Lezen

Au Café de la paix (6) - Soort zoekt soort

‘Binnenkort sluit het museum vijf jaar’, vertelt de suppoost met de vlinderbril en de bordeaux krullen me. Op de muur van een lege zaal spoot iemand ‘à bientôt’ in graffiti. In de andere muur zitten gaten. ‘Het wordt helemaal gerenoveerd.’  ‘Zoals het Centre Pompidou in Parijs?’, vraag ik. ‘En het Musée des Augustins in Toulouse. Dat is sinds 2019 gesloten’, zegt ze. ‘De musea moeten toegankelijker worden voor mensen met een beperking. En veiliger bij brand.’ Allemaal goede zaken, maar staan we de komende jaren dan vaak voor een gesloten deur in Frankrijk?  Kleine musea herbergen nochtans vaak pareltjes, zoals dit Musée des Beaux-Arts in Agen. Op het gelijkvloers bewonder ik stenen figuurtjes met holle ogen en een snavel. Ze komen uit Noord-Syrië en zijn minstens vierduizend jaar oud. Had het de makers bevallen dat hun werk nu in een Frans stadje tentoongesteld wordt?  Vreemd genoeg heb ik die gedachte helemaal niet bij het schilderij uit de entourage van Jan Breughel De Jonge of bij de massieve Vlaamse kast uit de zeventiende eeuw. Nog trotser ben ik op de reiskoffer van Truienaar Johan Creten. Ze is gevuld met mysterieuze beeldjes van doodshoofden die in dezelfde appel bijten, een bobbelige buste, een mannetje met kersen als hersenen. Het lijkt een reiskoffer uit het onderbewuste. Toch gaat de prijs voor de grootste ontdekking vandaag naar François-Xavier Lalanne, een kunstenaar uit Agen. Hij staat sinds de jaren ‘50 bekend om zijn bronzen bureaus in de vorm van een neushoorn, de ‘rhinocrétaire’. Lalanne trouwde met een andere Lalanne, voornaam Claude, en samen bouwden ze een dépôt sentimental uit. In de buik van een vis regent het en het geheugen van een neushoorn bestaat uit andere dieren, leren zijn etsen mij. Mijn tournee langs de cafés de la paix is niet alleen een voorwendsel om wijn te drinken, maar ook om wat minder bekende steden aan te doen. Agen kende ik zelfs niet van de pruimen, de specialiteit hier. In de rue Voltaire speelt een DJ bij een kaas- en wijnbar, tegen een decor van vakwerkhuizen. In rue Emile Sentini vind je Le Tchak, heerlijke keuken van het eiland Mayotte.  De vriendelijke suppoost van het museum stuurt me zondagmiddag naar Le Plancher des vaches, een fijn restaurant naast de zondagsmarkt. Eerst ga ik iets drinken op de patio van artcinema ‘Le montreur d’images’. Een plek waar ik kind aan huis zou zijn, mocht ik hier wonen. Het ‘soort zoekt soort’- effect speelt al na een paar dagen: ik trek naar dezelfde plekken als thuis. Dat is toch niet helemaal de spirit van ‘café de la paix’. Vogels met andere veren dan de mijne, daar moet ik op mijn volgende haltes maar eens mee aan de praat raken.  De echte vogels fluiten haast oorverdovend op een plein in het centrum. De zondagsrust die de meeste mensen hier zelfs op een mooie zomeravond binnen houdt, kennen zij niet.   

Pons
15 0

STAR TREK

Ooit was het een droom: het jaar 2025. Gevleugelde auto’s die door de lucht zouden zoeven, huizen in ruimtestation-stijl en een geautomatiseerde samenleving zoals in Star Trek. De atoombom zou allang gevallen zijn, en de wereld herboren in futuristische glorie. Maar nee. Die gevreesde knal bleef uit.  En het straatbeeld? Nauwelijks veranderd in zestig jaar. Hier en daar een geplaveide kuil en wat meer glimmend blik op wielen voor de deuren. Vrouwen dragen nog steeds jurken en mannen over het algemeen prefereren nog altijd broeken. Kinderen schommelen in speeltuinen, tieners hangen loom rond. En de aarde draait om haar as. Seizoenen komen en gaan.   Elke dag hetzelfde nieuws; hier en daar een genocide, een natuurramp of een buurman de kop in geslagen. Afrika is nog steeds ontembaar. Daar blijven ze mekaar afslachten als beesten, en Amerika heeft nog steeds de grootste muil. Rusland en China blijven als dikke steenezels in stilte koppig verder gaan met hun mysterieuze strategieën. Same old. Niets nieuws onder de zon—alleen de plek en het uur waarop het leed toeslaat. Goed nieuws? Nauwelijks een voetnoot. Het kwade verkoopt nu eenmaal beter. Een generatie komt en gaat. Mensen blijven mensen, een handvol goedzakken en een vergiet vol klootzakken. Tot welke groep je ook hoort, er geldt een gelijke wet voor ons allemaal:  we worden elke dag een dagje ouder, als je geluk hebt en niet ziek wordt. Niemand heeft de eeuwige jeugd. Niemand heeft toegang tot de heilige graal van eeuwig geluk. Geluk komt en gaat. Zelfs religie of geloof gaat aan deze cyclus NIETS veranderen. Hoe hard we ook bidden of vervloeken… de wereld draait door. Letterlijk en figuurlijk.

Heidi Schoefs
5 0

Au Café de la paix (5)- En nog een kilometer

Kilometers zeggen me niks, waardoor ik nooit goed kan kiezen tussen een wandeling van 8, 15 of 30 km. Ik weet niet wat ik aankan. Een kleine zeventig kilometer op de elektrische fiets, heen en terug naar Auvillar, een van de mooiste dorpen van Frankrijk volgens de medewerkster van mijn relais. Is dat doenbaar? Volgens Google is het een uur en vijftig minuten fietsen vanaf Agen, enkele reis. Moet lukken? Bij Café Vélo verzekeren ze me alvast dat de fiets het wel trekt, al kleuren maar vier van de vijf blokjes op mijn batterij zwart. ‘Vooral in ‘eco’ rijden’, raadt de ober me aan. Dus zit ik even later weer op het jaagpad naast het ‘Canal des deux mers’, ditmaal richting Toulouse.   Ik kom langs de woonblokken van de buitenwijken en neem foto’s van de lieflijke haven van Agen. Daarna zijn er nog drie lijnen: het kanaal, het jaagpad en de bruggen. Het is een ware bruggenparade van stenen en ijzeren bruggen. Ik fiets in een losse jumpsuit, mijn handtas over mijn borst. Wielertoeristen in sportieve outfits rij ik voorbij. Elektrische aandrijving, hé. Maar het wordt wel warmer, waarom heb ik toch geen fles water meegenomen? Op veertig minuten van Agen ligt een oud sluiswachtershuis waar nu gastenkamers en een bar zijn. ‘La poule à vélo’ lijkt er speciaal voor mij neergepoot.  Ik nestel me in een strandstoel met een limonade en realiseer me dat ik nog niet in de helft van mijn traject zit. De aankomst is voorzien om iets na een. Het zou fijn zijn mocht ik kunnen lunchen in het mooiste dorp van Frankrijk. Weer de fiets op, dus. De zomer doet alles om het me naar mijn zin te maken. Het is met 24 graden niet te warm, het water is mooi groenig, de bomen op de oever brengen wat lommerte. Maar na een uur op de fiets en nog een klein uur te gaan, wordt het jaagpad me wat monotoon. Misschien vreet ik liever kennis dan kilometers. Ik aanschouw de reizigers met vier fietszakken aan hun wielen vol bewondering. Dan rijd ik ze voorbij. Toch even in ‘turbo’-stand.  Onder een van de bruggen woont een dakloze. In plaats van een fles wijn en een rode neus, heeft deze persoon een muur aan zakken. Hij slaat iets gade alsof hij op wacht staat. Ik vraag me af hoe het zover is kunnen komen. Op Facebook kijk ik al maanden naar de filmpjes ‘Soft White Underbelly’ van zelfbenoemd journalist Mark Laita, de Paul Jambers van de VS. In zijn studio nabij de beruchte wijk Skid Row in Los Angeles interviewt hij drugsverslaafden, tienerprostituees of mensen met ernstige mentale problemen. Hij vraagt ze hoe hun jeugd was, of hun ouders in hun leven waren, welke drug ze gebruiken. Vaak vermelden ze emotioneel of seksueel misbruik. Laita’s werk situeert zich op het snijvlak van documentaire en sensatie, van journalistieke interesse en voyeurisme. Toch blijf je kijken, omdat we vaak te veel schroom hebben om deze personen zelf aan te spreken. Laita’s interviewees zijn vaak opmerkelijk coherent en diepzinnig.  Ik wil dus wel een praatje slaan met de dakloze man. Hem vragen waarom hij net deze brug heeft gekozen. Maar dan denk ik aan Julie Van Espen die werd vermoord door een dakloze bij een verlaten jaagpad. Ik fiets snel verder. Op zulke momenten wenste ik dat ik een man was. Auvillar komt dichterbij, dertig minuten worden er twintig, veertien, zes, twee. De zon brandt nu al. Ik leg even modus ‘sport’ aan om de heuvel op te raken. Meteen kom ik langs twee restaurants, maar ik wil eerst nog een glimp van het dorp opvangen. Mijn nieuwsgierigheid wordt bestraft: het eerste restaurant weigert mij. Het is half twee en de keuken gaat dicht. In het tweede kan ik wel nog bestellen: puree met worst, weliswaar statig in vier rechtopstaande stukjes gepresenteerd, met paarse bloempjes.  Na de maaltijd verken ik de cirkelvormige graanhal. De dorische zuilen en Romaanse rondbogen stammen niet uit de Oudheid, daarvoor is de constructie te nieuw. In 1831 werd de hal opgeleverd, lees ik op internet. Ook de kerk van Auvillar, de ‘tour de l’horloge’ en het panoramisch uitzicht lonen de moeite. Ik besef hoe verwend ik ben, want in Italië heb ik nog wel mooiere ‘borghi’ gezien. En die tempels in India dan. Wat kan je na jaren reizen nog bekoren? Het totaalpakket, besluit ik. De vrijheid om met een elektrische fiets langs een kanaal te sjezen. Om waar je ook gaat in Frankrijk, lekker te eten.  Ik heb nog twee blokjes batterij over voor de terugtocht. Ik besluit de onbeschutte stukken in de modus ‘tour’ te doen, de schaduwrijke in ‘eco’. Bij La poule à vélo eet ik een heerlijk ijsje en kan ik mijn telefoon opladen. Rampenscenario’s, zoals op mijn eentje aan de kant staan met twee platte batterijen, zijn vermeden. Op sommige punten is er trouwens een treinstation in de buurt. In geval van nood kan ik met de fiets de trein op. De Finnen zijn ondanks de oorlogsdreiging een gelukkig volk. Omdat ze goed voorbereid zijn, zeggen sommigen.  Mijn berekening is nipt, de ‘range’ van mijn fiets staat op nul als ik aankom bij Café Vélo. Ik heb geen marathon gelopen en de Mount Everest niet beklommen. Maar ik ben zo blij als een Fin met mijn prestatie.  

Pons
3 0

Au Café de la paix (4) - Misbegrepen

Op het terras van het café kruipt een jongetje een van de palen op. ‘Dessang!’, schreeuwt zijn grootvader. Het accent heeft iets Provençaals, hoewel we veel westelijker zitten. De cafébazin brengt twee glazen water met siroop naar de tafel van de grootouders en hun kleinkinderen: een met grenadine en een met cassis. De kinderen proeven van elkaars glas. Ik bestel een cola. De cafébazin doet alles alleen en oogt vermoeid. ‘Ik ga ondertussen wat in de keuken werken’, zegt ze tegen de habitués. ‘Doe maar’, stemt de oma in. Wanneer ik afreken, vertel ik de cafébazin over mijn project. Kennissen vonden het vaak een goed idee, reizen met het ‘café de la paix’ als rode draad. Maar deze vrouw reageert lauw. ‘Heette het café altijd al zo?’, probeer ik. ‘Dat weet ik niet, elke eigenaar kan de naam veranderen’, zegt ze. ‘Hoe lang heeft u het café al?’ ‘Sinds 1967’, zegt ze. ‘O, dan is het van uw ouders?’ ‘Ja.’ Ze keert terug naar de keuken.  Op de muur is een aandoenlijke fresco van Napoleon III geschilderd, sinds 1998 is het een beschermd monument. De keizer zit in rood-blauw uniform met gouden sjerp en epauletten op een even rijkelijk uitgedost paard. In zijn kielzog rijden twee officieren, de eerste draagt een boogvormige hoed, de tweede een hoge pet met een gouden pluim.  Gaat het in boeken en podcasts over Napoleon III, dan valt vaak het woord misbegrepen of niet geliefd. Daar zit zijn bloedige staatsgreep in 1852 voor iets tussen, zijn politiek gericht op orde, zijn kroning tot keizer en zijn nederlaag tegen de Pruisen in 1870. Zowel Victor Hugo als Emile Zola achtten hem verantwoordelijk voor de sociale miserie tijdens Le Second Empire. De roman ‘Germinal’ over het schrijnende leven van de mijnwerkers is het bekendste voorbeeld. Voorstanders werpen tegen dat Napoleon III op achttien jaar tijd het aanzicht van Frankrijk heeft veranderd. Wie in 1852 het land had verlaten, zou het in 1870 niet meer herkennen: elektriciteit, stromend water, het telegram, de grote parken in Parijs, het urbanisme van Haussmann, het eerste vaccin van Louis Pasteur, de pendule van Foucault: het begon allemaal onder het tweede keizerrijk. Ik hoopte dat het debat in het Café de la paix nog zou leven. Dat stamgasten er de nationale sport van Frankrijk zouden beoefenen: de discussie. De ene zou zeggen: ‘Wat een autoritaire kwast, vijfduizend doden heeft die staatsgreep gekost.’ Waarop een andere: ‘Ach nee, het waren er maar een duizendtal. Hij had gewoon meer tijd nodig om zijn hervormingen door te voeren, maar zijn ambtstermijn was afgelopen.”“Dat zeggen alle dictators.”“Hij werd gaandeweg veel liberaler.’‘Om het werkvolk uit te buiten, bedoel je? Hij speelde onder een hoedje met de zakenwereld.’‘Allemaal propaganda van Zola en Hugo, hij heeft net de zondagsrust ingevoerd. Hij stuurde zelfs arbeiders naar Engeland om de vakbond te bestuderen. Hij liet duizenden kilometers spoorweg aanleggen en moerassen droogleggen voor de landbouw. Je kan nota bene je toilet doortrekken dankzij die vent!’‘Allemaal ontwikkelingen die al aan de gang waren’, protesteert een andere. ‘Het was een groots staatsman.’‘Een kwast, dat was het.’ Toegegeven: het was misschien veel gevraagd. Maar de lege tafels met het servies voor morgen zwijgen, en ook de habitués op het terras vertrekken. Ze weten me nog te vertellen dat er die avond een wielerwedstrijd is in Bruch. En om 21 uur een feest. Vandaar het podium. De cafébazin is niet meer weg te slaan uit haar keuken. Ik koop nog een banaan bij de kruidenier en vat de terugweg aan voor het feest losbarst.

Pons
18 0

Samenwonen

Samenwonen. De laatste tijd een veel gebruikt woord in mijn omgeving. De vraag wanneer ik ga samenwonen klinkt inmiddels ook niet nieuw meer. Sterker nog, het is bijna standaard. Net zoals mijn antwoord: wanneer de tijd daar rijp voor is. Tijd geeft alle antwoorden. De reacties die daar op volgen bestaan vaak uit een tijdslimiet die mensen ons geven. Ik geef jullie zes maanden, een jaar, twee jaar. Tijdslimieten die wij samen zonder schaamte verbreken. Wie bepaald wanneer wij er aan toe zijn? Wie weet beter wat wij aankunnen? Wat voor ons passend is? Is er een strak recept voor een gelukkig huwelijk? Als het enkel een recept opvolgen is, waarom gaan er dan zoveel mensen weer uit elkaar? Samenwonen, ja het klinkt heerlijk, romantisch. Fijn, gezellig, zakelijk gezien zelfs minder belastend. Alleen ook eng, beangstigend, beklemmend, nieuw. Nieuwe spannende dingen heb ik persoonlijk niks op tegen, vaak hou ik er zelfs van. Nieuwe dingen uitproberen, nieuw ervaringen op doen, gewoon een dotje doen, en zien wat er uitkomt. Ondanks dat een dotje doen een groot deel van mij karakter weerspiegeld, valt er in deze situatie te veel te verliezen, om op die schaal maar te zien waar het schip strand. Wat als wij er nog niet aan toe zijn? Wat als het daardoor fout loopt? Wat als… Als ik nu om mij heen kijk, zie ik een huis, een wereld, die ik zelf met blote handen heb weten op te bouwen. Een creatie begonnen vanaf het nulpunt, een gevolg van een strijd waar ik niet voor had gekozen. Het is mijn plek, mijn veilige plek. De plek waar ik op een vrije avond in mijn stoel neerplof, in mijn super comfortabele, maar onaantrekkelijke schapen hoodie, met een mok koffie in mijn hand, verdrink ik in de wonderenwereld van mijn boek. De plek waar ik tot rust kom, waar ik mij volledig kan afsluiten van de buitenwereld. De plek waarvan veel mensen niet zullen begrijpen dat ik er trots op ben, maar het is mijn trots, mijn steun en toeverlaat. Mijn tastbare overwinning die ik behaald heb, na hard vechten voor mijn bestaan. De plek waarvan ik bepaal wie er binnen komt en voor hoelang. De plek waar ik de regie in handen heb. Waar ik niet hoeft te vechten om mijn grenzen te bewaken. Nee, de voordeur is mijn grens. Van iedereen daarbinnen verwacht ik respect voor mijn grenzen, zonder ruzie, zonder woorden. Wederzijdse respect, dat is waar alles om draait. Misschien vraag je je nu af wat daaraan zal veranderen bij het samenwonen. Als het goed is niks. Gek genoeg heb ik daar ook alle vertrouwen in. Toch steekt nog regelmatig het gekwetste meisje in mij op. Het meisje wat alles wat ze bezat, in een oogwenk verloor. Door een keuze die niet het hare was. Mede door dat meisje, ben ik volgens sommige mensen, onmenselijk lang vrijgezel gebleven. Een volledig bewuste keuze. Een goeie relatie is gebouwd op vertrouwen. Iets wat ik behoorlijk wat jaren terug was verloren. Ik was op het punt beland dat ik niemand meer kon vertrouwen, mijn familie, mijn vrienden, mijn toekomstige partner. Tot zoverre dat het mij niet meer lukte om in de spiegel te kijken en te zeggen: Meid, ik vertrouw je. Doe wat goed voelt. Ik kon mezelf niet meer vertrouwen. Het was hun gelukt om mijn gevoelens en daden zo te beïnvloeden, dat ik keuzes maakte die niet bij mijn overtuigingen paste. Ik had gefaald om hun die kracht in handen te geven. Hoe kon ik een ander vertrouwen als ik mezelf niet meer vertrouwde. Hoe kon ik een buitenstaander binnenlaten, als ik het verschil niet meer zag tussen goed en fout. Hoe kon ik mezelf nog laten zien aan een ander, als ik het zelf niet eens meer zag. Jaren van vechten, puzzelen en bouwen, is dat meisje steeds verder op de achtergrond beland. Als ik nu in de spiegel kijk, zie ik een volwassen vrouw, die houdt van hetgeen wat ze ziet. Iets wat ik heb bereikt door hard te vechten voor mijn bestaan. Als ik nu verder kijk zie ik een groepje mensen, uniek allemaal op hun eigen manier. Waar ik op mijn manier weer allemaal verschillend van hou, hun aanwezigheid waardeer. Waaronder biologisch maar tegelijkertijd ook zelf uitgekozen familie. Een select groepje vrienden, die ongevraagd mijn metormofose meemaakte. Een punt wat af en toe best lastig zal zijn, gezien ik op best wat punten op het zicht heel veel ben veranderd. Ik ben nog steeds ik, alleen durf ik nu steeds meer te laten zien wie ik echt ben, en wat ik wil. Waar ik voorheen snel mijn woorden inslikte om de tegenpartij gelukkig te maken, of meedeed aan alle sociale verwachtingen, weeg ik het nu voor mezelf af. Hoe belangerijk is die sociale verwachting, hoeveel vraagt het van mij, hoeveel krijg ik er voor terug. Hoeveel is wat waard? Moet ik het mezelf echt ongemakkelijk maken om present te zijn bij alle sociale bijkomstigheden? Of moet ik het mezelf gewoon lekker comfortabel maken en genieten van mijn tijd in mijn schapenhoodie? Waar ik jaren terug braaf deed wat er van mij verwacht werd, probeer ik daar nu een selectie in te maken. Maakt mij dat een ander mens? Misschien wel voor de buitenwereld. Alleen voor mijn gevoel, ben ik eindelijk steeds meer ik. Een strijd die nog steeds niet is uitgestreden maar elk stap maakt mij gelukkiger en rustiger. Dat brengt mij terug op het punt, samenwonen. Na een jarenlange vrijgezelle tijd met volledig onthouding van welke vorm van romantiek, heb ik nu een partner naast mij staan waar ik mijn leven voor zou geven. Kan ik heerlijk weg fantaseren in het plaatje huisje, boompje, beestje. Trouwen, samenwonen. Het idealistische romantische sprookje, tot de dood ons scheid. Dromen zijn er om waar te maken, en je leeft maar een keer. Klopt! Ook helemaal mee eens. Het is ook mijn doel, om uiteindelijk al mijn (uitgestelde) dromen waar te maken. Stap voor stap. Dag voor dag. Alleen kan ik nu nog niet met volledige overtuiging zeggen dat ik klaar ben om samen te gaan wonen. Moet ik die stap dan zetten, met alle mogelijke gevolgen vandien, omdat de maatschappij dat van ons verwacht? Je leert toch ook niet rennen voordat je kan lopen? Ben ik iemand überhaupt verantwoording verschuldigd? Mij verantwoorden omdat ik dit goed wil doen, op onze manier, op ons tempo. En niet perse op de manier zoals gebruikelijk is. Maakt dat onze liefde naar elkaar, verkeerd, minder?

AngelSuenos
7 2