Lezen

VERHALEN  VERTELLERSCOLLECTIEF.

Toen ik de oproep brief van het collectief las, toen dacht ik schrijven, ja wel maar lezen, zou iedereen mijn gelispeld kunnen aanhoren? Ik dacht liever een thee dansant, lekker swingen met miep en consorten. Met een neut van de plaatselijke abdij. Maar een vergissing ten spijt kwam ik uit in een tandartsen praktijk. Toen het mijn beurt was, om te gillen, "ik wil geen spuit en geen pillen, ben al genoeg verdoofd, door de woorden en de zinnen. Die ik na een lekkere joint genoot." Hoe meer tijd er verstreek hoe bleker ik wegtrok, van de wens, mijn ego te laten exploreren. Niets hielp en alras zat ik samen met het collectief, in het moeras. Waar gillende dellen, bronstige kerels, mij zeer genegen. Dat, lekkere beesten, is het paradijs. Waar zinnen, woorden vervangen door, gesteun, gehijg, de ter hemelopneming tot een akkefietje word herleid. Geloven was niet meer nodig. Ik steeg op in praktijk. Over torens velden hagen netjes geschoren/gevormd. Ik daalde neer in een geurige roze, rozenstruik. Toen opeens, werd ik wakker. Van een gil "DE VOLGENDE." Op wankele benen zwalpte ik de praktijk binnen. Waar tandarts Jan vroeg" wat is er hier aan de hand?" Verbaasd keek ik hem aan. Toen ik hem vertelde, van miepe haar idee. Toen keek hij geschrokken, zei "hebben ze me eindelijk gevonden?" verslagen zakte hij neer in zijn fauteuil zei" begin maar te pijpen." Met een stralende glimlach vertrok ik, mij van deur vergissend, zodat ik weer de kamer instapte waar nog iedere zat. Al meer bedeesd, de deur was opengebleven. Zag de geweldige schok toen de tandarts riep, "DE VOLGENDE." Na die schok kwam de vlucht. Allen samen door één deur was wat moeilijk wringen. Zo kwam het dat ik samen met de rest, op een orkest, stond te swingen. Daar zaten we, rechtover de tandarts praktijk. Aan een tafeltje aan het venster, te loeren naar de tandarts die glimlachend, met ferme pas, het thee dansant binnenstapte. Paniekerig , zochten sommigen al naar de nooduitgang. De tandarts schoof binnen recht naar het orkest, die hij met een samenzweringen blik begroete. Het orkest viel meteen stil, en na het obligaat gefluit van de muziek installatie, evenals de eerste woorden 'TEST TEST'. Sprak de here, tot de aan de nok gevulde zaal toe, “dank u voor het komen, en sorry voort de list. Het uitvoerend comité van het collectief heeft besloten, jullie verzameling geschriften met zijn allen te colloceren."  Op het zelfde moment hoorden we op straat, het gedreun van enkele legercamions. Waarmee we in rijen van twee werden afgeleverd in de verlaten gebouwen aan de steenweg op Wortel. Zo kon het gehele land weer rustig gaan slapen. De opruiers waren gevat, En het varkentje met de zwarte snuit zei "het vertelselke is uit." Het varken lag alras met een sinaasappel onder zijn geel zwart gestreepte snuit te braden op de feest tafel. Het collectief likkebaarden “dat zwijn dacht, in een moslimland te wezen” zei één schaterlachende schrijver “beschermd door hun rites” zei diezelfde schrijvende kapoen. Wat was er dan gebeurd: wel toen de legercamions de steenweg op wortel opreed stoten ze op de revolterende bruinen, die zoals we weten schrijver en dichters vereren. Toen als een vurige brand het bericht was rondgegaan dat er schrijvers en dichters aankwamen. Toen was bij die heren een verontwaardiging opgestoken zodanig dat zelfs de bewakers moesten gaan lopen, de bruin zeiden tegen het collectief “vreet dat zwart gele gestreepte varken maar op het zal ons niet deren." Zo kwam het dat het collectief nog wat onwennig om het gerief een gedicht begonnen te placeren. Varkens zijn voor mij ………….. Het varken hing dood met zijn achterpoten HOOG vastgebonden De grijze stekelige vacht werd verschroeid door een laaiend heet vuur. Door droog stro in brand te steken verkreeg men een laaiend HEET vuur. Daarna werd het bloed afgetapt. Een donkerrode vloeistof in een aluminium emmer. "Daar word bloedworst van gemaakt" zei mijn moeder. Ik wist meteen waar die donkere worsten die regelmatig op ons menu stonden vandaan kwamen. Met een geweldig applaus van de voornamelijk bruine gedetineerden, werden de worsten in hun sissend pan nog eens rondgedraaid. En toen, stak er een van de dichters tot iedere verbazing een bord omhoog waarop stond JEZUS REDT ter verbijstering van de rest. Met angstige ogen keek het collectief de bruine vrienden aan, die tot aller verbazing zeiden ja het is waar maar Allah is de grootste. Toen de man met, bloeddoorlopen vurige ogen met zijn bordje probeerde te kloppen. Toen reageerden het collectief. “Maar man toch Allah betekent GOD en uw GOD is toch dezelfde GOD als die van ons nieuwe vrienden, leer eens wat talen.” De man met zijn bordje zijn ogen schoten vol tranen “dat wist ik niet” zei hij. Begon zich uitvoerig te excuseren voor zijn haat tegenover de andere volkeren. Hij begon met de kruistochten en eindigde met zijn huidige broodheer die hij bijna fluisterd. De vroegere nazie idioot noemde. Maar het was bijna te laat want het varkentje was al flink afgekoeld, ons gemoed zeer bekoeld. Zodat de agnosten bij ons zich begonnen te roeren, “het zijn altijd dezelfde om onrust te stoken. Laten we nu allen te saam beginnen met ons maal.” Na de flinke eetpartij. Kwamen ons nieuwe vrienden nabij met dat had ik meteen herkend een flinke toeter in hun hand. Zo werd het feest op vreedzame wijze besloten, en kon ik met een van mijn nieuwe bruin vrienden geheimzinnig wegsluipen waarna ik begon te dichten als een van de besten. ieder ontmoeting een nieuw avontuuriedere lippen een andere smaakhoe leukop de drempel van mijn woonstiedere huid een andere kleurom aan te likkenzijn spraakeen ander gezoemuit een andere taalwat een gelukdit mogen belevenin mijn straat in mijn huis voor dat avontuurhoef ik niet meer te reizenmijlen gaan in mijn dorpin mijn wereldzijn ogenzijn huidvooralhij begreep mij meer dan die burenachter hun gordijnenhun achterdochtvenijn hun tuinhun bomen hun natuurdie beperkt bleeftot de liefdevoor hun hond   Nu dat er grote beroering is in Nederland over een of ander vignet die Nederlanders moeten op plakken wanneer ze ons land bezoeken. Kunnen we misschien een geste doen. Laten we de bijeenkomst in Amsterdam organiseren, het geeft voor mij het voordeel dat ik dan niet per se aan den trappist moet. Vlaanderen huurt daar toch een of ander pand? Het zou een bijkomstig voordeel geven dat de Vlaamsche schrijvers al direct in een grootser taalgebied zitten, altijd meegenomen. Als we nu met zijn allen ergens een witte hotelkamer huren en samen vredesliedje repeteren, en dan samen naakt in een bed gaan liggen. Dan zal Jan niet moeten smeken voor wat persbelangstelling. Wedden dat ons collectiefje, de voorpagina haalt. Altijd meegenomen, zeg ik altijd. Toen we de bewakers hadden overtuigd dat ons bruine vrienden alleen jointjes wilden smoren, lieten de bewakers, met schaamrood achter hun oren, hen gaan, toen we daarbij nog zeiden dat we het land zouden verlaten om naar Amsterdam te gaan, gooiden sommigen van hen de middeleeuwse knelbanden en boeien van zich af en besloten de schrijvende feestende dichtende meute te vervoegen. De Tobbaks van hun land vervloekend die al zoveel leed had veroorzaakt. We vroegen met zijn allen politiek asiel aan in Nederland. De grootste bek van het land, van het wetenschappelijk socialisme, heeft het bewijs gevonden dat schrijven en dichten, zeer ongezond is, daar bij de verraders zit zelfs een janet waarvoor nog altijd geen wetenschappen lijk bewijs is gevonden. Ieder sportclubje liep netjes in rijen te betogen riepen heel luid, "bij ons geen schrijvers, dichters, jeannetten of smoren," op het eind was het krijsen niet meer te aanhoren. Alras kwam er een nieuw bordje bij "Arbeid macht frei!" En zo brak weer een gouden eeuw aan in Nederland. Terwijl ons vroeger vaderland verziekt door de bordjes verboden, overspoeld werd door zwart geel gestreepte varkens.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
3 1

Iemand noemde me Suzanna

Iemand noemde me Suzanna, er gingen seizoenen voorbij. In de vrieskou zag ik een tiener achter een boze moeder aanlopen. Ze riep: Ik wil mijn sjaal, ik heb het koud! En de moeder: Dat is dan pech!Toen ik enkele maanden eerder in Montevideo over een plein vol rode bloesemdrab liep, dacht ik: beter wordt het niet. Thuis was het herfst. Een man (zwart hoedje, priemende ogen, verkreukeld gezicht) aan wie ik het vroeg, wist: dat is de Ceibo. Hij wou me rondleiden door Carrasco, maar ik wimpelde af. (Ik schrijf dit in het blauw waarmee mijn vader tekende. Onder de beuken, gezwollen vingers, stram.) Op een harde, te hoge, houten bank zat ik te wachten. Design, de dokter kwam maar niet. Er waren enkel vrouwen.Achter het raam schuifelde een rij kleuters, twee aan twee. Eén meisje met een ongelukkig huilgezichtje, zonder tranen. Niemand zag het, behalve ik. (Waren alle slechte slapers ooit kinderen die op hun hoede moesten zijn?) Weer thuis, in mijn dierentuin van stokpaardjes, luistervinken, waterratten, tochthonden, driftkikkers, aprilvissen en tuinslangen, zag ik er elke dag eentje doodgaan. Later, in Francis' auto, de zon door het open dak op mijn hoofd (maar ik ben geen Suzanna), we rijden naar het noorden. En op de achterbank: mijn man.(En Francis: ik blijf maar denken dat hij Floris heet.)In het hoge tekengras hobbel ik achter de mannen aan. Op mijn roze schoentjes. We horen de koolmees en de tjiftjaf. Wat verder weg, heel kort, een Turkse tortel. Verder is het stil. Aan deze noordkant wil ik slapen. En je nieren, zei de arts. En: klein prikje.Maar ik was te druk met vertellen dat ik nog heel weinig eet. En hoe goed ik me voel. In haar hoofd hoorde ik haar gevaar uitsluiten. Terug in de auto check ik mijn enkels op donkere stippen. Francis rijdt ons vlekkeloos naar huis.

Katrin Van de Velde
14 1

citytrip Griekenland.

Wie kent nog de Antwerpse stadskrant?DE NEUS.Ik heb er nog voor gewerkt.Rond die tijd moest ik mijn paske vernieuwen.Wie kent nog de dienst bevolking in de lange Nieuwstraat, de rij loketten, achter ieder loket een prompte dame.Voor vooroorlogse typemachines."En wat doet u nu voor werk?" vroeg die Dame.Even uit mijn lood geslagen mompelde ik: "he, he, ik werk voor een krant".Na een flink geratel kwam mijn paske tot mij terug, Journalist stond erop. De reactie van de toenmalige Rijkswacht ambtenaren op dat gegeven was verbijsterend.Daar ik altijd nogal bohemien gekleed rond liep, loop, (langharig werkschuw weet u nog) was ik een zeer gewild slachtoffer van het idee, dat vuil slecht, proper goed is, de dwangmatige zuiverheid gedachte die tot onze cultuur behoort.De mandarijnen van deze gedachten vonden in mij een ideaal slachtoffer om hun tijd door te komen.Honderden keren werd ik staande gehouden."PASKE" was de aanspreektitel.Tot op dat paske journalist verscheen! Als ik nu schrijf dat de mandarijnen opeens door het stof kropen/kruipen, ver zal ik er niet naast zitten. Ik dacht opeens aan de papiertjes waar de middeleeuwers mee zeulden. Het papiertje heeft me ooit in een zonnig vakantieoord gered.Net voor het vertrek uit dat zonnige vakantieoord constateerde ik dat mijn paske verdwenen was."U zult naar de hoofdstad moeten" zei de eerste de beste ambtenaar die ik aanklampte.De hoofdstad was 1500 km verder en met nog een 10 frank te gaan.De wereld stond eventjes stil.Ik begon iedere ambtenaar aan te klampen die er maar ambtenaar genoeg uitzag.Het vliegtuig vertrok 30 min later.Het werkte.Opeens werd ik doorverwezen.Ik eindigde in een kaal bureau.Na mijn naam en adres vroeg de ambtenaar mijn beroep."Journalist" zei ik.De man greep naar een grote zwarte voorhistorische telefoon. De dag tevoren hadden we een havencafeetje bezocht, een cafeetje in de stijl dat er niet veel toeristen komen.Tot ik opeens besefte dat de helft van de mede cafégasten Antwerps praten.En erger nog, verstonden. Toen de ambtenaar de telefoon greep dacht ik: als er een is die Antwerpen kent en vraagt welke krant?Want de stadskrant 'De neus' werd toen beschouwd als gezagsondermijnend (subversief).De man van het bureautje had iets te maken met kolonels. De man die binnen snelde had niks van dien aard in zich.Hij stelde vooral belang in wat ik vond van zijn zon overgoten land.Daarin kon ik hem gerust stellen: ik zou zeker terug komen.Van Antwerpen wist hij dat het een voorstad van Amsterdam was.Ik verzekerde hem dat het eerder Parijs was want met Amsterdam wou ik niet vergeleken worden: zonovergoten landen hebben meestal zonovergoten cellen en er is watertekort.Maar voor die man was het allemaal gelijk.En toen ik hem in herinnering bracht dat Antwerpen in België ligt dichtbij Brussel toen gingen zijn oogjes blinken.Brussel mompelde hij. Verschillende keren. En opeens realiseerde hij zich dat een van de bewoners van dat wonder Brussel bij hem stond.Hij had hem zelfs nog geen versnapering aangeboden, hij had de grondregels van zijn gastvrijheid geschonden en dat stond nu al vast daar zou hij voor boeten. Maar opeens verscheen een grijns op zijn gezicht.Niet hij zou pijn lijden maar zijn honden van ondergeschikten dat ze zo een belangrijke bezoeker van hun schone landje zo slecht behandelden.Maar nu moest hij zelf de bezoeker op gepaste wijze behandelen - straks zou hij zelf de honden afstraffen met een zweep- en.....Ik onderbrak zijn gedachtegang en vroeg hem of het probleem opgelost kon worden."Probleem?" Opeens zag hij een manier om alles goed te maken. "Het probleem van de diefstallen op luchthavens is een Europees probleem dat alleen door Brussel kon opgelost worden" zei hij. Het eeuwenoude Zuid Europees fatalistisch gevoel kwam over ons heen gevallen als een deken.Een bestolen journalist in een zonovergoten toeristisch land is niet de beste reclame.Hij begeleidde me naar het vliegtuig.En wuifde me na.Als om uit te wissen, wat mij van negatieve gedachten zou overblijven.Van het landje waarvan hij houdt en om die bezoeker te laten terugkeren vanuit dat verre Brussel Zo ziet uWat een aantekeningKan veroorzakenDe middeleeuwen *************************************************** Foto gallery VERF ED FOTO: encyclopedische mens https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
16 1

Het parcours van de voorganger

De verleiding van verdriet is de middeleeuwen Er ligt iemand in het koren Dat is mijn boodschap voor haar vooraleer ik terug naar jullie keer Ik zeg altijd iets niet wanneer het mij te evident lijkt De leugen van de verzameling is nu eenmaal verbondenheid Dat moet ik onthouden Een ridder van zijn taalgebruik is een rebel van de moderniteit Met voorbedachte rade Mijn vergoeilijking is slechts de tijdsvariant Ik heb al iemand die rechtstaat   Alles is een exclusie van originaliteit die uitzonderingen sorteert   de roos wordt afgegeven aan Ruben  Hij moet op Sint Valentijn herdenken door alleen te blijven op veertien februari's hij telt de levensduur van zijn inspiratie en beëindigt zijn hoofdstuk zonder dichten over dichten dat is een lange aanloop om te gaan slapen   de nachtlamp-vaas wordt tentoon aangekocht in morele waarde een straat naast overgang iedereen die hem begreep sleurt stukken van zijn jas zo erg is het nu ook weer niet dat ik mijn neus niet kan snuiten rochelen bevrijdt de watervallen in de alpen ik wandel verder door applaus voor mijn improvisitie er ligt een woord tussen eenvoud en herhaling maar het blijft onroerend goed van grammatica een weesadjectief  evident   Donderdag 19 juni poetsdienst  Thin layer Equal your witness of blank sheet composer They don't have a tone to begin with anymore Het springt in voor de internationale Die laatste regendans van mijn spontaniteit gedronken Je hebt wat je wil hebben En het mag niet misgaan Nu, begint ze te zingen over haar laatste spelfout Ze reigt alle koorden die de bewegingen van de wolken imiteren leeg Het is zinloos dat ze zingt Ik beweer mij tot haar Dan verbreken we het pact van de zonde zonder schaap En eten we de wonden Leeg Het is zinloos dat ze leeg zingt over de aarde Je kan moeders verdriet niet opvullen met een aanmerking over dezelfde achteruitgang We hebben hem gevonden Hier mag ik alles vergeten, maar hoeft dat niet Het was het begin, vooral het begin, dat mij stoorde Als je leest kan je verder   De puberteit van een reus De puberteit van een reus bevat geen natuurlijk taalgebruik dat is waar Ik weet ook niet of een reus groter is dan mijn stad Het is niet mijn gevecht dit tweede idee   Ik formuleer het dank ook niet als het eerste Een conversatie met mezelf is voldoende om te schrijven Deze keer ga ik naar de volgende kamer Het systeem verglijdt in de gewoonte van verrassing toen de tafel opkijkt om een diagnose te vermijden Synoniemen verdwijnen de kans op een oplossing   Zelfstandige naamwoorden zijn arroganter dan de wetmatigheid die ze geïnstalleerd heeft in het aperitief van stereotype Willen bestaan is zelfs niet het begin van de taal   Onvoorziene omstandigheden proberen elkaar Het zijn niet de mensen Dat is het verschil Het maakt het bedrag niet uit van het geboorteaantal dat Clementie Conventie nooit meer een paus zal worden Hij passeert De soep naast de eieren is op Hij eet van de miswijn Er ontstaat een grot  Dat is mijn geheugen Zolang er iemand hulp nodig heeft blijft het kader de kunst We zijn er bijna Wacht gewoon op de trein Dit speelgoed bestaat niet Speelgoed verenigt niet meer als je het beveelt Als een reisduif terugkeert naar reis Elimineren kan niet zonder herhaling zegt schuldgevoel De gedachte roos troost Mentale inspanning is nog altijd de reden dat rozen doornen hebben in deze veilige wereld   Eerst een concept vooropstellen en dan zeggen dat het bestaat Ik ben aan het schrijven, ja, maar wat is het verschil tussen een concept en een omstandigheid, mijnheer? Ik laat het niet bij die vraag Ik word eindelijk kwaad op uw redenering Niet op Uw vermogen Wat zijn de regels? Dat U afwezig bent?   Er is toch nog nooit iemand kwaad geworden in een gedicht De verluchting van de wereld liet het afweten voor mijn dampkap Weeral diezelfde worsten Het verschil tussen een verslag en evolutie is verouderen   Worsten stellen niet haperen ze in mijn calorieën Ik krijg het gevoel dat iets mij begrijpt Waarom is dat goed? De inrichting van de vrijheid   Ik herinner mij mijn eerste adem nog om die reden Waar ligt het begin en wat is het onderwerp? De geelzucht van de zwaan verdeelt goed en slecht over eten Zolang alles op voorhand gebeurt zal ik altijd achterdochtig blijven Publiek als waarborg voor een gesprek   De renaissance als dood van de liefde De wijn ligt onder de kaas Er is niets zo oorzakelijk als het verzwegen voorakkoord van hun onderbewustzijn We zijn verkeerd bezig Laat ons een stoel nemen ergens anders gaan zitten en dan op jouw punt terugkeren Onderwerp We krijgen vrijaf vandaag Ik voel mij vrijblijvend in mijn taalgebruik De laatste krul van de renaissance is een Frans leenwoord De Franse functie zien kleiner worden, dat is mooier dan een einde Eeuw De gedachte einde troost de gedachte einde omdat een roos naar het einde opengaat als een goede film voor het licht Het is taboe Het is in mijn wereld een deur naar fotosynthese en de plaats waar ik vannacht wil slapen Vannacht wordt morgen Ik voel mij thuis Het begin is een leugen Fotosynthese is een analyse van variatie Van voorgaande natuur Daarom mocht ik als kind binnenshuis nooit de was doen Geweld is makkelijk Komt het van de zon of van het licht?   Uw relativisme wil dat op zijn minst tot ons perspectief herleiden De verheerlijking van het brandpunt tegen het ongezegde   Nu zijn mijn ongelukken inzetbaar Er komt medelijden Ik ben alleen  Soms twijfel ik tussen de zon en mijn vrienden Enkel als je alleen bent moet je kiezen Het onderwerp van vandaag is vandaag   Een naar bestaand refererend medium zonder werkwoord   Neergelaten eindigt niet in het niets als adjectief In de spreektaal de passieve aggresiviteit van variatie Structuur wordt Monteriggioni Cel Dat was het woord, cel Waar ben ik? In je gemiste trein gemiddelde   Het verbaast mij niet dat jij het gemiddelde geworden bent, Filistijnse Fibonacci De martelaar-samaritaan heeft evenwicht Eerste dingen eerlijkst   De opwarming van de aarde wordt al gededuceerd tot diezelfde tussenruimte Vandaag   Vandaag komt uw trein, kan U zich dat voorstellen in plaats van mijn ontmoeting, waar ooit iemand gerookt heeft?   Ik vergeet de beste zin: jullie  Onbreekbaar De noodzaak van een stijlfiguur in een pleonastisch zwembad heeft eindelijk verkering met de statische springplank van 'n stad De hint van test Dat mag van mij want je kan het niet uitspreken zonder het synoniem van essentie Eindelijk, variatie kent nu pas geen richting meer   Evenwaardige tweespalt onder Ben Hur en Troje Wat ze verwachten is dat we open kaart spelen Ik wil terug naar Spanje   Als je eerst naar Frans Baskenland gaat en dan naar Spanje is de kans dat je mij niet meer herkent Intonatie en allusie, de grot van Plato-light met druipstenen ironie, het verschil tussen alles en achterdocht   Onderwerp de achtergrond van Uw gesprek naar mijn argument Er wordt een Assyrisch fries voor de poort geplaatst De rest is nu allemaal dichtkunst Er is een onzichtbare bevolkingsgroep, een nuchtere omgekeerde oase   Ze volgordenden ook hun planten in terracultuur, mijn esthetische voorliefde voorzien voor de etrusken in Griekse havensteden Gepolariseerd en gepolijst worden door mijn naar voorgetrokken pupillen   Vandaag ben ik terug leerling  Waar ben ik? De curve strekt mijn ruggengraat  Reactie klinkt letterlijk Mensen spreken terug gevoel en zijn gestopt met denken   Nu moet ik terug naar Spanje Dat kan alleen in de les Verwijzen De samenvatting verschijnt aan het bord Verschillende keren   Waar ligt de grens met vandaag voor die worsten? Ze spelen op verrassing   Hoe hoog zwemmen garnalen? Ik hoor jullie denken Verrassing, verwachting Adempauze tijdens het denken?   Dat is het omgekeerde resultaat  Niet meer kunnen zien   Opjagen is het opwinden van mensen Dat kunnen jullie al gezegd hebben En nu gaat het over niemand, schuldgevoel Het ontbeert mij aan overzicht op de enige aarde zonder land   Onwrikbaar zoals het stereotype Onweerstaanbaar om die reden maar zoals Minotaurus en Athene   Een computer is het Parthenon aan het downloaden Mijn curve wint de natuur terug Dat gaat over mijn ruggengraat Een oplossing voor mijn lichaam   Het geloof van de moderniteit, gebeuren Berust niet op toeval als je het tegendeel stelt Mijn grootvader stelde bepaalde van zijn bestek aan, dat zag ik Ik solliciteerde naar liefde in de grot van het stereotype Was alles de exacte reflectie van zichzelf   Behalve medelijden geen medewerkers vandaag, maar hij heeft gelijk Want hij lag oneffen De bakermat van de industrie stompt tegen de rivier Zo vind ik echte woorden Van taal naar tong naar denken naar dichten Reageren is de vraag van het gevoel   Het evidente heeft een negatieve bevestiging nodig Essentie Even de stappen van essentie overlopen   Keuze, voldoende en waarde Aankondigen is het gevolg van een leugen Ik kan niet praten als een deelvorming aan een gelijkmatig geheel Nu praat ik tegen de mensen, voor mij een originele spaghetti alstublieft Geen dank, de lepel ligt naast de ketchup   De plaatsbepaling van de worsten Eten verlucht de monnik, God, en nu de annulatie van het volume van mijn conceptie   We zijn te vroeg en dat is een waarheid Zo voel ik mij iedere dag Stokken voorspellen de toekomst   Het onderhoud van het concept en nu ben ik weeral de reden voor het kader vergeten, de titel   Vroegtijdig is onschuldig, probeert goed te rechtvaardigen   Hygiënisch is het in de klas   Zonder verwijzing   Het 'ik lieg' en daarom mocht dat niet Zit dan gewoon aan een grotere tafel Ga die dan gaan halen   Dan keren we tenminste even terug Ik haat mijn voltooid adellijk meervoud Telgen van gluten bewieroken eigen beraadslaggevers De zweep op de cactus   Vormt zich een leenwoord zonder weder, want zijn ze daar nu weeral zonder leenwoord, al die ideeën Ik kan hun klank nabootsen en het licht aansteken Het licht sprak de klas aan Het werd dieper Een nieuw beeld   Resultaatvoetbal is niet de top van de top De bestuiving ontbeert betekenis Het antwoord van de kunstenaar: Herroeping   Ons antwoord: verdeeldheid  De apocalyps was de samenvatting Die vraag kwam weer voor de oorzaak Ik wil een richting voor intuïtie, dan een zin Een zin die jullie leven zal bepalen   Roem draagt het luchtruim voorbij het concept van andere mensen   Zwaardspelen zijn toch vroeger  Dat zijnde, ik ben hier U heeft al gesproken Nee Ik ga sneller dan heb ik gelijk Ik surf op luchtruim in een mechanische afbeelding Daarom begreep ik Protagoras niet   Ik ben wel blij dat mijn school mij deze uitwisseling heeft toegestaan Wat is de lengte van mijn gedachte? Wanneer je een ander met ik kan beginnen is mijn dagboek gestolen   Ik begrijp het Onzijdig wijst de vlaggenstok de grond af Ongehoord neemt hij de wind Mogelijk is nu moreel Wanneer komt het gevoel, wind?   Het kind keek verkeerd naar de kachel Opa kon niet meer ademen   Wat is het menselijk verschil, toeval? Tussen filosofie en wetenschap ligt een boek   Coördinatie  Ik dacht nooit dat ik de woorden zou vinden Verdienste trof uitzondering Het is belangrijk dat het nu eerst komt, je oplossing voor de liefde Als luxe? Wat hebben we dan niet Inherente goedheid, een positieve eigenschap of het effect van nazeggenschap Dezelfde Bijbel in twee gedeeld, Mozes in twee   Opeengehoopte worsten mits zelfkritiek en anticipatie is mijn woord   Ik zie je graag Dat ik zelfs nog de moed had om haar naam te zeggen   Mijn onderwerp Ik kan er niet aan doen dat boeken tegen mij spreken en mij dan veroordelen Ik ben aangelengd, niet systematisch Zonder coördinatie geen zijn Gevolgen van een cadeau Gevolgen van een gegeven wereld Sinds oudsher is dat een andere vraag   In eerste instantie was er geen textuur dat is waar, het ging over ons Eindelijk variatie Eerlijk, over de overkant geen manschap Geen vliegtuig   Ik ben bezig met drijfveer water te strijken tot bedoeling Dat zo te houden tot betrekking op latere leeftijd Het nazicht van de liefde   Veroordeel mij niet, dat was de laatste aanvulling Hoe heet dit patroon, recursief gaan? Het is de eerste keer dat ik het zeg, het is gratis vandaag, het begin, Pinocchio in pianoconcert van de kunsten Zal de eindmeet zonder noot niet halen   Plaatsbepaling poëzie Samenvattend, geen analyse zonder opmerking Nu ben ik deelbaar, wat is Uw vraag?   Beschrijving De beschrijving van Babylon is de mediterraanse stad van oceaans Monteriggioni   Atlantis-Athene Als oplossing Protagonist Protagoras in de spits, punt. Ik ben Al geworden dat is eenzaam   Ik was een mens  Nu ben ik een perspectief Tot Nu zal ik geen geestelijke dood sterven Gezondheidszorg is een boomerang   Het is geen herhaling Taboe Hoogstens letterlijk een te lang aanslepend woord   Van structuur ontheven kan ik de Aarde aan Ik werd nooit beklemtoond met een voorafgaande bedoeling   Ik heb ze gemaakt  Aan welke kant ligt nu de noodzaak? Onafhankelijk wordt gegeven een enig woord als zelfstandig naamwoord   Herhaling, geen variatie mijn vatbaar, vader Maar goed, ik voel me goed, onschuldig zelfs   Dit huwelijk zal nooit de waarborg worden?   Waar was je nu weer, Robijn?   Ik neem ontslag van de lichtinval. Er is al op voorhand bepaald wat cruciaal is. Mijn hart bloedt, een opmerking geen vaststelling   Ik heb nog nooit de voorgaande bloem gezien, maar ik wil U die in alle spontaniteit geven: het verlangen naar noodzaak Voorwetenschap van de profeet wordt gelezen en geschikt verklaard Altijd iets nieuws, dat is niet oorspronkelijk dacht de ezel van de rijst "Hoe moet ik de rijst gooien, als ik de kerk verlaat?" Gekookt want het heeft gesneeuwd Jij leeft hier Ze beeft   Hier liggen nu de kansen die niet verdwijnen zonder wedstrijd Ik ken mijn renaissance al   Heeft de geschiedenis ze gestolen in wederhelft, tijdsgeest?   Het zijn niet jullie lievelingswoorden het zijn de mijne Ik tel de lengte van uiteraard   Het moederhuis van onschuld Bevestiging is de limiet van de taal, interactie Dat volstaat. De leraar zonk in het perron en dat was mijn misdaad Ik werd verbrand op een stelling   Het doek van de Sixtijnse kapel viel van mijn moeder haar benen   Michelangelo is op het moment weer aan het paintballen met de engel van een andere vraag   Zwembaden en landbouwen, het verschil is niet water dat is het resultaat Aangelengd bloed, aangelengd bloed, mijn hersenen zijn aangelengd bloed in een gegeven wereld? Toen de jongen om de bedoeling van zijn perceptie vraagt in dezelfde relevantie, antwoordt de leraar in het verleden Het is verboden de tijd terug te keren   Ik schilder in een zwembad Blauw De nieuwe poort van Athene De wijsheid als autonoom van het klimaat Is overbodig bestaan? Recyclage heeft ook materie   De rijzende taart oogste korrels op onze matten en met twee woorden spreken annuleert mijn geheugen Ik is mijn punt van veiligheid We bereiken hun punt niet en ze horen ons denken, wat moeten we nu doen: het eerste of het tweede Het eerste vierkant in een deelverzameling die ons het verslag van de geschiedenis die wij benoemen levert Een geschenk van een engel zijn filosofie marathon Waarom hebben jullie hem herhaald voor het geweten, publiek?   Papier is flinterdun in een gegeven wereld  De blauwdruk van Assyrië dan maar Een verwijzing en een toespraak Vallen naar de sleutel met Alies Het is een verassing Weeral het verkeerde huwelijk Ik ben alleen en niet eenzaam in de neutraliteit waarmee ik faalangst van de engel, de normaal van het zonlicht en de differentiatie van de wolken Hun receptie   De levensvoorbereiding van moeders engel in vertrouwen gevallen voor mijn eerste woorden de essentie van wat ze nu gaat zeggen Ja   Systematische woede Plaatsbepaling poëzie Onderbroken door de toekomst, mijn genie   Met haken en ogen, de inval van relativisme op mijn referentiepunt Was het een antwoord of een aanval van het volk? Nee die grote stem, eindelijk die grote stem. De gradatie in overgang omwentelt terugkeer   Weeral voorbij het midden waar de waarheid ligt Golf met bekers gaat niet, spijt me, want dit is mijn tweede kans   Redelijk is een adjectief maar een betrekking op deze volzin Engels schrapen contrast van de daken We zijn meer nu Evolutie is geen gedachte   De afdwaling van de lampkap Atlas Protagoras sluit het boek van de aarde Mijn zus bepaalt de weg In de kern is mijn hurt autisme

Robijn Bodijn
21 1

boeken breken boze beren, intro hoofdstuk 1

De regen tikte zacht tegen het raam toen Conraad besefte dat hij in een wereld leefde waar iedereen veters droeg, en hij velcro. Het licht viel verkeerd en zijn handen trilden, hij besloot om zijn boek neer te leggen. Zijn koude, trillende handen gleden zacht in zijn broekzak, grabbelend. Hij had moeite met zijn eerste oortje in zijn oor te krijgen, het tweede ging makkelijker. Zijn ogen dwaalden door de ruit, starend in de donkere maandagochtend. Beste reizigers … Conraads hand ging snel naar zijn oor. Volgende station: Zoberdem. Mijn station. Hij klikte op zijn telefoon om de muziek verder te laten spelen en greep zijn rugzak die op de stoel tegenover hem lag. Shit, bladeren vielen over de vloer, terwijl hij ze snel terug oppakte hoorde hij een zacht gegiechel. Zijn donkerbruine ogen schoten naar voor, hij waaide vlug de haren uit zijn zicht, wow. Een meisje, nog nooit zo mooi gezien. Ze droeg het duister in haar haren, die zwarter dan de ochtendlucht over haar schouders gleden. Haar ogen glansden groen, als mos dat glinstert in de eerste dauw. Haar tanden wit als een sneeuwvos, net gevangen door een sneeuwstorm. Hij keek terug naar zijn boekentas wanneer hij besefte dat hij aan het staren was. Zijn voeten sleepten over de vloer tot hij uit de trein sprong, net voordat de deur sloot. Zijn botten stil en spieren gespannen, hij stond stil. Mensen passeerden, keken hem raar aan, keken dan terug naar het pad dat voor hun lag. Niet nu, mensen kijken, beweeg Conraad, beweeg nu, alsjeblieft. Conraads longen deden pijn, zijn mond geopend en ogen wijd versperd. Een doffe trilling in zijn broekzak, zijn spieren ontspanden zich. Zijn mond klapte dicht en zijn grote adamsappel steeg en daalde waneer hij slikte. Zijn hand graaide in zijn broekzak, zijn hand als zijn telefoon trilden nog. Hallo? Hallo? opnieuw Ah ja Conraad, ja hallo, euhm waar ben jij? Conraads telefoon trilde  sorry ik had je niet verstaan, wat zei je?  Ah, ik vroeg waar je bent, het is al 9 uur en je bent nog niet bij Anne.  Ik ben pas net toegekomen, ik kom nu af. Hij keek rond hem, het station was leeg. Ik heb hier toch niet zo lang gestaan? Hij haalde zijn arm naar boven en staarde naar zijn horloge, wazig door zijn waterende ogen. Heb ik hier 10 minuten gestaan, dat kan toch niet. Voor Conraad het door had, hadden zijn voeten hem al op de trap geleid, zijn kapotte schoenen bogen wanneer zijn voeten de grond raakte. Toen hij het station uitliep zag hij de stad in zijn volle glorie. Is dat nu Labi zijn nonkel? Toch niet weer. Terwijl Conraad bezorgd naar de man snelde, kwamen de vuisten als sneeuwvlokken in de duistere nacht.  Mijn geld stelen, ge moe maar eens proberen klojo! U geld, U geld?! Gebt het godverdomme eerst van mij afgepakt! Conraad pakte Labi’s oom zijn arm vast en huh, ik zie zo wazig. Een paar bloedrode ogen staarden in zijn ziel.  Conraad? Ah nee, Conraad.   Een stuk boomstronk op de grond brak zijn val, de waas werd rood. Ga ik nu naar de hel, of word ik gek? Een hand wreef over zijn oogkas en het deed zeer als hij nog nooit had meegemaakt. De rode gloed verdween.  Ahnee kut, Conraad, wat heb ik u nu aangedaan. 

Paco.Gorissen
19 1
Tip

Soldaten en prostituees

(Update: hier ´tip van de week´ worden, is mijn grootste schrijfprestatie ooit. De mooie woorden deden deugd, waardering is altijd fijn. Hartelijk bedankt dus voor deze eer!) Half vijf in de ochtend. Cas duwde met zijn schouder de houten deur van het barak open, zette zijn kop koffie op de trede van de veranda en rekte zich uitgebreid uit tot de spieren in zijn lichaam de herinnering aan het veldbed kwijtspeelden. De wolken hingen laag. Donkere, bewegingloze massa's, gevuld met stof en as. Het goedje, verrijkt met vocht, dwarrelde als sombere sneeuw naar beneden en vormde een grijs, kleverige laagje op de daken en paden tussen de verschillende barakken. De gebouwen stonden opgesteld in een U-vorm, aan de rand van de Gekende Wereld. Cas zocht zijn laarzen, op de plek waar hij ze gisterenavond had achtergelaten en draaide ze om. Drie kleine schorpioenen en één nijdige spin sprintten verrast weg, op zoek naar een veiliger schuilplek tussen de kieren van de trap. Hij trok zijn laarzen aan, nam de kop dampende koffie en ging op de trap zitten om te genieten van de zeldzame rust. Zijn blik gleed loom over de grijze wereld, tot zijn ogen bleven rusten op de enige andere wakkere ziel op het hele domein. Een man, kromgetrokken door de leeftijd en het barre klimaat, stond, dik ingeduffeld tegen de kou, als een bezetene te vegen. Propere trappen voor de heren in het hotel, dat was zijn 'raison d' être'. Alsof hij Cas' blik voelde, hield de grijsaard op en stak bij wijze van groet de borstel in de lucht. 'Ik betaal hiervoor, hoer!' Cas zette behoedzaam zijn kop koffie neer. Hij en de veger keken als afgesproken naar de witte tent, opgezet naast het hotel. De ruzie liep hoog op, al kon Cas niet begrijpen waarover het ging: wie het ook was, was te dronken om goed te articuleren. 'Laat me verdomme los!' Cas slaakte een diepe zucht. Ruzie in het bordeel eindigde meestal in drama. En tranen. Een hoop tranen. Hij mocht de hoeren niet zo, teveel show en gedoe. De veger veegde niet langer. Hij omklemde de steel van zijn borstel als een wapen. Zijn ogen schoten heen en weer tussen de tent en Cas. Het werd moeilijk om deze onuitgesproken vraag te negeren, besefte hij. Hij hees zich met tegenzin overeind, nam afscheid van zijn heerlijke koffie en slenterde op zijn gemak naar de tent. Als de man in kwestie eerlijk betaald had, dan verdiende hij nog wat tijd maar dat rechtvaardige natuurlijk niet om de hoer de tanden uit te slaan. Cas voelde er niet veel voor om te storen. De hoeren hoorden bij het hotel, al was dat een grote naam voor het bouwvallige houten bouwwerk aan de rand van de wereld. Cas was een lange, slanke gespierde man en met zijn 32 lentes al één van de meer ervaren rotten in het vak. Dit was zijn zeventiende trip naar de Rand van de Wereld en bijgevolg de zeventiende keer dat hij hier gestationeerd was en ruzies oploste tussen dronken heren met sterren op hun schouders en de hoeren. Zelden zag hij twee jaar na elkaar hetzelfde gezicht terug in de witte tenten. Hij maakte zich geen zorgen om hen, ze vormden een gewaardeerd deel van de accommodatie van het hotel maar telden niet mee. Cas kon niet toestaan dat één van zijn bazen eigendom van het hotel vernielde. Daar kwam papierwerk van. En nog meer drama.  Cas passeerde de veger, die met kleine, scherpe oogjes naar hem opkeek. De man wees, met het uiteinde van zijn borstel naar de tent. Zijn oogjes schitterden van opwinding bij de volgende schreeuw. De tent daverde op zijn stokken.  Hij grijnsde wellustig. 'Geen spek voor jouw bek, man,' zei Cas vriendelijk. 'Als hun baas merkt dat je naar hen staat te gluren, word je op staande voet ontslagen.' En hier, in de deze uithoek van de wereld, stond dat gelijk aan langzaam wegteren. De grijns verbleekte.  Ze schrokken allebei van een soort grom, gevolgd door een vreemde snik waar Cas een beetje onpasselijk van werd. Daarna keerde  de stilte terug. Cas haastte zich richting tent en tingelde zachtjes met het belletje. 'Meneer, is alles goed daarbinnen?' 'Cas, moei je niet,' sprak een zware stem, donker van opwinding en drank. Cas propte zijn handen in zijn broekzakken en ging staan wachten. Hij stond beleefd met zijn rug naar de tent gedraaid, wat op afstand en luisterde naar het gehijg en gekreun. Kort daarop waaierden de flappen open. Er dook een man naar buiten, met zijn uniformjasje over zijn schouder gedrapeerd. Hij keek tevreden uit zijn ogen en spotte Cas. De Officier gooide de flap dicht.  Cas sprong in houding. Zijn baas trok zijn vestje aan en knoopte zijn broek dicht. Zijn oog kleurde voorzichtig paars. 'Die kan jij je niet veroorloven, man.' Hij floot tussen zijn tanden. 'Het is een wild schepsel en wat een lijf.'  'Ik hoorde geruzie,' antwoordde Cas rustig. Het gezicht van de man betrok. Hij loerde met waterige oogjes naar de tent en slaakte een bodemloze diepe zucht.  'Zorg dat die hoer toonbaar is voor het ontbijt. En geen woord hierover, soldaat.' 'Ja, meneer.' Cas keek hem na en dook de tent binnen. Hij liet de flap openstaan en zijn ogen wenden langzaam aan de schemer.  'Licht?' 'In de hoek,' kwam het gesmoord vanuit de duisternis. Cas rommelde onhandig met de lamp, het was een antiek geval op zonnebatterijen en kwam maar moeizaam tot leven. Hij stond onbeholpen in de hoek met het ongemakkelijk gevoel dat hij de hele ruimte vulde. 'Is alles goed met u?' vroeg hij toen maar. In het spaarzame licht van de lamp stond een man, hoogstens twintig jaar oud, slank en fijn gespierd. Zijn huid had de kleur van warme aarde. Cas' mond viel open: hij kende alleen maar grauwe, bleke mensen. De jongeman negeerde Cas compleet en woelde met zijn beide handen door een wild, jongensachtig kapsel. Hij bestudeerde aandachtig de toppen van zijn vingers. In het gele licht kleurden zijn haren groen, vol parels en samengeklitte lokken. Cas hervond zijn stem toen een paar bruine ogen hem vragend aankeken. 'Kan ik u helpen?' Zijn accent kwam Cas niet bekend voor. 'Als u ook wil,' de stem haperde even. 'Dan moet u een afspraak maken met mijn baas,' vervolgde hij koeltjes. 'Niet echt,' glimlachte Cas. De jongeman knikte en raapte een hoop kleren van de grond. Er zat bloed aan zijn vingers. 'Bent u beschadigd, moet ik iets rapporteren?' Cas nam zich voor om de officieren eens streng toe te spreken in verband met hun omgang met de lokale hoeren. Dit exotisch exemplaar kostte waarschijnlijk een fortuin. De jongen snoof zachtjes, wilde iets zeggen maar slikte de woorden weer in. 'Nee, ik ben in orde. U mag gaan, soldaat, maar bedankt voor...' Alle bloed trok vervolgens uit zijn gezicht. Hij wankelde, greep naar het kastje bij het bed om houvast te zoeken, vond het niet en ging met een zucht onderuit. Cas vloekte binnensmonds. 'Flauwvallen en drama, altijd hetzelfde.' De donkere haren kleefden samen van het bloed. Cas keek naar buiten, waar zijn officier was verdwenen. Grote kans dat hij die jongen met zijn hoofd tegen de bedrand heeft geknald om hem iets meegaander te maken, bedacht hij somber. De jongeman zag er eerder het pittige type uit. Cas hurkte neer en kneep zijn ogen tot kiertjes. De prostituee had op zijn ribben een kleine tatoeage van een bloem. Het was fijn werk, merkte Cas respectvol op. Hij viste het shirt die de jongeman had opgeraapt van tussen de slappe vingers en maakte die nat met water van het glas op het kastje. De wimpers trilden toen hij de natte stof tegen de buil drukte. De jongeman greep Cas' arm om niet te kantelen en ging op de rand van het bed zitten, met zijn natte shirt tegen zijn hoofd gedrukt. Hij liet het shirt in zijn schoot vallen en keek verbaasd naar het bloed. Zijn ogen werden groot van ongeloof. Cas hurkte voor hem neer, hij voelde oprecht met de jongen mee. 'Je was bewusteloos, ik denk dat hij alles met je heeft gedaan wat hij wilde, vriend.' Hij klopte de jongeman op zijn knie. 'Red je het verder?' De ochtenddienst riep, over een kleine drie uur vertrok de expeditie richting de Rand van de Wereld. Cas werd geacht mee te gaan om de dure professoren te beschermen. Hij liet de beduusde jongeman achter. De veger stond nu al drie treden hogerop en veegde alsof zijn leven ervan afhing. Nog zes treden te gaan. Stof schoof van links naar rechts en terug. Hij keek op, zijn ogen flitsten naar de tent. 'En?' vroeg hij verwachtingsvol. Cas draaide zich om. De hoer stond in de tentopening, intussen gekleed in een vuile broek. Hij beende, met een emmer in zijn hand en met nijdige lange passen, doorheen het neerdwarrelende stof richting waterbekken. 'Zie dat eens,' kwijlde de veger. 'Hij komt van daar.' De borstel wees richting Rand van de Wereld. 'Ik betwijfel het,' antwoordde Cas vriendelijk. Zijn ogen bleven iets langer dan nodig rusten op de elegante verschijning. 'Zeker weten van wel,' piepte de veger gekwetst. 'Ik was er bij. Hij komt van daar, van de berg.' 'Hij lijkt me niet te genieten van zijn job. Als hij van daar komt, zoals jij beweert, dan kan hij terugkeren. Toch?' De oude man zond hem een duistere blik toe. 'Beschuldig je mij van liegen? Hij komt van daar, waarom hij niet terugkeert, is zijn zaak en die van zijn baas. Maar ik zeg je, hij is onbetrouwbaar.' 'En dat geloof ik dan weer onmiddellijk. Bedankt voor de tip.' Cas glimlachte naar de veger. Hij liet de man achter op de veranda, in het gezelschap van zijn borstel en stapte het gebouw binnen. De meeste officieren zaten al aan het ontbijt. Ze groetten hem kort en Cas schoof aan bij zijn eigen mannen, met een goed gevuld bord en een tweede kop koffie. 'Problemen gehad?' Zijn tafelgenoten zaten breed te grijnzen. Eén van hen knikte naar de officierstafel, waar een man met een blauw oog zat. 'Hmm, hij sloeg een hoertje bewusteloos om zijn gang te kunnen gaan,' mompelde Cas. 'De smeerlap,' bevestigde Cas' beste maat. 'Officier Gilles staat gekend voor zijn grove manieren. Wauw, kijk daar eens. Hé, schoonheid, tijd voor mij?' Ze draaiden allemaal hun hoofd richting raam. De jongeman stond nonchalant tegen een waterreservoir geleund, met zijn handen in zijn zakken. In gesprek met een collega. Het contrast tussen beide kon niet groter zijn. De ene bleek, met de blauwe, ongezonde tint van iemand die het niet zolang meer zou rekken. De haren hingen futloos over het scherpe gezicht. Daarbij leek Cas' nieuwe kennisje zo uit vakantie te komen. Hij lachte vrolijk, ging flirtend met zijn hand door zijn haar en sloeg zijn ogen op, richting de soldaten. Hij stak prompt zijn middelvinger op naar de toeschouwers, nam de emmer en beende gezwind terug naar zijn stekje. Zijn bleke collega volgde hem op de voet. 'Heren.' Het gelach en gejoel viel stil. 'Heren, even jullie aandacht. Vandaag is de dag...' Cas luisterde maar met een half oor. Hij kende de speech intussen uit het hoofd.  Maar vandaag was de dag...  

De Donderklif
129 4