Lezen

DE REUZEKENS VAN BORGERHOUT

Ik weet zeker dat jullie dit al eens allemaal meegemaakt hebben. Je staat in je potten te roeren of je wast de auto en je neuriet mee met de radio en dan is er plots dat liedje, dat niet meer uit je hoofd weg te branden is. Eerst heb je het nog niet volledig door maar als je ’s avonds naar bed gaat, dreunt het nog steeds door je hersenpan. Zo liep ik vorige week, ganse dagen van; “Wie heb ik aan de lijn, halo, halo”, te zingen. Niet dat ik zo’n fan van K3 ben, maar het pinnetje van de platendraaier in mijn bovenkamer bleef constant op de Télé Romeo hangen. Gek werd ik van dat gekweel in mijn hoofd! Net toen ik dacht dat ik overnacht het deuntje kwijtgeraakt was, hoorde ik het ’s morgens opnieuw op de radio en wat dachten jullie…De oorworm had zich in mijn hersenen gedraaid. Het K3 trio fietste met me mee naar de markt en zelfs winkelen ging op het tempo van een geneuriede of luidop zingende: “ Halo, halo!” Soms keken de mensen mij een beetje vragend aan, met zo’n blik van: “Wie is die vrouw die mij goedendag zegt, ik ken haar helemaal niet!” Een enkeling zei wat aarzelend een halo terug, een beetje beschaamd, dat hij mijn naam vergeten was en mijn gezicht bij hem totaal geen herkenning opriep. Als ik het wandeltempo op polonaise niveau bracht, keek manlief me soms een beetje geërgerd aan.  Ik deed nog juist niet de ingestudeerde showdanspasjes na. Tik, tik met de wandelstokken op “Halo, halo, mijn télé Romeo…” Ach, ik zat zelf een beetje verveeld met mijn repertoire. Ik probeerde allerlei andere liedjes te fluiten of hardop te zingen in de hoop de meidengroep voor eens en voor altijd uit te drijven. Zelfs “The show must go on” en de “Power of Love” twee van mijn lievelingsnummers, die normaal toch echt als een paardenmiddel zouden moeten werken, kregen het kindergezang van de Rosse, Blonde en de Zwarte niet uit mijn kop. K3 bleef maar in mijn schedel ronddreunen. Zodra ik ’s morgens de ogen opende, waren ze daar en lieten mij op een uptempo van: “Wie heb ik aan de lijn…” de traptreden naar beneden huppelen. Ze waren onuitroeibaar. Het was natuurlijk een ongelijke strijd, drie tegen één. …” Ze overleefden nu al bijna een ganse week in mijn schedeldak. Ik had een onvernietigbare muzikale kronkel in mijn hersens gekweekt. En dan, op het moment dat je denkt dat je kierewiet wordt en overweegt om hulp te zoeken of toe te treden tot de zelfhulpgroep “Hoe krijg ik dat lied eruit” verdwijnt het deuntje in je persoonlijke dampkring.  De vrijgekomen stilte in mijn hoofd was oorverdovend en plots waren daar weer alle geluiden van de dag. Wat mij het meeste opviel was opnieuw het zoemen van manlief. Als een vrolijke dikke hommel loopt hij zoemend naast mij. Toen ik dit fenomeen enkele jaren geleden voor het eerst waarnam, wist ik niet goed wat ik hoorde. Het begon op momenten van stress en onzekerheid. Als het klusje boven zijn pet groeide, zoemde hij een oplossing bij elkaar. Maar nu zoemt manlief op alle mogelijke onverwachte momenten vrolijk door het leven..Toen wij elkaar pas kenden zong hij nog uit volle borst, minstens één keer in de week zijn echte lijflied. Op de fanfaretonen van ‘Stars and Stripes forever’ zong hij: “Wij gaan naar het land van Hawaai. Naar het land van de wiegende wijven. Daar lopen ze bloot in de wei. En van a 1 en van a 2, ze kunnen me krijgen!” Met het ouder worden, verdwenen de zwoele buikdanseressen met de strooien rokjes uit zijn hoofd en kwamen er vier dikke reuzen voor in de plaats; De Reuzekes van Borgerhout. Op stressmomenten steekt de reus zijn kop boven water. Nu zingt manlief niet, hij neuriet niet, hij fluit niet, mijn echtgenoot zoemt het liedje. Ik weet het, jullie worden best jaloers want een knoopjesafdraaiende en gonzende partner, dat heeft niet iedereen. Ik wilde dus wel eens weten waar dit zoemverschijnsel plots vandaan kwam. Volgens manlief zat het al jaren in de familiestamboom rond te gonzen en had zijn grootvader dit zoemgedrag ook. Dus zonder meer met de genen meegekregen. Het spijtige van de zaak is dat manlief zijn zoemrepertoire nu al jaren uit één enkel liedje bestaat: “De reuzekes van Borgerhout”. Al wie daar zegt, de reus die komt, de reus die komt, ze liegen daarom, kere weer om, reuzeke, reuzeke, kereweerom reuzegom…”Maar dan  woordeloos,  alleen een neuzelig gezoem. Al meer dan 300 jaar, telkens in september worden de Reuzen van Borgerhout weer van stal gehaald en stappen en draaien ze in een optocht door de straten. Mijn grootouders, langs vaders kant woonden hun hele leven in Borgerhout. Dus kan ik mij nog levendig voorstellen hoe ik als klein kind met ma, pa, bompa en bomma naar deze optocht ging kijken. Borgerhout had een hele brede winkelstraat die vanuit de volkse levendige gemeente helemaal tot in het centrum van Antwerpen doorliep. Borgerhout had een eigen bioscoopzaal, een heel bekend ijssalon en er waren diverse stijlvolle tapijt- meubel- schoenen- en kledingwinkels. In de jaren zeventig verdwenen al deze chique handelszaken één voor één. Ze werden vervangen door pita/shoarma- restaurantjes, thee/drugshuizen, waterpijpcafés en multiculturele kasbahwinkeltjes. Ik zou niet weten waarom, maar Borgerhout werd vanaf toen in de Antwerpse volksmond Borgerocco genoemd. Ik heb me zelfs laten wijsmaken dat in één van de laatste optochten grote Fatima reuze poppen mee opstapten. Maar dit terzijde. Van zo lang wij samen zijn, gingen manlief en ik nog nooit samen naar deze Reuzenstoet kijken en behoort dit optochtmelodietje niet tot de klassiekers in onze CD verzameling . Ik vermoed dus dat dit Reuzenliedje nog een overblijfsel van een onverwerkt jeugdtrauma moet zijn dat ergens in de krochten van zijn brein gestockeerd bleef. Enfin, ik kan mij levendig voorstellen hoe tegemoet komende wandelaars, ons vorige week over straat zagen lopen: Zoem zoem, kere weer om reuzeke, reuzeke, halo, halo mijn télé Romeo, reuzeke, reuzeke…zoem zoem.. We waren met onze kleinzoon een weekje aan zee toen die plots aan manlief vroeg: “Bompa waarom doe je dat?” “Wat Matteo?” “Awel bompa, zo zoemen!” Manlief  lachte en keek mij eerst bestraffend aan omdat hij dacht dat ik kleinzoontje een hint gegeven had. Niet dus.”Heu, dat is zingen hé.” De kleine opdonder keek echter met een vragend engelengezichtje naar bompa op:  “Bompa, dat is toch niet zingen hé, het is net of Maya de Bij rond mijn hoofd zoemt! En bompa waarom brom jij steeds hetzelfde liedje? Altijd datzelfde melodietje is keivervelend hoor!” Ja, de waarheid komt uit een kindermond! Sindsdien probeert manlief van zijn reuzenlied af te kicken en komt er soms wel al eens een ander melodietje uitgezoemd maar van enige grote vooruitgang in het zoemrepertoire is tot op heden alsnog geen sprake. Vanmorgen zette ik de radio luid terwijl ik met stofvod en swiffer rondliep. Ramsey Shaffy zong vanuit het hiernamaals: “Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan..” En ik kweelde mee! Ik zong het de ganse dag. Bij het uitruimen van de afwasmachine, bij het tafeldekken, onder de douche en op weg naar bed. Misschien geeft Ramsey het al na één dag op maar ik vrees ervoor. Dus als straks de vrienden komen barbecueën, moeten ze niet schrikken als ik, bij het ronddelen van de sla, het vlees en het dessert luidop zing van “Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan.. laa aat me, laaaat me, ik heb het altijd zo gedaan!”  Dat betekent dan niet dat ik alle hulp weiger hoor, maar gewoon dat Ramsey, K3 eruit gewipt heeft en hij zich nu in mijn bovenkamer gesetteld heeft.   Sim,   laat me, laat me….

Sim
468 0

Een knikje en een glimlach.

Een knikje en een glimlach. Dat kreeg ik van haar op een ochtend enkele maanden geleden toen we elkaar kruisten op de weg naar school. Ze duwde een kinderwagen voort met erin een kind van enkele maanden oud. Ik pijnigde mijn hersens maar kon haar niet plaatsen in mijn brede kennissenkring. Moest ik deze jongedame kennen ? Ik zette mijn twee spruiten van negen en zes jaar af aan de schoolpoort en wandelde in gedachten verzonken terug huiswaarts. Weer kruisten we elkaar maar ditmaal was haar kinderwagen leeg. Een knikje en een glimlach en ik beantwoordde haar gebaar. En zo gaat het elke keer als ik haar tegenkom.  Als ik na de grote schoolvakantie van de schoolpoort terug naar huis wandel fietst ze me voorbij met het kleine kind achterop in een kinderstoeltje. Ze stopt bij het huis van de onthaalmoeder en zet het kindje op de stoep. Het verwondert me dat op twee maanden tijd het ukje rechtop kan zitten en aan de hand van de moeder zelfs kan stappen maar zo gaat dat met jong leven. En weer is daar die vriendelijke knik met glimlach. Ik ben ondertussen tot de conclusie gekomen dat ik haar van haar noch pluim ken en vraag me af waarom ze steeds vriendelijk is tegen me. Voor mijn uiterlijk zal het zeker niet zijn, ik was in mijn jonge jaren al geen adonis en de tijd heeft niet voor verbetering gezorgd, integendeel. Trouwens met mijn één en vijftig jaar ben ik oud genoeg om haar vader te kunnen zijn. Misschien is het dat wel, valt ze op oudere mannen, op zoek naar een vaderfiguur die ze zelf nooit heeft gehad. Deze  gedachte geeft me een oncomfortabel gevoel en telkens ik haar tegenkom ben ik alerter dan anders , speurend naar iets dat mijn vermoeden bevestigd. Maar met de beste wil van de wereld kan ik nooit iets bemerken dat in die richting wijst. Elke keer weer dat knikje en die glimlach, meer niet. Op een helder moment schiet er plots iets in mijn hoofd, iets dat het schaamrood tot achter mijn oren doet lopen. Hoe heb ik zulke lelijke dingen kunnen denken over haar! Ze is gewoon zo, welopgevoed, vriendelijk en positief van nature. Niet zoals vele van haar leeftijdgenoten die zich meer zorgen maken over wat er op hun smartphone gebeurd dan wie die mens is die ze juist zijn gepasseerd. Of die zich liever afvragen of hun handtas wel bij hun schoenen past dan iemand vriendelijk te begroeten. Maar zij niet, zij loopt rechtop en in het rond kijkend is ze vriendelijk tegen iedereen op straat. Mijn besluit staat vast, volgende keer ik ze tegenkom beperk ik me niet tot een lichte beweging van mijn hoofd en een grimas rond mijn lippen maar zeg ik goeie morgen, of beter nog, een goeie dag. Want dat wens ik haar, een goeie dag, met een knikje en een glimlach.

Hans Roofthooft
47 0

Vaartfietsen

Hier, aan het kanaal dat zich plooit rond het met uitsterven bedreigde boerenlandschap, lijkt het ruisen van de bomen verwant te zijn aan het klankspel van de eindeloze omwentelingen van het zeewater. Hetzelfde geluid dat men je als kind wijsmaakt in schelpen te horen, maar dan tastbaar dichtbij. Enkel nog het gezoem van kriebelend kleine beestjes en het zingen van vogelcorrespondentie weerhouden een hoorbare hegemonie van bladeren en wind. Mijn zeurende, ranke benen stampen op de trappers van mijn fiets alsof ze ook de godganse planeet op haar as moeten voortstuwen. De achterband heeft besloten dat ie het voor bekeken houdt maar ik blijf steevast ontkennen dat de band z`n laatste adem al uitgeblazen heeft, blijf koppig de tandwielen bestaansreden toekennen met het cirkelen van mijn benen. Eerlijk gezegd deert het me bitter weinig dat mijn transport aan efficiëntie verliest. Het gestaag voorbijglijden van het landschap troost me, strijkt de strubbelingen van m`n nerveuze gedachtekronkels glad. Een uitstel van afscheid is dus even welkom als het onweer op een zwoele zomeravond, net zo verlossend ook. Het zonlicht, dat zich fonkelend op het wateroppervlak neerlegt, draagt dezelfde verbijstering van een heldere sterrennacht met zich mee. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, hoe tegengestelden vaak toch zo gelijkaardig zijn.In zekere zin, geven het omringende schouwspel van natuurkrachten en de plotse traagheid van mijn fiets een verrassend subliem karakter aan een anders onbenoemenswaardig transport. Ook al is het niet het soort verrassing dat je op de knieën dwingt en de mond & ogen wijd openspert om mirakelen te aanschouwen, toch voel ik me aangenaam overmeesterd. Ik adem, onverwachts moeiteloos, en voel dat het gewicht van de Aarde niet langer op m`n borst en schouders rust. Ik ben Atlas, van z`n last verlost.

Louche Loesje
2 0

Vaartfietsen

Hier, aan het kanaal dat zich plooit rond het met uitsterven bedreigde boerenlandschap, lijkt het ruisen van de bomen verwant te zijn aan het klankspel van de eindeloze omwentelingen van het zeewater. Hetzelfde geluid dat men je als kind wijsmaakt in schelpen te horen, maar dan tastbaar dichtbij. Enkel nog het gezoem van kriebelend kleine beestjes en het zingen van vogelcorrespondentie weerhouden een hoorbare hegemonie van bladeren en wind. Mijn zeurende, ranke benen stampen op de trappers van mijn fiets alsof ze ook de godganse planeet op haar as moeten voortstuwen. De achterband heeft besloten dat ie het voor bekeken houdt maar ik blijf steevast ontkennen dat de band z`n laatste adem al uitgeblazen heeft, blijf koppig de tandwielen bestaansreden toekennen met het cirkelen van mijn benen. Eerlijk gezegd deert het me bitter weinig dat mijn transport aan efficiëntie verliest. Het gestaag voorbijglijden van het landschap troost me, strijkt de strubbelingen van m`n nerveuze gedachtekronkels glad. Een uitstel van afscheid is dus even welkom als het onweer op een zwoele zomeravond, net zo verlossend ook. Het zonlicht, dat zich fonkelend op het wateroppervlak neerlegt, draagt dezelfde verbijstering van een heldere sterrennacht met zich mee. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, hoe tegengestelden vaak toch zo gelijkaardig zijn.In zekere zin, geven het omringende schouwspel van natuurkrachten en de plotse traagheid van mijn fiets een verrassend subliem karakter aan een anders onbenoemenswaardig transport. Ook al is het niet het soort verrassing dat je op de knieën dwingt en de mond & ogen wijd openspert om mirakelen te aanschouwen, toch voel ik me aangenaam overmeesterd. Ik adem, onverwachts moeiteloos, en voel dat het gewicht van de Aarde niet langer op m`n borst en schouders rust. Ik ben Atlas, van z`n last verlost.

Louche Loesje
0 0

de Schrik van het Katelijneplein

Een tijdje geleden ging ik op café met een vriendin van mij die nog maar pas in Brussel woont. We spraken al een paar keer af, maar elke keer komt de vraag terug. “Ben je niet bang, ’s avonds alleen in Brussel?” Zelfverzekerd schud ik mijn hoofd. Ze kijkt alsof er iets mis is met mij. Brussel is groot, eng en gevaarlijk. Zeker wanneer je als meisje ’s avonds alleen over straat loopt, dan moét je schrik hebben. Maar ik niet. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Misschien komt het door mijn geweldige en allesoverheersende badassness. Ik ben waarschijnlijk het toonvoorbeeld van hashtag whitegirlproblems, maar als ik De Jeugd van Tegenwoordig luister, word ik Queen Bitch. Dan ben ik de zwarte Afrikaanse met gouden kettingen, opzichtige schmink en een sigaret in haar mond die de buurt doet bibberen door enkel en alleen haar rechterwenkbrauw te heffen. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart ik breek je benen.   Diezelfde avond wandel ik haar van centrum Brussel naar huis richting Marollen en terug. Een wandeling van drie kwartier, het andere gezelschap verklaart me getikt. Maar het is allemaal een kwestie van attitude. Geen kort rokje maar een badass broek. Geen hakken, maar stoere sneakers. Geen bling bling, maar een donkere jas en hopen stoere praat in mijn hoofd. Ik kom de hele tent bakken, slet. We raken zonder problemen op haar bestemming en ik vertrek zonder problemen terug richting die van mij. Nog vijfentwintig minuten. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Het begint lichtjes te regenen. Niemand op straat, geen probleem. Maar plots lijkt het alsof iemand mijn naam roept. ‘Evelien’, midden in de Marollen? Yeah right. Ik draai mijn hoofd en kijk recht in de ogen van een kaalgeschoren veertiger. Mannelijk. Mijn ogen neergeslagen, stap ik snel verder. Een opmerkelijk hoger tempo dan voorheen. Ik steek De Jeugd in mijn oren en kalmeer. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Op een smal stuk kruis ik iemand -onschadelijk omwille van zijn 1m40- en terwijl voel ik zijn hand op mijn knie. Daarna heeft hij mijn knie niet meer in de hand, maar op een plek waar hij die liever niet heeft en vervolgens ligt hij neer op de grond. In mijn hoofd, want lichamelijk ben ik al naar de overkant van de straat gesneld.   Vanbinnen bibber ik ook. Soms. Maar gelukkig heb ik De Jeugd van Tegenwoordig om mijn badassness te triggeren. Vuistje.

Evelien
1 0

Krukje

Als ik thuiskom zit ze op een krukje. In de keuken. Waar ze anders rechtstaat en fluks tussen potten en pannen, schuiven, kasten en couverts laveert. Of beter huppelt. Danst. Alsof haar voeten de grond niet raken, en ze met een vingerknip en een glimlach de dingen kan laten doen die ze graag wil dat ze doen...   Vandaag weegt alles lood, en werkt alles tegen. Gaat het ontzettend traag of helemaal niet. Lopen en springen de spulletjes van haar weg, naar de grond toe om daar te versplinteren en weg te schieten onder alle hoekjes en kantjes...En toch kookt ze. Omdat het zo afgesproken was, en omdat ze het wil. Omdat het moet. - Er moet niets, zeg ik en gebruik haar woorden.- Nee... Ze zucht.- Ik weet wel. Maar toch.- Wat maak je?- Pannenkoeken. Ik had in niets anders zin.   De rest kan ik verzinnen. Hoe ze vandaag nog niets gegeten heeft omdat haar maag overhoop ligt. Ik vraag me af of ze kunnen douchen heeft vandaag, en of ze daarna niet boven de pot gehangen heeft. En in hoeveel keer ze de trap naar beneden is geraakt... Minstens twee keer uitrusten, denk ik. 18 treden.- Pannenkoeken zijn geweldig, lach ik. Ik vind het leuk, de kinderen vinden het leuk.   Ze kijkt me aan en glimlacht. Haar putjes in haar wangen lachen mee, maar haar ogen niet. Die zijn vochtig en mat. Ze stelt zich recht en komt een knuffel halen. Als ik mijn armen rond haar heen sla en haar hoofd op mijn schouder ligt, snikt ze. Eén keer. Ik voel hoe haar hand mijn schouder lost. Ze kijkt me aan, ademt diep in, gaat terug op haar krukje zitten en draait de pannenkoek om.- Die was bijna teveel gebakken.Ze kijkt me terug aan.- wil jij koffie zetten? En de tafel? We kunnen bijna eten.

Benoit
1 0

waar het niet kruipen kan

ze zegt dat ik veilig moet vrijen en het wordt stil in de kamer. ondanks alle rotzooi vind ik mijn leven beter dan het hare. getrouwd met de eerste man met wie ze gevreeën heeft. ik kan het mij niet eens voorstellen. dat soort dromen is al lang kapot. het is een cliché, maar ik benader iedereen met afstand. de laatste tijd is het moeilijk te vallen op mannen die het beste met me voor hebben. ik zoek bevestiging in seks, wat lukt. al die andere dingen blijken moeilijker te zijn. mijn platonische liefde is altijd te veel, te hebberig, te intens. ik vorm keer op keer een belemmering voor iemands persoonlijkheid.    vandaag zag ik iemand die op hem leek, ik viel bijna flauw. ik liep één keer voorbij en voelde dat hij keek. verder kwam ik niet. ik voelde me bitter, maar ook dankbaar voor zoveel schoonheid. als het kon, stopte ik die man in een kooi op mijn kamer om naar te kijken. nee dat zou ik waarschijnlijk nooit echt doen, maar het is een leuke fantasie. wie schoon is, verdient het te lijden. moest ik een oudere man zijn, zouden dat de woorden zijn van een verkrachter. gelukkig ben ik 24/V. het zijn woorden die me bang maken, die me naar de keel grijpen. ik ben bang dat ik ooit krijg wat ik verdien.   mama probeert me te waarschuwen voor het leven door mij de laatste verkrachtingsverhalen uit de krant door te spelen. inclusief gruwelijke details. ik word er kwaad van als ze dit doet, omdat ze lijkt te willen zeggen dat ik zoiets gemakkelijk kan voorkomen. en dat het dus aan het meisje zelf lag. en dat het aan mij zou liggen als zoiets zou gebeuren.   als ze daarna een pakje koekjes en een stuk fruit klaar legt op tafel om mee te nemen naar Antwerpen, word ik vertederd en verdrietig. 

Elke De Schacht
15 0

kleine ronde pleistertjes

ik ben bezorgd om de zoektermen die ik op Google moet gebruiken. ik moest beschaamd zijn. ik vergeet naar de wc te gaan tot ik druppels voel lopen in de binnenkanten van mijn enkels. gelig water mengt zich met bloed. ik weet niet wat het betekent maar het is niets goeds. gelukkig ligt de zwarte overtrek op, dan kan ik mijn onderbroek uit doen.    ik moet hem om hulp vragen. hij denkt altijd dat ik van hem profiteer, en hij heeft gelijk. hij helpt me desalnietemin. de psycholoog zou zeggen dat er nu eenmaal mensen zijn die het nodig hebben om andere mensen te helpen. zo heeft ze voor alles wel een uitleg, wat haar goed maakt in haar werk. de man die haar vervangt gaat te laconiek om met de papieren zakdoekjes van zijn patiënten. de wallen onder zijn ogen hebben die exacte zelfde bruinige tint als de wallen van D. om die reden stel ik me ook zijn penis met die walgelijke kleur voor, maar door mijn gedachten walg ik meer van mezelf dan van de man in kwestie.    ik gaf Betty (de vorige psycholoog) zonnebloemen die in actie waren. egoîstisch als ik ben zwichtte ik enkel voor 2 pakketten voor 5 euro, zodat ik voor mezelf ook zonnebloemen had. de bloemen waren verwelkt nog voor ik ze thuis in een vaas kon zetten. ik richtte hun zware hoofden naar het licht, maar het mocht niet baten. ik dacht aan Betty en de bloemen, en ik had het gevoel dat ik haar een zak stront cadeau gedaan had, die ze nu thuis open maakte. als ik haar nummer had zou ik me excuseren voor mijn gierigheid. maar ze was slimmer dan dat, ze maakte zich uit de voeten.    ik weet nog de eerste keer dat ik een psycholoog zag. ze gaf me machientjes om aan te voelen en het voelde vooral professioneel aan. ze gaf me haar nummer en zei dat ik altijd mocht bellen als ik in een crisis terecht kwam. toen ik haar belde toen ik in een crisis terecht kwam, mocht het echter niet. ik was haar patiënt niet meer. ik was slim genoeg om dit op een zielige, haast nederige manier op te vangen, in plaats van kwaad te worden. ik wist dat ik haar hierdoor meer kwaad berokkende. wie zou niet  zwichten voor de bieptonen die daarna achter bleven. zij waarschijnlijk. een onmens in de huid van een mens. 

Elke De Schacht
17 0
Tip

catatonisch (v.)

Na jaren stilte neukten we bij onze eerste ontmoeting. Ik werd geiler van de geluiden die hij maakte en de manier waarop hij keek, dan van de manier waarop hij me aanraakte. Het was ruw en hij maakte geen gebruik van de vele kleine plekjes die zo gevoelig zijn bij een vrouwenlichaam. Ik weet niet eens of ik het anders gewild had. Dit was precies wat ik van hem gewoon ben en daar lag ik toch weer, ontvouwd. Ik liet toe dat het pijn deed, maar niet dat hij me beneden zou gaan likken. Daarin schuilt de grootste intimiteit, en daar was hier zo weinig sprake van. Hij wou vuile woorden horen, maar toen hij vroeg wat ik wilde, kon ik enkel antwoorden met ‘seks’. Het klonk alsof een kind het zei.Wat gaan we meedogenloos met elkaar om. Ik ken de regels van het spel: ik doe niet meer dan hij, toon niet meer van mezelf dan hij, tenzij heel af en toe om de schijn hoog te houden dat ik toch mezelf blijf. Maar oh, bij hem blijft er zo weinig over van mezelf. Daarom vind ik het net zo leuk. Die nacht zelf nog wou hij niet dat ik hem vast pakte. Het was slaaptijd, spelen mocht niet meer. Ik stuurde nog, ‘s anderen daags, dat het lekker was geweest, terwijl ik eigenlijk wou zeggen: ‘ik wil bij u zijn’. Ik kreeg natuurlijk geen antwoord. PompoensaladeEen exvriend hebben in de stad waar je woont is een nachtmerrie, zeker als die stad zo klein is als Antwerpen. Nostalgie neemt vanzelf de bovenhand tijdens een busrit waarin het verleden letterlijk voorbij glijdt. Het is die steenweg waarop ge mij de weg wees naar de wilde konijnen, en dat park waar ge mij voor het eerst niet meer aanraakte.VerkoudenEr zit veel spanning en vermoeidheid in mijn lijf, wat leidt tot het gevoel dat er iets mis gaat gaan. Terug een angstaanval misschien. Ik reisde naar de hoofdstad voor verlossing. Ik zou gaan vrijen met een man die ik tegen wil en dank graag zie, zonder helemaal te begrijpen waar al die liefde vandaan kan blijven komen (een beetje zoals snot bij verkoudheid). De seks hielp, maar slechts kortstondig. Er was er ook niet genoeg van, nauwelijks 1,4 op 2, waarvan die 1 helemaal voor hem was. De psychologische machtstrijd die ik in mijn eentje met hem voer, maakt het er niet gemakkelijker op. Na zijn sms had ik er twee dagen problemen mee dat het bal in mijn kamp lag: wat moet ik met een bal in mijn kamp? Net stuurde ik dan eindelijk, eerder om het sturen dan om echt iets te zeggen. Mijn trots voor de misschien wel twintigste keer ingeslikt. Met mij en mijn angsten gaat het intussen bergafwaarts, en ik ben de remmen weer kwijt. Een vrijdagavond die nooit minder aanvoelde dan een vrijdagavondTerwijl ik ‘s avonds met het openbaar vervoer reis, kan ik niets bedenken dat deprimerender is dan ‘s avonds met het openbaar vervoer reizen. Het ene geluid na het andere penetreert ongevraagd mijn wereld, van goederentreinen tot klappende deuren tot zoemende automaten. Alles gaat veel trager en als je ergens vast zit, zit je voor lang ergens vast. Zoals nu dus. Hoe dichter ik bij Antwerpen en haar bittere bevolking kom, hoe bitterder ik zelf word. Het is vanavond dat ik besluit dat ik er niet zal blijven wonen.Het is niet de stad zelf, het is de indigine bevolking ervan. Mijn vrienden in Antwerpen zijn voornamelijk Nederlanders, Limburgers of mensen uit Kapellen (ik heb verder niets met Kapellen), en dat is geen toeval. Ook relatiemateriaal valt er hier niet te rapen. One-night stands bleven bij one-night stands, en die ene keer dat ik toch iets serieuzer begon met een Antwerpenaar, was het een man die zo vergroeid was met zijn arrogantie, dat het geen houding meer was, maar gewoon een manier van zijn. Hij herkende zijn eigen blaaskaakgehalte niet. Het spijt me voor de occasionele Nederlander of Gentenaar, maar mijn beste vriendjes waren en blijven Limburgers. Absynthe MindedEindelijk aangekomen in mijn met decoratie overladen kamer, zet ik een liedje op (Plane Song van Absynthe Minded). Pas in de helft van het nummer valt het mij op dat het geluid niet aan staat. 20 februari 2015Het is een grijze dag die niet vraagt om gelach of gehuil. De hond loopt te zuchten omdat het regent buiten. Het is gemakkelijk om bij de supermarkt te werken, omdat ik dan niet hoef na te denken over wat ik echt wil, of over wat ik kan. Een simplesse die gevaarlijk is om steeds weer naar terug te keren, want dan geraak je niet vooruit. W. Hij toonde me waar de vosjes waren. We lachten vaak, maar nooit om dezelfde dingen. Coffee & cigarettes (een filmtitel)In een niet erg kleine plastieken bak draagt ze haar sigarettenmateriaal met zich mee. Losse hulzen incluis. De drie volwassenen roken samen en ik zit ertussen met mijn laptop, de hond knaagt aan een kunstmatig bot. Straks moet ik door weer en wind naar het bittere Antwerpen. Een nieuwe vriend vertelt me te beginnen filmen en experimenteren, gewoon vrij, plezier maken met camera en montage. Ik besef des te meer dat mijn faalangst mij nu al bijna de helft van mijn leven tegenhoudt in allerlei verschillende categorieën. JorisDe benen en de poes mooi glad, honing en melk op alle plaatsen. Nooit zeg ik nee tegen u, en een minimum aan aandacht bestaat niet in onze relatie. Een avond als deze, opgewonden om u te gaan zien en in uw bed te liggen. Ge zegt eerst ja en dan weer nee. Ik heb het allemaal leren verbijten als een pijnlijke kramp. ik zal gewoon wachten, tot de volgende keer, als ja ook echt ja is. ThijsTerwijl ik niets doe, ontwikkelt hij een computerprogramma. Iets met vragen en antwoorden. We drinken icetea en bier, maar in mijn dromen is het champagne. We gingen samen naar zijn kapper, met wie ik honderduit praat terwijl Thijs in stilte wacht. Ik vind het geweldig hoe weinig het hem kan schelen. Voor mij is een kapbeurt het begin van een nieuw leven. Ik ben al ruim drie jaar niet meer naar de kapper geweest.Log en lompAls ik het gezicht van mijn mama zie, de manier waarop ze niet lacht, weet ik hoe ik niet wil worden. Na het nemen van haar medicatie loopt ze alsof ze dronken is. Log en lomp. Er komen weinig positieve prikkels mijn kant uit. Ik lijk weinig te kunnen doen tegen het noodlot dat geduldig op mij wacht. Hoeveel moeite zal het kosten om niet steeds alles te verliezen? Joris 2Ik vind het vooral fijn als een man blijft slapen, omdat ik dan even kan voorwenden dat het goed gaat met mij, en dat ik me normaal kan/moet gedragen. Ik word er ook beter van, al is het maar voor even. Hij zei dat ik er goed uit zag, maar ik denk niet dat dat echt zo was. Net zoals iedereen zegt hij dat ik enorm ben afgevallenDepressieIk voel me iedere dag een beetje kleiner. Bij het ouder worden lijken mijn mogelijkheden steeds meer te worden ingeperkt. Soms word ik geconfronteerd met wie ik geworden ben, en dat is geen meevaller. Ik zie mezelf niet functioneren binnen een fijne groep, of een goede relatie. Zie ik mezelf functioneren tout court? Liefst van al zou ik afzeggen. Alles maar gewoon afzeggen. Depressie komt niet plots tevoorschijn, maar sluipt dagen- misschien wel wekenlang achter je aan alvorens zijn intrede te doen. Ik merk dat de schaduw boven mijn hoofd groter wordt, en me naar beneden drukt. Het is vermoedelijk enkel de medicatie die me staande houdt. Er zijn wel lichtpunten. Mijn hond, en die vriend waartegen ik alles kan zeggen. Bij anderen wordt het te veel. Drie keer kun je negatief antwoorden op de vraag of alles in orde is, een vierde keer wordt er niet meer gevraagd wat er dan juist scheelt. 10 januari 2015Het is een beetje erg dat het zo geworden is, al kan het mij toch zo weinig schelen, maar vrijen was zowat het koudste dat we konden doen. Voor mij was het iets dat moest gebeuren om van mijn onderhuidse verlangen af te geraken. Om hem minder graag te zien, geloof ik zelfs (en het lijkt alsof het geholpen heeft). Hij verveelde zich, niet meer dan dat. Ik probeer, maar kan me niet voorstellen dat hij meer verlangen koestert dan ik. Net daarom voelde alles zo koud: mijn verlangen was bijna iets geworden dat ik van mezelf verwachtte, maar niet veel meer dan dat. Maar het was fijn, en ik wil nog wel eens. 2 februari 2015Door de bizarre slaapuren staat mijn hoofd weer op springen. Ik kan niet goed slapen met anderen erbij, zelfs al zijn het maar katten. Ik lig altijd maar te woelen, en wil daarbij niemand wakker maken. Toch vind ik het fijn als ik gezelschap heb. Ik probeerde mijn afspraak van vanmorgen af te bellen, door te zeggen dat ik mij overslapen had. Ze zeiden ‘kom toch maar gewoon’. Dat is de beste manier om met mij om te gaan. Ik kan niet zo goed met mezelf omgaan. Ik ga nog een beetje soezen. Zonder kat deze keer.H.Ik vind het heerlijk als de kat op mijn rug komt liggen.Vandaag ging ik naar een jobdag van de meest verderfelijke der supermarkten. Mijn vrienden zal ik hierover niets vertellen. Ik nam zelfs een bus om twee mannen in pakken, die best aantrekkelijk waren maar complete rotzakken, tegemoet te treden. Weer eens verloren moeite: zij wilden enkel investeren in een langetermijns-engagement. Om het met hun woorden te zeggen: ‘Er is geen match.’ Onderweg kwam ik langs het huis van H. Zoals altijd wanneer ik aan hem denk, dacht ik ook nu weer aan die verschrikkelijke keer dat hij me liet eten toen ik ziek was. Toen later mijn zus vertelde dat het onnatuurlijk is veel te eten als je ziek bent, omdat je lichaam die energie wilt gebruiken om beter te worden, voelde dat als een laattijdige overwinning. Ik wou enkel dat ik toen sterker in mijn schoenen had gestaan, misschien wel even sterk als hij. Hoe verschrikkelijk die situatie ook was, het blijft voor mij een daad van liefde die op momenten nog steeds aan me vreet. Het past niet bij het beeld van de verschrikkelijke klootzak waarin hij veranderde toen en nadat hij besloot dat hij me niet meer wilde zien, omdat hij ‘niet om kan gaan met mensen die zich slecht in hun vel voelen.’ Liefst zou ik hem nu zien lijden. Hij is één van de enige mensen, en sowieso de enige ex-vriend, die ik nu de rug zou kunnen toekeren als ik hem nog eens tegen kom. Niemand kon aubergine zo hemels klaarmaken als hij.27/01zwijgen is hetzelfde in alle talen. ik moet op zoek naar mezelf in een nieuw soort stilte. every time you close your eyesEven had ik het idee het leven te beginnen liegen, en een betere versie van mezelf voor te spiegelen. Een versie die ik dan achterna kon hollen. Maar het lijkt niet voor mij weggelegd; al enkele uren later deel ik mijn leed zelfs met mensen die er niet achter vragen.

Elke De Schacht
94 1
Tip

Ken mezelf

Ik zit vol angsten, grote en kleine angsten. Daar komt nog een vat vol negatieve gevoelens, twijfels en onzekerheden bij. Het is een dagelijkse strijd. Ik kan de slaap moeilijk vatten en als de slaap dan eindelijk komt, vind ik zelfs in mijn dromen geen rust. Alleen als ik mijn gedachten op een blanco blad neerpen, verschijnt er orde in de chaos van mijn brein en ontplooit er zich een plan.Laten we daarom beginnen met één van mijn grootste angsten. Ik ben echt bang om niet gehoord te worden, afgescheept als de zoveelste anonieme stem in een zee van roezemoes. Ik heb ideeën, maar anderen bazuinen hun ongezouten misbaksels luider en met iets meer flair. Ik verhef mijn stem om vernieuwende zienswijzen in de kijker te zetten, maar de stem gaat verloren in een bombardement van verwijten, misprijzen en idioterieën. Ik heb een mening die mensen toont dat er een andere kant van de medaille te bekijken valt... Helaas zijn de meesten vastgeroest in hun ideologieën of gewoontes, dat ze niet eens meer beseffen dat er überhaupt een andere kant is.De kleinere angsten zijn het gevaarlijkst, juist omdat ze klein zijn. Het valt minder op als je ze hebt: je bent bang om iemand die je lief hebt, pijn te doen; je bent bang om een bepaalde stap te zetten; je bent bang van een hoogte; je bent bang van een laagte; je bent bang om te falen... Allemaal kleine dingen die samen een grote hoop vormen die makkelijk onder één noemer valt: bang om te leven.Een vat vol negatieve gevoelens kan het ik best legdigen door die vol te gieten met alledaagse vrolijkheden. Helaas, onder een vrolijk masker zit nog steeds mijn negatieve kern verborgen. Ik zie alles somber in, zowel de grote wereldproblemen alsook mijn kleine bestaan. De externe en interne conflicten vullen elkaar zo mooi aan, dat de duisternis van deze wereld langzaam in mijn ziel druppelt. De duisternis, veilig genesteld in mijn ziel, zoekt zijn weg naar mijn geest waar het twijfel zaait en onzekerheden oogst.Nu, een imperfecte wereld zit vol onzekerheden. Je kunt overreden worden door een autobus of je hebt net het winnende lotje gekocht. Om in deze wereld onzekerheden te oogsten, hoef je niet altijd twijfel te zaaien. Je kunt dus makkelijk twijfelen zonder al die onzekerheden. Weet je, het ergste wat ik dan kan doen, is beginnen twijfelen aan de mensen rond me. Voor ik het weet zijn mijn beste vrienden plots vreemden wiens gezicht me vaag bekend voorkomt. De namen beginnen te vervagen en voor ik het goed besef, noem ik iedereen “Dingske”.Natuurlijk kun je ook aan jezelf twijfelen, maar dat kan ik in een kracht ombuigen. Het enigste wat je hoeft te doen is je zelftwijfel vastgrabbelen en aan jezelf bewijzen dat wat je nu voelt, er nooit is geweest. Je doet het omgekeerde van wat de twijfel je influistert. Je laat je zelftwijfel voor wat het is en laat het ergens achter. Of je kunt het tegendeel van de twijfel bewijzen. Dit geeft me iedere keer opnieuw de kracht om mijn strijd tegen de negativiteit van de dag voort te zetten en mezelf te verbeteren. Dit is een van die dingen die mij bepalen: een drang om, ondanks alle angsten, twijfel en onzekerheden, een beter mens te worden in een imperfecte wereld. Dat is niet makkelijk, dat ondervind ik iedere dag weer... maar ik ben wel op de goeie weg om al mijn negativiteit te verliezen.

Wibboo Jozefs
4 0

Laatste tweede kans

Gij bent mijn muze, de reden waarom ik dit doe. Gij bent degene die mijn inspiratie meenam, ge nam ze mee toen ge me daar liet staan. Mij, mijne Duvel en uw woorden die weergalmden, liet ge achter in de eenzaamheid! Sorry zei ge, alsof da me iets kon schelen, alsof da mij ging helpen. Gij denkt altijd, da woorden alles oplossen, dat daden beter zijn maar woorden overheersen. Gij denkt da de pijn en de manier waarop gij mensenkennis hebt en mij kent zonder da ik iets vertelde, da da nie samenhangt. Gij lijkt naïef. Gij waart ooit naïef, ooit, toen de liefde nog nie kwetsend was geweest, toen de vrienschap nog nie verloren had. Blijkbaar had ik geen mensenkennis en was ik de naïeve, want ik geloofde in kansen geven terwijl ge beter wist, ik geloofde ooit ook in tweede kansen. Maar da geloof is nu, sinds de laatste tweede kans, weg. En volgens u is da perfect want gij sprak tegen mij en ik hoorde meteen. Gij sprak woorden die de wereld nie kende, die het overnamen van taal. Woorden die boven mij zijn blijven zweven, die me nooit volledig bereikt, maar wel geraakt hebben. Soms lijkt alles ons veel te simpel, soms denken we dat wijn alles oplost. Maar mensen kunnen hun problemen niet verdrinken, het zijn en blijven goeie zwemmers. Gij dacht da ooit ook, en ik nu nog. Gij drinkt, nie om te vergeten maar om te drinken. Ik, ik wil vergeten, verdoofd zijn en niet meer te hoeven denken. We hebbe beide zo vaak en zo lang gedacht, er kwam niks nuttig uit. Denken, we stoppen er nooit mee. We willen denken, zoda we niks stom doen. Maar hoe kunde dan uit uw fouten leren. Hoe kunt ge 100% zeker zijn van iets, als ge het nog nooit hebt geprobeerd? Gij denkt da zekerheid alles is, da zekerheid liefde zonder pijn biedt. Gij gelooft nie in een mogelijkheid om nie gekwetst te worden en ik geloof nie in liefde. Er staat veel op het spel, als liefde wordt gespeeld.

Mayke
0 1

Parijs en de Seine

Ik wou bij u zijn, in uw armen liggen. Maar gij wou nie, gij wou te weinig. Gij wou de wereld even verplaatsen tot een bol in uw hand, gij wou regeren liever dan liefhebben. Gij wou te weinig, ik wou te veel en gij wou nog meer. Ik wou wijn, een stoof en gij als echt verwarmend element in mijne zetel. Ik wou praten over Parijs, Disneyland desnoods, over varen op de Seine en Australië bezoeken, da klinkt nie als u en al zeker nie als mij. Ik wil nie terugdenken aan toen maar genieten van het nu, van de zoveelste wijn en zoveelste sigaret. Van u bij mij, al is't weeral maar voor even. Ik wil verdrinken in uwer woorden en zinnen, dromen van uw ogen en spontaan lachen als gij lacht. Genieten van even nie uw tweede prioriteit te zijn maar uw eerste, da's een fenomeen da nie veel voorkomt in ons geval. Want gij smijt graag, met mijn hart, mijn hoofd en al zeker smijt ge mij graag weg. Gij weet da ik daar bovenop kom, da ik kan doorzetten zonder openbaar te wenen, gij weet da ik sterk ben, goed kan doen alsof ik sterk ben en da trekt u aan. Da trekt u aan en gij komt terug, me hangende poten en tranende ogen, gij komt terug. Gij komt altijd terug, elke keer opnieuw. Gij bent de zwakke, het sterkst in het zwakke geslacht zijn. Ik hou van uwe leeuw, uw pantser, zo beschermend maar vooral dominant ten opzichte van uw hert, uw hart waar ik hou nog meer van hou maar ik hou het meest van u, van uw echte ik. Ik hou van u maar ik haat u, ik haat uw levensstijl en uw allures. Ik haat hoe gij mij kunt doen denken da ik gelukkig ben, hoe gij mij naïef genoeg maakt om da te geloven. Subiet bent gij weer weg en dan lig ik hier weer alleen en gij bij haar. Dan ligt zij naar u te dromen, gij naar haar en ik naar mijn plafond. Naar da wit plafond waar gij ooit ook naar lag te staren, meermaals. Da ge op een dag zwart hebt geverfd omdat het te geel was geworden van de sigarettenrook en zwart kon nie verkleuren. En de laatste keer da gij lag te staren naar mijn plafond, is de nacht da ik u heb verlaten, nie enkel u maar iedereen en alles omda gij mij had verlaten. Gij had mij verlaten en ik had pijn, dodelijke pijn. Fysieke en mentale pijn, en al bent ge soms terug hier, ik heb iedereen verlaten omda gij mij had verlaten.

Mayke
2 0

Auto-fictie.

Haar toon was niet langer vriendelijk maar venijnig. Bijtend zelfs. “NEE! … NEE! KLOOTZAK! Je hoeft me nu niet te meer bellen! Het is te laat! Ik ben onderweg naar Gent! NEE! Mijn hoofd zit al vol genoeg!” Nou nou, wat was hier aan de hand? Onze grappige dialoog van een vijftal minuten eerder, leek nooit te hebben plaatsgevonden. De auto werd gevuld met een heftig negatieve vibe, die in combinatie met de drukkende hitte moeilijk te verdragen viel. Ik opende een raampje en zette de radio luider maar het mocht niet baten. Een paar kilometer eerder, toen ik haar oppikte, was alles nog oké. We brachten we elkaar aan het lachen met allerlei gruwelijke geruchten: urban legends over verdwenen lifters en sadistische chauffeurs die, als ze geen lifters verkrachten, ze dan op zijn minst doorverkopen aan één of andere obscure satanische sekte. En zij, ze vond het allemaal best. Lang krullend ros haar, een neuspiercing, een hoofd vol dromen en strakke dijen. Hooguit een jaar of twintig. Ja, ze had iets … of alleszins toch genoeg om deze grijze dag enigszins op te fleuren. Maar dat was voor dat telefoontje. We passeerden een stuk van de steenweg waar er werken waren en al het verkeer over één rijvak moest. Ik hield mijn ogen op de baan maar vanuit mijn ooghoek zag ik dat ze hoe langer hoe zenuwachtiger werd. Terwijl we stopten aan het kruispunt en The Supremes met Love Child hun ding deden, hoorde ik in mijn hoofd de nieuwslezer al bezig: “… het zeventienjarige meisje is ongeveer 1m70 groot, heeft ros krullend haar en een neuspiercing. Ze is het laatst gezien toen ze na een ruzie met haar ouders stond te liften aan de Gentsesteenweg ter hoogte van Wetteren.” Het zou wel eens kunnen. Het zou wel eens … Want waarom ligt anders die haastig gepakte rugzak op mijn achterbank? Op weg naar haar kot in Gent … Neen toch niet, liefste roodhaar! Mij niet gelaten waar ze heenging maar ik wist vanaf de eerste seconde dat haar uitleg gelogen was. Bloedmooie meisjes liften zelden alleen. En ze moest daar weg. Dat was te merken aan het feit hoe ze naar mijn wagen spurtte, hoe ze direct een gesprek begon, zelfs zonder de obligatie dankjewel. Allemaal harde tekens dat ze datgene waarvan ze wegliep, zo snel mogelijk wou vergeten. “ … getuigen beweren dat het meisje omstreeks 14 uur is meegenomen door een verdachte man met baard en zonnebril.” Godverdomme … Nu werd het link! Ik kende dat meisje grofweg een halfuur en shit, ik wist haar naam zelfs niet maar wat ik wél wist, was dat ons samenzijn op die delicate grens was aanbeland tussen het consolideren van winst en het vermijden van verlies. Wat nu? Binnen twintig minuten moest ik ergens zijn om iets te doen waarmee niemand zaken had. En zeker geen razende tienermeisjes. Net dan voelde ik de GSM in mijn binnenzak trillen. Was hij er al? Kwam hij later? Was de prijs verhoogd? Was hij opgepakt? Teveel vragen in mijn hoofd en één iemand teveel in deze auto. Of anders gesteld: iets teveel, een fraai maar daarom niet minder overkokend stoofpotje van oestrogeen, adolescente vervreemding en passieve agressie. Ik voelde me zoals iemand die zijn huisdier achterlaat in een bos alvorens op vakantie te vertrekken. Maar het moest gebeuren. We waren ondertussen vlakbij het Zuid. Tijd om af te ronden. Ik deed het op een nonchalante manier. Op vijftig meter van de Capitole zwenkte ik naar rechts en parkeerde de auto. Ze keek me vragend aan maar ik was haar voor: “Kijk, ik kan je niet verder meenemen tot aan Dampoort. Ik zei dat het geen probleem was toen ik je oppikte maar dat is het wel. Omwille van redenen die ik hier niet kan vertellen. Maar kijk, daar is een tramhalte. Binnen een kwartier zijn we allebei waar we moeten zijn.” Mijn combinatie van afwijzen en tegelijk een alternatief voorzien, werkte. Misschien maakte ik haar zelfs een beetje bang. Hoe dan ook, ze knikte beteuterd en verliet de auto. Ik staarde haar bezwerend na. Het enige nieuwsitem waarmee mijn verbeelding zich even later mee bezig hield, ging over een man die ter hoogte van Melle door de wegpolitie werd tegengehouden met een kwart kilo cannabis in zijn koffer. Maar de ervaring leert dat een mens niet alles moet geloven wat het nieuws vertelt, zeker niet als het verzonnen is …

Jan Van Olmen
28 0

Steenweg

Het geluid van banden die tegen een gezapige snelheid over het beton rollen, de ramen halfopen en één hand losjes op het stuur. Autorijden. Op de maat van ‘Let’s get together’ schakelen, inhaleren en kijken laten versmelten tot een symbiose van niets doen en dodelijke chaos vermijden. Links en rechts glijden meubelzaken, Chinese restaurants en tankstations voorbij. Een bloemlezing van profijt, kitsch en banaliteit. Af en toe gelardeerd met een verlept baanbordeel of een wangedrocht met een zadeldak dat door zijn oude, uitgebloeide en van obligaties opgezwollen eigenaars ‘villa’ wordt genoemd. Wie beweert dat dit land lelijk is heeft gelijk. Maar daar gaat het niet om. Het land is het land. Wie beweert dat Vlamingen racistisch, lui of achterlijk zijn heeft een mening. Die ik afhankelijk van het tijdstip van de dag en het gezelschap waarin ik mij bevind al dan niet deel. Maar ik ben geen hipster met een politiek correcte mening die zich blogsgewijs verontwaardigd over het gebrek aan quinoa op het lokale buurtfeest. Fuck no!. Waar het mij tijdens deze rit om draait is het vinden van de grote gemene deler, de hoofdzenuw, die droeve blijheid te weten dat dit het is of je het nu wilt of niet: die unieke gistende mix van provincialisme, deftigheid en willen maar niet kunnen. Met als hoofdgerecht, veilig verscholen achter massief eikenhouten deuren (al dan niet voorzien van een bel die au clair de la lune piept): hedonisme, mensen zonder maskers en uitgebreide collecties namaakporselein. Nog enkele uren en het zal donker worden, nog enkele uren en deze steenweg zal de ren baan worden van opgefokte jongens in gloednieuwe tweedehandswagens. Types met gel in hun haar en stront in hun hersens. Raszuivere helden met statige namen als Davy en Kenji. Volkse jongens met elitaire GSM’s en een duistere honger naar de heupen en lippen van zeemzoete blondines met lege ogen en volle boezems. Ei! het lied der Vlaamse zonen, Met zijn wilde noordertonen, Met het oude Vlaams Hoezee. Vliegt de blauwvoet? Storm op zee!

Jan Van Olmen
6 0