Lezen

AA*

  Drie weken voor de A.A. bijeenkomst begon ik te beseffen waar ik aan begonnen was. Ik stopte met joints, alcohol en andere versnaperingen. Drie weken later was mijn hoofd drie keer zo groot geworden van de ontbering. Vroeg in de ochtend stond ik te wachten op het perron van het treinstation in mijn kleine dorpje. Aangezien ik nog even moest wachten, besloot ik koffie te gaan drinken. Op zondagochtend in een klein dorp in West-Vlaanderen is er nu niet veel bedrijvigheid meer vergeleken met vroeger. Op zondagochtend was er vroeger een drukte van belang. Mensen gekleed in hun beste kleding stroomden de kerk in aan de ene kant van de straat en aan de andere kant van de straat stroomden mensen het café in. Maar nu niet meer. In het café zag ik alleen een paar andere mensen, zoals de voormalige burgemeester, die smekend naar me keek. Hij was ooit even beroemd geweest en wist inmiddels wat dat betekende. Naast de vriendelijke opmerkingen krijgen beroemde mensen ook vaak hatelijke opmerkingen naar hun hoofd geslingerd. Dat had de man niet verwacht. Ik knikte hem vriendelijk toe en hoorde hem opgelucht zuchten toen ik voorbij liep. Terwijl ik de vertrektijden bekeek, zag ik opeens een man van middelbare leeftijd in de richting van het station komen. Vanaf een afstand kon ik al horen dat hij binnensmonds aan het praten was, duidelijk nog de naweeën van de vorige nacht. Op zo'n moment is het belangrijk om iemand heel nadrukkelijk te negeren, dus ik keek zeer geconcentreerd naar het A4-velletje waarop de vertrektijden stonden aangegeven. Hij liep rakelings langs me heen terwijl hij in een onbekende taal mompelde. En toen deed hij iets wat niemand in ons dorp ooit deed: hij stak niet via het tunneltje de spoorweg over, maar liep over de rails, gewoon over de spoorweg heen. Na enig getreuzel kwam de trein die me naar Brugge bracht. Maar in het hele treinstation van Brugge kon ik nergens Mister Cach vinden. Pas drie kilometer verderop vond ik de eerste geldautomaat. Brugge, zo mooi en toch zo achterlijk. Na een paar uur reizen kwam ik aan in Antwerpen. Ik verliet het station via het Astridplein en werd overweldigd door het enorme plein dat door een of ander architectonisch trucje toch klein leek. Het hotel aan de overkant droeg daar waarschijnlijk aan bij. En na een paar stappen in de buurt waar ik jarenlange woonde kwam ik aan bij het ECO-huis. De knapste mannen die ik de laatste tijd had gezien liepen daar zomaar los, al die studs bleken de dichters en schrijvers te zijn.  Ik was enthousiast en mengde me in het gejoel. Eén van hen vertelde me dat hij ooit gestopt was met drugs en dat maakte indruk op me. Er waren ook enkele vrouwen aanwezig en na een paar uur kennismaken werden we uitgenodigd om het huis te betreden en kon de kennismaking formeler verlopen. Toen ik daar was, werd mijn dichtkunst met enorm applaus en toejuichingen begroet, wat me tranen van vreugde bezorgde. Na ongeveer een kwartier was het voorbij en verliet ik het ECO-huis. Ik kwam de beroemde schrijver VITALSKI tegen en we omhelsden elkaar en kusten. Hij noemde me "VERF ED, de beroemde fotograaf" en ik vertelde hem over mijn bezoek aan de A.A.* en gaf hem een dichtbundel van de geniale schrijver B.V. die bekend was bij Sabine Luipaerts. Hij was blij met het boek en vertelde me dat hij in één van de krotten in de buurt woonde. Voordat hij vertrok, vertelde hij me dat hij de website zou bezoeken en als er een onbekende fb opduikt, weet ik waar het vandaan komt. Maandag was de dag van de flauwte door de hitte. Het deed me denken aan wat me ooit overkwam in Barcelona. Mijn reizen naar Barcelona begonnen meestal in Figueres, eerst het DALI-museum en daarna de stad Barcelona. Tijdens mijn eerste reizen leefde de GROTE MEESTER nog. In Cadaqués, waar de grote meester woonde, keek ik met bewondering naar zijn modernistische huis. Plotseling zag ik een schaduw toen ik mijn blik omhoog richtte. Ik staarde sprakeloos naar het gezicht van de oude MEESTER. Na een angstaanjagende stilte sprak hij me aan met de woorden "Hoe gaat het met je?". Natuurlijk sprak hij in het Spaans, maar mijn Spaans is niet zo goed, dus ik verstond niet wat hij verder zei. De laatste woorden die hij tegen me sprak waren "een cervesa ?". Ondertussen wist ik ook wel dat het niets met worsten te maken had. In Spanje drink ik nooit bier, dus ik antwoordde "een carajillo". Zijn ogen lichtten op en hij riep uit "FLAMENCO". "Ja, Vlaams en zigeuner", antwoordde ik. De MEESTER had me niet gehoord en liep wild en enthousiast de weg op naar zijn huis, luidkeels roepend "FLAMENCO", "FLAMENCO", "FLAMENCO". Plotseling begreep ik dat hij het had over de vogel. Maandag was goed begonnen met een tocht door Antwerpen. Ik vertrok vanaf mijn verblijf op het Kiel en liep via de Nationalestraat en Aalmoezenierstraat naar De Boer op het Mechelseplein. Daarna ging ik via het Elisabethziekenhuis naar De Wapper, waar het al druk was. Op de Meir was het een stroom van mensen en op de Ossenmarkt zag ik lummelende studenten. Nadat ik de Leien was overgestoken, kocht ik een friet met drie sauzen en een koude lookworst bij de frituur op de hoek. Met deze lekkernij in mijn hand liep ik het De Coninckplein op. Tot mijn verbazing werd ik hongerig aangestaard door zwarte medemensen. Ze hadden nog niet vaak een blanke man gezien die rondliep met een dikke, vettige stapel friet. Ik liet me bewonderen, maar toen ik het Rozenveldplein opstapte, kreeg ik een appelflauwte. Het immense plein was vol met mensen en de drukte benam me even de adem. Gelukkig kon ik veilig terug naar mijn logeeradres met de tram. *A.A., Anonieme Auteur FOTO BLAUWEN ********************************************************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ ***************************************************************************** Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
11 0

Maandpret

Het voelt alsof mijn baarmoeder elk moment uit mijn vagina, los in mijn met maandverband bedekte bomma-onderbroek gaat vallen. Misschien is wandelen aan een tempo van ongeveer vijf kilometer per uur op de eerste dag van je maandstonden toch niet zo'n fantastisch idee, maar ik zet door. De woorden van mijn mama, of 'Mutti' zoals ik haar noem, spoken door mijn hoofd. "Niet seuten, bewegen is het beste medicijn." Ik gaf het als zestienjarige niet graag toe, maar met de fiets naar de bushalte rijden bezorgde me destijds inderdaad vijftien pijnloze minuten.  Ik wandel verder, want wie weet zakt mijn baarmoeder echt uit mijn lijf en dan zou ik in één klap van een aantal kopzorgen verlost zijn. Om te beginnen de maandelijkse miserie die maandstonden zijn. Ondanks de punctualiteit waarmee Moeder Natuur langskomt, ik kan er letterlijk mijn klok op gelijk zetten, heb ik enorm hevige bloedingen die gepaard gaan met soms ondraaglijke buikkrampen en lage rugpijn. Oh en dan vergeet ik mijn gespannen en gevoelige borsten nog. Wat een gedoe is het ook met maandverband. Verder zou ik het heerlijk vinden om jaarlijks, in plaats van halfjaarlijks op controle te kunnen gaan bij de gynaecoloog. Geef nu zelf toe dat één keer per jaar met je ding bloot en benen in beugels liggen voor een man die met een dildo je binnenkant bekijkt beter is dan twee keer, om van dat verdomde uitstrijkje nog maar te zwijgen. Het enige ogenblik waarop ik graag met mijn vagina bloot voor een man lig, is voor seks. Dan mag het in geile en hitsige periodes zelfs twee keer per dag, in plaats van twee keer per jaar.Laat me even verduidelijken dat ik elke zes maanden naar de gynaecoloog moet gaan omdat mijn uitstrijkjes keer op keer verhoogde waarden aangeven, wat dus wijst op een verhoogde kans op baarmoederhalskanker. (Er zijn al verdere onderzoeken uitgevoerd om kanker uit te sluiten. So far, so good.)Ik vroeg al eerder aan mijn gynaecoloog om mijn baarmoeder preventief te verwijderen, maar stootte op: "zo'n schoon baarmoederke ga ik niet weghalen bij iemand van amper vierendertig jaar." Kinderen wil ik niet meer en ik liet me drie jaar geleden al steriliseren. Maar goed, tot nu toe is het een duidelijke no go. De volle kilometer lang (dat weet ik omdat mijn horloge elke kilometer trilt) fantaseer ik hoe het eraan toe zou gaan als mijn perfecte baarmoeder, om de woorden van mijn gynaecoloog te gebruiken, plots in mijn bomma-onderbroek met maandverband zou belanden. "112, Ambulance en brandweer, hoe kan ik u helpen?" "Goede avond, mijn naam is Joni en mijn baarmoeder is zopas letterlijk uit mijn foef gefloept." Zou er paniek in mijn stem weerklinken of zou ik de rust kunnen bewaren? "Blijf waar u bent mevrouw, onze diensten zijn onderweg." Waar denkt ze dat ik naartoe zou gaan met een baarmoeder die uit mijn lijf hangt te bengelen? Zou je een baarmoeder kunnen doneren? Aan een transvrouw bijvoorbeeld. Dat zou haar de mogelijkheid bieden om met een gedoneerd eitje zelf haar kind te dragen en op de wereld te zetten.  De neerwaartse druk in mijn buik wordt steeds groter. "Hou je vast Joni, ze is daar." Mijn rare gedachten stoppen abrupt als ik een dikke klodder bloed in mijn maandverband voel glijden. Mijn baarmoeder blijft dan toch nog even bij mij. 

Joni Motmans
9 1
Tip

De afspraak

De afspraak was vrij eenvoudig. Op het station van O. Ik was op de afgesproken tijd aanwezig en het leek die dag drukker dan gewoonlijk. De krioelende massa bewoog zich voort naar hun bestemming. Een klas gilde voorbij. De taxi draaide stationair voor een volgende klant. Een geur van vanille deed me denken aan het openbaar toilet waar de luchtverfrisser vers was achtergelaten. Melchior kwam maar niet. Inmiddels wachtte ik al twintig minuten en Melchior nam niet op. En nu? Ik besloot richting het centrum te wandelen. Eerder slenteren, de hitte van de middag werd verzengend, alsof het asfalt vastplakte aan mijn schoenen. Dorst had ik. Zal ik een muntthee bestellen bij dit café? Drie mannen keken achter hun koffie bedenkelijk naar mijn voorkomen. Zat mijn overhemd niet goed? Was het te frivool? De twijfel sloeg toe. Ik vermande me. Het zal mijn verbeelding wel zijn. De mannen doorbraken de stilte met een zacht Arabisch. Melchior belde. Waar ik was? Op een terras in het centrum van O. O? Ja, daar hadden we toch afgesproken? P.? Nee? P.? Ik weet zeker dat het O. was. Dat had je toch geappt? Niet? Je bent al in P.? Goed. Ik pak de volgende trein. Ja, ik kan er over drie kwartier zijn. Geen probleem. Kan gebeuren. Tot zo. Ik dronk mijn thee op. Betaalde en liet de goedlachse ober achter met het koekje nog onaangeroerd op het schoteltje. Adieu! De trein bood wat verkoeling. De airconditioning stond aan en de plakkerigheid maakte plaats voor comfort. De warmte had me slaperig gemaakt. Zou ik mijn ogen even sluiten? Een hazenslaapje? Ik had nog een half uur voordat de trein in P. zou arriveren. Het kon geen kwaad. De trein deed het terrein veranderen. Heuvels maakte plaats voor open velden vol hooibalen. Meneer? Abrupt kwam er een einde aan mijn gedoezelde staat van zijn. Meneer! We zijn aan het eindpunt van ons traject en gaan niet verder. De conducteur was een forse vrouw van middelbare leeftijd met een afgeleefde tas. Haastig pakte ik mijn spullen en stapte uit. Waar ben ik? R. R.? Op mijn telefoon stonden vier berichten van gemiste oproepen. Melchior en mijn moeder. Waar ik was, of ik hem wilde bellen, is er iets aan de hand?  En mijn moeder, of ik aanstaand weekend zin had om te helpen met het opruimen van de zolder. Het was al laat geworden. De volgende trein terug zou pas over een uur vertrekken. De zolder stond vol met spullen waar ik de confrontatie niet mee aan wil gaan. Het bericht van moeder deed me teruggaan naar mijn jeugd. De slepende ziekte van vader. De tijd die wegtikt in een kamer vol onuitgesproken woorden. De mooiste jaren van je leven zonder één reet te doen, behalve wachten. Op de volgende trein. Ik stapte uit in P. Geen Melchior. Met maar een paar procent in de batterij had ik nog net voldoende voor één belletje. Melchior nam op. Hij was weer huiswaarts gekeerd. Het maakte niet uit. Hij was wat gaan dwalen en had in een winkel nog een mooi boek gekocht. Daarin zou hij net gaan beginnen. Zullen we het anders volgende week dinsdag nog een keer proberen? Ik lachte. Het schuldgevoel viel als een last van mijn schouders. Dat is goed. Dit weekend ben ik bij mijn moeder en zondag ben ik waarschijnlijk kapot. Dinsdag was prima. Ik had immers toch niets te doen die dag.

Parbleu
180 5

Niet weer

Dinsdagochtend, 8.15 uur, tram 1.‘Wat denken jullie, een varken of een koe?’ Op mijn bankje achteraan krimp ik in elkaar. Niet weer, niet nog eens, niet nu ik me stilaan beter voel. Het groepje jongeren dat zopas opstapte, is enkele rijen voor mij gaan zitten en kijkt me aan. De vraagsteller heeft een grote grijns, een paar van zijn vrienden staren brutaal, twee meisjes kijken weg als ik hun blik vang. ‘Een dikke koe, absoluut’ besluiten ze. Ik plooi in mezelf, druk mijn oortjes dieper, zet de muziek luider en kijk in mijn boek. Lezen wil niet meer lukken, hoe spannend het daarnet ook was. Hoeveel haltes nog voor ik kan uitstappen? Vier…Van onder mijn pony bekijk ik ze stiekem. Het gaat nog steeds over mij; ik voel het. De vraagsteller staat recht, blaast zijn wangen op en maakt schommelbewegingen. Doorheen de muziek hoor ik een vaag geloei. Nog drie haltes. Er prikt iets achter mijn oogleden en ik bijt op de binnenkant van mijn wang. Ik gun ze geen traan. Die gast daar doet me terugdenken aan al mijn pesters, de luide en de stille, de hele schooltijd lang. Het openlijk uitlachen, het ‘vriendelijk’ afpakken van mijn koekjes, omdat ik maar beter niet kon snoepen. ‘Hey dikke, ga eens naar binnen, je schaduw valt over de hele speelplaats!’. Net als toen is er niemand die het voor me opneemt. De andere passagiers lijken niks te merken of durven niet te reageren. Nog twee haltes.De jongeren draaien zich om. Pestkop toont iets op zijn smartphone waar ze erg om moeten lachen. Hij steekt zijn toestel in de lucht en maakt een foto die blijkbaar meteen gepost wordt. Nog meer gelach. Ik denk aan alle kwetsende zaken die over mij geschreven zijn, meestal anoniem. Aan al het bodyshamen. Weten zij veel wat dat met mijn geest én mijn lichaam deed. Nog één halte.Het zweet breekt me uit. Ik bedenk dat ze pas na mij de tram moeten verlaten en dat ik langs hen moet om de deur te bereiken. Dat red ik niet, àls ze me al doorlaten. Waarschijnlijk maken ze de gangruimte zo smal dat er geen doorkomen aan is. Ik besluit om te blijven zitten tot ze uitgestapt zijn en dan een tram terug te nemen. Die gedachte doet me enigszins ontspannen. We rijden mijn halte voorbij en ik duik nog dieper in mijn boek.Ze staan recht. Grote mond hijst zijn rugzak op zijn rug en werpt me een kushandje toe. Dan gooit hij zijn hoofd in zijn nek en laat een luid geloei horen. Ik voel het resoneren tot in mijn maag. Er knapt iets binnen in mij. Joelend verlaten hij en zijn vrienden de tram. De groep negeert het rode voetgangerslicht en steekt de straat over. Pestkop blijft halverwege de straat staan om mij een laatste keer aan te kijken.En dan gebeurt het. Mijn jarenlange angst verlaat me en ik houd hem vast met mijn blik. Hij is voor mij de verpersoonlijking van al wie me pestte, al die jaren. Hij lijkt het te merken, kijkt eerst verbaasd en dan angstig. Zijn vrienden roepen hem maar ik houd hem vast, hypnotiseer hem. Hij en ik, we staan elk aan een eind van een tunnel, de blikken in elkaar gehaakt. Alle geluiden verstommen: het gegil van zijn vrienden, de piepende remmen van de naderende vrachtwagen. Langzaam til ik mijn hand op. En dan, wanneer ik voel dat hij niet meer kan ontsnappen, toon ik hem mijn middelvinger.

rmampuys
0 0

Inbreker

Ik word wakker. De zon schijnt op mijn gezicht via een scheur in mijn rolluik. Ik zet me recht, wrijf in mijn ogen en geeuw. Ik doe mijn rolluik naar boven. Ik draai me om en neem mijn bril van het nachtkastje. Hij is vuil, dus neem ik eert mijn brillendoekje uit mijn brillendoosje. Ik wrijf over mijn glazen, in cirkels, met mijn duim en wijsvinger. Ik doe mijn bril op en draai me terug naar het raam. Ik zet nog een stap dichter zodat ik goed kan kijken. De zon verblindt mijn zicht, maar het is duidelijk dat er iemand aan de overkant staat. Details zie ik niet, maar wel het silhouetten van wat ik denk een man te zijn. Ik blijf nog even staan kijken. In gedachten verzonken. Wat zou die man daar nu staan doen? Ik kijk nog eens goed, mijn had voor mij hoofd proberende de zonnestralen tegen te houden. De man heeft iets in zijn hand, ik kan niet zien wat, maar het lijkt op iets van een bakje. De man verzet twee stappen naar links. Ik zie het bakje in zijn hand nu beter en zie dat er een touw aanhangt. Mijn ogen proberen het touw te volgen, met nog steeds een teveel aan zonlicht om een duidelijk beeld te kunnen vormen. Het touw hangt ineens slapper dan het daarnet deed. Plots zie ik iets bewegen aan de voeten van het silhouetten. Het is een kleine hond die zorgvuldig de grond waar het op staat inspecteert. De meneer loopt ernaar toe en trekt het mee vooruit. Voor ik het weet is de mysterieuze man achter de hoek verdwenen, zonder enige weet dat hij een toeschouwer had. Ik wandel richting de deur en doe deze open. Ik neem nog snel een rekke van mijn bureau en doe mijn haar in een slordige doet. Ze is goed gelukt, dus deze laat ik waarschijnlijk een hele dag zitten. Wanneer ik binnenkom, merk ik op dat het koud is. Kouder dan ik zou gedacht hebben dat het was. Ik geef er niet te veel aandacht aan en wandel richting de keuken. Normaal komt Bic de kat van mijn broer me altijd tegemoet wanneer ik deze routine doorloop, maar vandaag is hij er niet. Ik denk bij mezelf dat hij wel ergens ligt te slapen en het niet de moeite vindt om op te staan. Eens in de keuken aangekomen zet ik de koffiemachine aan. Ik neem ook een tas uit de kast en draai de sterkte van de koffie naar het hoogste. Ondertussen is Bix me toch komen vergezellen. Ik merk op dat hij mankt en besluit er na mijn koffie naar te kijken. Ik moet eerst wakker worden. Ik neem een yoghurt uit de ijskast, doe deze in een kom en gooi er wat granola bij. Ik heb zin in een banaan, dus neem deze uit de fruitschaal die ik in de rechterhoek van de keuken aantref. Het is de laatste dus ik neem een briefje en schrijf er bananen op, zodat deze van de winkel kunnen meegebracht worden. Ik neem een mes uit de lade, snij de banaan in fijne schijfjes en doe deze bij de yoghurt. Ik neem het kommetje en wandel richting de woonkamer. Ik zie op de grond rode vlekken en denk bij mezelf dat mijn broer gisteren gemorst moet hebben met zijn aardbeienijs, ik ben geïrriteerd want ik mag altijd alles opkuisen voor die snotneus. Ik besluit eerst te eten, gewoon omdat ik koppig wil zijn. Hoe dichter ik bij de woonkamer kom, hoe kouder het wordt en hoe meer rode vlekken. De vlekken beginnen van vorm te veranderen en ik herken er iets in, pootafdrukjes. Alles begint op zijn plaats te vallen en ik draai me op, op zoek naar Bix. Ik zie hem uit de keuken komen, al mankend. Ik pak hem op en bekijk zijn pootjes. Eentje ervan ziet rood, wanneer ik er beter naar kijk zie ik dat er een snee is in één van zijn kussentjes. Ik besluit hem terug los te laten aangezien het niet meer aan het bloeden is. Ik kijk rond in de woonkamer, maar zie niets verdachts… buiten dat de deur richting de veranda op een kier staat. Dat is raar, want mama zorgt er altijd voor dat deze dicht is. Ik veronderstel dat daar de vaas met bloemen gesneuveld is door Bix zelf en dat hij zich dan pijn gedaan heeft aan het glas. Ik ga er naartoe. Ik doe de deur verder open en zie dat de vaas met bloemen nog heel is. Ik voel een trok wind over me heen komen en kijk in het rond. Nu zie ik het. Allemaal glasscherven op de grond en een raam die kapot is. Ik begin een lichte vorm van paniek te voelen en sta aan de grond genageld. Ik draai me terug naar de woonkamer en zie nu alles wat ontbreekt, de tv, de computer, mijn broer zijn PlayStation, mijn radio, de hoofdtelefoon van papa… we zijn beroofd. Ik loop als een gek terug naar boven om mama en papa wakker te maken. Jaro, mijn broer is vannacht bij een vriendje blijven slapen, dus die is niet thuis. Ik sta in de slaapkamer van mijn ouders en kijk op de klok. Het is 6u30. Ik ben altijd veel te vroeg wakker, een nachtmus noemt mijn mama me al vanaf mijn geboorte. Ik kijk rond in de kamer en besluit eerst mijn papa te wekken, de man des huizes. Ik ga naar zijn kant van het bed en schud met zijn schouders terwijl ik langzaam fluister: “Papa, wakker worden.” Hij kreunt en doet uiteindelijk zijn ogen open. Ik vertel hem het verhaal van mijn ochtendavontuur. Ik merk op dat hoe verder ik in mijn verhaal kom, hoe wakkerder hij wordt. Misschien had ik het moeten samenvatten tot: “Er heeft iemand ingebroken deze nacht.” Ik ben nogal een waterval van woorden dus kan moeilijk een verhaal beknopt vertellen. Papa schiet recht en beveelt me mama wakker te maken en de politie te bellen terwijl hij beneden de schade alvast gaat opmeten. Ik doe wat hij zegt en voor ik het goed en wel besef staat de politie aan onze deur. Ik moet uiteraard een verklaring afleggen en vertel het dan ook in geuren en kleuren. Toch nog een voordeel aan dat ik zo graag veel vertel. De politieagent zegt dat ik het goed gedaan heb en dat ik me nu geen zorgen meer moet maken. Maar hoe doe je dat? Wetende dat als ik misschien een half uur eerder wakker was geworden, ik de dief had betrapt? Ik ga terug naar binnen en vraag aan mijn ouders wat er nu gaat gebeuren. Ze vertellen me dat de verzekering nog gaat langskomen die dag, dus dat ik zeker thuis moet blijven voor moesten zij nog vragen hebben. Ik ga naar boven en kruip onder een lekker warme douche, in een poging wat tot rust te komen. Hier slaag ik eigenlijk niet in. Ik doe propere kleren aan en leg me op mijn bed. Mijn bed begint te trillen in mijn achterzak. Het is mijn broer Jaro die belt. Ik neem op en hij vraagt naar Bix. Mama had hem gewoon een bericht gestuurd, met daarin het hele verhaal dus ook dat ik het ontdekt heb. Maar mijn lieve broer die 8 jaar jonger is, denkt alleen aan zijn kat. Ik reageer: “Met mij gaat het prima, bedankt dat je het vraagt broeder, ik voel je steun helemaal tot hier. Bix zijn poot heeft een wondje. We gaan er straks mee naar de dierenarts.” “Oké, laat meer iets weten.” En zo eindigt hij zijn telefoontje. Ik hoor nu alleen nog maar een lange tuut omdat hij al heeft afgelegd. Ik ga terug naar beneden en zie dat mijn ontbijt nog altijd op de eettafel staat te wachten om opgegeten te worden. Ik gooi het in de afvalbak want heb nu geen honger meer. Ik stap naar mama en vraag wanneer we naar de dierenarts moeten. Ze zegt dat zij alleen gaat want dat ik moet thuisblijven voor die verzekeringsagent. Ik baal want de enige plaats waar ik nu even niet wil zijn, blijkt de plaats waar ik net wel moet blijven. Ik ga in de zetel naast papa zitten. Dichter dan dat ik normaal zou doen. Hij vraagt hoe het met me gaat en ik antwoord eerlijk. Ik voel me slecht, niet door onze spullen die weg zijn, maar doordat ik de dief evengoed had kunnen betrappen. Papa zegt dat ik er zo niet over mag nadenken want dat dit niet gebeurd is. Little did he know.  De uren strijken voorbij. Mama is ondertussen al lang terug van de dierenarts en de verzekeringsagent is er nog steeds niet. Bix zijn poot zit helemaal in het verband en mama geeft de rekening aan papa. Deze kunnen we ook aan de verzekering bezorgen. Mama en papa gaan in de keuken om bepaalde zaken te bespreken. Ik lig ondertussen languit in de zetel naar het plafond te starten. Ik zet me terug recht en hoor iets. Ik kijk in het rond en besluit dat het Bix moet zijn die ergens van alles zit uit te spoken.  De verzekeringsagent komt dan uiteindelijk toch opdagen en ik doe mijn verhaal voor een derde keer die dag. ze vult allemaal papierwerk in die mama en papa moeten handtekenen. Het is ondertussen avond en we besluiten van de frituur af te halen. Ik kan voor de eerste keer die dag iets eten met zin. Jaro is ondertussen ook terug thuisgekomen en ontfermt zich over Bix. We gaan allemaal slapen met een bijzonder gevoel. Ik heb die nacht alle uren gezien op mijn wekker en om 2 uur besluit ik naar de wc te gaan. Ik hoor geluid van beneden komen en denk terug dat het Bix is. Ik draai me om en zie Bix liggen op het bed bij mijn broer. Ik sla een hartslag over en voel de adrenaline door mijn bloedvaten gieren. Ik besluit stil de trap af te lopen en buk me op de 10e trede en kijk in de woonkamer. Ik zie een schaduw uit de keuken. Ik ga verder naar beneden. Ik loop richting de keuken, ik adem niet. De schaduw draait zich om en ik bevries. Ik wil luid gillen, maar het lukt niet. Ik denk dat mijn laatste seconde geslagen is en doe mijn ogen toe. Ik dacht altijd dat ik capabel was mijzelf te verdedigen, niet dus. Opeens hoor ik een bekende stem mijn naam zeggen: “Anna?”. Ik durf mijn ogen terug open te doen en sta oog in oog met Warre. Warre is een jongen uit mijn klas waar ik al enkele maanden goed bevriend mee ben. Ik kan hem alles vertellen en hij mij ook. Het duurt even voor ik alle puzzelstukjes in elkaar kan leggen en heb nu door dat Warre de inbreker is. Ik weet niet wat ik moet zeggen.  Warre staart mij aan. Hij weet denk ik zelf niet wat gezegd te hebben. Ik kijk in het rond om zeker te zijn dat hij niet terug dingen aan het stelen was. “Ik ging niets meer meenemen, ik wou gewoon wat water drinken en dan vertrekken.” Inbreken om water te dringen? “Heb jij thuis geen kraan?” vraag ik licht geïrriteerd over zijn excuus om in te breken. Hij staart naar de grond en antwoord niet meteen. “Ik… het spijt me.” Antwoordt Warre, bijna huilend. 

LoverLover
6 0