Lezen

Een tijd van afscheid nemen

Loslaten, denk ik dan. Ontspannen in het vertrouwen dat alles goed is zoals het is, luidt mijn mantra. Een donzige relativerende laag die het gehuil om verlies dempt. Onder het oppervlak voel ik weerstand tegen de steeds groter wordende afstand tussen mij en diegenen die mij al zo lang dierbaar zijn. Ik overweeg om bruggen te bouwen met woorden. Dat deed ik tot nu toe elke keer, als het water gevaarlijk woelig werd. Of juist doodstil. Mijn woorden zouden ontspruiten uit een integere bron. Zorgvuldig gekozen en gericht op niets anders dan verbinding. Ik wil de scheuren dichten. Geruststellen. Mezelf nader verklaren. Veronderstellingen en gedachten onschadelijk maken. Maar ik bespaar mezelf de moeite, want ik voel dat er geen ingang is voor mijn woorden. Ik sta voor een deur die ik nog nooit eerder had opgemerkt. Ze is op slot en het lijkt me vermoeiend om er doorheen te roepen. Ik kan niet anders dan machteloos toekijken hoe we uit elkaar drijven. Ik wijd het deels aan slopende ervaringen die de fundamenten van mijn huidige overtuigingen vormen. Het leed uit het verleden, dat de inspiratie van vandaag blijkt te zijn. En aan het feit dat ik mijn intuïtie en authenticiteit niet wil verloochen. Ergens onderweg zijn onze wegen gesplitst. Jarenlang bleven we binnen gehoorafstand. Maar nu de bodem uit alle vanzelfsprekendheden valt, merken we plots dat we elk ergens anders staan. Er rest niets dan een stilte die ruist als de gesprekken die ik nooit zal voeren. En het is groter dan slechts een meningsverschil. Men meent dat er levens op het spel staan. Het overlevingsmechanisme raadpleegt haar trukendoos. De wil om te leven wint het van jarenlange vriendschap. Of is het eerder de angst die alles opeist? Hoe dan ook, in het duister maken we rare sprongen. Ik probeer het botsen te vermijden en mijn gemoed licht te houden. Al flikkert het wel eens, dat sta ik mezelf toe. Ik geef mijn menselijkheid speling. Zo ontsnapt er mij wel eens een cynische uitlating wanneer ik het nieuwe regime door een speaker hoor schallen. Iedere dag worden we herinnerd aan onze zwakheid en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid om onszelf en anderen te beschermen. Het is triest om te zien dat goedhartigen zichzelf isoleren in de veronderstelling daarmee iets positief aan het collectief bij te dragen. Het tot vervelends toe herhaalde advies om afstand te houden, heeft zich intussen in veel relaties gemanifesteerd. Ik zie het overal rondom mij. Dit is een tijd waarin banden worden verbroken. Maar er is ook die andere kant. Het loslaten schept ruimte, maakt de dingen lichter. Trekt nieuwe, misschien meer gezonde en stimulerende, connecties aan. We schudden alles dat we ontgroeid zijn van ons af. En stappen gewapend met zelfvertrouwen en levenslessen een andere wereld in. In de praktijk gaat het natuurlijk niet zo vlot zoals ik het hier laat klinken. Er komen veel uitdagingen bij kijken. Waarschijnlijk ook momenten van absolute wanhoop. Maar dat is waar het in essentie op neerkomt. Bovendien, om helemaal waterdicht met spiritueel positivisme af te sluiten (you know me), is verlies slechts een illusie, daar alles altijd onlosmakelijk verbonden is met elkaar. Eén van de waarheden waarmee ik mijn onrust verzacht.

KarolienDeman
5 0

Bedenkingen na kambo

Voor we vertrekken, vertrouwen we de inhoud van zeven kleine emmertjes toe aan het groen. Solidair grijp ik er twee vast en giet de knalgele vloeistof tussen de struiken, er goed op lettend geen spatje op mij te krijgen. Mijn ogen staan dik en ik rammel van de honger. Ik ben blij dat het achter de rug is en ga ervan uit dat ik mezelf een plezier gedaan heb door dit te ondergaan. Iedereen was hier met dezelfde intentie, al werd deze op verschillende manieren verwoord. Allemaal streven we ernaar om zo weinig mogelijk gebukt te gaan onder onze eigen gedachten, gevoelens, acties en bijbehorende kwalen. Het is des mens om op zoek te gaan naar een levenswijze of -houding die een minimum aan weerstand en leed met zich meebrengt. En soms, zo heb ik zelf ondervonden, moet het eerst erger worden alvorens het kan beteren. Eens flink lijden kan wonderen doen. We hebben net een Kambo ceremonie achter de rug. Bij ieder van ons werden er kleine brandwondjes op de bovenarm gemaakt om er vervolgens het gif van de Phyllomedusa bicolor, een kikker uit Brazilië, in te laten smeren. Dit is een oeroud medicinaal ritueel. Een mix van nieuwsgierigheid, wanhoop en de eeuwige drang om mezelf te verbeteren, had mij hiertoe aangezet. De weken na zo’n behandeling heb je beduidend meer energie en focus. Zo heb ik het ook ervaren, want het is de vierde keer dat ik dit doe. De eerste drie keer volgden kort na elkaar op, met telkens een maand ertussen, dat schijnt het meest efficiënt te zijn. Nadien kun je eventueel jaarlijks een onderhoudsbehandeling doen. Kambo werkt in de meeste gevallen niet psychoactief en is voornamelijk een fysieke booster. Het is een ongemakkelijk reinigingsritueel dat nog lang blijft doorwerken. In het midden van het proces neem ik me voor dat dit werkelijk de allerlaatste keer is. Dat voornemen had ik elke keer al. Het is best heftig. Maar om de één of andere reden blijf ik terugkomen. Wanneer het gif mijn lichaam penetreert, schreeuwt het moord en brand. Dat ik mijn gal eruit kots deert mij niet zo. Maar de obligate glazen lauw water die mij herhaaldelijk worden aangereikt, lokken innerlijke vloeksalvo’s uit. “No way, het kan er echt niet meer bij!” jammert mijn brein vanuit haar donkere kamer. In de linker hemisfeer zet ik een knopje uit dat alles stil maakt en ervoor zorgt dat ik ondanks de immense weerstand elk nieuw glas met grote teugen ledig. Ik ben hierin getraind. Een kunstje dat nog stamt uit de tijd dat men mij gebood om liters van één of andere toxische vloeistof te drinken voorafgaand aan een inwendig onderzoek. Heeft die onzin toch iets opgeleverd. Bijgestaan door het cynisme dat me sinds enkele weken achtervolgt, bekijk ik het tafereel van bovenuit. Wat zijn we toch een bende meelijwekkende, eeuwig met zichzelf worstelende Westerlingen. Alsmaar zoekend naar manieren om de levenspijn te verzachten. En het bewustzijn te vergroten. Groeien met horten en stoten, om dan later onszelf op de borst te kloppen en achterom te kijken naar de sporen van al dat geploeter. Met de overtuiging die zegt dat alle donkere hoeken dienen belicht te worden. De poort naar een nieuw stadium opent zich op het moment dat het goed en wel doordringt dat de realiteit een intern proces is. Een aha-moment van jewelste, met vreugde en opluchting tot gevolg, want het impliceert dat niets extern ons kan raken. Dat er zelfs niets extern bestaat. Als zulke cruciale informatie zich aan ons openbaart, willen we deze delen. Want iedereen moet dit weten. Waarom is het geen parate kennis die we aan onze kinderen meegeven? En wederom rolt er een inspirerend succesverhaal van iemands tong. Rechtstreeks uit het hart, dat wel. Woorden als vrijblijvend aangeboden ankerpunten in de stroom van onzekerheid dat het woeste bestaan typeert. Coaches, healers, lichtwerkers en sjamanen schieten als paddenstoelen uit de grond. Nieuwetijdskinderen meten hun relevantie aan de hand van volgersaantallen en reduceren hun moeizaam verworven inzichten tot blinkende inspirerende quotes. Er wordt gepoogd om de waarheid hapklaar te maken. Maar ze bederft quasi onmiddellijk op het moment dat ze blootgesteld wordt aan zuurstof en daglicht. Haar habitat is het vacuüm van onze ziel. Het weerhoudt ons niet om te proberen. We willen helpen, net zoals we onszelf hebben geholpen. Simpelweg doen wat ik graag doe, is geen indicator om mijn authentieke pad te onderscheiden van alle mogelijkheden. Want alles wat ik doe, wil ik extreem goed doen. Een hardnekkige gewoonte waarmee ik de vreugde smoor. Altijd doe ik keihard mijn best, achterna gezeten door zelftwijfel en faalangst. Het is alles of niets, zeg ik altijd. Alles geven, tot ik mijn bodem raak. Uitgeput. En dan een tijdje weer niets, opladen in de cocon, zodat ik later weer kan uitvliegen. Zo zit ik daar ook nu weer, met kikkergif op mijn arm, mijn best te doen. Lijden voor mijn eigen bestwil. Mezelf wapenen tegen alles waarmee ik mezelf bestook. Klaar voor de volgende muur die voor mij zal opdeinen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/8/12/bedenkingen-na-kambo

KarolienDeman
440 0

Stilstand

Ze ligt op het immens lege strand, al meer dan 40 jaar haar woestijn. Het is warm, haar ademhaling gaat snel, haar hoofd voelt ijl en haar spieren verlamd. Na jaren verzoeken en smeekbedes is het stilstaan van de tijd eindelijk terug uit het verleden. Alles lijkt warm bevroren. Een opeenvolging van zomerse terrasavonden met teveel drank en te weinig slaap hebben de deur voor de stilstand opengezet. Wat heeft ze die gemist. Geluiden worden vervormd tot tijdloze achtergrond die niet doordringt, lawaai vermomd als stilte. Er is de wind, het gekrijs van een kind, de berisping van een vader, wat vrolijk gekwetter en af en toe gedonder uit de haven. Net zoals 30 jaar geleden toen ze daar lag op datzelfde strand, een tiener na haar eerste avondje uit, een immense nadorst en het vermogen die te stillen met een duik in de frisse zoute zee als de afstand tot de zee geen fata morgana in de woestijn had geleken. Boven het witte belle epoque gebouw met kopergroene koepels zwermen meeuwen kriskras door elkaar. Voor velen een onrustig, chaotisch, onheilspellend tafereel als in een Hitchcock-scène. Voor haar vandaag, vertraagd, zweverig en bedwelmend rustgevend. Haar hoofd is een verzamelplaats van scènes uit haar dromen, uit films, uit het dagdagelijkse leven: te absurd, te gruwelijk of te sprookjesachtig om geloofwaardig te zijn. Ze beleeft en herleeft ze steeds opnieuw en sommige periodes alles door elkaar, zoals de meeuwen, maar dan versneld. Dat zijn vele levens in één. Vandaar dat het stilstaan van de tijd soms net op tijd komt opdat die vele levens terug één zouden worden. Ze kijkt naar de lucht en ziet steeds minder. Haar ogen open, maar gesloten. Vijf minuten stilstand lijken een eeuwigheid. En zonder eeuwigheid geen tijd, geen leven, geen vele levens inéén.

Fien SB
37 1

Laat jouw licht niet doven

Wat mij rust geeft, in tijden wanneer duisternis lijkt te primeren, is observatie met een goddelijke blik. Het is een blik die niet oordeelt en vanuit de kern voelt dat alles goed is zoals het is. Dat alles mag zijn, alleen al omdat het kan zijn. Omdat het een mogelijkheid is. En God wil geen mogelijkheden uitsluiten. Het is des mens om te oordelen en alles onder te verdelen in categorieën. Om dingen te verwerpen en de wereld uit te willen. Dat oordeelsvermogen staat ten dienste van onze overleving, het helpt ons om keuzes te maken die heilzaam zijn. Maar het zorgt soms ook voor frustratie en angst. Als we ons ingesloten voelen door zoveel dat we als fout beschouwen, giftig zelfs, dan is het normaal dat we dat willen afweren. Uit zelfbescherming. Als het idee in de gedachten nestelt en constant fluistert dat ontsnappen onmogelijk is, dat anderen onze wegen versperren en ons leven moeilijk maken, dan is dat proces van zelfbehoud iets waaronder we gebukt gaan. Dan wordt het iets zelfdestructief. Het dimt het goddelijk licht in ons. Angst kan zowel een goede raadgever als een verstikkend juk zijn. Angst is altijd al het middel bij uitstek geweest om mensen in een bepaalde richting te sturen. Ook vandaag. Een grote groep mensen gaat mee in het verhaal dat er een virus is dat hen ontzettend ziek kan maken. Een andere groep staat dan weer angstig tegenover de beperkingen en maatregelen die worden opgelegd om dat virus in te dijken. En dan is er nog de frustratie. Frustratie omdat er mensen zijn die de maatregelen niet willen opvolgen. En langs de andere kant dan weer frustratie omdat zoveel mensen die maatregelen blindelings opvolgen. Wat je overtuiging ook is, angst en frustratie zijn de gemeenschappelijke factoren die we delen. Het gevoel is hetzelfde, enkel het verhaal erachter verschilt. Een goddelijk standpunt staat los van een verhaal. Ieder mens is een unieke verzameling van gedachten, gevoelens, overtuigingen, voorkeuren en ervaringen. Al deze elementen worden samengevat in een energetische vibratie en uitgezonden, als ware het radiogolven. Anderen kunnen deze oppikken en voelen.  Sensitieve mensen voelen de vibratie van iemand anders gemakkelijk aan. Mijn vibratie kan negatief beïnvloed worden door die van een ander, maar ik heb geleerd om dat tijdig op te merken en bewust bij mijn eigen energie te blijven. Dat lukt niet altijd even goed, ik word nog gemakkelijk uit mijn lood geslagen, maar ik kan me wel steeds sneller herstellen. Energie aanvoelen en (bij)sturen vraagt om oefening. En naarmate ik daar beter in word, groeit ook mijn zelfvertrouwen. Het leven wordt ook steeds lichter. De overdracht van energie kan natuurlijk ook iets moois en positief zijn, bijvoorbeeld wanneer mensen elkaar inspireren. Verschillende vibraties kunnen bewust gebundeld worden, al dan niet intentioneel gericht op één thema. Mensen hoeven zelfs niet fysiek op dezelfde plek te zijn om dit te doen, want energie is niet gebonden aan materiële wetten zoals tijd en ruimte. Wanneer veel mensen dezelfde soort vibratie hebben, dan manifesteert dit zich op collectieve schaal. Veel angstige mensen tezamen, resulteert in een krampachtige samenleving. Een wereld waarin mensen ziek worden en het contact met hun innerlijke bron van wijsheid en kracht verloren zijn. Daarom is het zo belangrijk, lieve lezer, dat je ondanks alle uitdagingen het licht in jezelf fel blijft houden. Dat je een vibratie aan het collectieve veld toevoegt die liefdevol en helend is. Wanneer ik bijvoorbeeld merk dat een gevoel van moedeloosheid me besluipt bij het zien van mondmaskers, dan herinner ik mezelf aan het goddelijke standpunt. Van daaruit gezien maken de mondmaskers deel uit van zoektocht die uiteindelijk, hoe dan ook, zal resulteren in het terugvinden van onze bron. Onze ware identiteit, die altijd doordrongen is van eigenliefde. Kijk naar de gekheid van het mensdom en besef dat wij de vrijheid hebben om alles te scheppen wat we waar willen. Ook destructieve dingen. Die absolute vrijheid, gecombineerd met onze wil, is in feite een mooi cadeau. Ik herinner mezelf ook aan het feit dat alles waar ik achter sta zijn tegengestelde moet hebben om te kunnen bestaan. Alles dat ik in dit leven niet wil zijn, moet er zijn. Want werkelijk alles bestaat; het is de oneindige goddelijke creatie waar wij een deeltje van uitmaken. Ik kan wel ergens vol afkeer naar kijken, maar tegelijk ben ik me er ook van bewust dat ik naar een deel van mezelf aan het kijken ben. Bepaalde delen van mezelf rusten in het onderbewustzijn en het heeft geen zin om me daar afkerig tegenover te voelen, laat staan om er tegen te strijden. Strijden tegen jezelf geeft ziekten. Individuele processen weerspiegelen zich in het collectieve ontwikkelingsproces. Als je goed weet wie je bent, dan ken je ook de wereld.   Met deze tekst herinner ik u aan uw innerlijke kracht. Een lichtje dat zich samenvoegt met andere lichtjes, magnetisch tot elkaar aangetrokken, om zich te bundelen tot een krachtig vuur. Laat uw lichtje niet dimmen of doven, ongeacht welke ervaring er op uw pad komt. Houd uw vibratie hoog, zowel voor uw eigen als voor het collectieve welzijn. Wees bewust van het belang van jouw positieve bijdrage aan de samenleving. Ik geef toe ook dikwijls bevangen te worden door frustratie of een gevoel van onmacht. Het is een sluier over mijn licht die ik, telkens opnieuw, ophef door te observeren vanuit het goddelijke perspectief.

KarolienDeman
93 0

Introspectie: een onontbeerlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces

Wat als ik niet spoor? Misschien ben ik iemand die zichzelf van alles wijsmaakt? Stel dat ik verkeerd ben? Zulke introspectieve vragen vallen wel eens binnen. Ik vind het occasioneel in vraag stellen van mijn overtuigingen een gezonde reflex. Ik toets mezelf aan vertrouwenspersonen die mijn blinde vlekken blootleggen. Maar nog belangrijker is dat ik bij mezelf te rade kan gaan, als een observator die uit het personage treedt. Losgekoppeld van mezelf, van mijn  verhaal, ontstaat er ruimte voor nieuwe invalshoeken. Willen of niet, we komen allemaal in een verhaaltje terecht. Een sprookje over wie we zijn, waar we van houden en wat ons is overkomen. Er passeert veel waar we geen vat op hebben, maar het zelfbeeld is wel iets dat, desnoods met enkele zelfhulptruckjes, naar onze hand kan worden gezet. We kunnen onszelf kneden, vormgeven, bepalen. De afdrukken van onze opvoeding en trauma’s wegschuren. Het verhaal dat ik over en voor mezelf schep, kan om het even wat zijn. Ik kan alles zijn dat ik wil zijn. Ik verdien alles waar ik naar verlang. (zeg deze drie zinnen elke dag luidop tegen jezelf in de spiegel) Of mijn overtuigingen al dan niet onzin zijn, hangt af van hun authenticiteit. Van hun afkomst: gevoel of emotie? Intuïtie of ego? Brein of ziel? Gewoonte of keuze? Oprechte en vruchtbare introspectie is een moment van bezinning waarbij het verhaal vanop een afstand geobserveerd wordt. Met dezelfde zachte blik als die van een moeder die naar haar spelende kinderen kijkt. Anders dan bij zelfkritiek, wordt er geen oordeel geveld. Er is geen strengheid, noch schuld. Ik kan niets ‘fout’ doen met de intentie om ‘goed’ te doen. Ik ben zoekende en sta open voor inzichten en lessen. Ik heb vertrouwen in mezelf en mijn keuzes. (alstublieft, nog drie zelfhypnotiserende mantra’s) Introspectie is een onontbeerlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces. Het kan op verschillende niveaus plaatvinden en is te trainen. De lagere school lijkt mij een ideaal moment om daar mee te beginnen. Met nieuwsgierigheid als prikkel en een sterk gevoel van eigenwaarde als prioriteit. Achter mij getuigen de kraters van al die keren dat ik diep ben gegaan. Mijn donkerste uithoeken werden beschenen, de pijnlijkste knopen ontward. Ik begrijp mezelf nu beter en maak daardoor gezondere keuzes. Hoewel zelfreflectie geen einde kent, is het ook niet de bedoeling om mijn overtuigingen eindeloos in vraag te stellen. Het zelfvertrouwen dat voortbouwt op persoonlijke conclusies en lessen blijft zich gelukkig simultaan ontvouwen. Aangezien er toch niet te ontsnappen valt aan het spelen van een personage in een verhaal, dan wil ik er wel een huzarenstukje van maken. Vurig en onbegrensd verzin ik een magisch sprookje waarin lichtwezens wonden helen en bomen kunnen spreken. Dat is dan mijn realiteit, mijn unieke aanvulling in de collectieve mozaïek van perspectieven op het leven. Ik wil mijn authenticiteit op geen enkele manier meer inbinden. Mijn ziel wil zich schaamteloos uitstrekken over de tijd die mij in deze hoedanigheid nog rest. Het persoonlijke verhaal even loslaten geeft sublieme rust. En ervan bewust zijn dat het scenario eigenhandig geschreven wordt, geeft kracht. Loslaten en bewust creëren: de hoekstenen van mijn bestaan.

KarolienDeman
42 0

Herkenning in het collectieve proces

Het gevoel van onmacht en frustratie dat mij het laatste jaar soms bekruipt, herken ik van in de tijd toen ik wanhopig door ziekenhuizen dwaalde. Zoekend naar antwoorden en verlossing liep ik verloren ten midden de absurditeiten, tunnelvisie en grootheidswaanzin van de medische wereld. Ik zei het al eerder en wil het nogmaals benadrukken: alle respect voor het medisch personeel dat zich uit de naad werkt om mensen te helpen. Want naast kafkaiaanse toestanden heb ik ook veel oprecht medeleven en hartverwarmende intenties ervaren. Maar het blijft een feit dat het medische systeem barst van de blinde vlekken en daardoor soms meer kwaad dan goed doet. Weet dat dit niet de frustratie is die spreekt, hier spreekt diepgaande, langdurige ervaring. Hier spreekt iemand die, van zolang ik mij kan herinneren, het leven probeert te begrijpen. Iemand die, volgens sommigen teveel, nadenkt, analyseert en actief verbanden legt. En al dat zoeken, zelfs naar existentiële antwoorden die als eeuwige mysteries worden beschouwd, heeft mij geen windeieren gelegd. In essentie gaat het niet om ontdekken, maar om herinneren. Want in het hart van onze ziel weten we alles al. Het idee, soms verpakt als advies, dat ik moest leren leven met een chronische ziekte heb ik telkens opnieuw naast mij neergelegd. Daarvoor heb ik teveel vuur in mij. Het willoos aanvaarden van een chronische aandoening is exact hetzelfde als het aanvaarden van emotionele blokkades, beperkende overtuigingen en een laag zelfbeeld. Het ene is dan ook rechtstreeks verbonden met het andere. Verander hoe je denkt en je lichaam zal volgen. Het klinkt simpel, maar ik heb er bijna twintig jaar over gedaan om het tij te keren. Ik ben er nog steeds mee bezig. Het is een understatement als ik zeg dat ingeprente overtuigingen en onbewuste zelfbeschermingsmechanismen hardnekkige dingen zijn. Het onderbewustzijn is dan ook erg gelaagd, met veel hoekjes en onverwachte bochten. Mensen die dicht bij mij stonden, waren er getuige van hoe ik vaak emotioneel verward en uitgeput thuiskwam van een ziekenhuisbezoek. Terwijl ik wanhopig elk noodzakelijk protocol en onderzoek onderging, schreeuwden mijn gevoel en verstand dat er van alles niet klopte. Met de operatie die ik in 2009 onderging als kers op de toxische taart. Het hele verhaal over een auto-immuunziekte was de duisternis die mij gevormd heeft tot wie ik vandaag ben. Het moeilijke pad dat mij leidde naar alle waardevolle antwoorden die ik reeds als klein meisje trachtte te herinneren. De angst omtrent de ziekte werd mij grotendeels aangepraat. Mensen die ik als deskundigen beschouwde, vertelden met regelmaat een verhaal waaruit bleek dat mijn opties beperkt waren. Ik ben jarenlang meegegaan in de mallemolen van onderzoeken, studies en therapieën. En toen kwam er een breekpunt, een pikzwart moment waarin ik niets meer te verliezen had. Dat schepte ruimte voor verandering. Ik herinnerde mij dat ik mezelf kon vertrouwen. Dat ik mezelf van binnenuit kon helen en niet langer op externe verlossing moest wachten. Dit is mijn persoonlijk verhaal. Ik zie nu hoe wij collectief een gelijkaardig verhaal aan het beleven zijn. Hoe wij alles inzetten op externe verlossing. Mensen laten zich massaal  injecteren met een onbekende substantie omdat ze vrij willen zijn. Net zoals ik destijds, leggen ze hun leven met blind vertrouwen in de handen van de wetenschap. Uiteraard had ik angsten en twijfels toen ik op de operatietafel werd gelegd. Maar ik keek er ook reikhalzend en enthousiast naar uit, ervan uitgaande dat ik daarna weer normaal zou kunnen leven. Met hetzelfde soort enthousiasme zie ik mensen nu in de wachtrij van het vaccinatiecentrum staan. Ik herken de medische starheid die oplossingen opdringt voor problemen die ze zelf maar half begrijpt. De resem specialisten die ik zag, bevestigden dat de precieze oorzaak van een auto-immuunziekte niet gekend was. Ze deden enkel aan symptoombestrijding. Dit gapende gat in de informatie waarnaar ze handelden, waar mensenlevens vanaf hingen, bleek geen motivator om zich te verdiepen in andere, meer holistische, visies omtrent gezondheid. Er heerste eerder de trend om zulke ideeën weg te lachen. Ik besef anderzijds ook wel dat het niet evident is om de heersende wetenschappelijke denkpatronen te verbreden of om te buigen. Het huidige systeem is zoals een op hol geslagen machine die enkel nog met een brute zelfdestructieve kracht tot stilstand kan komen. Het heeft veel tijd en werk gekost om mij te ontdoen van de ingeprente en aangeprate ideeën over mijn gezondheid. En ook collectief zullen wij tijd nodig hebben om het hele virusverhaal te boven te komen. Ik kijk elke dag met lede ogen toe hoe de angst voor virussen en besmetting naarstig levendig wordt gehouden. Net zoals vroeger in het ziekenhuis kan ik mijn bedenkingen en vaststellingen niet voor mezelf houden. Net zoals toen voel ik onmacht en frustratie bij het zien van de waanzin die zich rond mij afspeelt. Maar ik kan alles ook vanuit een goddelijk standpunt observeren; vanuit een perspectief dat niet oordeelt en elke ervaring, visie en handeling evenwaardig liefheeft. Ten bate van de collectieve vibratie en mijn eigen welzijn, probeer ik mijn licht fel te houden. Ik wil mezelf ankeren in mijn kracht, vol vertrouwen, en me niet laten beïnvloeden door de angstvibratie die de ronde doet. En ik verbind mij met anderen die hetzelfde licht verspreiden. Dat geeft steun, want mijn ervaring zegt dat het vaak eerst erger moet worden alvorens het kan beteren.

KarolienDeman
7 0

Brief van een twijfelende vaccinbeslisser

De voorbije weken lag ik nachten wakker van coronavirussen, vaccins, tegenstrijdige, soms ontmoedigende nieuwsberichten over nieuwe virusvarianten, onvoldoende werkende vaccins...de lijst is eerlijk gezegd te lang om op te noemen. Ik was er bijna door begonnen te slaapwandelen maar gelukkig loopt het niet zo’n vaart. Mijn geest en lichaam roepen om rust, vragen mij tijd te nemen om de zaken opnieuw met een zekere afstand te bekijken.   De huidige sanitaire crisis, een nooit geziene pandemie (in mijn levensperiode althans), is bijzonder complex. Daarom geloof ik ook dat het antwoord (en/of oplossing) op deze crisis ook complex is.  Als voorbeeld daarvan de vele pogingen op deze aardbol om met allerlei plannen, oplossingen en strategieën voor een mogelijke uitkomst te zorgen. Eenduidigdheid ontbreekt omdat die simpelweg niet waargemaakt kan worden. Een crisisexit zal misschien nog niet meteen volledig helder en duidelijk zijn de komende maanden. Het is stapsgewijs versoepelen, verkennen, informatie onderzoeken, verspreiden. Maatregelen voorstellen, terugdraaien, aanpassen, opnieuw lanceren.  Bijgevolg blijven we in deze pandemie overspoeld worden door berichten, informatie, feiten van experten, politici en zovele anderen die deze crisis ook door hun eigen bril zien en in hun eigen context. Dat heet perceptie en het leeft in alle lagen van de wereldbevolking. Waarschijnlijk niet altijd met de slechtste bedoelingen, willen verschillende woordvoerders de complexiteit van deze crisis uitleggen, ze begrijpelijk en behapbaar maken. In een poging om mij die informatie eigen te maken en die complexiteit te omarmen, zag ik bij mezelf de stress alleen maar toenemen. Want ook mijn naaste omgeving voelt zich net zoals ik zo gegrepen door die crisis, van dichtbij of vanop afstand, en zoekt antwoorden. Samen proberen we eruit te komen, voor onszelf te zorgen, steun te geven en te vinden. Dat heet dan weer solidariteit, wat ik geweldig vind. Zo is er het drukgevoerde vaccindebat, tussen vrienden en familie. Meer nog dan angst voor een prik of de gevolgen ervan, voelde ik me de voorbije weken ontzettend slecht door de druk die op mij afkwam. Telkens als ik een beslissing had genomen (wel of niet), deden andere argumenten mij weer twijfelen. Beslist geen cadeau voor mezelf, de eeuwige twijfelaar!  De mensen die mij goed kennen, weten dat ik hoogsensitief ben. Je weet wel, dat soort persoon bij wie informatie blijft hangen, prikkels tot in den treure hun werk kunnen doen, zodanig dat mijn hoofd soms tolt, dat ik het ene moment op een gelukzalige kermismolen zit en het andere in een deprimerende bui beland. Dat vraagt dan weer “balans zoeken”, en is niet de gemakkelijkste opgave wanneer je hoogsensitief bent. Er is vooruitgang, maar ook nog werk aan de winkel! Wat ik ook leer tijdens deze crisis, is dat er 1 stem telt: de stem die van jou is en jou het gevoel geeft beslissingen te nemen die voor jou juist aanvoelen. Ik leerde argumenteren, mijn bezorgdheden oplijsten en delen met anderen. Desnoods eens mijn hart luchten via een veilig Facebookforum. Ik leerde dat er meer dan ooit wederzijds begrip nodig is, tussen mensen met andere meningen of bezorgdheden. En dat deze crisis ons wel kan verdelen – provaccin, antivaccin, voor of tegen coronamaatregelen – maar dat wij onszelf wel weer aan elkaar kunnen lijmen, door binnen die diverse meningen, bezorgd te blijven voor elkaar. Ik kan helaas in deze brief ook geen oplossing geven of zelfs mijn beslissing melden – de eeuwige twijfelaar! – maar ik voel me plots een paar kilo’s lichter. Misschien steek ik mensen een hart onder de riem; mensen die, net zoals ik, begrip willen voor hun beslissing en situatie, zich blijvend gesteund willen voelen of net zoals ik twijfels hebben. Omdat er zoveel informatie op ons afkomt, omdat deze crisis al meer dan 1 keer onze percepties op hun kop heeft gezet. Stay safe !

Maïté L.
14 1

Eenzaamheid

Eenzaamheid, Een woord dat in deze tijd vaak gehoord is. Eveneens is het vaak gebruikt maar nog steeds is het een soort taboe om erover te spreken. Bij eenzaamheid denkt men vaak aan het oude mensje alleen in de leefruimte. De tv staat luid, er komt geen bezoek. Niet van de kinderen want die zijn aan het werk en niet van kleinkinderen. Je hoort er geen gesprekjes, geen luid gelach, enkel de stilte. Eenzaamheid is echter ook die jonge kersverse moeder die alweer een afspraak met haar vriendinnen heeft afgezegd omdat ze vermoeid is. Die zich alles ontzegt voor die schatten van kinderen. Graag zou ze wat bijpraten, of wilt ze een luisterend oor want die engeltjes worden ook wel eens duiveltjes. Vaak ziet men geen eenzaamheid in die kleine jongen. Hij die alleen zit op de speelplaats omdat anderen niet met hem willen spelen. Hij is een beetje ‘anders’ en daarom vreemd en beangstigend. Hoe die jongen het zelf aanvoelt, daar denkt men niet altijd aan. Dit zijn maar een paar voorbeelden van eenzaamheid. Vast en zeker kennen jullie nog andere. Het spijtige is dat het soms zo makkelijk opgelost kan worden door een klein beetje aandacht, een luisterend oor, een vrolijke ‘goede morgen’ en dat is echt zo. Zijn we niet allen eens een keer eenzaam geweest. Dat gevoel dat je snel wegmoffelt door een afspraak te maken met een vriend of vriendin. Niet iedereen kan dat echter en niet iedereen kan met zichzelf communiceren. Dat is geen handicap, dat kan je leren en mag je niet verstoppen.

Rosie DW
14 1

40 jaar aids.

            Veertig jaar geleden, op 5 juni 1981, maakte het Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) in een onrustwekkend rapport melding van enkele gevallen van een zeer ernstige vorm van longontsteking bij een paar gezonde mannen. Allen waren homoseksueel en sommige mannen waren al gestorven aan deze onbekende en ongekende ziekte die we later als aids zouden kennen.             Vandaag weten we dat aids al voor 1981 bestond. Al snel werd aids gekoppeld aan homoseksuelen en hiermee was het eerste intellectuele obstakel gepland. Al snel volgden de andere h’s: hemofilie, Haïtianen en heroïnegebruikers. Groepen van mensen werden gestigmatiseerd. 40 jaar lang hebben activisten, “par le sang et par le sperme’, ongeziene veranderingen teweeggebracht op zowel maatschappelijk als economisch, medisch, psychologisch, juridisch, sociaal en seksueel vlak. We hebben oude systemen in ons gezondheidsbeleid blootgelegd. In die systemen was de macht van het medisch corps alom (“als de dokter het zegt, zal het wel zo zijn”). Het is ook de geboorte van de biopolitiek. De zieke, de patiënt als reformateur. Hervormingen die we vandaag nog in gezondheid en welzijn kennen, dateren van die woelige periode waarin door machtsstructuren met de moraalvinger gewezen werd en groepen mensen gestigmatiseerd werden omwille van wie of wat we waren. Er waren goede seropositieven en slechte seropositieven. Maar we werden mondiger en we vergaarden kennis. Act Up New York en later Act Up Paris stonden onvermoeid op de barricaden, aan de labo’s en aan de deuren van de beleidsmakers. Ook in ziekenhuizen stonden duizenden vrijwilligers om muren te doorbreken. Helaas stonden we ook in het mortuarium. Wekelijkse kost. Knowledgde is a weapon, was onze slogan, want alleen met knowledge kon je aids bestrijden. Aids was niet alleen het laatste stadium van een resem aandoeningen maar ook een politiek debat en een maatschappelijk debat. Een positieve hiv-test betekende immers de aankondiging van een sociale dood. Veertig jaar later kent iemand die vandaag hiv-positief is, een even normale levensduur als iemand die seronegatief is. Maar het parcours blijft hobbelig. We mogen de psychologische, lichamelijke en maatschappelijke neveneffecten niet onderschatten. We denken vandaag veelal dat een pilletje wel helpt en voor jongeren en millenials is aids een ziekte voor oude mensen. Niets is minder waar. Vandaar dat een beetje geschiedenis, een beetje het geheugen opfrissen en weten waar vandaag onze rechten als patiënt vandaan komen, in het licht van deze 40ste verjaardag, belangrijk is om te begrijpen, om kritisch te blijven, om universeel te blijven en om niet toe te geven aan identiteitspolitiek, fake nieuws en populisme. In de nasleep van 1968 zijn we begin jaren ‘80 van de vorige eeuw ons gaan engageren tegen machtsstructuren in de maatschappij, in de medische wereld, in het onderwijs, in de psychologie, in de sociologie, in de literatuur, in de volksgezondheid, in het algemeen recht; wij hebben het landschap van activisme hertekend en de medische wereld speelde stilaan de alleenheerschappij over onze gezondheid kwijt. De ondergrond van onze maatschappij werd blootgelegd en politiek werd gedwongen krachtdadig te zijn voor een hele bevolking. Seksualiteit was niet langer weggelegd voor procreatie en heteroseksuelen. De wereld ontdekte gay seks. Blanke vrouwen en vrouwen van kleur lieten hun stem horen. Druggebruikers en prostitués, zowel mannelijke als vrouwelijke, kregen ook een stem. Trans vrouwen en trans mannen waren nog transgenders en verenigden zich in een gezamenlijke strijd tegen aids. Ook travestieten deden mee. Migranten en mensen van niet Europese origine hadden recht op volwaardige universele gezondheidszorg. Daar streden we voor. Het was vechten. Elke dag. Elke avond. Vergaderen, studeren, schrijven, het medisch jargon begrijpen, informeren en zich informeren, van de ene conferentie naar de andere conferentie gaan, roepen, met de vuisten op de tafel slaan, manifesteren, slogans die decennia later nog nablijven bedenken. Het was ook feesten. Gelukkig maar. Met drugs af en toe. Op house en disco. Het was ook zeggen dat we aan het sterven waren. Het was zorgen voor iedereen, niet enkel en alleen voor de eigen gemeenschap. Nooit vermoeid en altijd moe. En toch weer opstaan. Naar een meeting of naar alweer een begrafenis. Nooit opgeven, sterk blijven. We bleven ons verenigen. We bleven onze seksualiteit beleven. We eisten het recht op schone spuiten. We eisten het recht op medische zorg voor mensen zonder papieren. We eisten het recht op onze lichamen, we eisten veiligheid voor onze lichamen. Daarvoor hebben we gevochten. Het was vechten tegen de labo’s, niet als vijand, maar als bondgenoot. De coronamoeheid waarvan vandaag de media bol van staat, is een luxelachertje. Wat het afgelopen coronajaar in onze ziekenhuizen mogelijk heeft gemaakt, is aan mijn generatie te danken. De stilzwijgende generatie van vandaag. We hebben het te danken aan alle anonieme vrijwilligers. Aan een onvoorwaardelijke strijd tegen een virus. Aan onze gestorven kameraden.             Aids heeft zwakke schakels in de maatschappij blootgelegd maar aids heeft ook de macht die de farmaceutische bedrijven hadden – en vandaag nog altijd hebben – laten kennen. Als activist konden we onze rug niet keren of een knieval doen tegenover hun macht. We hadden hen nodig maar niet tegen eender welke prijs. Onze strategie bestond erin de labo’s die onze directe vijanden waren tot onze bondgenoten te maken. Mensen stierven. Wij hadden de dood in zicht. Labo’s treuzelden om aidsremmers op de markt te brengen en medicatie werd aan woekerprijzen op de markt gebracht waardoor hele bevolkingen geen toegang tot aidsremmers hadden. Het heeft ons slapeloze nachten gekost om generische middelen te verkrijgen en patenten vrij te geven. Het heeft levens gekost. Iedere epidemie heeft een directe invloed op de politiek, omdat een ongekende en stigmatiserende epidemie een bedreiging vormt en de hele sociale orde in vraag stelt. Dat geldt zeker voor aids, dat geldt vandaag ook voor corona. We moeten durven te kijken naar hoe aids niet alleen onze maatschappij veranderd heeft maar ook welke invloed aids had op ons gezondheidssysteem, hoe universeel en toegankelijk ons gezondheidssysteem vandaag geworden is maar evenzeer moeten we onder ogen zien welke maatschappelijke obstakels er in onze Westerse maatschappij nog leven. Dat dwingt ons ook onze relatie Noord-Zuid te herstellen. Dat kunnen we niet door identiteitspolitiek waar iedereen voor eigen parochie preekt. Onze ervaring moet niet voor onszelf maar een algemeen belang dienen. We moeten ons verenigen in consistente nooit opgevende sterke onafhankelijke structuren. Dag en nacht. Door wind en regen. Met kennis als wapen. Niet met gekneut of met identiteitspolitiek.             Aids heeft ons geleerd te weten welke eigenschappen een maatschappij geeft aan een ziekte: wie veroorzaakt de ziekte, wie bepaalt wat de ziekte is, op welke brutale manier verspreidt de ziekte zich en welke ravages richt ze aan, welke groepen in de maatschappij zijn meer vatbaar en kwetsbaar voor een besmetting dan anderen, hoe snel verspreidt een virus zich en in welke mate. Aids heeft ons ook doen afvragen waar in onze maatschappij de ziekte het felst toeslaat: in welke sociale, economische, religieuze, psychologische, politieke en medische context manifesteert de ziekte zich. Wie doet er iets aan en wie verdraait eerder de feiten. In de kantlijnen van deze eigenschappen moesten we ook weten waar de oorzaken van de verspreiding van de ziekte lagen, welke factoren meespeelden en op welke manier het virus zijn weg vond. Op die manier kon de maatschappij zich organiseren om adequaat op te treden om het virus bij het nekvel te grijpen en te beheersen. Helaas heeft diezelfde maatschappij al snel een zondebok willen zoeken en een sociaal bloedbad laten plaatsvinden.             Veertig jaar later staan we voor andere uitdagingen en geeft mijn generatie de fakkel door, áls de volgende generatie die fakkel wil overnemen. De strijd tegen aids is een universele strijd die de macht van de dokter en de politiek heeft weten te doorbreken. 2030 is nog steeds de ambitieuze streefdatum om aids de wereld uit te krijgen. Daarom is het belangrijk dat de generaties van vandaag de tricks en de tools aangereikt krijgen die als waakhonden letten op de gevaren van stilte of extremen in de politiek. We moeten blijven een solidariteit handhaven. We moeten ons universeel blijven scharen achter gelijkheid, ook al blijft dit een utopie. We moeten samen geloven in elke sociale strijd: tegen aids, tegen corona, tegen racisme, tegen homofobie, tegen transfobie. Wat wij zonder internet en zonder Smartphone bereikt hebben, moeten we vandaag meer dan ooit op een slimme manier ook kunnen gebruiken. Aids 2.0 en verder.             Het is geen gelukkige verjaardag maar als we blijven getuigen, als we weten wat we veertig jaar geleden gedaan hebben, dan komen we er. We moeten niet roepen tot opvoeden, we moeten onze kennis delen. Knowledge is a weapon. Knowledge is our weapon.

Erwin Abbeloos
5 0

Hoe het gesteld is met mijn gezondheid

Ik geef toe, soms slaagt de twijfel nog eens toe. Maar echt aarden kan hij niet. Het is doorgedrongen dat ik mijn ervaringen en gevoelens niet circulair in vraag kan blijven stellen. Hoe afwijkend mijn conclusies ook mogen zijn ten opzichte van wat algemeen aangenomen wordt, op een gegeven moment moet ik er gewoon op voortbouwen en er consequent naar handelen. En zo bouw ik bijvoorbeeld voort op de stelling die zegt dat de oorsprong van de auto-immuunziekte die me negentien jaar geleden werd toegeschreven enkel en alleen psychisch van aard is. Daarmee bedoel ik dus dat er in wezen fysiek niets mis is met mij. Dat mijn fysieke klachten niets anders dan een uiting van mijn denkwereld, zelfbeeld en andere diep ingeprente overtuigingen zijn. De vele jaren van empirisch onderzoek en wijdvertakte ervaring omtrent dit onderwerp kan ik niet verloochenen. Dit is mijn realiteit, mijn waarheid. Ik schrijf mezelf alle verantwoordelijkheid toe. De hulp komt van binnenuit, er bestaat geen externe bron die mij zal genezen en die zal er ook nooit komen. Ik werd in het verleden wel meermaals opgelapt en ondersteund door medicijnen en behandelingen, maar echte verlossing ligt in mijn handen. Deze woorden vatten ongeveer de inhoud van mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ samen. We zijn nu twee jaar verder sinds dat boek uitkwam. Wat is er veranderd? Ik ben verhuisd, heb al mijn bruggen opgeblazen en ben nooit gestopt met het gadeslaan en bewust programmeren van mijn innerlijke wereld. Ik heb mezelf nog beter leren kennen, valkuilen blootgelegd. De fysieke symptomen zijn er nog steeds, doch minder prominent, minder uitgesmeerd over mijn dagen. Terwijl ik voorheen vooral aan het overleven was, kan ik nu echt leven.   Er zijn echter van die momenten dat de ellende zich lijkt te herhalen. Angstvallig doemscenario’s werend vervloek ik dan mezelf. Ik wist op voorhand dat heling geen lineair proces is, maar het is verdomd frustrerend om bijna 2 decennia lang op dezelfde pijnpunten te botsen. Natuurlijk weet ik ook dat kwaad worden alleen maar meer zelfsabotage betekent. Want dat is wat deze ziekte werkelijk is: zelfsabotage. En dan moet ik mezelf weer tot de orde roepen en eraan herinneren dat zulke uitspraken te hard zijn. Ik zou zachter kunnen zijn naar mezelf toe, want eigenliefde is het ultieme medicijn. Dat weet ik nu wel zeker. Sinds kort ga ik weer bij een psychotherapeut, voor die hardheid jegens mezelf. Ik geef dat deel van mezelf daar een gestalte en ga ermee in dialoog. Ik heb het gevoel over een moeizaam vergaarde handleiding te beschikken en wil therapie aanwenden om deze constructief naar de praktijk te vertalen. Ik weet bijvoorbeeld dat een gevoel van tekortschieten aan de basis van de ziekte ligt. Het is complexer dan het klinkt. Ik voel mij vaak niet goed genoeg waardoor ik mezelf dwing om meer en beter te presteren. Het leek vanzelfsprekend om te zoeken naar de oorsprong van deze overtuiging, maar ik heb vastgesteld dat dit er eigenlijk niet toe doet. Weten waarom ik ziek geworden ben, staat niet gelijk aan weten hoe ik mezelf kan genezen. Het antwoord ligt eerder in zelfobservatie zonder oordeel en het maken van bewuste keuzes. Bij elke keuze die ik maak, vraag ik me af of deze wel liefdevol is naar mezelf toe. Of ik mezelf niet onder druk zet en handel naar wat mijn gevoel ingeeft. Want de diep verankerde ideeën over het personage dat ik neerzet, vormen de voedingsbodem van mijn gezondheid. In de conventionele behandelingen die de medische wereld aanbiedt, ben ik mijn vertrouwen verloren. Alle trucs die ze uit hun mouw konden schudden, heb ik vruchteloos tot mij genomen. Ik vond het ziekenhuis sowieso al een ellendige plek, maar met de hele pandemie hetze is het alleen maar erger geworden. Het voelt soms beangstigend om te beseffen dat ik nergens naartoe kan, dat alle noodlijnen uitgeput zijn.  Maar ik sta er niet alleen voor. Ik ben omringd door mensen die in mij geloven. De relaties die ik aanga dienen mijn zelfrespect en eigenliefde te weerspiegelen, iets waar ik steeds scherper op toezie.

KarolienDeman
54 1

Bewust zijn van het bewustzijn

Mijn lief vertelt mij over de eerste keer dat hij bewust werd van zijn bewustzijn. Hij herinnert zich alle details van een vluchtig moment dat als peutertje zoveel indruk op hem maakte. Spelend met een rode auto op een groene vloer viel hem plots het besef binnen dat hij een observerende entiteit was. Ik heb gelijkaardige herinneringen uit mijn kindertijd. Of het de eerste keer was, dat weet ik niet, maar ik zie mezelf nog naast de buffetkast staan, mij er opeens over verwonderend dat ik alles vanuit één specifiek kader bekijk. Mij afvragend of anderen net hetzelfde ervaren. Aan de hoogte van de kast maak ik op dat ik ongeveer zes moet geweest zijn. Het zijn zeer korte, haast magische momenten, die plotse invallen van puur bewustzijn. Schaars in aantal en meestal geheel onverwacht. Het is niet gemakkelijk om woorden te vinden voor zulke gewaarwording. Je zou het kunnen omschrijven als ontwaken. Plots ben je je er haarscherp van bewust dat je bewust bent. Zonder oordeel of identiteit, enkel de observator die beseft dat hij observeert. Je hebt natuurlijk ook dat brein dat alles probeert te begrijpen, waardoor de magie vervaagt op het moment dat je erover begint na te denken. Dat bewustzijn voelt als iets waardevol en uniek. Als kind fantaseerde ik dat ik uitverkoren was om door een raampje naar het leven te kijken, vermomd als een klein meisje. En dat het universum met mij meekeek. Het was dus van belang dat ik alles heel precies documenteerde. Ik beeldde mij ook in dat alles en iedereen niet meer dan decor was om mij een totale ervaring te kunnen geven. Ik zocht naar foutjes die verrieden dat mijn hele leven een poppenkast was. Het was dan ook heerlijk om vele jaren later de film The Truman Show te ontdekken. Het spreekt voor zich dat het menselijk is om vragen te stellen over de aard van het bewustzijn en de relatie tot de externe wereld. Denken over het bewustzijn, is uiteraard iets anders dan bewust zijn van het bewustzijn. Al leidt het ene wel gauw tot het andere. Die wakkere staat van zijn, waarbij het fundamentele proces van het ervaren zuiver op de voorgrond treedt, kan getraind worden. Dit is waar meditatie om draait. Maar het bewust streven naar een bepaalde toestand tijdens meditatie wil wel eens averechts werken. Het is alsof het bewust zijn van het bewustzijn erom vraagt om ongewild plaats te vinden. Op een onbewaakt moment, verstild en onthecht van het narratief van de realiteit.   De verwondering en het bevreemdend gevoel dat zo’n intense bewustzijnservaring oproept, heeft de neiging om snel op te lossen. Eenmaal weer diep ingegraven in de dagelijkse beslommeringen wordt het perspectief nauwer. Pal in het centrum van ons menszijn, waar we vergeten dat we meer zijn dan een door prikkels gedreven sociaal wezen met een identiteit en zelfbeeld, daar is het moeilijk bewust te blijven. Onder de dikke lagen van gedachten, gewoontes en bezigheden registreert het bewustzijn echter alles. Bewustzijn is nooit afwezig, we zijn er alleen niet altijd bewust van. Ik zou het begrijpen als u dit relaas als raaskallerij interpreteert, alleen al omdat er geen collectieve consensus bestaat voor de term bewustzijn. Desalniettemin vind ik het een uiterst boeiend onderwerp dat uitdaagt om gevat te worden in woorden. Een gevoel van sterk tekort schieten, primeert bij het overlezen van deze tekst. Taal is een beperkt middel als het gaat over het omschrijven van mystieke ervaringen. Dat weerhoudt mij niet om het te blijven proberen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/5/11/bewust-zijn-van-het-bewustzijn

KarolienDeman
9 0

Woelige dagen

Soms wordt het woelig. De impuls om te vluchten onderdrukkend, probeer ik de kluwen aan emoties, gevoelens en gedachten te ontleden. Het is hier nu bij mij, deze warrigheid, het doet zich voor en vraagt om aandacht. In de vorm van pijn of iets anders dat ik vervelend kan noemen. Ik kijk ernaar en weet dat als ik me ervoor afkeer, ik alles in rafels achter mij mee trek. Het blijft sowieso hangen, mij volgend. Wachtend op een ander ongeschikt moment. Alle mogelijke handvaten en ander gereedschap ligt op tafel. Het lijkt nooit genoeg. Woorden, technieken, stiltes, … Dit vraagt om aandacht, dus moet ik er iets mee doen, toch? Of laat ik beter alle acties achterwege, stilstaand, zodat de storm langs mij heen kan razen, de geseling bewust voelend. Erop vertrouwend dat de sporen die ze nalaat mij alleen maar mooier maken. Ik schipper tussen reageren en laten zijn. Tussen veranderen en aanvaarden. Sluit het ene het andere uit? Alles gadeslaand met een blik die toelaat en liefheeft, maar de felle wind doet mijn ogen tranen. Want ik ben menselijk en zit vol gaten. Mijn weefsel is zacht en weerloos. Mijn kwetsbaarheid en onvoorspelbaar verval omhult mijn goddelijkheid, als een op maat gemaakt kostuum. Ja ik weet het wel; het hier en nu dat mijn bestaan omkadert is slechts een mogelijkheid. Wat niet wegneemt dat ik deze vol overgave vervul. Alleen ultieme liefde kan deze snijdende tegenstellingen baren, daar zij niets wil uitsluiten. Elke handeling krijgt bewegingsvrijheid, elke gedachte gehoor. Aangedreven door een wil banen we ons een weg doorheen het leven. Soms botsend, sputterend en twijfelend. Misschien krijgen we wel dingen naar ons hoofd geslingerd als we voor een authentieke weg kiezen of even blijven stilstaan. De lieve bomen, waar ik me zo graag mee omring, zijn een grote bron van inspiratie. Ze nodigen me uit om mee te wiegen en te buigen. Ik mag zelfs breken, want ook in stukjes ben ik nog evenveel waard. Staand in aanvaarding, daar waar het zaad zich goed voelde om te schieten, belichamen ze de berusting waarin ik wil huizen. Het ruisen van hun kruinen is de geruststellende ondertoon waarop ik mijn wiebelachtige gedachten laat varen. De vibratie van alles dat gebeurt, gewoon omdat het kan. Zonder oordeel. Steeds met het vrijblijvend potentieel om iets toe te voegen.

KarolienDeman
41 1

Doorheen de verschillende lagen van het voelen

Ik ben een (over)denker. Van denken heb ik mijn specialiteit gemaakt. Ik hou ervan om dingen te analyseren, te wentelen in mijn hoofd en eventueel logica of verbanden te vinden. Het heeft me al best wat inzichten opgeleverd. Anderzijds ben ik ook een ‘gevoelsmens’. Wel ondervind ik enige weerstand tegenover dat woord. Misschien omdat ik het al vaak heb horen gebruiken zonder de ware betekenis ervan te kennen. De connotaties die ik eraan toeschrijf zijn ongetwijfeld het product van een rationele wereld die gevoel als ondergeschikt afdoet. Op school leert men kinderen hoe belangrijk het is om het denkvermogen te ontwikkelen. Maar het exploreren en hanteren van de uitgebreide gevoelswereld valt buiten het lessenpakket, ervan uitgaande dat dit wel in de privésfeer zal plaatsvinden. En dat is een gemiste kans. Het verloochenen van mijn gevoelswereld is mij duur komen te staan. Het negeren of verwaarlozen van een deel van jezelf kan nooit tot iets goed leiden. De heftige fysieke kwalen waaronder ik jarenlang gebukt ging, waren ongetwijfeld hiervan een gevolg. Als kind ging dat voelen allemaal zeer spontaan. Ik ging erin mee, speelde en creëerde in de rijke grond van mijn gevoel. Maar ergens in mijn pubertijd ging er iets verloren. Ik kroop steeds meer in mijn hoofd. Het ziektebeeld dat daardoor ontstond, heeft me gemotiveerd om het voelende kind in mezelf te herinneren en te eren. Zoals ik al vaker geconcludeerd heb, schieten woorden tekort. Wat wij collectief verstaan onder gevoel stelt niets voor in vergelijking met de weidsheid van de werkelijkheid. Een sluitende definitie die heel de lading dekt bestaat niet. Het is paradoxaal, maar de analist in mij heeft geprobeerd om de gevoelswereld onder te verdelen in categorieën of verschillende lagen. (Zie het schema in bijlage)Naar mijn mening/gevoel verwijzen we bij het algemeen gebruik van het woord gevoel vooral naar de eerste twee lagen, namelijk fysiek of emotioneel gevoel. Maar er is meer. Ik vond het niet evident om de laatste laag een naam te geven, wetende dat elk woord geoxideerd is door aangeleerde connotaties. Ik koos uiteindelijk voor het woord spiritueel, erop vertrouwend dat de lezer bereid is zich los te koppelen van eventuele vooringenomenheid tegenover dit woord. De verschillende gevoelslagen hebben invloed op elkaar, vullen elkaar aan. Zo kan een fysiek gevoel een emotie losmaken, wat vervolgens een spiritueel gevoel triggert. En ook omgekeerd. Elke laag is als het ware een perspectief van waaruit we de wereld kunnen ervaren. Tezamen vormen ze een multifunctionele toolbox waarmee we het leven en onszelf kunnen interpreteren. Gevoelens zijn het kompas dat ons steeds naar authenticiteit begeleidt, in het bijzonder de laatste laag. De eerste twee lagen kunnen gestoeld zijn op overtuigingen die, al dan niet uit zelfbescherming, beperkend werken. Zo weten we bijvoorbeeld dat het niet altijd aangeraden is om beslissingen te maken vanuit een prangende emotie. Maar het spirituele voelen daarentegen liegt nooit. De kunst is echter, zeker levend te midden van een wetenschappelijke rationele maatschappij, om je het voelen van die laatste laag meester te maken. Het is een mooie (dagelijkse) oefening om even een moment te nemen om bewust doorheen alle lagen te voelen. Beginnende met: wat voelt mijn lichaam? Welke emotie(s) herken ik? En ten slotte: welk spiritueel gevoel word ik gewaar? Heeft het een vorm of kleur? Voelt het puntig of eerder rond? Zacht of hard? Uitgestrekt of gecentreerd? De moeilijkheid ligt vooral in het feit dat het spirituele gevoel begint te vervagen wanneer je het probeert te vatten in woorden, gedachten of concrete vormen. Het vraagt om een interpretatie die geheel los staat van het denken en analyseren. Het brein zal elke ervaring altijd proberen te linken aan iets dat het reeds kent. De functie van het brein is dan ook om het leven te begrijpen. Het brein wil alles onderverdelen en klasseren. Het heeft een versnipperende werking, de neiging om alles in hokjes onder te verdelen. Op zich geen verkeerde of slechte eigenschap, anders zou ik ook niet in staat zijn om deze boodschap te communiceren. Maar het spiritueel voelen is gericht op eenheid. Het maakt geen onderscheid tussen binnen en buiten, ik en de ander, goed of slecht. Het spiritueel voelen proberen te herleiden naar een vorm of kleur is een hulpmiddel dat op een gegeven moment dient losgelaten te worden. Zoals bij zoveel dingen heb je niet meer nodig dan focus, intentie, oefening en vertrouwen om je het spiritueel voelen vloeiend eigen te maken. Om spiritueel te voelen heb je in essentie geen brein nodig. Daarom koos ik voor het woord ‘spiritueel’, omdat het geestelijkheid zonder materie impliceert. Ik weet dat het ontzettend moeilijk kan zijn om het brein even aan kant te zetten en zonder oordeel mee te gaan in de onafgebakende spirituele gevoelswereld. Zoals ik al zei, was ik er als kind erg goed in, maar heb ik het later opnieuw moeten integreren. Het enthousiasme tijdens dit leerproces heeft me ertoe aangezet om deze tekst te schrijven. De taal van het spirituele voelen is de collectieve moedertaal, de taal die elk wezen spreekt. Het gebeurt wel eens dat ik diep aan het opgaan ben in een spiritueel gevoel en dat mijn brein dan plots opdaagt met een oordeel of analyse. Wat er natuurlijk voor zorgt dat het gevoel oplost. Het is ook niet abnormaal dat spirituele gevoelens als vaag overkomen en om die reden dan ook niet serieus worden genomen. Omdat het brein geen concrete handvaten heeft, klasseert het daarom de gewaarwording als vaag en onbelangrijk. Maar wie bekend is met spiritueel voelen en het integreert in het dagelijkse leven zal beamen dat dit een prachtige eigenschap is die helaas schromelijk wordt onderschat.  Met deze tekst wil ik de schoonheid en rijkheid van het spiritueel voelen in de verf zetten. Onder de dikke laag van al het tastbare ligt de krachtige energetische motor van een spirituele gevoelswereld. Als creator, iets dat wij allemaal zijn, is het toch cruciaal om bewust te zijn van alle componenten waarmee we onze werkelijkheid kunnen scheppen.

KarolienDeman
7 1

Zelfkennis is het fundament van gezonde relaties

Een persoonlijkheid bestaat uit verschillende delen. Zo is er bijvoorbeeld een deel van mij dat niets liever wil dan met rust gelaten worden en zich graag alleen terug trekt. Maar een ander deel van mij wordt enthousiast van het organiseren van evenementen. Het ene spreekt het andere tegen, maar ik probeer evenwichtig te handelen zodanig beide delen zich kunnen ontplooien. En ja, soms botst het wel eens. Dan kan het zijn dat ik overprikkeld ben omwille van de sociale activiteiten die ik op mijn programma heb gezet. Ik kies er bewust voor om elk deel van mij te accepteren. Ook al gaat het soms met vallen en opstaan, toch wil ik geen enkel deel van mezelf verwerpen, uitsluiten of zogezegd ‘afleren’. Het is trouwens onmogelijk om delen van mijn persoonlijkheid af te leren. Ik wil voor de weg van de minste weerstand kiezen. Uit ondervinding weet ik dat het onderdrukken van delen in ziekte of andere ellende resulteert. Alles dat je aandacht geeft groeit of ontwikkelt zich. En alles dat je onderdrukt ontploft op een gegeven moment in je gezicht. De relaties die we hebben met anderen, of die nu oppervlakkig, romantisch of vriendschappelijk zijn, weerspiegelen delen van onszelf. Zo is er bijvoorbeeld dat onzekere deel van mij dat zichzelf niet goed genoeg voelt. Dat deel zorgde ervoor dat ik een relatie aanging met een man die deze onzekerheid voedde. Ik liet mijn liefde vrijuit stromen, maar kreeg er weinig voor terug. Ik voelde me niet gekoesterd of gewaardeerd. Na enige tijd liet nog een ander deel van mij van zich horen: het deel dat wel vindt dat ik de moeite waard ben. Het kwam in opstand, vond dat ik beter verdiende. Dat zorgde voor conflicten. Ik bleef nog enige tijd aanmodderen, switchend tussen deze twee delen, om uiteindelijk de knoop door te hakken en de toxische relatie te beëindigen. Sommige delen zijn zelfdestructief. Er bewust van zijn dat ze er zijn, is voldoende. Ik probeer ze met mededogen bestaansrecht te geven, erop vertrouwend dat ik ze zal leren aanvaarden, doch zonder ernaar te handelen. Uiteraard ben ik wel eens kwaad op een deel van mezelf. Dan vervloek ik bijvoorbeeld mijn zachtheid die er soms voor zorgt dat ik mijn grenzen laat overschrijden. Het strenge deel van mezelf bestempelt dit als een zwakte. Van zodra ik hiervan bewust ben, probeer ik het met eigenliefde te compenseren. De gedachten waarmee ik mezelf neerhaal loslaten en mijn zachtheid accepteren is het beste dat ik voor mezelf kan doen. Het begint allemaal bij zelfobservatie. Bij het bewust worden van het zelfbeeld en hoe dit invloed uitoefent op specifieke keuzes en relaties. Leren zien hoe het zelfbeeld de realiteit kleurt. Ik was er mij ten tijde van die relatie niet geheel bewust van dat mijn aantrek tot deze man een bevestiging van mijn minderwaardigheidsgevoel betekende. In het samenzijn met hem weerspiegelde mijn zelfdestructieve kant. Gebukt gaand onder emoties leerde ik op korte tijd enorm veel over mezelf. De ervaring liet me inzien dat mijn gevoel van eigenwaarde nog een werkpunt was. Elke interactie met iemand anders, hoe kortstondig en banaal deze ook mag zijn, kan een inzicht betekenen. Door relaties aan te gaan, helpen we elkaar groeien. En dat hoeft helemaal geen pijnlijke zaak te zijn. In een gezonde relatie help je elkaar vooruit door de schoonheid van elkanders bestaan liefdevol te bevestigen. Oprechte liefde kenmerkt zich door een verruiming van het persoonlijke welzijn naar een gemeenschappelijk welzijn. Alles wat ik mezelf toewens, geef ik ook aan de ander en omgekeerd. Je kunt elkaar in alle veiligheid en vertrouwen spiegelen en helpen ontwikkelen. Ondanks de pijn en tranen ben ik dankbaar om die moeilijke relatie te hebben ervaren. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om mezelf te eren en dat ik dit in mijn relatie weerspiegeld wil zien. Ik heb aan de levende lijve ervaren wat voor een relatie ik niet wil. Dit heeft het complementaire beeld van wat het wel moet zijn verscherpt. Haarscherp voor ogen zien wat ik wil, is uiterst belangrijk bij het bewust scheppen van mijn realiteit. Ik had er vertrouwen in dat ik ooit wel opnieuw iemand ongeremd zou liefhebben en deze keer hetzelfde zou terugkrijgen. Veel sneller dan verwacht is dit ook gebeurd. Mijn huidige partner geeft me de gelegenheid om door zijn ogen met een liefdevolle blik naar mezelf te kijken, wat mijn zelfbeeld ten goede komt. Als ik mezelf bekritiseer is hij de eerste om mijn hardheid te temperen. Er zijn geen delen van mij die in strijd zijn met elkaar omwille van deze relatie. Ik voel in mijn hele wezen dat dit gezond is en dat het mij rust brengt. Het is interessant om mij af te vragen welke delen van mezelf getriggerd worden bij bepaalde sociale interacties. Sommige mensen lijken het slechtste in mij naar boven te brengen terwijl anderen juist een heilzaam effect uitoefenen. Het hangt er allemaal van af welke delen zich aangesproken voelen en of ik daar al dan niet mee in het reine ben. En zo wil ik graag besluiten dat zelfkennis cruciaal is bij het aangaan van constructieve relaties.   https://www.karoliendeman.com/blog/2021/4/12/een-mens-bestaat-uit-delen

KarolienDeman
19 0

Waarom ik de moderne geneeskunde wantrouw

Mensen die mij kennen of volgen, weten dat ik een lange moeizame zoektocht heb afgelegd in het kader van mijn gezondheid. Ik ging gebukt onder tergende chronische kwalen en zocht als vanzelfsprekend verlossing in de medische wereld. Deze zoektocht vatte ik samen in mijn boek ‘Auto-immuun: van ziekte naar inzicht’. Vijftien jaar lang liet ik mij intensief behandelen in een universitair ziekenhuis. Gedreven door wanhoop bleef ik tegelijkertijd ook daarbuiten verder zoeken naar antwoorden. Beterschap was steeds kortstondig, de ellende bleef zich transformeren. Vaak voelde ik dat de hele resem aan onderzoeken en therapieën mij eigenlijk meer kwaad dan goed deed. En ik merkte dat er tal van hiaten in de redeneringen van de medici zaten. Ik rationaliseerde dit alles weg, ervan uit gaande dat ze wel wisten wat ze deden. Blindelings vertrouwde ik de artsen die me op het hart drukten dat dit iets was waarmee ik zou moeten leren leven. Ik stapte mee in het systeem dat ontworpen was voor chronische aandoeningen zoals de mijne en onderging elk protocol en ander noodzakelijk leed. Als gevolg slipte mijn lichaam steeds meer dicht, maar mijn ogen gingen geleidelijk aan open. Er ging heel wat frustratie mee gepaard, maar al dat lijden en zoeken heeft mij uiteindelijk cruciale inzichten bezorgd. Gaandeweg brokkelde mijn vertrouwen in de ‘wetenschap’ steeds verder af. Er werd strak vastgehouden aan symptoom-onderdrukkende technieken. Deze werden telkens heruitgevonden en gefinetuned, in naam van de vooruitgang. Van holistisch denken was er natuurlijk geen sprake. Een holistische denkwijze in de geneeskunde zou inhouden dat lichaam en geest als een geheel worden behandeld. Zo werd ik jarenlang tot een hoop ingewanden gereduceerd, daar men geen rekening hield met mijn denk- en gevoelswereld die in feite heel de boel aandreef. De link tussen psychologie en darmaandoening werd, tot mijn ontzetting, niet actief gelegd. Ja, dat stress moest vermeden worden, dat werd mij wel meermaals gezegd. Maar dat advies klonk zo hol. Wat moest ik daar concreet mee? Ook sprak men wel eens over de invloed van ‘omgevingsfactoren’. Maar daarin kon eveneens geen advies worden gegeven gezien de uniciteit van elke situatie. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om een dieet dat voor iedereen werkt aan te prijzen. Het gehanteerde systeem doelde op uniformiteit: ze zochten naar één behandeling die voor alle patiënten met die diagnose zou aanslaan. Als ze zoiets zouden vinden, dan was hun bedje wel gespreid. Dit is echter een theorie die, in al zijn hardnekkige logheid, gefundeerd is op een ontzettend beperkte visie op wat gezondheid werkelijk is. De gewichtigheid die aan de wetenschap wordt toegeschreven, mag naar mijn mening best wat gedimd worden met nederigheid. Want er is nog zoveel meer dat we kunnen leren over/van ons lichaam. Wie chronisch ziek is in een kapitalistisch systeem, komt al snel terecht in een hermetische omgeving waarin men zich blindstaart op het zo snel mogelijk reduceren van symptomen. De oorzaak is er ondergeschikt aan de oplossing. En de patiënt afhankelijk maken van die ‘oplossing’ houdt de machinerie mooi draaiende. Versta me niet verkeerd, ik heb respect voor de artsen die mij al die jaren hebben proberen bij te staan. Ik zie dat ze ook zoekende mensen zijn met de beste intenties. En dat ze vaak zelf de dupe zijn van een zwaarlijvig systeem dat steeds verder uit zijn voegen barst. Mijn hoed af trouwens voor tal van ingenieuze operatietechnieken en andere medische vernuftigheden. Het probleem dat voortkomt uit een gebrek aan holistisch denken openbaart zich op verschillende vlakken, maar is sterk afgelijnd bij chronische aandoeningen. Vanuit intens empirisch onderzoek ben ik tot de constatatie gekomen dat de kennis waarop de moderne geneeskunde is gefundeerd enorm ontoereikend is. Dit zorgt ervoor dat ik wantrouwen heb ontwikkeld tegenover de medische wereld en haar wetenschap. Ik weet dat zij nog maar in de kinderschoenen staat, maar reeds alwetend pretendeert te zijn. Als een uit de kluiten gewassen kleuter die de baas wil zijn. Vanuit dit licht gezien, kun je misschien begrijpen waarom ik twijfels heb over de huidige maatregelen en verplichtingen omtrent Covid-19. De geneeskunde van vandaag richt zich op het bestrijden van aandoeningen. Maar wie weet gaan we niet teveel op in al dat strijden en verliezen we daardoor een groter geheel uit het oog? In plaats van iets vervelends zo snel mogelijk weg te willen hebben, met alle verdeeldheid tot gevolg, zouden we ons ook kunnen afvragen wat het ons kan leren. Op intellectueel, spiritueel en fysiek niveau. Met een open geest die altijd bereid is om overtuigingen in vraag te stellen. Wij mensen, wij zijn meer dan lichamen die al dan niet goed functioneren. Het is aan ons om te ontdekken wie we zijn. En laat deze crisis daar nu eens een interessant hulpmiddel voor zijn.

KarolienDeman
52 3

Meneer fazant

Wanneer ik die ochtend het schuifraam naar de tuin open, hoor ik hem.Zijn geluid is scherp genoeg om hoorbaar te zijn tot in onze keuken, zelfs zonder hoorapparaten.Ik sta daar aan het raam te luisteren met een tas thee in mijn handen.De fazant is terug.Toen we hier net kwamen wonen in de Erpse velden logeerden hij en zijn gezin in de weide naast ons.Tot er twee jaar later een storm kwam.De  boom in de weide naast ons viel om en de woonst van het fazantengezin werd vernield Sindsdien hebben we geen fazant meer gehoord of gezien in de buurt van onze woning.Ik ben zo dankbaar dat ik hem nog kan horen.Maar ik heb hem nog niet ontmoet of gezien.  Tijdens mijn dagelijkse wandelrondje in de buurt kom ik opnieuw een fazant tegen.Hij loopt tussen de dennenbomen samen met een andere mannetjes fazant Eén van de twee fazantenheren steekt zijn kop fier de lucht in en luistert aandachtig.Zou hij mij ook horen?En ik moet lachen.Want ik heb onbewust mijn goede oor ook richting de fazant gedraaid om hem zo goed mogelijk te horen. Mijn houding lijkt onbewust verdacht veel op die van mijn gevederde vriend. De voorbije maanden ben ik me beginnen aanpassen en heb ik al wat 'trucjes' geleerd om nog zo goed mogelijk te horen.Zoals dat onbewust draaien met mijn goede oor, nadenken over waar ik zit aan de tafel of mensen aankijken wanneer ze praten.Ik merk ook vaak dat ik onbewust wijs naar mijn oor wanneer ik iets niet gehoord heb.Het blijft altijd een beetje behelpen, zoeken.  En nu sta ik daar tussen de velden fazantig te wezen en te lachen.De gebroeders fazanten schrikken op en haasten zich ervandoor.Voor ik het weet zijn ze weg.Maar ze hebben mijn dag gemaakt.Eens thuisgekomen teken ik meneer fazant of het kleine beetje fazant in mezelf.Het is maar hoe je het bekijkt.  

Alice Bremt
7 0

De burn-out mentaliteit

Ergens had ik de ijdele hoop dat deze mentaliteit een trage dood tegemoet ging. Er is immers al heel wat gezegd en geschreven over burn-outs, alsook leef ik in de veronderstelling dat de gevoeligheid en zodus het bewustzijn collectief aan het toenemen is. Onzichtbaar traag echter, maar toch. Tot ik mij plots weer in het gezelschap bevind van mensen die met misplaatste trots hun grenzen onder spanning zetten. Mensen die onder het mom van een relativerende grap spotten met hun slaaptekort en wankele eigenliefde. Dan besef ik dat het tij nog niet aan het keren is, maar dat we er nog middenin zitten. In een wereld die een zelfdestructieve werkwijze verheft tot succesvol ondernemen. Het is een valkuil waar ik mij jaren geleden ook in liet meesleuren. Ik ging er verkeerdelijk van uit dat mijn eigenwaarde rechtstreeks gelinkt was aan wat ik presteerde. Dat hoe meer ik presteerde, des te meer ik waard was. In mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ beschrijf ik onder andere hoe ik mezelf uitsloofde bij het runnen van een kunstgalerij. En hoe ik de opening ervan niet fysiek kon bijwonen wegens ziek en overwerkt. Ik heb mezelf heel wat klappen gegeven alvorens het goed en wel was doorgedrongen dat niets, maar dan ook werkelijk niets, mijn gezondheid waard is. Geen ambitie, droombeeld of verlangen is het waard om voor te creperen. Het lijkt erop dat veel mensen zichzelf alleen iets gunnen als ze ervoor door het slijk zijn gegaan. Alsof ze mooie dingen eerst moeten verdienen alvorens ze er recht op hebben. Alsof alles een prijs heeft. Uiteraard is hard werken om daar vervolgens de vruchten van te plukken bewonderenswaardig, maar ik heb de indruk dat het harde werk vaak wordt doorgedreven tot zelfkastijding. Ik hoor mensen pochen met het feit dat ze geen tijd nemen om te eten, want het nemen van een pauze zien ze als een teken van zwakte. Dit wordt niet zo expliciet verwoord, maar hun hele houding predikt een bun-out mentaliteit. Het tekort doen van zichzelf wordt gezien als iets waarvoor men aanzien moet verwerven, als een sterkte. Ik vermoed dat het gaat over een cultureel verschijnsel en dat deze vorm van zelfdestructie typerend is voor een Westerse consumptiemaatschappij. Alles en iedereen is vervangbaar en het moet vooruit gaan. Zogenaamde welvaartsziekten zijn daar een symptoom van. Het onderliggende pijnpunt is, zoals haast altijd, een gebrek aan eigenliefde. Het gevoel niet goed genoeg te zijn, doet een mens overcompenseren. Jezelf overwerken is een statussymbool, want mensen die nergens tijd voor hebben daar deinzen we met respect voor achteruit. Iemand die het druk heeft, die willen we niet storen. En het gebeurt vaak, ik trap daar zelf ook nog geregeld in, dat de drukdoenerij van een ander ons confronteert met onszelf. Dat we ons dan gaan afvragen of we beter ook geen tandje kunnen bijsteken. Want in contrast met een razend werkritme, lijken we misschien gewoon lui. En daar schamen we ons voor. Wie zichzelf consequent voorbij loopt, botst op een gegeven moment wel ergens tegenaan. Als het geen lichamelijke aandoening is, dan duikt er wel ergens een andere problematiek op die de nodige stilstand hardhandig opdringt. Sommige mensen, zoals ikzelf, zijn hardleers. Ze zullen enkel vertragen als ze in het nauw gedreven worden, als het echt niet anders kan. Soms is er heel wat zelfsabotage nodig om uiteindelijk te kunnen inzien dat de mooiste dingen des levens gratis zijn. Dat stilstand paradoxaal genoeg meer vooruitgang oplevert dan heen en weer geloop.

KarolienDeman
44 2

Woorden vinden voor verdriet

Een diagnose, uitleg, verklaring, duiding,... kan verlossend werken.Alsof de puzzelstukjes pas dan eindelijk in elkaar lijken te passen.Dat gevoel had ik na het lezen van het boek 'Goed Leven' van Dirk De Wachter en Manu Keirse.En dan vooral het hoofdstuk over rouwen.Ik had tot voor kort nog nooit gehoord over 'levend verlies'.Maar hoe meer ik erover las, hoe herkenbaarder het verhaal werd en hoe minder vreemd mijn situatie leek. Sinds maart 2019 ben ik kleine stukjes van mezelf kwijt geraakt.De auto-immuunziekte stak de kop op en ik ging mee in de rollercoaster van ziekenhuizen, medicatie, onderzoeken,...Bij elk klein stukje 'verlies' van wie ik was, huilde ik even om nadien zo snel mogelijk terug door te gaan.Ik wil/wou ziek zijn gemakkelijk laten lijken, denk ik.'Hier is niets aan de hand. ' Niet opgeven, de kleine golfjes verdriet trotseren en vooruit kijken, het leek me de enige uitweg.Ondertussen bleef alles maar door gaan. Ik veranderde van job, zocht meer rust, zag mijn lichaam veranderen na vier cortisonekuren, probeerde met angst te leven, leerde voltijds werken loslaten, kwam steeds minder buiten, verloor plukken haar door medicatie, zei mijn laatste kinderwens vaarwel, 'leerde wennen' aan het verzwakte immuunsysteem en leven met pijn, bouwde met mijn gezin een leven rond ziekenhuisafspraken en behandelingen.En al deze golfjes wist ik 'goed' te trotseren.Tot ik in september op weg naar het werk bijna een ongeval kreeg.Ik zag dubbel, kon amper nog horen, stotterde en toen ik thuis iets op de kalender wou schrijven kon ik geen woord meer correct neerpennen.Ik had het ergens wel voelen aankomen want de twee maanden ervoor had ik reeds vijf kuren antibiotica achter de rug maar ik kon/ging volhouden. Het gehoor en de oogspier vielen niet te herstellen, wel wat op te lappen.Toen dat begin oktober duidelijk werd, tussen alle onderzoeken door, kwam de tsunami pas echt.Al die kleine golfjes waren niet gecounterd.Ik zat/zit met een groot verdriet om alles wat ik beetje bij beetje heb moeten loslaten of afgeven.Daarnaast kwam er ook een overweldigend schuldgevoel de kop opsteken.Ik voelde me schuldig tegenover mijn collega's die met extra werk zaten, mijn man die nooit voor deze situatie of mij in deze situatie had gekozen, mijn kinderen die ik niet alles kon geven, mijn ouders die ook telkens met een bang hart mee afwachten wat er nog komt, mijn vriendinnen die ik niet altijd kan vragen hoe het met hen gaat omdat ik de kracht niet heb,...En dan was er nog de boosheid. Gewoon irrationele boosheid op het leven, de ziekte, mijn man die me teveel wilde helpen, op mezelf wanneer ik het moeilijk had,... Ik begon me te vergelijken met anderen die met zwaardere ziektes kampen en er toch nog in slagen om te werken of die het vast veel moeilijker hadden dan ik... Een warboel aan gevoelens die ik niet meester kon.En het feit dat ik ze had vond ik onbegrijpelijk.Laat staan dat ik het kon benoemen wanneer mensen voorstelden om hen eens te sturen wanneer het nodig was of niet meer ging. Dan leg(de) ik de telefoon telkens terug aan de kant. (Ook nu nog want dan komt het schuldgevoel terug piepen: iedereen heeft het moeilijk, elk huisje heeft zijn kruisje, je moet anderen niet lastig vallen met jouw pijn, je kan het zelf wel...) Tot ik dus het boek las en meer te weten kwam over levend verlies: over hoe je ook rouwt om stukjes van je gezondheid, identiteit, mogelijkheden, dromen,... die je kwijtraakt door een chronische ziekte, een ongeval,... Het werd (be)grijpbaar, vatbaar.Ik weet nu ook dat ik me niet schuldig moet voelen.Dat andere mensen die mijn parcours zouden afleggen soms ook eens in een hoekje willen kruipen om te huilen of stilletjes de wereld vervloeken.Maar ik heb nog een hele weg te gaan.De oude strategie van oppakken en verder gaan, die werkt niet meer.Ik moet een nieuwe weg vinden om met dit alles te leren leven.En ook met wat er misschien nog komt.Koesteren wat er nog rest van de oude ik, leren leven met wat er is weggevallen en dan bouwen aan een nieuwe identiteit waar ziek zijn slechts een onderdeel van is.Maar ik weet dat zoiets tijd vraagt en taal.Dus schrijf ik erover, lees en probeer erover te praten wanneer het lukt.Het is een blijvende zoektocht naar 'een' goede weg om hiermee om te gaan. Want de goede weg om hiermee om te gaan of met eender welke (chronische) ziekte, die bestaat niet.Ik verwacht dus nog een aantal valpartijen op mijn pad.Kleurrijke pleisters heb ik alvast aangeschaft.        

Alice Bremt
15 1

Zweverig

Het kleven van labels op mijn ervaringen is iets dat mij werd aangeleerd. Als kind maakte ik geen onderscheid tussen echt en fantasie. Tussen tastbaar en voelbaar. Gaandeweg werd er een lijn getrokken; tot hier en niet verder. Want wat verder ligt, dat is quatsch. Alles dat achter de lijn ligt, daar lachen we eens mee. Om vervolgens terug over te gaan tot de orde van de dag, waarbij we aangemoedigd worden om te denken binnen de grenzen van een rationeel bestaan. Maar er is meer. Ik kan meer. Ik wil meer. Ik kan mijn ogen ervoor sluiten en de magie die ik voel plat rationaliseren. Uiteraard dient alles in vraag te worden gesteld, dus ook datgene waaraan ik mij optrek. Geen huisje is te heilig, ik ben bereid om al mijn constructies tegen de vlakte te gooien. Als dat helpt om klaar en ver te zien. Groeipijn schrikt mij niet af, ook de kunst van het loslaten bestudeer ik vol overgave. Ik las boeken die mijn ervaringen op losse schroeven zetten. En absorbeerde theorieën die met overtuiging aantoonden dat ik niet meer ben dan wat mijn brein ervan maakt. Ik probeerde levensvisies uit die haaks op mijn authenticiteit stonden, als ware het modieuze zonnebrillen. Om maar te zeggen dat mijn empirisch onderzoek niet over één nacht ijs is gegaan. Hoe dan ook, de uitkomst bleef dezelfde. De conclusie luidt: ik heb een brein, maar ik ben het niet. Ik ben meer.Zonder spiritualiteit, zit er een gat in mijn leven. Een gapende holte die mij naar binnen zuigt. Ik heb het niet over religie of (bij)geloof. Die woorden zijn beladen met connotaties die niet passen op wat ik voel. Maar de term spiritualiteit lijkt de lading wel te dekken. Al is het arme woord ook besmeurd met labels die achter de zogezegde lijn thuishoren. In mijn huisje vind je klankschalen, edelstenen, beeldjes van Oosterse Goden en smudge sticks. Soms voer ik spontaan rituelen uit met deze objecten, aan de hand van een intentie en gevoel. Spelen met energie noem ik dat. Ik heb daarvoor in principe geen voorwerpen nodig. Maar ze helpen wel, als symbolische dragers van mijn intentie. Ook woorden hebben die functie. De woorden die ik tijdens een ritueel uitspreek of neerschrijf, verscherpen de focus op hetgeen ik met mijn handelingen wil bewerkstelligen. Zweverig is het woord waarmee men doorgaans bovenstaande praktijken samenvat. Ik hoor het wel vaker. Een deel van mij voelt enige schroom om ermee naar buiten te komen. Maar dat is wat ik doe en altijd gedaan heb: mezelf blootgeven. Mij openbaar kwetsbaar opstellen. Waarom? Omdat ik daar schoonheid in zie. Als ware het mijn roeping. Misschien is spiritualiteit niet meer dan een copingmechanisme. Een manier om de zinloze grilligheid van het leven te verteren. Dat kan. Zoals ik al zei heb ik die piste uitgebreid bewandeld. Maar ik laat de weerstand en argwaan nu eindelijk los en erken wat ik voel.  Het verstrijken der jaren doet de opgelegde grenzen vervagen. De grens tussen realiteit en imaginatie. Tussen werk en spel. Tussen binnen en buiten. Tussen de wereld en mezelf. Tussen leven en dood. Groeien betekent voor mij alles geleidelijk in elkaar laten vloeien.https://www.karoliendeman.com/blog/2021/2/16/zweverig

KarolienDeman
16 2

Ode aan Varanasi

Er zijn weinig steden die zo een indruk op me achterlieten als Varanasi. Nochtans is Varanasi redelijk toeristisch. Meestal ben ik meer onder de indruk van plaatsen waar geen toeristen te bespeuren zijn. En toch. Ik was al een aantal maanden in India. Niet voor een vakantie, wel voor een stage van 6 maanden in Chennai. Even andere oorden opzoeken deed ons deugd. Niemand van ons had kunnen voorspellen hoeveel we van Varanasi zouden houden. De drukte van de toeterende tuctuc-chauffeurs en brommers die zich zigzag een weg baanden door het verkeer, deerde ons niet. Vrezen voor je leven als je de weg overstak, deed je toch al een beetje elke dag in India. Er loopt me nog steeds het water in de mond als ik denk aan de zoete Lassi die we er dronken. Bijeengepropt in een klein kamertje genoten we van de beroemde Lassi van The Blue Lassi Shop. Enkel daarvoor zou je al terug naar Varanasi gaan. De muren waren bedekt met duizenden pasfoto's. Van mensen die er voor ons waren geweest. Honderden nationaliteiten bij elkaar gebracht op een paar muren.  's Ochtends stonden we heel vroeg op om te kijken hoe de Ganges tot leven komt. Hoewel het er meestal krioelt van de mensen, zijn er zo vroeg op de dag amper mensen te bespeuren. De normaal overbevolkte kleine steegjes vol met toeristen en verkoopskraampjes zijn nu leeg en verlaten en we lopen er zelfs ietswat sceptisch rond. De zonsondergang aan de Ganges bleef me het meeste bij. Terwijl we genoten van de zon die achter de Ganges tevoorschijn kwam, kwam er stilletjes aan steeds meer leven. Verkopers installeerden zich. Mensen begonnen zich te wassen in de meest vervuilde rivier van de wereld. Om zich te reinigen van hun zonden. Sommigen maakten van hun hand een kommetje en dronken het vervuilde goedje. Wij stonden er een beetje naar te kijken.  Er is geen groter contrast met België dan India, bedacht ik me. En opeens voelde ik me intens gelukkig. Varanasi, een stad vol dromen. Waar je een koe in de winkel ziet liggen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Waar 's avonds rituelen worden gehouden om sorry te zeggen tegen de Ganges. "Sorry, dat we je vervuild hebben." Waar een kind je ongevraagd komt zegenen met rode verf en daarna vraagt om een duit in het zakje te doen. Al zat je helemaal niet te wachten op een zegening. Waar je op klaarlichte dag een stoet vol mensen ziet die een lijk zichtbaar door de straten dragen. Waar we varen op de Ganges en een kaars het water laten indrijven.  Close your eyes and make a wish.  Hoe je beseft dat elk land zijn eigen religies, overtuigingen en rituelen heeft. Hoe het zonde is dat mensen vaak meer kijken naar de verschillen dan naar de gelijkenissen. Hoe ik zou willen dat iedereen beseft hoe goed het is dat we anders zijn. Hoe we diversiteit moeten omarmen. Dat er nog zoveel is om te ontdekken.     

Anna De Kinder
1 0