Lezen

Tip

Soldaten en prostituees

(Update: hier ´tip van de week´ worden, is mijn grootste schrijfprestatie ooit. De mooie woorden deden deugd, waardering is altijd fijn. Hartelijk bedankt dus voor deze eer!) Half vijf in de ochtend. Cas duwde met zijn schouder de houten deur van het barak open, zette zijn kop koffie op de trede van de veranda en rekte zich uitgebreid uit tot de spieren in zijn lichaam de herinnering aan het veldbed kwijtspeelden. De wolken hingen laag. Donkere, bewegingloze massa's, gevuld met stof en as. Het goedje, verrijkt met vocht, dwarrelde als sombere sneeuw naar beneden en vormde een grijs, kleverige laagje op de daken en paden tussen de verschillende barakken. De gebouwen stonden opgesteld in een U-vorm, aan de rand van de Gekende Wereld. Cas zocht zijn laarzen, op de plek waar hij ze gisterenavond had achtergelaten en draaide ze om. Drie kleine schorpioenen en één nijdige spin sprintten verrast weg, op zoek naar een veiliger schuilplek tussen de kieren van de trap. Hij trok zijn laarzen aan, nam de kop dampende koffie en ging op de trap zitten om te genieten van de zeldzame rust. Zijn blik gleed loom over de grijze wereld, tot zijn ogen bleven rusten op de enige andere wakkere ziel op het hele domein. Een man, kromgetrokken door de leeftijd en het barre klimaat, stond, dik ingeduffeld tegen de kou, als een bezetene te vegen. Propere trappen voor de heren in het hotel, dat was zijn 'raison d' être'. Alsof hij Cas' blik voelde, hield de grijsaard op en stak bij wijze van groet de borstel in de lucht. 'Ik betaal hiervoor, hoer!' Cas zette behoedzaam zijn kop koffie neer. Hij en de veger keken als afgesproken naar de witte tent, opgezet naast het hotel. De ruzie liep hoog op, al kon Cas niet begrijpen waarover het ging: wie het ook was, was te dronken om goed te articuleren. 'Laat me verdomme los!' Cas slaakte een diepe zucht. Ruzie in het bordeel eindigde meestal in drama. En tranen. Een hoop tranen. Hij mocht de hoeren niet zo, teveel show en gedoe. De veger veegde niet langer. Hij omklemde de steel van zijn borstel als een wapen. Zijn ogen schoten heen en weer tussen de tent en Cas. Het werd moeilijk om deze onuitgesproken vraag te negeren, besefte hij. Hij hees zich met tegenzin overeind, nam afscheid van zijn heerlijke koffie en slenterde op zijn gemak naar de tent. Als de man in kwestie eerlijk betaald had, dan verdiende hij nog wat tijd maar dat rechtvaardige natuurlijk niet om de hoer de tanden uit te slaan. Cas voelde er niet veel voor om te storen. De hoeren hoorden bij het hotel, al was dat een grote naam voor het bouwvallige houten bouwwerk aan de rand van de wereld. Cas was een lange, slanke gespierde man en met zijn 32 lentes al één van de meer ervaren rotten in het vak. Dit was zijn zeventiende trip naar de Rand van de Wereld en bijgevolg de zeventiende keer dat hij hier gestationeerd was en ruzies oploste tussen dronken heren met sterren op hun schouders en de hoeren. Zelden zag hij twee jaar na elkaar hetzelfde gezicht terug in de witte tenten. Hij maakte zich geen zorgen om hen, ze vormden een gewaardeerd deel van de accommodatie van het hotel maar telden niet mee. Cas kon niet toestaan dat één van zijn bazen eigendom van het hotel vernielde. Daar kwam papierwerk van. En nog meer drama.  Cas passeerde de veger, die met kleine, scherpe oogjes naar hem opkeek. De man wees, met het uiteinde van zijn borstel naar de tent. Zijn oogjes schitterden van opwinding bij de volgende schreeuw. De tent daverde op zijn stokken.  Hij grijnsde wellustig. 'Geen spek voor jouw bek, man,' zei Cas vriendelijk. 'Als hun baas merkt dat je naar hen staat te gluren, word je op staande voet ontslagen.' En hier, in de deze uithoek van de wereld, stond dat gelijk aan langzaam wegteren. De grijns verbleekte.  Ze schrokken allebei van een soort grom, gevolgd door een vreemde snik waar Cas een beetje onpasselijk van werd. Daarna keerde  de stilte terug. Cas haastte zich richting tent en tingelde zachtjes met het belletje. 'Meneer, is alles goed daarbinnen?' 'Cas, moei je niet,' sprak een zware stem, donker van opwinding en drank. Cas propte zijn handen in zijn broekzakken en ging staan wachten. Hij stond beleefd met zijn rug naar de tent gedraaid, wat op afstand en luisterde naar het gehijg en gekreun. Kort daarop waaierden de flappen open. Er dook een man naar buiten, met zijn uniformjasje over zijn schouder gedrapeerd. Hij keek tevreden uit zijn ogen en spotte Cas. De Officier gooide de flap dicht.  Cas sprong in houding. Zijn baas trok zijn vestje aan en knoopte zijn broek dicht. Zijn oog kleurde voorzichtig paars. 'Die kan jij je niet veroorloven, man.' Hij floot tussen zijn tanden. 'Het is een wild schepsel en wat een lijf.'  'Ik hoorde geruzie,' antwoordde Cas rustig. Het gezicht van de man betrok. Hij loerde met waterige oogjes naar de tent en slaakte een bodemloze diepe zucht.  'Zorg dat die hoer toonbaar is voor het ontbijt. En geen woord hierover, soldaat.' 'Ja, meneer.' Cas keek hem na en dook de tent binnen. Hij liet de flap openstaan en zijn ogen wenden langzaam aan de schemer.  'Licht?' 'In de hoek,' kwam het gesmoord vanuit de duisternis. Cas rommelde onhandig met de lamp, het was een antiek geval op zonnebatterijen en kwam maar moeizaam tot leven. Hij stond onbeholpen in de hoek met het ongemakkelijk gevoel dat hij de hele ruimte vulde. 'Is alles goed met u?' vroeg hij toen maar. In het spaarzame licht van de lamp stond een man, hoogstens twintig jaar oud, slank en fijn gespierd. Zijn huid had de kleur van warme aarde. Cas' mond viel open: hij kende alleen maar grauwe, bleke mensen. De jongeman negeerde Cas compleet en woelde met zijn beide handen door een wild, jongensachtig kapsel. Hij bestudeerde aandachtig de toppen van zijn vingers. In het gele licht kleurden zijn haren groen, vol parels en samengeklitte lokken. Cas hervond zijn stem toen een paar bruine ogen hem vragend aankeken. 'Kan ik u helpen?' Zijn accent kwam Cas niet bekend voor. 'Als u ook wil,' de stem haperde even. 'Dan moet u een afspraak maken met mijn baas,' vervolgde hij koeltjes. 'Niet echt,' glimlachte Cas. De jongeman knikte en raapte een hoop kleren van de grond. Er zat bloed aan zijn vingers. 'Bent u beschadigd, moet ik iets rapporteren?' Cas nam zich voor om de officieren eens streng toe te spreken in verband met hun omgang met de lokale hoeren. Dit exotisch exemplaar kostte waarschijnlijk een fortuin. De jongen snoof zachtjes, wilde iets zeggen maar slikte de woorden weer in. 'Nee, ik ben in orde. U mag gaan, soldaat, maar bedankt voor...' Alle bloed trok vervolgens uit zijn gezicht. Hij wankelde, greep naar het kastje bij het bed om houvast te zoeken, vond het niet en ging met een zucht onderuit. Cas vloekte binnensmonds. 'Flauwvallen en drama, altijd hetzelfde.' De donkere haren kleefden samen van het bloed. Cas keek naar buiten, waar zijn officier was verdwenen. Grote kans dat hij die jongen met zijn hoofd tegen de bedrand heeft geknald om hem iets meegaander te maken, bedacht hij somber. De jongeman zag er eerder het pittige type uit. Cas hurkte neer en kneep zijn ogen tot kiertjes. De prostituee had op zijn ribben een kleine tatoeage van een bloem. Het was fijn werk, merkte Cas respectvol op. Hij viste het shirt die de jongeman had opgeraapt van tussen de slappe vingers en maakte die nat met water van het glas op het kastje. De wimpers trilden toen hij de natte stof tegen de buil drukte. De jongeman greep Cas' arm om niet te kantelen en ging op de rand van het bed zitten, met zijn natte shirt tegen zijn hoofd gedrukt. Hij liet het shirt in zijn schoot vallen en keek verbaasd naar het bloed. Zijn ogen werden groot van ongeloof. Cas hurkte voor hem neer, hij voelde oprecht met de jongen mee. 'Je was bewusteloos, ik denk dat hij alles met je heeft gedaan wat hij wilde, vriend.' Hij klopte de jongeman op zijn knie. 'Red je het verder?' De ochtenddienst riep, over een kleine drie uur vertrok de expeditie richting de Rand van de Wereld. Cas werd geacht mee te gaan om de dure professoren te beschermen. Hij liet de beduusde jongeman achter. De veger stond nu al drie treden hogerop en veegde alsof zijn leven ervan afhing. Nog zes treden te gaan. Stof schoof van links naar rechts en terug. Hij keek op, zijn ogen flitsten naar de tent. 'En?' vroeg hij verwachtingsvol. Cas draaide zich om. De hoer stond in de tentopening, intussen gekleed in een vuile broek. Hij beende, met een emmer in zijn hand en met nijdige lange passen, doorheen het neerdwarrelende stof richting waterbekken. 'Zie dat eens,' kwijlde de veger. 'Hij komt van daar.' De borstel wees richting Rand van de Wereld. 'Ik betwijfel het,' antwoordde Cas vriendelijk. Zijn ogen bleven iets langer dan nodig rusten op de elegante verschijning. 'Zeker weten van wel,' piepte de veger gekwetst. 'Ik was er bij. Hij komt van daar, van de berg.' 'Hij lijkt me niet te genieten van zijn job. Als hij van daar komt, zoals jij beweert, dan kan hij terugkeren. Toch?' De oude man zond hem een duistere blik toe. 'Beschuldig je mij van liegen? Hij komt van daar, waarom hij niet terugkeert, is zijn zaak en die van zijn baas. Maar ik zeg je, hij is onbetrouwbaar.' 'En dat geloof ik dan weer onmiddellijk. Bedankt voor de tip.' Cas glimlachte naar de veger. Hij liet de man achter op de veranda, in het gezelschap van zijn borstel en stapte het gebouw binnen. De meeste officieren zaten al aan het ontbijt. Ze groetten hem kort en Cas schoof aan bij zijn eigen mannen, met een goed gevuld bord en een tweede kop koffie. 'Problemen gehad?' Zijn tafelgenoten zaten breed te grijnzen. Eén van hen knikte naar de officierstafel, waar een man met een blauw oog zat. 'Hmm, hij sloeg een hoertje bewusteloos om zijn gang te kunnen gaan,' mompelde Cas. 'De smeerlap,' bevestigde Cas' beste maat. 'Officier Gilles staat gekend voor zijn grove manieren. Wauw, kijk daar eens. Hé, schoonheid, tijd voor mij?' Ze draaiden allemaal hun hoofd richting raam. De jongeman stond nonchalant tegen een waterreservoir geleund, met zijn handen in zijn zakken. In gesprek met een collega. Het contrast tussen beide kon niet groter zijn. De ene bleek, met de blauwe, ongezonde tint van iemand die het niet zolang meer zou rekken. De haren hingen futloos over het scherpe gezicht. Daarbij leek Cas' nieuwe kennisje zo uit vakantie te komen. Hij lachte vrolijk, ging flirtend met zijn hand door zijn haar en sloeg zijn ogen op, richting de soldaten. Hij stak prompt zijn middelvinger op naar de toeschouwers, nam de emmer en beende gezwind terug naar zijn stekje. Zijn bleke collega volgde hem op de voet. 'Heren.' Het gelach en gejoel viel stil. 'Heren, even jullie aandacht. Vandaag is de dag...' Cas luisterde maar met een half oor. Hij kende de speech intussen uit het hoofd.  Maar vandaag was de dag...  

De Donderklif
129 4

PENITENTIAR COMPLEX BRUGGE.

 In een homodancing leerde ik hem kennen hij was er portier. T'was in de tijd dat ik eventjes wereldberoemd was in Antwerpen.Hij was slank gebouwd met blond kort piekhaar.Het kon hem niks schelen.Hij had een lief.Hij was van de seefhoek niet bepaald een plaats waar knap zijn de eerste vereiste is.Zijn lief kwam van een buiten gemeente, een huis, in een bos.K'werd heel hartelijk meegenomen naar zijn lief. Na een tijdje bemerkte ik dat ze gehoorgestoord was een zeer zelfstandige vrouw, was stapelverliefd op hem, hij op haar.Op twintig kan leven schoon zijn. Een paar dagen later stond hij aan mijn deur.Of hij een paar dagen bij mij kon logeren, zijn ouders noemde hij nazi's hij was zo verliefd.Hij kon bij mij logeren ik werkte toen iedere dag van twaalf tot soms na middernacht.Op een dag kwam ik binnen ik rook verbrand.Er waren dagen dat ik erg vermoeid binnenkwam dan stond er warme melk op mij te wachten.Hij wilde die melk eens verwarmen in het koffiezet apparaat.Dat was de verbrande lucht.Schoon opvoeding hij was er twintig en kon nog geen melk verwarmen.Hij bleef er zes maand waar ik alleen goede herinneringen aan heb. Een paar jaar later stond hij weer aan mijn deur om te logeren.Dat kon.Doordat ik op dat ogenblik, aan het worstelen was met een alcoholverslaving logeerde hij niet lang.Hij was toen al aan het proeven van SMAK een product waar ik behoorlijk bang van was.In mijn CANNABIS vriendenkring werden de SMAK gebruikers gemeden.SMAK zorgt voor een korte euforie dan ellende. In een jaar vervielen vrienden tot wrakken velen gingen dood. Niet aan het product maar aan de marginalisering, de uitsluiting, de ellende, de steeds maar voortdurende zoektocht, om het product te vinden.Weer gingen onze wegen uiteen. Ongeveer tien jaar na de eerste kennismaking ontmoette ik Jef terug net voor kerstdag.Het beloofde een leuke kerst te worden samen met mijn broer en zijn vrouw en enkele vrienden ik had net enkele goedkope maar grappige geschenkjes gekocht.Toen zag ik hem "hoe was het ?""Ok ok."Hij zag er beroerd uit k'gaf hem wat geld sprak met hem af na kerst rond nieuwjaar. Rond nieuwjaar stond hij er terug of hij een tijdje bij mij kon logeren. Dat kon maar wel onder een voorwaarde hij moest af van de SMAK.Hoewel ik niet veel van zijn vrienden kende had ik via de tamtam berichten gehoord dat hij zwaar aan de SMAK zat.Dat kon ik niet aan.Hij stemde toe, zag hoe radeloos hij was.Beloofde hem alle hulp.Een paar uur later zag ik hoe de behoefte aan het spul hem naar buiten dreef.Een paar dagen later stond hij weer aan mijn deur ik liet hem staan het was guur winterweer.Een paar dagen later had hij mij terug gevonden.Hij wilde er van af ik beloofde hem alle hulp.Ik liet hem binnen.Ging onmiddellijk achter mijn telefoon zitten om een opvangcentrum te vinden, wist dat het vlug moest gaan.Vier uur lang heb ik verbijsterend aan de telefoon gehangen. Opvanghuizen, afkickcentra, ziekenhuizen, vier uur lang. In sommige instellingen was er plaats maar een of ander idioot levend in een ivoren toren had bepaald dat iedereen die zich aanmelden veertien dagen moest wachten voor hij binnenmocht.Ondertussen had ik begrepen dat Jef leefde van kruimeldiefstallen. In die tijd was een flinke duw tegen een deur voldoende om die open te krijgen. De gb op de Groenplaats is jarenlang een zeer dankbare plaats geweest voor kruimeldieven, een duw en de deur was open soms werd de diefstal zelfs niet bemerkt.Toen ik een van de hulpverleners vertelde dat de junk naast me indien niet geholpen hoogstwaarschijnlijk op dievenpad zou gaan toen zei die hulpverlener dat het hem niks kon schelen.Een van mijn laatste ideeën was Jef aan de deur van een opvangcentrum achter laten.Toen mij opeens een tv programma te binnenschoot een programma van Panorama had iets te maken gehad met een moeder die hulp zocht voor haar junkie zoon.Ik belde de redactie ze wisten me te vertellen dat de moeder geen hulp had gevonden.Maar dat er een dokter was die me misschien verder kon helpen.Het was zondagavond belde de dokter een Nederlandse oudere vrouw toen ze mijn uitleg had gehoord zei ze dat ze onmiddellijk naar haar kantoor zou komen "wat?" zei ik hoogstverbaast en geschrokken van opeens zoveel medewerking."Ik begrijp de situatie" zei ze "ik zal hem metadon voorschrijven de drang op het spul zal verminderen, tot binnen een uur."Een uur later schreef ze een voorschrift.Een half uur later haalden we de metadon van een nachtapotheek.Toen sliep jef.Veertien dagen lang.De slaap werd enkel onderbroken door eten drinken en een wekelijks bezoek aan de arts.Na veertien dagen.Werd Jef wakker toen stuitten we op een nieuw probleem buiten mocht hij geen honderdmeter gaan of hij stuitte op iemand uit het SMAK milieu.De oplossing was een huisje op het platteland waar ik gebruik kon van maken.Geen directe buren geen grote steden alleen frisse lucht en een bos in de buurt.En dacht ik, ver van het SMAK milieu.Na het bezoek aan de dokter zei ik "Jef als we nu eens een auto pikken en er mee naar den buiten rijden?""Ha" zei hij,ondertussen probeerde ik tot zijn grote verbazing enkele autodeuren opeens stak ik de sleutel in een slot deed de deur open zei "rap stap in."Hij was hoogstverbaast, stribbelde tegen, ik dacht nog maar veertien dagen van het spul en al geen goesting meer in pikken.Ik legde hem uit dat ik de auto had gehuurd om naar de buiten te verhuizen. Hij begreep dat hij nog niet sterk genoeg was om de drang om het spul te kopen te weerstaan hij stemde toe in de verhuis.Met de gehuurde auto reden we honderdvijftig km ver van de stad naar een kleindorp waarvan ik dacht dat het SMAK daar totaal onbekend zou zijn.Ik had me niet erger kunnen vergissen.Er was meer SMAK, dan in de stad.Het viel niet zo op.De eigenaar, en zijn vrienden, van het huisje zat helemaal in het SMAK milieu.Toen ik daar aankwam met de van SMAK afkickende Jef leek het wel bollen winkel.Alles was er te krijgen, een dorpsschone al jaren aan de SMAK viel in zijn schoot.Ik voelde me machteloos en boos zeer boos.De samenleving kon de pot op.Ik zat daar met de beste kruimeldief van de lage landen en een gehuurde auto, ik stelde hem voor om eens in de buurt te gaan kijken.K'wou alleen supermarkten doen geen kleine zelfstandige zeker geen contact met mensen.We vonden enkele prooien met een derde slopen we s'nachts naar de achteruitgang van een supermarkt we forceerden het slot gingen lopen met het wisselgeld en de sigaretten.Enkele keren ging het goed tot tijdens verkenners bezoek de argwaan in een supermarkt over ons gedrag hen mijn nummerplaat deed opschrijven. Wat ik niet wist. Een dag later stond de politie aan mijn deur.Ik was er niet.Ik wist het ook niet.Na de derde inbraak was er onenigheid.Ik stond buiten te wachten in de vluchtauto terwijl mijn twee compagnons binnenbraken.De derde man wou buiten staan. In zijn eigen auto.Hij stond buiten tijdens de volgende kraak, het alarm ging af.Hij bleef staan zelfs toen de buurman door zijn venster keek.Hij bleef staan toen de buurman de deur buitenkwam aanstalten maakte in zijn richting.Toen reed hij weg op de hielen gezeten door de buurman.De derde man werd aangehouden toen hij nietsvermoedend thuis kwam.Ons bereikte het bericht we sloegen op de vlucht naar Barcelona.Daar aangekomen hoorden we dat we niet gezocht werden de derde man had zijn mond gehouden. Na een paar dagen uitblazen in Barcelona.Het was goed te zien dat Jef nog nooit buiten Antwerpen was geraakt. Misschien is de aanblik de belevenis van een stad zoals Barcelona iets voor Jef om te beseffen dat de wereld iets groter is dan Antwerpen centrum.We reden terug.De gehuurde auto moest binnen voor onderhoud.Ik deed hem binnen.Ik kreeg een nieuwe gehuurde wagen.Ik startte en reed een eenrichtingsstraat in.Ik werd klem gereden door twee politiewagens.Mijn criminele loopbaan was ten einde.In de cel, ondervragingen.Waaruit bleek dat ze al vroeger weet hadden wegens de supermarkt die mijn nummerplaat had doorgegeven ze vonden me niet, nu hadden ze me.K'werd overgebracht naar Brugge kon logeren in de nieuwe gevangenis van Brugge.Pennetier centrum Brugge p.c.b. of CLUB p.c.b. MED.De gevangenis is te omschrijven als een betonnen bunker met een antisliplaag tegen de muren of een betonnen parkeergarage waar een laagje verf is opgesmeerd.Er zijn honderden meters brede helverlichte gangen.De deuren zijn loodzware stalen platen die op wieltjes op hun plaats worden gerold waarna ze vastgezet worden.De vensters bestaan uit centimeters dik glas zonder tralies.Vier stapelbeden een tafel, stoelen, een brede vensterbank, elk een plakbord, een afsluitbare ijzeren kast .Een pompbak met warm en koud water een spiegel twee twaletten. Een kamer van zes werd mijn verblijf.Uit mijn eerste contact bleek dat privé daar niet bestond mijn dossier was al bekend.Zo zou het ook gaan met mijn brieven bewakers laten gevangenen werkjes doen, dossiers liggen open en bloot."Ik heb janeten afgeslagen in het stadspark in Brugge" zei mijn celgenoot.Hij leek me wel het prototype van homoseksueel die uit frustratie onbewuste aan zelfmutelatie doet. Zag hoe zenuwschokken zijn lijf deden verkrampen die man hoorde hier niet hij hoorde in een ziekenhuis.S'morgens werden we gewekt.De deuren worden opengerold de volledige gang word verwacht in een ruimte waar stoelen en tafels zelfs een klein keukentje staat.Brood, voorverpakte suikers, confituur een zeldzaam vlootje choco, koffie, thee zijn vrij voorradig.Toen ik bemerkte dat de toespijs s'morgens uit een voorverpakt stukje spikulaas een andere keer uit een hoekje kaas bestond besloot ik zo lang mogelijk in bed te blijven. Na het ontbijt worden de deuren op hun plaats gerold en smiddags gaan ze terug open ik sliep die tussentijd. Na het middagmaal dat in benepen gemeten porties uitgedeeld word, werden de deuren terug gesloten diegenen die wilen mochten buiten wandelen. Op een dag was er een incident een oudere bewaker die we nog nooit hadden gezien.Hij begon tot onze en de andere bewakers grote verbazing zeer autoritair te doen op het militaire af.We zaten te eten opeens zei die man "iedereen moet stoppen met eten onmiddellijk terug naar de cel" iedereen bleef verder eten.De andere bewakers zagen hun werk goede relaties op bouwen met de gevangene zodat conflicten onmiddellijk door een vorm van paternalisme in de kiem konden worden gesmoord vernietigd worden door het ondoordachte gedrag van die nieuwe bewaker.Iedereen at verderDe bewaker werd met zachte hand de ruimte uitgeleid.Iedereen stopte met eten. Dan werd men terug in de cel gestopt.De grootste marteling die me daar is overkomen dat was, de dagelijkse confrontatie met walters verjaardagshow iedere dag, na de middag. Opgesloten met enkele bewonderaars, iemand die voor het neerslaan van homos in het park in de gevangenis zit en fan is van Walter.En die walgelijke verjaardagshow. S'avons worden de deuren opnieuw geopend voor het avondmaal.Kan men spelletjes spelen meestal las ik boeken.Wie geen hulp van buitenaf krijgt krijgt daar alleen de afgemeten hoeveelheid voedsel.Voor de rest moet betaald worden fruit melk enz......betalen.Door mensen die niks hebben.Sommigen werken voor de meeste is het de enige mogelijkheid om iets te doen om iets te verdienen.De meeste hebben niks.Doen niks.De gevangenen in België.Naast de straf opgesloten te zitten worden ze uitgehongerd tot nutteloosheid verplicht.Samen met psychische zieken, waaronder psychopaten die iedereen bedreigen, aan iedereen hun wil proberen op te dringen. Een Zuid Amerikaanse gevangene vertelde me dat het oversmokkelen van drugs nooit verkeerd kan aflopen of het lukt, dan volgt de betaling of het lukt niet, dan zit ik onder dak met eten en drinken. Ik werk hier hard van een derde leef ik hier twee derden stuur ik naar mijn land daarvan leeft mijn familie. Hoe lang zou ik hier zitten?Een maand ?Twee maand ?Zes maand ?Niets was zeker.Het boek van het slagerszoontje las ik er.Een boek van Sartre over de revolutionair die na het slagen van de strijd tegen een dictator staatshoofd wordt en dictator wordt.Zag er Antwerpen 93, opT.V.K'was pas weg uit Antwerpen en ze begonen al te feesten.Ik dacht als ik hier zes maand moet zitten dan tracht ik te studeren. Een taal Spaans, Arabisch, een taal die ik schrijf waarmee ik menig zelfverklaard Marokkaan mee in verlegenheid heb gebracht. Na een maand was er de raadkamer.Ik had via via een advocaat gevonden die pleitte "hij zal zijn plan wel trekken."Jef werd verdedigd door een pro Deo advocaat die vurig de heren rechters probeerde te overtuigen dat zijn cliënt direct aan de slag kon als trainer.Wat mij ten zeerste verbaasde.De derde man werd verdedigd door een dure advocaat die het blanco strafregister in de aandacht bracht, hem onmiddellijk een baan in het vooruitzicht stelde.Het leek dat iedereen op hem zat te wachten.Op de derde man.Wat mij deed glimlachen.De raadkamer besloot ons vrij te laten tot het proces.Nog enkele spannende stresserende uren voor we wisten dat niemand beroep had aangetekend tegen de beslissing.S'avonds werden we opgeroepen.Aan de deur gezet. Het eerste wat we doen is een grote zak knapperige friet met mayonaise eten.Op de grote markt in Brugge.T'stond er stampvol volk.     Hoe meer gevangenen hoe beter vinden ze bij de vakbonden. Stel eens voor dat ze doen zoals in Denemarken daar hervalt 4%, in de misdaad, in België is dat 40 %. In Denemarken investeren ze in dokters en therapie. In België In handboeien, kerkers en veel bewakers. De MACHT van de vakbonden.   ---------------------------------------------------------------------------------- FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+serie%3a+club+pcb+med/ De gekwelde, geterroriseerde, in zichzelf opgesloten moderne MAN https://www.2dehands.be/q/verf+ed+de+gekwelde%2c+geterroriseerde%2c+in+zichzelf+opgesloten+moderne/ ---------------------------------------------------------------------------------------- Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religie In het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
11 1
Tip

Het duivenjong

Hij groef een kuil om een verlangen te begraven dat hij niet herkende. Hij groef de kuil met zijn handen, een schop was hij thuis vergeten. Het was lente en de grond was hard, maar niet zo hard dat het onmogelijk was om de eerste laag humus weg te krabben. Zijn nagels werden zwart. Hij had een plekje gekozen onder een grote eik, de enige boom waarvan hij de bladsoort kon herkennen. Het was een zonnige dag en ze waren ook zonnig opgestaan. Zijn vriendin had naast hem gelegen met een glimlach op haar gezicht. Ze was klaarwakker geweest en ze glunderde.Het was hard werken, een kuil graven met je handen. Na een half uur had hij een klein hoopje aarde naast zijn knieën verzameld. Hij liet zijn handen op zijn dijen rusten. De aarde was vochtig en trok strepen op zijn broek. Een hond kwam aan hem snuffelen, keek in het gat en rende weer naar zijn baasje toe. De man knikte naar hem en hij knikte terug. Niets uit hun interactie deed vermoeden dat zijn gedrag op z’n minst bijzonder te noemen was. De man liep verder en zijn hond holde voor hem uit. In hun spoor viel zijn blik op een figuur aan de andere kant van het grasveld waar hij zat te graven. Een vrouw zat op haar hurken in het gras. Haar oranje jas stak als een verdwaald gloeiend kooltje af tegen het beginnend groen dat haar omkaderde. Ze viel op. Ze had Kenny van Southpark kunnen zijn, als ze haar kap over haar hoofd had getrokken. Ze keek naar iets, maar hij kon niet zien naar wat. Haar onbeweeglijkheid deed hem zijn adem inhouden, alsof hij ook stil moest zijn. Hij vergat zijn kuil. Hij bleef kijken naar hoe zij keek naar iets wat buiten beeld viel. Hij dacht aan hoe de wortels van de bomen zich onder hem vertakten en onder het veld door liepen, rechtstreeks naar haar. Hij verbeeldde zich hoe fungi onder de grond via synapsen informatie over hem zouden doorgeven aan haar. Ze zou hem kunnen kennen zonder ooit naar hem te kijken. Ik graaf een kuil om mijn verlangen te verbergen. Als ze bomen waren, zou zij nu weten hoe hij de zon op zijn rug voelde, hoe hij zich ernaar boog. Ze zou weten wat hij voelde wanneer de regen op hem viel, wanneer iemand met een mes in hem zou kerven, hoe hij dronk van grondwater, waar hij voedingstoffen vond. Ze zou weten waar hij zijn nazaten plantte, in welke kuil hij hen verborg. Ze zouden woordeloos kunnen praten. Hij stak zijn vingers weer in de kuil. Bijna in antwoord daarop keek ze om. Hij zwaaide niet naar haar. Hij keek naar haar en ze keek weer weg. Ze legde haar hand op de grond. Een jonge duif viel uit het nest. Hij rommelde met zijn vingers in de kuil. Hij hoorde haar woorden door de grond denderen. Welke duif?Een houtduif, denk ik. Hij zag de vrouw met haar handen over de humuslaag gaan. De aarde reageerde op haar aanraking. Moet ik het oprapen? Moet ik het redden? Moet ik de natuur zijn beloop laten? Gaat het dood?Hij dacht aan zijn vriendin, vanochtend in bed, de grijns op haar gezicht, de woorden die uit haar mond rolden. Hij dacht aan de vogel die uit zijn nest viel en verlaten werd. Meenemen. Redden wat er te redden valt. Eenmaal het jong er is, moet je het koste wat het kost beschermen.De vrouw trok haar hand weg, alsof de grond verzengend was geworden. Hij groef verder en probeerde niet naar haar te kijken, maar even later zag hij haar oogverblindende jas naar de uitgang van het park lopen. Ze hield haar ellebogen geplooid, haar handen voor haar buik geklemd. Hij zag alleen haar oranje rug en toen verdween ze. Een kuil wordt niet per se dieper hoe langer je graaft. Hij bleef over de oppervlakte schuren, brokken aarde gleden tussen zijn vingers. Met het verlangen wilde hij ook de vertwijfeling begraven. Eenmaal het kind er was, moest hij het koste wat het kost beschermen. Wat als het kind uit het nest viel? Er kwam geen antwoord.  +++ Ze had het duivenjong meegenomen uit het park en legde het voorzichtig in het gras van de tuin. Het was dood, in haar handen gestorven onderweg naar huis. Sinds januari geloofde ze niet meer dat een mens alles redden kon en toch trilden haar handen onophoudelijk terwijl ze het lijkje verder droeg als een rouwklager. Ze had haar eigen kind zo willen dragen. De jongen in het park zou pas binnen enkele maanden zijn kind dragen Ze had haar handen op de grond gelegd en ze had hem gezien, echt gezien, niet zoals mensen elkaar in de ogen kijken en denken te weten wat er zich achter de irissen van een ander verschuilt. Ze had zijn angst gezien, zijn twijfel, zijn verlangen. Ze had het ongeboren kind in hem gevoeld en zijn vertwijfelde wens het nu al te willen begraven. Ze wilde hem zeggen dat niets goed voortkwam uit het begraven van een kind. Zijn aanwezigheid en zijn ongeboren kind hadden haar aangespoord het duivenjong mee te nemen, zonder te beseffen wat de uitkomst daarvan zou zijn. Nu was het jong dood. Nu zat ze ermee in de tuin, nu legde ze het op het gras, nu huilde ze om de allesomvattende afwezigheid. Met haar handen groef ze een kuil om te verhinderen dat haar verlangen zou blijven uitdijen. Je kon verlangen niet begraven, ze benijdde de jongen erom dat hij dat dacht. Je kon verlangen alleen inperken, je kon het omringen, je kon het insluiten, je kon het vastzetten zodat het niet groter werd dan jezelf. Het verlangen naar haar eigen kind was groter dan haarzelf. Ze groef en groef en groef en groef. Ze groef een gat dat groter was dan zichzelf. Het was lang en breed en ondiep. Het kostte haar een dag en nog een dag en nog een dag en ze weigerde een schop te gebruiken. Op de vierde dag kon ze er helemaal in gaan liggen. Het duivenjong had ze in een zakje in de vriezer gelegd. Het was koud en klam en een beetje vochtig toen ze het lijkje op haar borst legde in het midden van het gat. Ben je daar?Het was middag, de zon laafde zich aan haar. Het duivenjong schitterde in het licht. Ben je daar?Er kwam geen antwoord. Ze wilde dat ze een boom was, zodat haar wortels altijd in contact zouden staan met een ander, zodat het nooit stil zou zijn. Soms valt het kind uit het nest. Dan wordt het stil. Dan graaf je een kuil en je laat je verlangen erin zakken. Je hoopt dat het verdwijnt. Je hoopt dat met het verlangen ook het verdriet verdwijnt, de vertwijfeling. Maar niets verdwijnt ooit. Het transformeert alleen. Het gaat op in de grond en komt elders weer boven in een vorm die je niet meteen herkent. Ze lag doodstil in de kuil. Haar borst deed het duivenjong bijna opvliegen. Omhoog. Omlaag. Omhoog. Omlaag. Er vlogen kauwen over, schreeuwend. Soms kan je het kind niet beschermen. Dan wordt het overal stil. Ze voelde hem, haar zoon, niet de man in het park. Hij antwoordde woordeloos.Daarna begroef ze het duivenjong. Ze veegde het gat weer dicht, stampte de aarde aan, wiste sporen weg.  +++ Vier dagen later was hij de kuil gaan opzoeken in het park. De kuil was geen kuil meer. Het hoopje zand was weggewaaid of dichtgemaakt door een ander dan hemzelf. Hij wist wel nog exact waar hij gegraven had: die ene plek onder de boom waar de lievevrouwebedstro bloeide. Hij had zijn vriendin meegenomen. Vanochtend had hij zijn hand op haar buik gelegd en haar verteld over de kuil en het duivenjong. Ze had hem verzekerd dat het normaal was om angstig te zijn over de verantwoordelijkheid die ze plots, sinds een paar dagen, moesten dragen. Ze had voorgesteld om iets in de kuil te planten.  Hij toonde haar de boom en de verdwenen maar niet vergeten kuil. De donkere aarde was bijna onzichtbaar onder de lievevrouwebedstro die plots was opgerukt alsof het ook sporen wilde uitwissen. De vrouw met de oranje jas was nergens te zien. Hij stapte naar voren en in zijn beweging botste hij op iets, het tolde rond onder de begroeiing. Zijn vriendin bukte zich en greep het met haar hand. Het was een bruine eikel, onverwacht in het voorjaar. Hij nam hem van haar over en hurkte. Hij  legde zijn hand op de grond. Meenemen? Laten liggen?Een groepje kauwen speelde krijsend in de lucht. Laat maar liggen. Laat maar groeien.

eenstweedrie
168 7