Lezen

Kaap Voorn

   Er zijn er niet van haar. Stemmen. En hoe de zilte bries hen beschermd in het onverstaanbare. Een aangevlogen hand voor een mond die niet weet waar de woorden zouden belanden, mocht het kunnen, misschien daar, daar waar hoge en lage druk elkaar gebieden.    Een koppel misschien, gezandstraald tot de stilte waarin ze willen wiegen, staat kaarsrecht, misschien, stokstijf bevrozen, misschien hebben ze haar over het water als een donderende golf horen aanrollen, en nu, is de echo nu, of al het betrapte valt te vermijden?   Zij door hen, zij door haar, zij door zij als zijden naast elkaar door, zijdens door de vingers geglipt van wat zich niet laat bewaren, muren van gisteren, muren van morgen, en de meeuwen schrikken op. Een schot. Is er één niet van hen.    Weeë geur in de lucht.    De hele start richting horizon, tegen de branding in. Een roestige zeemijn, egel koprollend op kop, achtervolgt door een wolk vol schelpengruis en flarden wier, haar voeten kleven als lava.    Ze stolt.    Korrels verglazen als druppels dauw op de haartjes op haar armen en op haar benen, overal om haar heen, ijsblauwe schaduwen. Het koppel misschien, smeltend misschien, smeltend uit een schreeuwen. Hagelstenen van woorden die op haar levenslijn roffelen en het kietelen van een antwoord willen geven, het kietelen van geen vraag meer te stellen.    De maalstroom voert hen allemaal mee, hoog, laag, geen tij meer om te keren, ze zou thans zweren strandjutter te zijn geweest. Een houten sirene te hebben bevrijd. Boegbeeld van het schip dat tegen de tijd strijdt.     

Bas Tuurder
42 1

De vrouw die haar hamster savooikool gaf

De meeste mensen die als kind een hamster hadden, hebben minstens één getraumatiseerd verhaal overgehouden aan hun huisdier. Het is algemeen geweten dat veel hamsters sterven op vreemde manieren. Voor Serafine Montagne is dat niet anders. Serafine woont in een klein appartement met haar nieuwste hamster Gerald. De vorige hamster, meneer Sniffels, was een kleine maand geleden om het leven gekomen. Op een nacht was hij ontsnapt uit zijn hok. De deur naar de badkamer stond open en daar was meneer Sniffels omhoog geklommen. Serafine vond de hamster pas laat in de ochtend, drijvend in de wc-pot. Dat was de achttiende hamster die ze was verloren. Gerald was nummer negentien. Ze blijft nieuwe hamsters halen, want de kleine beestjes vindt ze gemakkelijker in de omgang dan andere mensen. Serafine komt het liefst zo weinig mogelijk buiten. Ze vermijdt mensen wanneer het even kan en houdt liever conversaties met haar pluizige huisgenoot. Op een zonnige novemberochtend sloft ze haar slaapkamer uit in een flanellen vaalroze kamerjas. Geeuwend zet ze een verse pot koffie. Terwijl ze blaast op haar stomende mok, sloft ze verder richting de grote hamsterkooi die een prominente plaats inneemt in de woonkamer. Door de stoom wasemt haar bril aan en Serafine zet de kop voorzichtig neer op de salontafel om de bril schoon te vegen. “Goeiemorgen, m’n liefje”, kirt ze intussen. “Heb je honger?” Gerald de hamster ziet er zelf nog slaperig uit en knippert met zijn donkere kraaloogjes in haar richting. Hij deinst achteruit wanneer Serafine het hok opent. Ze steekt haar hand naar binnen en Gerald probeert te vluchten voor de intrustieve reuzin die zijn rust komt verstoren. Het is tevergeefs. Ze grijpt hem vast en brengt de lichtbruine hamster dicht bij haar gezicht. “Dag meneertje Gerald, heb je goed geslapen?” Ze stelt de vraag alsof ze verwacht dat hij elk moment antwoord kan geven. Serafine bestudeert hem nog even terwijl Gerald - intussen klaarwakker - zich vruchteloos probeert los te wrikken. Uiteindelijk zet ze hem terug en aait met haar wijsvinger liefdevol over het lijfje van de bevende hamster. Nadat ze het deurtje van het hok weer heeft gesloten, draait ze zich vastberaden om. “Goed. Tijd voor ontbijt.” In zichzelf neuriënd opent ze de koelkast en haalt er een gehalveerde savooikool uit. Vanuit de hamsterkooi houdt Gerald haar nauwlettend in de gaten. Bij het eerste zicht op de kool, springt hij piepend recht en duwt zijn voorpootjes tegen de tralies. Serafine grinnikt. “Ja ja, rustig maar.” Ze hakt de savooikool in dunne reepjes met een groot koksmes. Met een bakje vol savooikool gaat ze terug naar de kooi, waar Gerald intussen luid piepend rondjes loopt door de houtschilfers. Een kleine stofwolk stijgt op en daalt weer neer wanneer de enthousiaste hamster tot stilstand komt en zich omhoog richt aan het deurtje. Hij stort zich al op de koolreepjes nog voordat Serafine het bakje goed en wel heeft kunnen neerzetten.   De volgende ochtend voltrekt zich hetzelfde tafereel. Serafine zet koffie en zegt goedemorgen tegen Gerald. Daarna loopt ze naar de koelkast en haalt er de overschot van de savooikool uit, waarop Gerald helemaal gek wordt en het bakje met de kool in stuift. De ochtend daarna verloopt bijna hetzelfde. Serafine zet koffie en zegt goedemorgen tegen Gerald. Daarna loopt ze naar de koelkast, maar deze keer haalt ze er geen savooikool meer uit. Gerald ziet vanuit zijn hok niet dat de savooikool op is en begint in anticipatie alvast te piepen en rondjes te lopen. Wanneer hij zich op het eetbakje wilt storten, houdt hij abrupt halt. Hij snuffelt aan het bakje, schuifelt eromheen… gaat nog eens naar de andere kant, snuffelt nog eens… Hier zit helemaal geen verrukkelijke, sappige, succulente savooikool in! Zijn bakje is gevuld met granen, zaden en… droge brokjes! Prompt keert Gerald zich om en gaat in een hoekje van de kooi zitten, met zijn stompe staart richting het verraderlijke eetbakje. Serafine begrijpt er niets van. “Wat is er toch aan de hand, m’n liefje?” vraagt ze bezorgd.   Twee dagen gaan voorbij, Serafine probeert alles om Gerald te laten eten. Ze geeft hem hamstersnoepjes, die hij niet aanraakt. Ze probeert verschillende soorten zaden, granen en bessen, waar hij niet eens naar kijkt. Ze geeft hem rauwe en gekookte broccoli, wortels, sla… Intussen lijkt Gerald zachtjes weg te kwijnen. Hij stopt zelfs met drinken en loopt niet meer in zijn rad. Ten einde raad gaat Serafine naar de supermarkt. Ze verdringt hoe vreselijk ze het vindt om buiten te komen, onder de mensen. Terwijl ze in de groentenafdeling staat, valt haar oog op een stapel savooikolen. Plotseling herinnert ze zich hoe Gerald enkele dagen geleden nog helemaal gek werd toen ze zijn bakje daarmee had gevuld. Serafine slaakt een kreet en propt alle savooikolen in haar winkelmand. Ze haast zich naar huis. “Meneertje Gerald, liefje!”, roept ze bij het binnenkomen. “Ik heb het! Ik heb je savooikool!” Gerald ligt zielig op de bodem van het hok. Hij heeft zich ondergenesteld in de houtschilfers, alsof hij zichzelf wilt begraven. Serafine neemt een van de kolen uit haar tas en houdt die tegen de tralies. Geralds snuit beweegt op en neer. Wanneer hij de savooikool gewaarwordt, slaan zijn oogjes helemaal open en springt hij recht. Serafine snijdt de kool in stukken, Gerald eet zijn buikje rond en loopt al gauw weer rondjes in het hamsterrad.   De rest van de week loopt weer zoals voordien. Elke dag zet Serafine koffie en zegt ze goedemorgen tegen Gerald. Daarna loopt ze naar de koelkast en haalt ze daar een deel van de savooikool uit, waar Gerald zich elke dag weer op stort alsof hij compleet uitgehongerd is. Na een tijd begint hij minder snel verzadigd te geraken. Serafine moet hem telkens meer savooikool geven om hem rustig te krijgen. Ze moet tegenwoordig veel vaker naar de markt dan ze eigenlijk zou willen. Gerald eet op den duur bijna een volledige kool per dag. Hij is drie keer zo groot als enkele weken geleden.   Een maand nadat Serafine Gerald voor het eerst toevallig savooikool voederde, kunnen de tere hamsterdarmpjes van Gerald zijn fixatie niet meer aan. Hij is nu vijf keer de grootte van een normale hamster. Wanneer hij op een namiddag richting zijn rad sjokt, valt hij plotsklaps neer. Serafine vindt hem niet veel later. Ze probeert hem nog te reanimeren, maar tijdens deze actie duwt ze al het opgehoopte gas van de savooikool uit Geralds lijfje naar buiten. De stank is ondraaglijk. Kokhalzend gooit Serafine het stinkende hamsterlijkje in de vuilbak. Ze trekt haar jas aan en vertrekt naar de dierenwinkel. Hamster nummer twintig zal ze geen savooikool geven.

LeenB
41 3

Midzomer

Midzomer   ‘Kling, klang!’ Reizigers stappen op en af de bus, met grote tassen en rugzakken.  ‘Een typisch Fins geluid,’ grap ik. Mari, die naast me zit, reageert nauwelijks. Ze vindt de drinkcultuur in haar land doodnormaal. Op de bank achter ons zit John. De man die er zich over verwondert dat hij overal in het Engels aangesproken wordt, zelfs wanneer hij gewoon ‘spaghetti bolognaise’ bestelt in zijn schattige Noord-Ierse accent. 21 juli is in Finland een speciale dag. Het is Juhannus, Midzomer, en dat wordt uitgebreid gevierd. Vaste ingrediënten van het midzomerfeest : kokko (kampvuur), sauna, makkara (worst die boven het vuur wordt gegrild, lees verbrand) en veel alcohol. Bij voorkeur kalja (bier) en koskenkorva (vodka). Liefst samen te nuttigen! Zodat je de volgende dag wakker wordt met een gigantische ‘krapula’, een kater. Wanneer je je zo krapuleus voelt dat je je ziel uit je lijf kotst, kan je het feest geslaagd noemen. Het is de zomer van 1993 en ik werk in Helsinki voor KVT, een internationale organisatie voor vrijwilligerswerk. Een van de projecten die vrijwilligers zoeken is  Suvikumpu, een gemeenschap van gelijkgezinden die wonen op een groot domein midden in de bossen, bij een van de duizenden Finse meren. De bewoners willen zelfvoorzienend zijn en streven een alternatieve levensstijl na, in harmonie met de natuur. Mijn vrienden noemen hen ‘huuh-haah-mensen’. Vrij vertaald : zweverige boomknuffelaars. Tuija, een van de oprichters, heeft ons, twee buitenlanders en een eenzame landgenoot,  uitgenodigd. De bus stopt, Tuija komt ons breed lachend tegemoet. ‘Tervetuloa! Welcome!’ Ze geeft ons een knuffel. We krijgen een rondleiding en helpen met hout sprokkelen voor het kampvuur. Ik ben hier al twee maanden en de Finse natuur is overal hetzelfde : bos, bos, meer, meer, nog een bos, nog een meer. Je kan het saai noemen maar ik vind het nog steeds fantastisch. Je hoort niets anders dan de takjes die onder onze voeten kraken, de vogels die fluiten...en de stem van Tuija die vertelt dat ze altijd de bomen bedankt die ons de takken geven. Achter haar rug zie ik Mari met haar ogen draaien. John knikt, hij is helemaal mee. Ik besluit te glimlachen. Saunatime! Eerst de vrouwen, dan de mannen. Een toegeving aan de preutse buitenlanders, vermoed ik. In een sauna moet het minstens tachtig graden zijn, negentig is beter. Het ruikt er naar berkentwijgjes. 'Ksssj!' van op haar plaats mikt Tuija water op de stenen, ze weet van geen ophouden, de hete stoom brandt in mijn neus. 'Lisää lyölyä! Meer stoom! De Finnen lachen hartelijk wanneer het saunagroentje naar buiten vlucht en een emmer water over haar hoofd kapt. Helemaal opgefrist schuiven we aan de feestdis. Geen vlees of alcohol te bespeuren. ‘Vind je het lekker?’ Ik knik met volle mond en heb zin in een pintje. De ‘living cake’ heeft een aparte smaak. De bewoners knopen gesprekjes met ons aan en vuren de gebruikelijke vragen op ons af. ‘Welke taal spreken jullie in België? Hollanti? Geen Flaami?’ Na een tijdje verliezen ze hun interesse in mij, ze beginnen onder mekaar te praten en de grote wereldproblemen te bespreken. Ik versta hier en daar woorden en stukjes van zinnen. Wie heeft deze taal verzonnen? Vijftien naamvallen, hoe komen ze erbij? Genderneutraal bovendien. Geen gedoe met hij en zij of die, iedereen is ‘hän’. Aan de overkant van de tafel is de voertaal Engels. John wordt uitgevraagd over ‘the troubles’ in Noord-Ierland. Zijn toehoorders hangen aan zijn lippen. Ik neem nog een hapje van de taart. Het vreugdevuur knettert. De suvikumpers vormen een kring en gebaren dat we moeten meedoen. Een man met lang, warrig haar en een baard neemt het woord. Uit zijn woordenbrij distilleer ik : dankbaar, moeder en aarde. Plots heft hij zijn handen boven zijn hoofd en schreeuwt : ‘Ala!’  De anderen volgen zijn voorbeeld, dan richten ze hun handen naar de grond en roepen in koor : 'Huuh!’ Ze buigen op een neer : ‘Alahuuh! Alahuuh!’ In de ogen van Mari lees ik paniek, John doet schoorvoetend mee. Ik weet heel zeker dat dit geen Fins is maar een oerkreet. ‘Alahuuh!’ Een man op blote voeten en in een harembroek trommelt op een djembé, iedereen begint uitzinnig te dansen. Ze verkeren in een roes, niet van de drank, maar van de feestvreugde, de vrede en de liefde. We zijn allemaal broeders en zusters. Voor we gaan slapen staan we  in een kring met kaarsen in onze handen, onze gastheren zingen een ingetogen liedje. ‘Hyvää yötä! Goodnight!’ Bij het afscheid de volgende morgen overladen onze nieuwe vrienden ons met knuffels. En dat we nog eens moeten terugkomen! Wat een hartelijke, gastvrije mensen! Mari kan alleen maar beamen. Maar één ding moeten we in onze oren knopen : dit was geen Fins midzomerfeest.      

Ilse Janssens
0 0

Gelukkig zijn: goed kunnen kakken en slapen.

De yoga die ik ken, ontdekte ik in de jaren zestig. Desclee de Brouwer was de uitgever van een boekje over yoga. De twee trucs die ik nog altijd bewust gebruik en die ik de lezer van dit verhaal wil meegeven, hebben mijn leven een heel stuk fleuriger gemaakt, en zullen dat ongetwijfeld ook met uw leven kunnen doen. Die twee trucs gaan over: kakken en concentratie.KakkenWel, iemand die niet kan kakken heeft de neiging om een zeer stevige druk te gaan uitoefenen. De darm die moet worden leeggemaakt heeft dan de neiging om uit het lichaam te gulpen. Aambeien, zo worden die uitstulpingen ook wel genoemd. Bij de yoga truk met betrekking tot kakken wordt gebruik gemaakt van de geest om tot een ontlasting te komen. Het gaat als volgt: als je op de pot zit ontspan je je, en oefen je geen enkele fysieke druk uit op het onderlichaam. In plaats daarvan denk je aan meterslange darmen waarin de troep zich bevindt en waar hij doorheen moet. Je wacht. Dat kan een tijdje duren, maar het genot als je de spoeling ondergaat, is niet te omschrijven.ConcentratieDit sluit aan bij het voorgaande, namelijk het denken aan de troep in ons lichaam hoort geconcentreerd te gebeuren. De nodige concentratie kan men bereiken door bv voor een kaars te gaan zitten. De bedoeling is dan dat je het vuur van die brandende kaars met je geest probeert te omvatten. Dit moet geleidelijk gebeuren. De eerste dag 1 seconde, de tweede dag 2 seconden, de derde 3 enzovoort. Op die manier duw ja alle andere gedachten van je weg. Je behoudt alleen dat beeld van de brandende kaars. 1 seconde, 2 seconden, 3 seconden, 4 seconden, enz…Na een tijd oefenen wordt de concentratie beduidend beter. Deze oefening kan gebruikt worden bij slaapmoeilijkheden. Wie niet kan slapen en de concentratiemethode gebruikt, zal merken dat men zonder veel moeite in slaap geraakt. Als je dus ligt te woelen in bed, concentreer je dan op bv een kaarsvlam. Duw dan alle andere gedachten weg en slaap……….slaap……….slaap………. **************************************************************** Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
13 1