Lezen

Gedachtenballon

Een ballon verpakt een portie adem. Je blaast de lucht uit je longen letterlijk een ander leven in. De omlijning verandert de definitie. Van onzichtbaar aanwezig naar tijdelijk tastbaar. Ballonnen, ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. Als kind speelde ik graag met die kleurrijke veerkracht. Vooral die op zo’n harde holle stok zoals in het draaimolenrek van de McDonald’s vroeger. De verbeelding vloog zo uit mijn hoofd: de stokballon om ter langst rechtstaand op je vinger balanceren, of op je neus; het uiteinde van het stokje aan je tong laten plakken door de lucht eruit te zuigen; je broers slaan met de ballon en ‘toevallig’ soms ook eens met de stok. Ook ballonnen zonder stok gaven extra lucht aan mijn fantasie. Je kon er gezichtjes op tekenen, ze als trosjes versiering aan een verjaardagsstoel hangen, er water of knikkers instoppen voor je ze dicht knoopte, ze naar elkaar pingpongen zonder de grond te raken of ze met een lintje als fantasietaart in jouw broek stoppen. Ballonnen, ze prikkelen je verbeelding. En ontploffen soms in je gezicht.Van mijn drie broers hield de jongste het meeste van ballonnen. Zodra een ballon knapte, hapte hij de kapotte knoop naar binnen. Even later dook het kleurrijke bewijs op in zijn luier. Mijn vader hield dan weer het minste van ballonnen. Van piepende vingers over zo’n gespannen vel kreeg hij al de kriebels. Het idee van een ontploffing was genoeg om de man zelf te laten ontploffen. ‘Geen ballonnen in de auto!’, blaasde hij even luid als de dreigende knal die in de lucht hing, wanneer we op de terugrit van de McDonald’s met onze overvolle stokballonnen speelden. Zou een ballon van de McDonald’s naar hamburgers ruiken als hij ontploft? Of naar koffie, als mijn vader hem opblaast aan de ontbijttafel? En hoe zou het zijn als de gespannen ballon tussen mijn ouders zou knappen? Ik stelde mij veel vragen als kind, al stegen de meeste onuitgesproken naar de overvolle ballon in mijn hoofd. Onzichtbaar aanwezig, met een voelbare knoop ter hoogte van mijn maag. Als tiener liet ik ooit een ballon ontploffen van mijn oudste broer. Samen met het vel van die ballon brak er iets in hem. Alsof die knal het signaal gaf om zijn emoties te laten lopen. Zijn kwaadheid finishte eerst, al denk ik dat verdriet de terechte winnaar was geweest. Ik snapte er niets van. Pas jaren later vertelde mijn broer hoe het zat. Die ballon was opgeblazen door zijn beste vriend. Die beste vriend was net overleden aan kanker. Die ballon verpakte zijn laatste adem. Die transformeerde van tijdelijk tastbaar naar onzichtbaar aanwezig. Ballonnen, ze prikkelen je verbeelding. En ontploffen soms in je gezicht.Toch als je ze te groot laat worden.

Rien Mertens
13 0

Verdronken land

Clouseau zong het al: 'De wanhoop staat geschreven op je gelaat'. Het is de bikkelharde waarheid. Van ons gezicht staat het af te lezen, onze lichaamstaal verklapt het al, maar door onze acties wordt het helemaal merkbaar. Reikend naar mistroostige strohalmen, proberen we te redden wat niet meer te redden valt. Anderen zagen het van mijlenver aankomen, dit stond van begin af aan ten dode opgeschreven. We zoeken en vinden oplossingen die niet het echte probleem aanpakken, we stellen daden om te bewijzen dat we nog steeds moeite doen en willen vechten voor wat niet meer is. We praten naast elkaar en vergroten de miscommunicatie door wat wordt gezegd persoonlijk op te vatten. Het gevoel van de ander bij de situatie schrijven we toe aan onszelf, waardoor we onszelf veroordelen voor het teleurstellen van de ander ondanks het idee dat die ander ons een schuldgevoel wil bezorgen. De vraag hoe goed we elkaar kennen rijst. Kennen we elkaar überhaupt wel?Paniek om kwijt te raken wat ons dierbaar is, of op zijn minst dierbaar lijkt, steekt de kop op. 'Ik wil niet dat je weggaat'. Hoe harder we het zand in onze hand vastgrijpen, hoe meer zandkorrels er tussen onze vingers glippen. Plots is er dan het besef. Ik kan dit niet meer, mijn energie is op, ik ben op, hét is op. Maar hoe zetten we hier een punt achter? Alle mogelijkheden bieden zich aan, van korte pijn, over het laten doodbloeden tot de ander redenen voeden om zelf niet de beslissing te moeten nemen. Communicatie vervaagt en we plannen onze agenda vol. Pas na een hele poos valt het ons op, er is geen wij meer. Er is alleen jij en ik, ieder met zijn eigen leven. Met heel veel moeite weerstaan we aan de drang om opnieuw contact op te nemen. De nieuwsgierigheid knaagt. Hoe zou het nog zijn? Missen we elkaar even vaak?We verzuchten de vragen en slikken de bittere nasmaak die de herinneringen met zich meebrengen door. De draad van het leven wordt weer opgepikt en stapje voor stapje zetten we onze reis richting de toekomst verder. Druppelsgewijs komt er weer kleur door de grijze massa, in de verte laat voorzichtig de zon zich weer zien. Het is de eerste dag van de rest van ons leven. 

Joni Motmans
12 1