Zo’n gigantische problemen los je niet op met een vrouw als Maria in een grot aan een verhongerde, menstruerende puber te laten verschijnen. Misschien heeft God nog ergens een dochter rondzweven, die eventjes orde op zaken kan komen stellen. Een vrouw die de broek draagt, een vrouw met ballen, die van wanten weet.  Die onmiddellijk de regen op aarde eerlijk verdeelt, die de rijst- en de graanoogsten laat lukken, die het water drinkbaar maakt en het eventueel wijzigt in melk. Een dochter, die en passant de kindersterfte, het kastenverschil en de vrouwenbesnijdenis uitroeit. Dat zou maar eerst het juiste gebaar van God zijn! Wat ik ook niet helemaal kan bevatten, is waarom de Goden, hier op aarde, zich allemaal door zo’n carnavaleske randdebielen moeten laten vertegenwoordigen. Kunnen zij zich, in het digitale tijdperk niet via Facebook manifesteren of ons allemaal gewoon hun rechtstreeks telefoonnummer doormailen. Poepsimpel, je toetst 7 (van de zevende hemel) en vervolgens 001. Tuut, tuut..   U spreekt met de voice mail van de goddelijke familie.  Indien U Joods bent en het is toevallig sabbat, dan bent U nu al in de fout door op deze knoppen te drukken Indien U meer informatie wenst over godsdiensten - druk 1 Om op de hoogte te blijven over eventuele Maria verschijningen – druk 2 Wenst U informatie over creationisme of evolutieleer – druk 3 Had U een vraag over besnijdenissen, vrouwenverminking, files en spoorstakingen - druk 4 Wilt U een mirakel meemaken- druk 5 Wenst U informatie over de vastenperiode, de ramadan en laffe sinaasappelsapverkopers – druk 6 Wilt U aan eender welke kerk, moskee, tempel of synagoge een donatie doen, of Uw zonden financieel afkopen, houdt Uw bankkaart klaar - druk 7 Wilt U weten hoe en in welke hemel U opgevangen wordt na Uw zelfdoding, Uw zelfmoordterroristische aanslag of als martelaar- druk 8 Wenst U informatie over condoomgebruik, abortus of euthanasie, gelieve U tot een andere dienst te wenden. Hebt U last van klokkengelui, Allah geroep, bedelmonniken, wierookstank, het krijsen van schapen voor het offerfeest, getuigen van Jehova en Scientology-bekeerlingen - druk 87 Had U graag een digitaal kaarsje gebrand in een kerk naar keuze, houdt Uw creditkaart bij de hand en - druk 88 Wordt U graag geïnformeerd over door de Goden geplande rampen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen, tsunami’s of aardbevingen – druk 89 Indien U meer dan 80 jaar oud bent en in het bezit van een slapjanus en U wilt weten wat U nu nog met die 70 maagden in de hemel kan aanvangen – druk 90 Als U informatie wenst over doop, communie, Bar Mitswa, Jom Kippoer, Pasen, Ons Heer Hemelvaart,  Loy Krathong, Kerstmis, het Suikerfeest of allerlei heilige feestdagen- druk 91 Wenst U klacht neer te leggen over homofiele en pedofiele geloofsvertegenwoordigers – druk 92 Hebt U last van flatulentie tijdens de gebedsdienst en wenst U dat een andere houding bespreekbaar wordt – druk 93 Wilt U meer informatie over de voortgang van Uw wensbriefjes, die U in de Klaagmuur stopte – druk 94 Denkt U dat U per toeval één van Uw voorouders, die als insect op de wereld teruggekeerd was, hebt ingeslikt of doodgemept – druk 95 Wenst U op de hoogte gehouden worden van de nieuwe modekleuren voor kazuifels, nonnenoutfits, pastoorskostuums, priesterboorden, bisschopkleden, djellaba’s, burka’s, hoofddoeken, tulbanden, pruiken en keppels - druk 96 Hebt U opmerkingen over de onverstaanbare teksten in de Bijbel, de Koran of de Thora en wenst U ons hiervan op de hoogte stellen – druk 97 Wilt U informatie over bevruchting door de Heilige Geest, seks voor het huwelijk of na het huwelijk, verkrachting of pedofilie – druk 98 Hebt U vragen over de hemel, de hel, het vagevuur, genocide, terreurindoctrinatie, of geloofsfanatisme – druk 99 Indien voor U geen enkele vraag in onze bovenstaande lijst van toepassing is en U één van de Goden persoonlijk wilt spreken – druk 100     Tok, tok tok…1OO  klik   Al onze lijnen zijn bezet, gelieve aan Uw toestel te blijven. Muziekje ; Halelulia, halelulia halelulia haleluuuu uuu lia…Al onze lijnen zijn bezet, gelieve aan Uw toestel te blijven. Muziekje; wie heb ik aan de lijn, halo, halo… Al onze lijnen zijn nog steeds bezet, gelieve aan Uw toestel te blijven. Arabische muziek weerklinkt. Er zijn nog 75 miljoen wachtende voor U en de wachttijd kan oplopen tot 9 jaar, 5 maanden, drie weken, twee dagen en 7 uren.. Indische sitarmuziek jengelt door de hoorn.  Probeert U het later nog eens. Al onze lijnen zijn bezet… Wij danken U alvast voor het vertrouwen dat U, ondanks alles, in het geloof blijft hebben…piep, piep, piep bezettoon….

Sim
3 0

DE REUZEKENS VAN BORGERHOUT

Ik weet zeker dat jullie dit al eens allemaal meegemaakt hebben. Je staat in je potten te roeren of je wast de auto en je neuriet mee met de radio en dan is er plots dat liedje, dat niet meer uit je hoofd weg te branden is. Eerst heb je het nog niet volledig door maar als je ’s avonds naar bed gaat, dreunt het nog steeds door je hersenpan. Zo liep ik vorige week, ganse dagen van; “Wie heb ik aan de lijn, halo, halo”, te zingen. Niet dat ik zo’n fan van K3 ben, maar het pinnetje van de platendraaier in mijn bovenkamer bleef constant op de Télé Romeo hangen. Gek werd ik van dat gekweel in mijn hoofd! Net toen ik dacht dat ik overnacht het deuntje kwijtgeraakt was, hoorde ik het ’s morgens opnieuw op de radio en wat dachten jullie…De oorworm had zich in mijn hersenen gedraaid. Het K3 trio fietste met me mee naar de markt en zelfs winkelen ging op het tempo van een geneuriede of luidop zingende: “ Halo, halo!” Soms keken de mensen mij een beetje vragend aan, met zo’n blik van: “Wie is die vrouw die mij goedendag zegt, ik ken haar helemaal niet!” Een enkeling zei wat aarzelend een halo terug, een beetje beschaamd, dat hij mijn naam vergeten was en mijn gezicht bij hem totaal geen herkenning opriep. Als ik het wandeltempo op polonaise niveau bracht, keek manlief me soms een beetje geërgerd aan.  Ik deed nog juist niet de ingestudeerde showdanspasjes na. Tik, tik met de wandelstokken op “Halo, halo, mijn télé Romeo…” Ach, ik zat zelf een beetje verveeld met mijn repertoire. Ik probeerde allerlei andere liedjes te fluiten of hardop te zingen in de hoop de meidengroep voor eens en voor altijd uit te drijven. Zelfs “The show must go on” en de “Power of Love” twee van mijn lievelingsnummers, die normaal toch echt als een paardenmiddel zouden moeten werken, kregen het kindergezang van de Rosse, Blonde en de Zwarte niet uit mijn kop. K3 bleef maar in mijn schedel ronddreunen. Zodra ik ’s morgens de ogen opende, waren ze daar en lieten mij op een uptempo van: “Wie heb ik aan de lijn…” de traptreden naar beneden huppelen. Ze waren onuitroeibaar. Het was natuurlijk een ongelijke strijd, drie tegen één. …” Ze overleefden nu al bijna een ganse week in mijn schedeldak. Ik had een onvernietigbare muzikale kronkel in mijn hersens gekweekt. En dan, op het moment dat je denkt dat je kierewiet wordt en overweegt om hulp te zoeken of toe te treden tot de zelfhulpgroep “Hoe krijg ik dat lied eruit” verdwijnt het deuntje in je persoonlijke dampkring.  De vrijgekomen stilte in mijn hoofd was oorverdovend en plots waren daar weer alle geluiden van de dag. Wat mij het meeste opviel was opnieuw het zoemen van manlief. Als een vrolijke dikke hommel loopt hij zoemend naast mij. Toen ik dit fenomeen enkele jaren geleden voor het eerst waarnam, wist ik niet goed wat ik hoorde. Het begon op momenten van stress en onzekerheid. Als het klusje boven zijn pet groeide, zoemde hij een oplossing bij elkaar. Maar nu zoemt manlief op alle mogelijke onverwachte momenten vrolijk door het leven..Toen wij elkaar pas kenden zong hij nog uit volle borst, minstens één keer in de week zijn echte lijflied. Op de fanfaretonen van ‘Stars and Stripes forever’ zong hij: “Wij gaan naar het land van Hawaai. Naar het land van de wiegende wijven. Daar lopen ze bloot in de wei. En van a 1 en van a 2, ze kunnen me krijgen!” Met het ouder worden, verdwenen de zwoele buikdanseressen met de strooien rokjes uit zijn hoofd en kwamen er vier dikke reuzen voor in de plaats; De Reuzekes van Borgerhout. Op stressmomenten steekt de reus zijn kop boven water. Nu zingt manlief niet, hij neuriet niet, hij fluit niet, mijn echtgenoot zoemt het liedje. Ik weet het, jullie worden best jaloers want een knoopjesafdraaiende en gonzende partner, dat heeft niet iedereen. Ik wilde dus wel eens weten waar dit zoemverschijnsel plots vandaan kwam. Volgens manlief zat het al jaren in de familiestamboom rond te gonzen en had zijn grootvader dit zoemgedrag ook. Dus zonder meer met de genen meegekregen. Het spijtige van de zaak is dat manlief zijn zoemrepertoire nu al jaren uit één enkel liedje bestaat: “De reuzekes van Borgerhout”. Al wie daar zegt, de reus die komt, de reus die komt, ze liegen daarom, kere weer om, reuzeke, reuzeke, kereweerom reuzegom…”Maar dan  woordeloos,  alleen een neuzelig gezoem. Al meer dan 300 jaar, telkens in september worden de Reuzen van Borgerhout weer van stal gehaald en stappen en draaien ze in een optocht door de straten. Mijn grootouders, langs vaders kant woonden hun hele leven in Borgerhout. Dus kan ik mij nog levendig voorstellen hoe ik als klein kind met ma, pa, bompa en bomma naar deze optocht ging kijken. Borgerhout had een hele brede winkelstraat die vanuit de volkse levendige gemeente helemaal tot in het centrum van Antwerpen doorliep. Borgerhout had een eigen bioscoopzaal, een heel bekend ijssalon en er waren diverse stijlvolle tapijt- meubel- schoenen- en kledingwinkels. In de jaren zeventig verdwenen al deze chique handelszaken één voor één. Ze werden vervangen door pita/shoarma- restaurantjes, thee/drugshuizen, waterpijpcafés en multiculturele kasbahwinkeltjes. Ik zou niet weten waarom, maar Borgerhout werd vanaf toen in de Antwerpse volksmond Borgerocco genoemd. Ik heb me zelfs laten wijsmaken dat in één van de laatste optochten grote Fatima reuze poppen mee opstapten. Maar dit terzijde. Van zo lang wij samen zijn, gingen manlief en ik nog nooit samen naar deze Reuzenstoet kijken en behoort dit optochtmelodietje niet tot de klassiekers in onze CD verzameling . Ik vermoed dus dat dit Reuzenliedje nog een overblijfsel van een onverwerkt jeugdtrauma moet zijn dat ergens in de krochten van zijn brein gestockeerd bleef. Enfin, ik kan mij levendig voorstellen hoe tegemoet komende wandelaars, ons vorige week over straat zagen lopen: Zoem zoem, kere weer om reuzeke, reuzeke, halo, halo mijn télé Romeo, reuzeke, reuzeke…zoem zoem.. We waren met onze kleinzoon een weekje aan zee toen die plots aan manlief vroeg: “Bompa waarom doe je dat?” “Wat Matteo?” “Awel bompa, zo zoemen!” Manlief  lachte en keek mij eerst bestraffend aan omdat hij dacht dat ik kleinzoontje een hint gegeven had. Niet dus.”Heu, dat is zingen hé.” De kleine opdonder keek echter met een vragend engelengezichtje naar bompa op:  “Bompa, dat is toch niet zingen hé, het is net of Maya de Bij rond mijn hoofd zoemt! En bompa waarom brom jij steeds hetzelfde liedje? Altijd datzelfde melodietje is keivervelend hoor!” Ja, de waarheid komt uit een kindermond! Sindsdien probeert manlief van zijn reuzenlied af te kicken en komt er soms wel al eens een ander melodietje uitgezoemd maar van enige grote vooruitgang in het zoemrepertoire is tot op heden alsnog geen sprake. Vanmorgen zette ik de radio luid terwijl ik met stofvod en swiffer rondliep. Ramsey Shaffy zong vanuit het hiernamaals: “Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan..” En ik kweelde mee! Ik zong het de ganse dag. Bij het uitruimen van de afwasmachine, bij het tafeldekken, onder de douche en op weg naar bed. Misschien geeft Ramsey het al na één dag op maar ik vrees ervoor. Dus als straks de vrienden komen barbecueën, moeten ze niet schrikken als ik, bij het ronddelen van de sla, het vlees en het dessert luidop zing van “Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan.. laa aat me, laaaat me, ik heb het altijd zo gedaan!”  Dat betekent dan niet dat ik alle hulp weiger hoor, maar gewoon dat Ramsey, K3 eruit gewipt heeft en hij zich nu in mijn bovenkamer gesetteld heeft.   Sim,   laat me, laat me….

Sim
468 0

Een knikje en een glimlach.

Een knikje en een glimlach. Dat kreeg ik van haar op een ochtend enkele maanden geleden toen we elkaar kruisten op de weg naar school. Ze duwde een kinderwagen voort met erin een kind van enkele maanden oud. Ik pijnigde mijn hersens maar kon haar niet plaatsen in mijn brede kennissenkring. Moest ik deze jongedame kennen ? Ik zette mijn twee spruiten van negen en zes jaar af aan de schoolpoort en wandelde in gedachten verzonken terug huiswaarts. Weer kruisten we elkaar maar ditmaal was haar kinderwagen leeg. Een knikje en een glimlach en ik beantwoordde haar gebaar. En zo gaat het elke keer als ik haar tegenkom.  Als ik na de grote schoolvakantie van de schoolpoort terug naar huis wandel fietst ze me voorbij met het kleine kind achterop in een kinderstoeltje. Ze stopt bij het huis van de onthaalmoeder en zet het kindje op de stoep. Het verwondert me dat op twee maanden tijd het ukje rechtop kan zitten en aan de hand van de moeder zelfs kan stappen maar zo gaat dat met jong leven. En weer is daar die vriendelijke knik met glimlach. Ik ben ondertussen tot de conclusie gekomen dat ik haar van haar noch pluim ken en vraag me af waarom ze steeds vriendelijk is tegen me. Voor mijn uiterlijk zal het zeker niet zijn, ik was in mijn jonge jaren al geen adonis en de tijd heeft niet voor verbetering gezorgd, integendeel. Trouwens met mijn één en vijftig jaar ben ik oud genoeg om haar vader te kunnen zijn. Misschien is het dat wel, valt ze op oudere mannen, op zoek naar een vaderfiguur die ze zelf nooit heeft gehad. Deze  gedachte geeft me een oncomfortabel gevoel en telkens ik haar tegenkom ben ik alerter dan anders , speurend naar iets dat mijn vermoeden bevestigd. Maar met de beste wil van de wereld kan ik nooit iets bemerken dat in die richting wijst. Elke keer weer dat knikje en die glimlach, meer niet. Op een helder moment schiet er plots iets in mijn hoofd, iets dat het schaamrood tot achter mijn oren doet lopen. Hoe heb ik zulke lelijke dingen kunnen denken over haar! Ze is gewoon zo, welopgevoed, vriendelijk en positief van nature. Niet zoals vele van haar leeftijdgenoten die zich meer zorgen maken over wat er op hun smartphone gebeurd dan wie die mens is die ze juist zijn gepasseerd. Of die zich liever afvragen of hun handtas wel bij hun schoenen past dan iemand vriendelijk te begroeten. Maar zij niet, zij loopt rechtop en in het rond kijkend is ze vriendelijk tegen iedereen op straat. Mijn besluit staat vast, volgende keer ik ze tegenkom beperk ik me niet tot een lichte beweging van mijn hoofd en een grimas rond mijn lippen maar zeg ik goeie morgen, of beter nog, een goeie dag. Want dat wens ik haar, een goeie dag, met een knikje en een glimlach.

Hans Roofthooft
34 0

Vaartfietsen

Hier, aan het kanaal dat zich plooit rond het met uitsterven bedreigde boerenlandschap, lijkt het ruisen van de bomen verwant te zijn aan het klankspel van de eindeloze omwentelingen van het zeewater. Hetzelfde geluid dat men je als kind wijsmaakt in schelpen te horen, maar dan tastbaar dichtbij. Enkel nog het gezoem van kriebelend kleine beestjes en het zingen van vogelcorrespondentie weerhouden een hoorbare hegemonie van bladeren en wind. Mijn zeurende, ranke benen stampen op de trappers van mijn fiets alsof ze ook de godganse planeet op haar as moeten voortstuwen. De achterband heeft besloten dat ie het voor bekeken houdt maar ik blijf steevast ontkennen dat de band z`n laatste adem al uitgeblazen heeft, blijf koppig de tandwielen bestaansreden toekennen met het cirkelen van mijn benen. Eerlijk gezegd deert het me bitter weinig dat mijn transport aan efficiëntie verliest. Het gestaag voorbijglijden van het landschap troost me, strijkt de strubbelingen van m`n nerveuze gedachtekronkels glad. Een uitstel van afscheid is dus even welkom als het onweer op een zwoele zomeravond, net zo verlossend ook. Het zonlicht, dat zich fonkelend op het wateroppervlak neerlegt, draagt dezelfde verbijstering van een heldere sterrennacht met zich mee. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, hoe tegengestelden vaak toch zo gelijkaardig zijn.In zekere zin, geven het omringende schouwspel van natuurkrachten en de plotse traagheid van mijn fiets een verrassend subliem karakter aan een anders onbenoemenswaardig transport. Ook al is het niet het soort verrassing dat je op de knieën dwingt en de mond & ogen wijd openspert om mirakelen te aanschouwen, toch voel ik me aangenaam overmeesterd. Ik adem, onverwachts moeiteloos, en voel dat het gewicht van de Aarde niet langer op m`n borst en schouders rust. Ik ben Atlas, van z`n last verlost.

Louche Loesje
2 0

Vaartfietsen

Hier, aan het kanaal dat zich plooit rond het met uitsterven bedreigde boerenlandschap, lijkt het ruisen van de bomen verwant te zijn aan het klankspel van de eindeloze omwentelingen van het zeewater. Hetzelfde geluid dat men je als kind wijsmaakt in schelpen te horen, maar dan tastbaar dichtbij. Enkel nog het gezoem van kriebelend kleine beestjes en het zingen van vogelcorrespondentie weerhouden een hoorbare hegemonie van bladeren en wind. Mijn zeurende, ranke benen stampen op de trappers van mijn fiets alsof ze ook de godganse planeet op haar as moeten voortstuwen. De achterband heeft besloten dat ie het voor bekeken houdt maar ik blijf steevast ontkennen dat de band z`n laatste adem al uitgeblazen heeft, blijf koppig de tandwielen bestaansreden toekennen met het cirkelen van mijn benen. Eerlijk gezegd deert het me bitter weinig dat mijn transport aan efficiëntie verliest. Het gestaag voorbijglijden van het landschap troost me, strijkt de strubbelingen van m`n nerveuze gedachtekronkels glad. Een uitstel van afscheid is dus even welkom als het onweer op een zwoele zomeravond, net zo verlossend ook. Het zonlicht, dat zich fonkelend op het wateroppervlak neerlegt, draagt dezelfde verbijstering van een heldere sterrennacht met zich mee. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, hoe tegengestelden vaak toch zo gelijkaardig zijn.In zekere zin, geven het omringende schouwspel van natuurkrachten en de plotse traagheid van mijn fiets een verrassend subliem karakter aan een anders onbenoemenswaardig transport. Ook al is het niet het soort verrassing dat je op de knieën dwingt en de mond & ogen wijd openspert om mirakelen te aanschouwen, toch voel ik me aangenaam overmeesterd. Ik adem, onverwachts moeiteloos, en voel dat het gewicht van de Aarde niet langer op m`n borst en schouders rust. Ik ben Atlas, van z`n last verlost.

Louche Loesje
0 0

de Schrik van het Katelijneplein

Een tijdje geleden ging ik op café met een vriendin van mij die nog maar pas in Brussel woont. We spraken al een paar keer af, maar elke keer komt de vraag terug. “Ben je niet bang, ’s avonds alleen in Brussel?” Zelfverzekerd schud ik mijn hoofd. Ze kijkt alsof er iets mis is met mij. Brussel is groot, eng en gevaarlijk. Zeker wanneer je als meisje ’s avonds alleen over straat loopt, dan moét je schrik hebben. Maar ik niet. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Misschien komt het door mijn geweldige en allesoverheersende badassness. Ik ben waarschijnlijk het toonvoorbeeld van hashtag whitegirlproblems, maar als ik De Jeugd van Tegenwoordig luister, word ik Queen Bitch. Dan ben ik de zwarte Afrikaanse met gouden kettingen, opzichtige schmink en een sigaret in haar mond die de buurt doet bibberen door enkel en alleen haar rechterwenkbrauw te heffen. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart ik breek je benen.   Diezelfde avond wandel ik haar van centrum Brussel naar huis richting Marollen en terug. Een wandeling van drie kwartier, het andere gezelschap verklaart me getikt. Maar het is allemaal een kwestie van attitude. Geen kort rokje maar een badass broek. Geen hakken, maar stoere sneakers. Geen bling bling, maar een donkere jas en hopen stoere praat in mijn hoofd. Ik kom de hele tent bakken, slet. We raken zonder problemen op haar bestemming en ik vertrek zonder problemen terug richting die van mij. Nog vijfentwintig minuten. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Het begint lichtjes te regenen. Niemand op straat, geen probleem. Maar plots lijkt het alsof iemand mijn naam roept. ‘Evelien’, midden in de Marollen? Yeah right. Ik draai mijn hoofd en kijk recht in de ogen van een kaalgeschoren veertiger. Mannelijk. Mijn ogen neergeslagen, stap ik snel verder. Een opmerkelijk hoger tempo dan voorheen. Ik steek De Jeugd in mijn oren en kalmeer. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Op een smal stuk kruis ik iemand -onschadelijk omwille van zijn 1m40- en terwijl voel ik zijn hand op mijn knie. Daarna heeft hij mijn knie niet meer in de hand, maar op een plek waar hij die liever niet heeft en vervolgens ligt hij neer op de grond. In mijn hoofd, want lichamelijk ben ik al naar de overkant van de straat gesneld.   Vanbinnen bibber ik ook. Soms. Maar gelukkig heb ik De Jeugd van Tegenwoordig om mijn badassness te triggeren. Vuistje.

Evelien
1 0

Krukje

Als ik thuiskom zit ze op een krukje. In de keuken. Waar ze anders rechtstaat en fluks tussen potten en pannen, schuiven, kasten en couverts laveert. Of beter huppelt. Danst. Alsof haar voeten de grond niet raken, en ze met een vingerknip en een glimlach de dingen kan laten doen die ze graag wil dat ze doen...   Vandaag weegt alles lood, en werkt alles tegen. Gaat het ontzettend traag of helemaal niet. Lopen en springen de spulletjes van haar weg, naar de grond toe om daar te versplinteren en weg te schieten onder alle hoekjes en kantjes...En toch kookt ze. Omdat het zo afgesproken was, en omdat ze het wil. Omdat het moet. - Er moet niets, zeg ik en gebruik haar woorden.- Nee... Ze zucht.- Ik weet wel. Maar toch.- Wat maak je?- Pannenkoeken. Ik had in niets anders zin.   De rest kan ik verzinnen. Hoe ze vandaag nog niets gegeten heeft omdat haar maag overhoop ligt. Ik vraag me af of ze kunnen douchen heeft vandaag, en of ze daarna niet boven de pot gehangen heeft. En in hoeveel keer ze de trap naar beneden is geraakt... Minstens twee keer uitrusten, denk ik. 18 treden.- Pannenkoeken zijn geweldig, lach ik. Ik vind het leuk, de kinderen vinden het leuk.   Ze kijkt me aan en glimlacht. Haar putjes in haar wangen lachen mee, maar haar ogen niet. Die zijn vochtig en mat. Ze stelt zich recht en komt een knuffel halen. Als ik mijn armen rond haar heen sla en haar hoofd op mijn schouder ligt, snikt ze. Eén keer. Ik voel hoe haar hand mijn schouder lost. Ze kijkt me aan, ademt diep in, gaat terug op haar krukje zitten en draait de pannenkoek om.- Die was bijna teveel gebakken.Ze kijkt me terug aan.- wil jij koffie zetten? En de tafel? We kunnen bijna eten.

Benoit
1 0

waar het niet kruipen kan

ze zegt dat ik veilig moet vrijen en het wordt stil in de kamer. ondanks alle rotzooi vind ik mijn leven beter dan het hare. getrouwd met de eerste man met wie ze gevreeën heeft. ik kan het mij niet eens voorstellen. dat soort dromen is al lang kapot. het is een cliché, maar ik benader iedereen met afstand. de laatste tijd is het moeilijk te vallen op mannen die het beste met me voor hebben. ik zoek bevestiging in seks, wat lukt. al die andere dingen blijken moeilijker te zijn. mijn platonische liefde is altijd te veel, te hebberig, te intens. ik vorm keer op keer een belemmering voor iemands persoonlijkheid.    vandaag zag ik iemand die op hem leek, ik viel bijna flauw. ik liep één keer voorbij en voelde dat hij keek. verder kwam ik niet. ik voelde me bitter, maar ook dankbaar voor zoveel schoonheid. als het kon, stopte ik die man in een kooi op mijn kamer om naar te kijken. nee dat zou ik waarschijnlijk nooit echt doen, maar het is een leuke fantasie. wie schoon is, verdient het te lijden. moest ik een oudere man zijn, zouden dat de woorden zijn van een verkrachter. gelukkig ben ik 24/V. het zijn woorden die me bang maken, die me naar de keel grijpen. ik ben bang dat ik ooit krijg wat ik verdien.   mama probeert me te waarschuwen voor het leven door mij de laatste verkrachtingsverhalen uit de krant door te spelen. inclusief gruwelijke details. ik word er kwaad van als ze dit doet, omdat ze lijkt te willen zeggen dat ik zoiets gemakkelijk kan voorkomen. en dat het dus aan het meisje zelf lag. en dat het aan mij zou liggen als zoiets zou gebeuren.   als ze daarna een pakje koekjes en een stuk fruit klaar legt op tafel om mee te nemen naar Antwerpen, word ik vertederd en verdrietig. 

Elke De Schacht
15 0

kleine ronde pleistertjes

ik ben bezorgd om de zoektermen die ik op Google moet gebruiken. ik moest beschaamd zijn. ik vergeet naar de wc te gaan tot ik druppels voel lopen in de binnenkanten van mijn enkels. gelig water mengt zich met bloed. ik weet niet wat het betekent maar het is niets goeds. gelukkig ligt de zwarte overtrek op, dan kan ik mijn onderbroek uit doen.    ik moet hem om hulp vragen. hij denkt altijd dat ik van hem profiteer, en hij heeft gelijk. hij helpt me desalnietemin. de psycholoog zou zeggen dat er nu eenmaal mensen zijn die het nodig hebben om andere mensen te helpen. zo heeft ze voor alles wel een uitleg, wat haar goed maakt in haar werk. de man die haar vervangt gaat te laconiek om met de papieren zakdoekjes van zijn patiënten. de wallen onder zijn ogen hebben die exacte zelfde bruinige tint als de wallen van D. om die reden stel ik me ook zijn penis met die walgelijke kleur voor, maar door mijn gedachten walg ik meer van mezelf dan van de man in kwestie.    ik gaf Betty (de vorige psycholoog) zonnebloemen die in actie waren. egoîstisch als ik ben zwichtte ik enkel voor 2 pakketten voor 5 euro, zodat ik voor mezelf ook zonnebloemen had. de bloemen waren verwelkt nog voor ik ze thuis in een vaas kon zetten. ik richtte hun zware hoofden naar het licht, maar het mocht niet baten. ik dacht aan Betty en de bloemen, en ik had het gevoel dat ik haar een zak stront cadeau gedaan had, die ze nu thuis open maakte. als ik haar nummer had zou ik me excuseren voor mijn gierigheid. maar ze was slimmer dan dat, ze maakte zich uit de voeten.    ik weet nog de eerste keer dat ik een psycholoog zag. ze gaf me machientjes om aan te voelen en het voelde vooral professioneel aan. ze gaf me haar nummer en zei dat ik altijd mocht bellen als ik in een crisis terecht kwam. toen ik haar belde toen ik in een crisis terecht kwam, mocht het echter niet. ik was haar patiënt niet meer. ik was slim genoeg om dit op een zielige, haast nederige manier op te vangen, in plaats van kwaad te worden. ik wist dat ik haar hierdoor meer kwaad berokkende. wie zou niet  zwichten voor de bieptonen die daarna achter bleven. zij waarschijnlijk. een onmens in de huid van een mens. 

Elke De Schacht
17 0
Tip

catatonisch (v.)

Na jaren stilte neukten we bij onze eerste ontmoeting. Ik werd geiler van de geluiden die hij maakte en de manier waarop hij keek, dan van de manier waarop hij me aanraakte. Het was ruw en hij maakte geen gebruik van de vele kleine plekjes die zo gevoelig zijn bij een vrouwenlichaam. Ik weet niet eens of ik het anders gewild had. Dit was precies wat ik van hem gewoon ben en daar lag ik toch weer, ontvouwd. Ik liet toe dat het pijn deed, maar niet dat hij me beneden zou gaan likken. Daarin schuilt de grootste intimiteit, en daar was hier zo weinig sprake van. Hij wou vuile woorden horen, maar toen hij vroeg wat ik wilde, kon ik enkel antwoorden met ‘seks’. Het klonk alsof een kind het zei.Wat gaan we meedogenloos met elkaar om. Ik ken de regels van het spel: ik doe niet meer dan hij, toon niet meer van mezelf dan hij, tenzij heel af en toe om de schijn hoog te houden dat ik toch mezelf blijf. Maar oh, bij hem blijft er zo weinig over van mezelf. Daarom vind ik het net zo leuk. Die nacht zelf nog wou hij niet dat ik hem vast pakte. Het was slaaptijd, spelen mocht niet meer. Ik stuurde nog, ‘s anderen daags, dat het lekker was geweest, terwijl ik eigenlijk wou zeggen: ‘ik wil bij u zijn’. Ik kreeg natuurlijk geen antwoord. PompoensaladeEen exvriend hebben in de stad waar je woont is een nachtmerrie, zeker als die stad zo klein is als Antwerpen. Nostalgie neemt vanzelf de bovenhand tijdens een busrit waarin het verleden letterlijk voorbij glijdt. Het is die steenweg waarop ge mij de weg wees naar de wilde konijnen, en dat park waar ge mij voor het eerst niet meer aanraakte.VerkoudenEr zit veel spanning en vermoeidheid in mijn lijf, wat leidt tot het gevoel dat er iets mis gaat gaan. Terug een angstaanval misschien. Ik reisde naar de hoofdstad voor verlossing. Ik zou gaan vrijen met een man die ik tegen wil en dank graag zie, zonder helemaal te begrijpen waar al die liefde vandaan kan blijven komen (een beetje zoals snot bij verkoudheid). De seks hielp, maar slechts kortstondig. Er was er ook niet genoeg van, nauwelijks 1,4 op 2, waarvan die 1 helemaal voor hem was. De psychologische machtstrijd die ik in mijn eentje met hem voer, maakt het er niet gemakkelijker op. Na zijn sms had ik er twee dagen problemen mee dat het bal in mijn kamp lag: wat moet ik met een bal in mijn kamp? Net stuurde ik dan eindelijk, eerder om het sturen dan om echt iets te zeggen. Mijn trots voor de misschien wel twintigste keer ingeslikt. Met mij en mijn angsten gaat het intussen bergafwaarts, en ik ben de remmen weer kwijt. Een vrijdagavond die nooit minder aanvoelde dan een vrijdagavondTerwijl ik ‘s avonds met het openbaar vervoer reis, kan ik niets bedenken dat deprimerender is dan ‘s avonds met het openbaar vervoer reizen. Het ene geluid na het andere penetreert ongevraagd mijn wereld, van goederentreinen tot klappende deuren tot zoemende automaten. Alles gaat veel trager en als je ergens vast zit, zit je voor lang ergens vast. Zoals nu dus. Hoe dichter ik bij Antwerpen en haar bittere bevolking kom, hoe bitterder ik zelf word. Het is vanavond dat ik besluit dat ik er niet zal blijven wonen.Het is niet de stad zelf, het is de indigine bevolking ervan. Mijn vrienden in Antwerpen zijn voornamelijk Nederlanders, Limburgers of mensen uit Kapellen (ik heb verder niets met Kapellen), en dat is geen toeval. Ook relatiemateriaal valt er hier niet te rapen. One-night stands bleven bij one-night stands, en die ene keer dat ik toch iets serieuzer begon met een Antwerpenaar, was het een man die zo vergroeid was met zijn arrogantie, dat het geen houding meer was, maar gewoon een manier van zijn. Hij herkende zijn eigen blaaskaakgehalte niet. Het spijt me voor de occasionele Nederlander of Gentenaar, maar mijn beste vriendjes waren en blijven Limburgers. Absynthe MindedEindelijk aangekomen in mijn met decoratie overladen kamer, zet ik een liedje op (Plane Song van Absynthe Minded). Pas in de helft van het nummer valt het mij op dat het geluid niet aan staat. 20 februari 2015Het is een grijze dag die niet vraagt om gelach of gehuil. De hond loopt te zuchten omdat het regent buiten. Het is gemakkelijk om bij de supermarkt te werken, omdat ik dan niet hoef na te denken over wat ik echt wil, of over wat ik kan. Een simplesse die gevaarlijk is om steeds weer naar terug te keren, want dan geraak je niet vooruit. W. Hij toonde me waar de vosjes waren. We lachten vaak, maar nooit om dezelfde dingen. Coffee & cigarettes (een filmtitel)In een niet erg kleine plastieken bak draagt ze haar sigarettenmateriaal met zich mee. Losse hulzen incluis. De drie volwassenen roken samen en ik zit ertussen met mijn laptop, de hond knaagt aan een kunstmatig bot. Straks moet ik door weer en wind naar het bittere Antwerpen. Een nieuwe vriend vertelt me te beginnen filmen en experimenteren, gewoon vrij, plezier maken met camera en montage. Ik besef des te meer dat mijn faalangst mij nu al bijna de helft van mijn leven tegenhoudt in allerlei verschillende categorieën. JorisDe benen en de poes mooi glad, honing en melk op alle plaatsen. Nooit zeg ik nee tegen u, en een minimum aan aandacht bestaat niet in onze relatie. Een avond als deze, opgewonden om u te gaan zien en in uw bed te liggen. Ge zegt eerst ja en dan weer nee. Ik heb het allemaal leren verbijten als een pijnlijke kramp. ik zal gewoon wachten, tot de volgende keer, als ja ook echt ja is. ThijsTerwijl ik niets doe, ontwikkelt hij een computerprogramma. Iets met vragen en antwoorden. We drinken icetea en bier, maar in mijn dromen is het champagne. We gingen samen naar zijn kapper, met wie ik honderduit praat terwijl Thijs in stilte wacht. Ik vind het geweldig hoe weinig het hem kan schelen. Voor mij is een kapbeurt het begin van een nieuw leven. Ik ben al ruim drie jaar niet meer naar de kapper geweest.Log en lompAls ik het gezicht van mijn mama zie, de manier waarop ze niet lacht, weet ik hoe ik niet wil worden. Na het nemen van haar medicatie loopt ze alsof ze dronken is. Log en lomp. Er komen weinig positieve prikkels mijn kant uit. Ik lijk weinig te kunnen doen tegen het noodlot dat geduldig op mij wacht. Hoeveel moeite zal het kosten om niet steeds alles te verliezen? Joris 2Ik vind het vooral fijn als een man blijft slapen, omdat ik dan even kan voorwenden dat het goed gaat met mij, en dat ik me normaal kan/moet gedragen. Ik word er ook beter van, al is het maar voor even. Hij zei dat ik er goed uit zag, maar ik denk niet dat dat echt zo was. Net zoals iedereen zegt hij dat ik enorm ben afgevallenDepressieIk voel me iedere dag een beetje kleiner. Bij het ouder worden lijken mijn mogelijkheden steeds meer te worden ingeperkt. Soms word ik geconfronteerd met wie ik geworden ben, en dat is geen meevaller. Ik zie mezelf niet functioneren binnen een fijne groep, of een goede relatie. Zie ik mezelf functioneren tout court? Liefst van al zou ik afzeggen. Alles maar gewoon afzeggen. Depressie komt niet plots tevoorschijn, maar sluipt dagen- misschien wel wekenlang achter je aan alvorens zijn intrede te doen. Ik merk dat de schaduw boven mijn hoofd groter wordt, en me naar beneden drukt. Het is vermoedelijk enkel de medicatie die me staande houdt. Er zijn wel lichtpunten. Mijn hond, en die vriend waartegen ik alles kan zeggen. Bij anderen wordt het te veel. Drie keer kun je negatief antwoorden op de vraag of alles in orde is, een vierde keer wordt er niet meer gevraagd wat er dan juist scheelt. 10 januari 2015Het is een beetje erg dat het zo geworden is, al kan het mij toch zo weinig schelen, maar vrijen was zowat het koudste dat we konden doen. Voor mij was het iets dat moest gebeuren om van mijn onderhuidse verlangen af te geraken. Om hem minder graag te zien, geloof ik zelfs (en het lijkt alsof het geholpen heeft). Hij verveelde zich, niet meer dan dat. Ik probeer, maar kan me niet voorstellen dat hij meer verlangen koestert dan ik. Net daarom voelde alles zo koud: mijn verlangen was bijna iets geworden dat ik van mezelf verwachtte, maar niet veel meer dan dat. Maar het was fijn, en ik wil nog wel eens. 2 februari 2015Door de bizarre slaapuren staat mijn hoofd weer op springen. Ik kan niet goed slapen met anderen erbij, zelfs al zijn het maar katten. Ik lig altijd maar te woelen, en wil daarbij niemand wakker maken. Toch vind ik het fijn als ik gezelschap heb. Ik probeerde mijn afspraak van vanmorgen af te bellen, door te zeggen dat ik mij overslapen had. Ze zeiden ‘kom toch maar gewoon’. Dat is de beste manier om met mij om te gaan. Ik kan niet zo goed met mezelf omgaan. Ik ga nog een beetje soezen. Zonder kat deze keer.H.Ik vind het heerlijk als de kat op mijn rug komt liggen.Vandaag ging ik naar een jobdag van de meest verderfelijke der supermarkten. Mijn vrienden zal ik hierover niets vertellen. Ik nam zelfs een bus om twee mannen in pakken, die best aantrekkelijk waren maar complete rotzakken, tegemoet te treden. Weer eens verloren moeite: zij wilden enkel investeren in een langetermijns-engagement. Om het met hun woorden te zeggen: ‘Er is geen match.’ Onderweg kwam ik langs het huis van H. Zoals altijd wanneer ik aan hem denk, dacht ik ook nu weer aan die verschrikkelijke keer dat hij me liet eten toen ik ziek was. Toen later mijn zus vertelde dat het onnatuurlijk is veel te eten als je ziek bent, omdat je lichaam die energie wilt gebruiken om beter te worden, voelde dat als een laattijdige overwinning. Ik wou enkel dat ik toen sterker in mijn schoenen had gestaan, misschien wel even sterk als hij. Hoe verschrikkelijk die situatie ook was, het blijft voor mij een daad van liefde die op momenten nog steeds aan me vreet. Het past niet bij het beeld van de verschrikkelijke klootzak waarin hij veranderde toen en nadat hij besloot dat hij me niet meer wilde zien, omdat hij ‘niet om kan gaan met mensen die zich slecht in hun vel voelen.’ Liefst zou ik hem nu zien lijden. Hij is één van de enige mensen, en sowieso de enige ex-vriend, die ik nu de rug zou kunnen toekeren als ik hem nog eens tegen kom. Niemand kon aubergine zo hemels klaarmaken als hij.27/01zwijgen is hetzelfde in alle talen. ik moet op zoek naar mezelf in een nieuw soort stilte. every time you close your eyesEven had ik het idee het leven te beginnen liegen, en een betere versie van mezelf voor te spiegelen. Een versie die ik dan achterna kon hollen. Maar het lijkt niet voor mij weggelegd; al enkele uren later deel ik mijn leed zelfs met mensen die er niet achter vragen.

Elke De Schacht
94 1
Tip

Ken mezelf

Ik zit vol angsten, grote en kleine angsten. Daar komt nog een vat vol negatieve gevoelens, twijfels en onzekerheden bij. Het is een dagelijkse strijd. Ik kan de slaap moeilijk vatten en als de slaap dan eindelijk komt, vind ik zelfs in mijn dromen geen rust. Alleen als ik mijn gedachten op een blanco blad neerpen, verschijnt er orde in de chaos van mijn brein en ontplooit er zich een plan.Laten we daarom beginnen met één van mijn grootste angsten. Ik ben echt bang om niet gehoord te worden, afgescheept als de zoveelste anonieme stem in een zee van roezemoes. Ik heb ideeën, maar anderen bazuinen hun ongezouten misbaksels luider en met iets meer flair. Ik verhef mijn stem om vernieuwende zienswijzen in de kijker te zetten, maar de stem gaat verloren in een bombardement van verwijten, misprijzen en idioterieën. Ik heb een mening die mensen toont dat er een andere kant van de medaille te bekijken valt... Helaas zijn de meesten vastgeroest in hun ideologieën of gewoontes, dat ze niet eens meer beseffen dat er überhaupt een andere kant is.De kleinere angsten zijn het gevaarlijkst, juist omdat ze klein zijn. Het valt minder op als je ze hebt: je bent bang om iemand die je lief hebt, pijn te doen; je bent bang om een bepaalde stap te zetten; je bent bang van een hoogte; je bent bang van een laagte; je bent bang om te falen... Allemaal kleine dingen die samen een grote hoop vormen die makkelijk onder één noemer valt: bang om te leven.Een vat vol negatieve gevoelens kan het ik best legdigen door die vol te gieten met alledaagse vrolijkheden. Helaas, onder een vrolijk masker zit nog steeds mijn negatieve kern verborgen. Ik zie alles somber in, zowel de grote wereldproblemen alsook mijn kleine bestaan. De externe en interne conflicten vullen elkaar zo mooi aan, dat de duisternis van deze wereld langzaam in mijn ziel druppelt. De duisternis, veilig genesteld in mijn ziel, zoekt zijn weg naar mijn geest waar het twijfel zaait en onzekerheden oogst.Nu, een imperfecte wereld zit vol onzekerheden. Je kunt overreden worden door een autobus of je hebt net het winnende lotje gekocht. Om in deze wereld onzekerheden te oogsten, hoef je niet altijd twijfel te zaaien. Je kunt dus makkelijk twijfelen zonder al die onzekerheden. Weet je, het ergste wat ik dan kan doen, is beginnen twijfelen aan de mensen rond me. Voor ik het weet zijn mijn beste vrienden plots vreemden wiens gezicht me vaag bekend voorkomt. De namen beginnen te vervagen en voor ik het goed besef, noem ik iedereen “Dingske”.Natuurlijk kun je ook aan jezelf twijfelen, maar dat kan ik in een kracht ombuigen. Het enigste wat je hoeft te doen is je zelftwijfel vastgrabbelen en aan jezelf bewijzen dat wat je nu voelt, er nooit is geweest. Je doet het omgekeerde van wat de twijfel je influistert. Je laat je zelftwijfel voor wat het is en laat het ergens achter. Of je kunt het tegendeel van de twijfel bewijzen. Dit geeft me iedere keer opnieuw de kracht om mijn strijd tegen de negativiteit van de dag voort te zetten en mezelf te verbeteren. Dit is een van die dingen die mij bepalen: een drang om, ondanks alle angsten, twijfel en onzekerheden, een beter mens te worden in een imperfecte wereld. Dat is niet makkelijk, dat ondervind ik iedere dag weer... maar ik ben wel op de goeie weg om al mijn negativiteit te verliezen.

Wibboo Jozefs
4 0

Laatste tweede kans

Gij bent mijn muze, de reden waarom ik dit doe. Gij bent degene die mijn inspiratie meenam, ge nam ze mee toen ge me daar liet staan. Mij, mijne Duvel en uw woorden die weergalmden, liet ge achter in de eenzaamheid! Sorry zei ge, alsof da me iets kon schelen, alsof da mij ging helpen. Gij denkt altijd, da woorden alles oplossen, dat daden beter zijn maar woorden overheersen. Gij denkt da de pijn en de manier waarop gij mensenkennis hebt en mij kent zonder da ik iets vertelde, da da nie samenhangt. Gij lijkt naïef. Gij waart ooit naïef, ooit, toen de liefde nog nie kwetsend was geweest, toen de vrienschap nog nie verloren had. Blijkbaar had ik geen mensenkennis en was ik de naïeve, want ik geloofde in kansen geven terwijl ge beter wist, ik geloofde ooit ook in tweede kansen. Maar da geloof is nu, sinds de laatste tweede kans, weg. En volgens u is da perfect want gij sprak tegen mij en ik hoorde meteen. Gij sprak woorden die de wereld nie kende, die het overnamen van taal. Woorden die boven mij zijn blijven zweven, die me nooit volledig bereikt, maar wel geraakt hebben. Soms lijkt alles ons veel te simpel, soms denken we dat wijn alles oplost. Maar mensen kunnen hun problemen niet verdrinken, het zijn en blijven goeie zwemmers. Gij dacht da ooit ook, en ik nu nog. Gij drinkt, nie om te vergeten maar om te drinken. Ik, ik wil vergeten, verdoofd zijn en niet meer te hoeven denken. We hebbe beide zo vaak en zo lang gedacht, er kwam niks nuttig uit. Denken, we stoppen er nooit mee. We willen denken, zoda we niks stom doen. Maar hoe kunde dan uit uw fouten leren. Hoe kunt ge 100% zeker zijn van iets, als ge het nog nooit hebt geprobeerd? Gij denkt da zekerheid alles is, da zekerheid liefde zonder pijn biedt. Gij gelooft nie in een mogelijkheid om nie gekwetst te worden en ik geloof nie in liefde. Er staat veel op het spel, als liefde wordt gespeeld.

Mayke
0 1

Parijs en de Seine

Ik wou bij u zijn, in uw armen liggen. Maar gij wou nie, gij wou te weinig. Gij wou de wereld even verplaatsen tot een bol in uw hand, gij wou regeren liever dan liefhebben. Gij wou te weinig, ik wou te veel en gij wou nog meer. Ik wou wijn, een stoof en gij als echt verwarmend element in mijne zetel. Ik wou praten over Parijs, Disneyland desnoods, over varen op de Seine en Australië bezoeken, da klinkt nie als u en al zeker nie als mij. Ik wil nie terugdenken aan toen maar genieten van het nu, van de zoveelste wijn en zoveelste sigaret. Van u bij mij, al is't weeral maar voor even. Ik wil verdrinken in uwer woorden en zinnen, dromen van uw ogen en spontaan lachen als gij lacht. Genieten van even nie uw tweede prioriteit te zijn maar uw eerste, da's een fenomeen da nie veel voorkomt in ons geval. Want gij smijt graag, met mijn hart, mijn hoofd en al zeker smijt ge mij graag weg. Gij weet da ik daar bovenop kom, da ik kan doorzetten zonder openbaar te wenen, gij weet da ik sterk ben, goed kan doen alsof ik sterk ben en da trekt u aan. Da trekt u aan en gij komt terug, me hangende poten en tranende ogen, gij komt terug. Gij komt altijd terug, elke keer opnieuw. Gij bent de zwakke, het sterkst in het zwakke geslacht zijn. Ik hou van uwe leeuw, uw pantser, zo beschermend maar vooral dominant ten opzichte van uw hert, uw hart waar ik hou nog meer van hou maar ik hou het meest van u, van uw echte ik. Ik hou van u maar ik haat u, ik haat uw levensstijl en uw allures. Ik haat hoe gij mij kunt doen denken da ik gelukkig ben, hoe gij mij naïef genoeg maakt om da te geloven. Subiet bent gij weer weg en dan lig ik hier weer alleen en gij bij haar. Dan ligt zij naar u te dromen, gij naar haar en ik naar mijn plafond. Naar da wit plafond waar gij ooit ook naar lag te staren, meermaals. Da ge op een dag zwart hebt geverfd omdat het te geel was geworden van de sigarettenrook en zwart kon nie verkleuren. En de laatste keer da gij lag te staren naar mijn plafond, is de nacht da ik u heb verlaten, nie enkel u maar iedereen en alles omda gij mij had verlaten. Gij had mij verlaten en ik had pijn, dodelijke pijn. Fysieke en mentale pijn, en al bent ge soms terug hier, ik heb iedereen verlaten omda gij mij had verlaten.

Mayke
2 0