Lezen

Stilvallen

We maakten van de feestdag gebruik om een dag vroeger op reis te vertrekken. Dit jaar zou onze vakantie beginnen zodra we in de wagen stapten. Geen haastig kilometers vreten, wel overnachten in het Château de la Bouchatte en onderweg de Puy-de-Dôme ontdekken. Alle stress achterlaten nog voor we goed en wel vertrokken waren. Stilvallen deden we. Om zes uur ’s avonds, op drie kilometer van onze voorziene tussenstop. Een pak abrupter dan gepland. Terwijl Arno in een kramp schiet, verbaas ik me erover hoe weinig informatief het dashboard vol lampjes is. Nog niet bereid de controle uit handen te geven, stel ik voor het knopje te zoeken om de motorkap te openen. Bij de aanblik van zoveel complexiteit moet ik lachen. Dapper ga ik op zoek naar het oliekannetje. Controleert niet elke zichzelf respecterende automobilist met pech het oliepeil? Een behulpzame buurman lijkt dezelfde mening toegedaan en voegt meteen de daad bij het woord. Hij wil er zelfs olie bij kappen, maar die blijkt helaas niet compatibel. Er komt een tweede buurman bij. Intussen bespeurt mijn zoontje een veel groter probleemgeval: met de buren komen ook katten mee… zwarte dan nog. Gefronste wenkbrauwen, gekrab achter de oren. En ook ChatGPT krijgt de motor niet aan de praat. Het begint me te dagen dat we dit niet zelf gaan verhelpen. Koppig kalm stop ik mijn man het nummer van de pechverhelping toe. Ze komen eraan — ten vroegste over anderhalf uur. De buurman biedt aan om Elias en mij alvast naar het kasteel te brengen. Arno blijft bij de wagen. De knoop in mijn maag trekt strakker aan; mijn buik weet dat we niet meer aan het stuur zitten. Ik doe mijn uiterste best die boodschap te negeren. Met een glimlach leg ik in verroest school-Frans uit waarom mijn man pas later zal aansluiten. Niet getreurd: we kregen een upgrade en mochten onze intrek nemen in de suite. Terwijl ik de specificaties van de massagestoel krijg toegelicht, verdiept Arno zich langs de kant van de weg in de beginselen van automechanica en verzekeringen — met de hulp van trouwe metgezel ChatGPT. En Elias? Die wil maar één ding: de spin in de hoek moet weg. Tegen elven maakt Arno niet onopgemerkt zijn entree. Je rijdt niet elke dag mee met een takelwagen. Uit het donker verschijnen overal helpende handen. Ik geneer me over onze rommelige bagage. In een recordtijd is de auto uitgeladen. Met elke koffer wordt mijn gemoed een beetje zwaarder. Alle info past op één enkel visitekaartje van de garage. De zorgvuldig bewaarde moeilleux au chocolat brengt weinig verandering in Arno’s zorgelijke gezicht. Ik kan je vertellen: een twijfelaar leent zich niet tot met twee liggen woelen. Bij het ochtendgloren ontsnap ik naar de tuin. Ik laat mijn ogen rusten op het vredige landschap. Blootsvoets hervind ik houvast in het verdroogde gras. Ik vul mijn longen met verse lucht. De zonnegloed ontspant mijn lijf als een warm bad. Langzaam lost de hoofdpijn op. De ochtendglans vervaagt wanneer Elias en ik ons ongemakkelijk installeren buiten op de stenen trap, wakend over de bagage. Meer dan anders struikel ik over mijn woorden, en mijn gevoel voor drama is ondermaats. Vier verhaaltjes van Panda en Eekhoorn later, nog steeds geen nieuws van Arno. “Er is geen auto!” De ontreddering in Arno’s stem laat geen twijfel bestaan. Hij maakt geen flauwe grap. Ik wil meer uitleg. Hij moest gewoon de geregelde vervangwagen ophalen. Wat kon er mislopen? Al te goedgelovig zijn dus. “Een reservatie door uw dossierbeheerder? Wij vinden niets terug, mijnheer. In deze periode een huurauto te pakken krijgen? Haast onmogelijk, mijnheer. Veel succes nog.” Blijven was geen optie. Alle kamers waren bezet voor het weekend. Bovendien voldeed het negentiende-eeuwse gebouw allerminst aan Elias’ ridderlijk concept van een kasteel. Hij wilde daar weg. We slenteren toch maar weer naar binnen om onze netelige situatie uit de doeken te doen. Heel even lijkt een lokale vertegenwoordiger wél iets gedaan te krijgen. Maar ons gebrek aan Franse bankcheques doet ons de das om. We grijpen opnieuw naast de wagen. De reisbijstand heeft een kamer in het Première Classe-hotel in de aanbieding. De recensies laten weinig aan de verbeelding over: vies, geen verse lakens, sauna, de deur gaat niet op slot. Dat wordt dus voor onbepaalde tijd kamperen op onze bagage — als we die überhaupt in die tien vierkante meter gepropt krijgen. Geen ridderlijk vooruitzicht voor Elias. Het getik van een antieke klok accentueert de ijzige stilte in de zitkamer. Arno’s lege blik verraadt een overvol hoofd. Ook bij mij dreigen de zorgen de spitsvondige ideeën te verstikken. Elias heeft zich overgegeven en ligt op mijn schoot te slapen. “Zou u geholpen zijn mochten we drie matrassen leggen in onze feestzaal?” We laten de tranen van opluchting stromen. Even later zijn we majestueus geïnstalleerd in onze ruimste logeerkamer ooit. Onze magen gevuld met een door onze gastheer geïmproviseerde lunch. Frikadellen met bonen uit blik. En dan rest ons niets dan voor de tweede keer stilvallen. Plots hebben we werkelijk niets meer om handen. Geen telefoontjes, nergens heen. Stilte. Terwijl Arno verbeten mogelijke scenario’s blijft uitdenken en Elias opgaat in zijn Lego-bouwwerk, rol ik mijn yogamat uit. Met de spanning laat ik ook mijn zelfmedelijden los. Tegenslag hoort bij het leven, dus ook bij dat van ons. Zeker lastig, maar niks persoonlijks. Bovendien zijn zowel mijn reisgezelschap als deze plek best charmant. Ik neem er vrede mee. Maandagochtend. Ik rol nog één keer mijn yogamat uit. Arno ijsbeert tussen zijn scherm en het toilet. Ik glimlach bij de gedachte dat we ons voorbereiden op de strijd met onze reis-‘bijstand’. Een nieuwe contactpersoon aan de lijn, uiteraard. “Uw wagen werd gesleept naar een garage waar ze er niet aan kunnen of willen aan werken… Een vervangwagen is budgettair niet mogelijk, mevrouw… Een oplossing, nee, die heb ik nog niet. Daarvoor bel ik u later terug… Blijft u vooral rustig, mevrouw, we zijn er om u te helpen.” Zijn communicatietrucjes werken als een rode lap op een stier. We schakelen alle hulpbronnen van het thuisfront in om de druk op te voeren. Iets na de middag zetten we koers naar onze vakantiebestemming, met een vervangwagen. Onze eigen wagen gaat alvast terug naar België. Onze vakantie kan beginnen. En nu pas voel ik het gewicht — van het verdriet. Ik mis iemand om bij thuis te komen met mijn verhaal.  De echo van eenzaamheid klinkt onverwacht luid. Ik weet dat zo voortaan scherper zal blijven horen.  Ik verstar. Ik herinner. Ademen volstaat. Ik probeer zachtjes te bewegen — met mijn pen over het papier.

AnneliesPattyn
4 0

Au café de la paix (11) -Waarborg

‘Je suis un client, pas un danger’, denk ik als ik inhaak. Is het iemand die naar vrede streeft toegelaten om eens goed te ranten? Te zagen, aan te klagen? Ach, rechts wil de vrede garanderen met orde en veiligheid, links met activisme en verzet. Er is blijkbaar altijd wat strijd nodig om de harmonie te bewaren. Dus, hier gaan we!  Kortetermijnverhuur van appartementen zwengelt de wooncrisis aan. Daar ben ik heel erg mee begaan. Het is akelig dat sommige mensen geen thuis meer vinden, omdat anderen per se thuis willen zijn op reis. Niet zo’n duf hotel, maar je eigen stulp in een onbekende stad. Even doen alsof je een echte Parisien of Londenaar bent. Misschien is de illusie van die vele levens de aantrekkingskracht van Airbnb.  En toch boek ik heel soms een studio of appartement. Via Booking, deze zomer de koning van de oplichterij. Maar ik heb er Genius-korting! En vroeger hield Booking malafide eigenaars net wat onder controle, zo werd gezegd. Mijn eerste reservatie haalt al wat Airbnb- trauma’s naar boven. Ik dacht bij de term ‘aparthotel’ aan een receptie met een persoon van vlees en bloed, maar krijg twee toegangscodes opgestuurd, van de deur en de voordeur, en een lijst gedragsregels. Geen feestjes houden, niet roken, niet onderverhuren, je niet prostitueren. De ochtend van mijn vertrek valt er nog een bericht in mijn chatbox. Of ik de lakens van mijn bed wil trekken en samen met de gebruikte handdoeken aan de voet van het bed wil deponeren. En het afval in de vuilnisbakken in een zakje in de keuken wil zetten. En de ramen wil sluiten. Ik doe al het gevraagde, maar het zakje voor mijn afval vind ik niet, en ik moet nog ontbijten en naar het station. Ik stuur een bericht, de reactie is begripvol: het is al top dat ik de vuile was heb gesorteerd. Oef. In tijden van hongersnood en genocide is het uiteraard een kleine moeite om de lakens van je bed te halen. Toch vreet het aan mijn vakantiegevoel. Ik wil gewoon een beetje welkom geheten worden, niet alleen maar liefdeloze instructies krijgen. Ik ga op vakantie, niet op internaat. Naast de anonimiteit stoort het me dat de eigenaar weinig werklust toont. Ik doe als vakantieganger haast meer inspanningen dan de persoon die hier zijn geld mee verdient. Vaak zijn bedrijven het mikpunt van beschuldigingen, maar soms bakken particulieren het nog bruiner.  Nu zag ik de ‘belangrijke info’ over het hoofd, onderaan in mijn boekingsgegevens. Ik heb in Orléans een appartement met twee slaapkamers gereserveerd, voor mezelf en mijn reisgenoot die uit België komt afgezakt. Er dient een waarborg van duizend euro overgemaakt te worden, die ik de week na ons vertrek terugbetaald krijg. Als er niks kapot is, tenminste. Duizend euro, terwijl de prijs voor ons verblijf iets meer dan vijfhonderd euro bedraagt. Via de chat van Booking krijg ik een bericht van de conciërgerie waar de accommodatie mee samenwerkt. Ik moet mijn VISA- nummer invullen via een link naar het mij onbekende platform ‘Superhote’. De angst slaat mij om het hart. Is dit niet net de fraude waar ze op tv en in de krant voor waarschuwen? Kan mijn hele rekening zo geplunderd worden?  Ik kopieer het verdachte bericht in de Whatsapp-groep van mijn collega’s. ‘Da’s een scam, sowieso!’ en ‘duidelijk oplichterij!’ reageren ze. Ik bel de fraudelijn van mijn bank maar kom op zondag terecht bij een medewerker die amper iets weet. Ze zal mijn vraag doorspelen aan de bank. Ik bel de politie van Orléans om te weten of er zich wel een appartement op dat adres bevindt. De agent relativeert: de verhuurder blijkt een keten te zijn met accommodaties in verschillende Franse steden, de advertentie staat op meerdere sites, en het is in Frankrijk niet abnormaal dat je waarborg hoger is dan de prijs voor je verblijf. Inderdaad, bij het Café Vélo in Agen vroegen ze ook een waarborg van 1500€ voor de huur van een elektrische fiets.  Ik wacht dus nog even voor ik het leger erop af stuur. Ik deel mijn twijfels via de chat van Booking met de conciërgerie, bel de contactpersoon op. Ze benadrukt de angst van de opbrengsteigenaars dat hun appartement vernield wordt. Het is prachtig gerenoveerd, helemaal nieuw. Baldadige toeristen hebben eens een stoel aan diggelen geslagen in andere accommodaties. Verhuurders moeten zichzelf toch beschermen?  Ik begrijp het, maar wil de borg liever op haar bureau in Orléans regelen. Met een echte persoon voor me. Dat gaat niet, ze is niet ter plekke. Ze verstaat niet wat ik zo riskant vind aan die online waarborg. Ik begrijp niet waarom je niet naar kantoor gaat als je geld wil verdienen. Aan het zwembad herkauw ik mijn frustraties.  Hoe vaak moest ik de laatste tijd online uit mijn doppen kijken? De elektricien met goede reviews stelde me een bedrag van 165 euro voor om een lamp op te hangen. Fake interieurwinkels verkopen lampen van Alibaba door.  Vaak zijn het niet eens grote fraudeurs, maar gewone mensen die net iets te snel veel geld willen verdienen. Het online handeltje maakt ze overmoedig. Ze hoeven geen directe confrontatie aan te gaan. Zo groeit ons wantrouwen tegenover elkaar.  Als we die online bullshit eens achter ons lieten, als we allemaal op een eerlijke manier ons geld verdienden, dan zouden alle mensen misschien weer broeders worden. De volgende keer ga ik op hotel, zweer ik, net zoals ik mijn lamp in de goeie ouwe winkel kocht. Maar nu waag ik de sprong en voer mijn VISA in op Superhotes. Meteen krijg ik de toegangscodes voor het appartement in mijn mail. Ik baal alweer. Sleutel ophalen in een kluisje in de ene straat, dan naar het appartement dat op een kwartier lopen ligt.  Het mooie stadscentrum van Orléans is een troost, maar wanneer ik met de vier sleutels van het appartement eindelijk binnen geraak, valt de stress helemaal weg. Het is prachtig! Helemaal vintage gedecoreerd. Ik kan mijn kleren eens in de was steken! Na een zware bevalling de baby zien, doet je alles vergeten, zeggen ze.   

Pons
4 0