Lezen

kattenstreken

Trippel, trappel, tik tik tik tik: ik hou van mijn kat. Wanneer ik hem hoor lebberen aan zijn met vers water gevulde bakje, overvalt me een warme gloed. Wanneer ik 's nachts een vechtpartij hoor, ben ik ongerust. En wanneer ik in de zetel lig, en hij zijn pootje om me heen slaat, als gaf hij een knuffel - ronkend, spinnend en soms een diepe zucht van geluk slakend - aai ik hem zachtjes over de kop. En hoewel dat kleine kopje het niet zal bevroeden, wurmde deze speelkameraad zich de laatste dagen in het brandpunt van mijn belangstelling.   Vrijdag zat hij met kwispelende staart voor de radiator, op zijn qui vive - de laatste keer dat ik hem zo zag was hij in de weer met een muisje - en ook nu, zo bleek, voor de tweede maal in zijn 4- of 5-jarig bestaan, was hij erin geslaagd zo'n exemplaar het huis binnen te loodsen. Voor ik het wist was ik in de weer met stokken en meetlatten om dat muisje uit zijn schuilplaats te krijgen. Wat doe ik hier? vroeg ik me af, nog net niet kwispelstaartend en miauwend. Is dit wel ethisch verantwoord? En een uur later overviel me nog een andere gedachte: dat het echt wel tijd is om te verhuizen. "Denk eraan: een goede beha is een beha die je de hele dag niet voelt" had ik zonet vertaald, en ik dacht: ik voel dit huis veel te veel. Herinneringen, als geesten in een fles. Ze zijn overal. En dan ook: die slechte akoestische isolatie - alwaar je op het ritme van de buren leeft. Om over de Vervaarlijk Spuwende Buurman nog te zwijgen. Die appelleerde eerst aan mijn kolerieke kant, maar opende ook mijn ogen: het is misschien tijd om van perspectief te veranderen - een nieuwe leefomgeving. Iets wat ik volgens een van mijn beste vrienden al heel lang had moeten doen. Maar ik wist: eerst de wonden likken. Misschien is dat nu wel gebeurd.   Een andere eye opener kwam er toen ik Treindromen van Denis Johnson las: de hoofdpersoon wordt verrast door een vraag omtrent zijn (vermeende) kluizenaarschap. En ook ik was als lezer verrast: die man leefde zijn leven, stond er niet bij stil dat hij misschien toch niet helemaal beantwoordde aan gangbare standaarden en levenswijzen. Dat is oké, zolang je je er zelf goed bij voelt: niemand kwaad doen en een beetje geluk puren uit het bestaan, is ook voor mij zowat de leidraad.Ik hoef geen vijf continenten te zien, bergen af te stormen en schouderklopjes te krijgen. Maar ik wil wel het gevoel krijgen zo toch te voldoen aan de eigen verwachtingen - en op dat vlak lijkt het me tijd nu stap voor stap, prikkel per prikkel wat meer actie te ondernemen. Verhuizen, ook al hoeft het niet vandaag, is één van die zaakjes. En wat dan met deze kat die een tuin gewoon is? Hoezeer komt hij in the equation? Zéér. En terwijl hij daar zo wat ligt te gapen, denk ik: je moest eens weten kleine jongen. Al die avonturen die ons nog te wachten staan.

Guy Bourgeois
39 0

Wanneer komt mijn vader thuis?

  Zonder woorden sta ik naast het bed waar mijn vader ligt. Een slapende man verbonden aan zakjes, draadjes en piepende monitoren. Witte muren, een bed van gelakt staal dat dezelfde kleur benaderd als het gezicht van mijn vader. Nee je moet niet langskomen had hij gezegd. Kom maar als ik in het ziekenhuis lig daar kan ik niet weglopen. Een bulderlach zette de woorden kracht bij. Ja zo ken ik hem, alles weglachen en bevochtigen met een pilsje.   Voorzichtig raak ik zijn vingers aan, kruis de blik van de verpleegster die me goedkeurend toeknikt. Zachtjes knijp ik in zijn hand, zijn lichaam waar het leven langzaam verdwijnt in plastiek zakjes. Hij wordt gerecycleerd. Plasma in het zakje links naast het bed. Rode bloedlichaampjes in het zakje ernaast. Urine wordt aan de andere kant opgevangen. Tranen heb ik niet, nee waarom zou ik ook. Dit is gewoon een droom, ja een slechte geef ik toe, ik wordt straks gewoon wakker in mijn eigen bed. Wakker wordt mijn vader niet meer, al lijkt hij nu gewoon te slapen. Het stinkt hier naar ontsmettingsmiddel en leven dat vervliegt, belicht met het groenwitte licht dat uit het systeemplafond iedereen een ongezonde aanblik geeft. Ik sluit mijn ogen, voel de warmte van zijn hand, nog even. Papa niet weggaan, ik heb je nodig, niet weer weggaan.   Niet weggaan. Het kleine meisje zit op de grond naar Sesamstraat te kijken, kleurloos. Haar vader is naast haar komen staan met een kartonnen doos die hij tussen hen inzet. Een voor een selecteert hij de boeken, sommige zet hij meteen terug, andere belanden in de doos. Hij gaat zo op in zijn bezigheden dat hij zich niet bewust is van het meisje naast hem op de grond. Koekiemonster krijgt geen aandacht meer. ‘Papa, wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ga ergens anders wonen’. Hij draait zich om en loopt met de volle doos naar buiten. Het meisje staat met lood in haar benen onbeweeglijk stil. ‘Papa niet weggaan, ik heb je nodig’. Maar er is niemand die het hoort.   PIEP PIEP PIEP, allerlei apparaten beginnen hysterisch te piepen. Klapdeuren zwaaien open gevolgd door vier personen in het groen waarvan enkel de ogen zichtbaar zijn. Net als mijn vader stop ik met ademen en zet een stap naar achteren. Het is begonnen, daar gaan we dan. Lakens worden naar achteren getrokken, het operatiehemd naar boven. De kaalgeschoren borst van mijn vader gaat niet meer op en neer. Twee man staan aan weerzijde van het bed waarvan de zijkanten met een klap naar beneden geschoven zijn. Iemand draait aan de knoppen van apparaten die aangeven dat mijn vader het opgeeft. ‘NU’ , zijn neus wordt dichtgeknepen en een rode mond bedekt de zijne. Hij moest eens weten, zo’n jong ding dat hem vol op de lippen,  Jezus zeg waar zit ik met mijn gedachten, mijn vader is aan het sterven. ‘NU’, mijn stiefmoeder zakt onderuit. In een reflex schuif ik een stoel onder het slapgeworden lichaam. Focus, alsof ik door zo’n spionnetje in een deur kijk zie ik enkel mijn vader en de rest is flu. De dokters in het groen kijken naar de klok, nog een keer, NU, met wanhoop op hun gezicht. ‘Laat maar mannen, dit is enkel nog show’, heb ik dat echt gezegd?   Negen uur, het uur van overlijden van mijn vader, slechts 54 jaar jong. We rijden naar huis, de ene huilt, een ander druk pratend, elk punt opnieuw overlopen, waarom? Ik kijk naar buiten, raar, ik voel niks. Geen verdriet, geen spijt, geen berouw, geen had ik maar. Enkel leegte.   Huilen dat is me afgeleerd. Huilen is iets voor hysterica,s en dat ben ik niet. Nee ik ben een flink meisje. ‘En?’ ‘Is de chagrijnige bui over?’ Met dikke ogen ga ik tegenover mijn vader aan tafel zitten. Hij kijkt me streng aan met die donkere ogen van hem. Ik draai mijn hoofd weg maar zeg niks. Ik had me laten gaan, gisteren, gehuild en gegild dat hij niet van me hield. Drama Queen, gaat wel over, meisjes van zestien zijn zooooooooooo, to much.   Er moet van alles geregeld worden. Hoe moet het kaartje eruit zien, en de muziek, wie nog koffie? Ik zorg, zoek, denk, loop, ren maar voelen doe ik nog steeds niet. ‘Jij hebt nog helemaal niet gehuild?’ Mijn schoonzus houdt haar hoofd een beetje scheef terwijl ze me onderzoekend aankijkt. Betrapt, krampachtig probeer ik wat tranen uit mij ooghoeken te persen. Ik begin me toch ook wat zorgen te maken over mijn gevoelloze staat van zijn. De zeven dagen vliegen voorbij. Teksten zijn geschreven, muziek uitgezocht, een mooie diareeks van allemaal lachende gezichten van haar vader. Het leven, een groot feest, dat is toch wat haar vader hier laat zien. Ik geloof het niet, ik geloof er helemaal niks van, dat feestelijk leven van hem. Mensen stromen naar buiten, naar de koffie en de broodjes en de verhalen die boven komen, lachen man. Ik schud handen, ontvang medeleven,mensen met tranen in de ogen kijken me vragend aan. Ik lach maar wat, zeg troostende woorden en sla mijn armen om schouders van mensen die ik nog nooit gezien heb en weet me totaal geen raad. Op een crematie wordt je geacht te huilen, overmand te zijn door emoties. Mensen willen graag troosten, dan wel, dat is gepast.   Waar zou hij nu zijn mijn vader. Als vanzelfsprekend zet het kleine meisje vier borden op tafel, vier messen en ook vier bekers. Mama negeert het vierde bord, weg is weg. Zou hij nu in een tentje hebben geslapen vannacht, dat oranje tentje van op zolder? Zouden er geen wilde beesten zijn in het bos, of is hij naar het park gegaan? Hij heeft zijn tandenborstel toch wel meegenomen? Misschien was hij wel bang vannacht. Ze kijkt naar het witte bord tegenover haar. Wit glanzend porselein zonder kruimels. Mama klinkt opgewekt, dus het is goed, het moet goed zijn. Papa, komt hij nog terug?   Warme soep verwarmt mijn koude handen. Langzaam laat ik het warme vocht door mijn keel glijden. Over naar de orde van de dag, het leven gaat onherroepelijk door. Weer naar huis, waar alles gewoon gebleven is hoe het was. Rare week. Wanneer komt mijn vader thuis.        (C) tekst en beeld Hanneke              

Miss Blue Sky.
0 1

Het guppenparadijs

Het guppyparadijs deel 1 Zoals de titel aangeeft, zal het in dit artikel uitsluitend gaan over guppen en hun noden. Als men vraagt welke vissen u houdt, en u antwoordt hierop ‘Guppen’ ziet men gelijk ook flink wat meewarige blikken. Alsof u op dat moment niet goed wijs bent. Natuurlijk is het niet echt simpel om guppies te houden. De ene beweerd dat guppen graag wat zout in het water wensen, een ander zegt dat het water niet te koud mag zijn, wat voor verwarring zorgt. Ik beweer niet dat mijn bevindingen correct en uitsluitend waar zijn. Maar na tweeëntwintig jaar ervaring wil ik deze toch heel erg graag met jullie delen.Hoe groot moet het aquarium zijn? Ik zou niet aanraden om onder de tachtig centimeter te duiken. Groter is mooi, maar moet wat betreft, ruimte en financieel moet het haalbaar blijven. De inrichting.Daar zijn ettelijk super goede boeken over geschreven, dus daar wijdt ik niet echt over uit. Het mooist is nog steeds biotoopgericht werken. Wie ooit het zich heeft kunnen veroorloven om Trinidad te verkennen, zal zeker weten dat het beter is de inrichting Zuid – Amerikaans te houden. Vooral als u geïnteresseerd bent om aan huiskeuringen deel te nemen. Maar u laten leiden door de schoonheid van planten mag zeker geen belemmering vormen.De start.We hebben de ideale bakmaat gevonden en een exclusief plaatsje in onze woning om het aquarium te zetten. Nu kunnen we van start gaan. Een goede filter die het water in één uur minstens drie keer zuivert, is uiteraard erg belangrijk. Guppen houden wel van schoon water, net zoals alle andere onderwaterdieren. Zodra we de filter hebben aangekoppeld, kunnen we beginnen met planten. Over het hoe en waar, is er voldoende aanbod zowel in de bibliotheken alsook op het internet te vinden. Hierover wijd ik dus niet uit.Staan de planten zoals u het wenst? Prima. Nu het water. Waterwaarden.Het is vooral belangrijk om te weten wat zijn onze waterwaarden. Hard alkalisch kraanwater? Of juist zacht alkalisch kraanwater? Toch iets waarover we moeten nadenken, maar vooral moet weten. In de handel zijn voldoende meetsets te koop. Schaf ze aan! Meten is weten! Het kraanwater is niet altijd geschikt om gelijk een heel aquarium mee te vullen. Het is dus wijs om u te bevragen naar de waarden bij uw lokale leverancier. Het kan zijn dat u geluk heeft en een ph waarden van zeven uit uw kraan komt. Maar meestal is dit eerder uitzondering dan regel. Het meest natuurlijke water waarin vissen zwemmen is: regenwater.U mag beste lezer heel erg geschokt kijken, toch veranderd het niets aan de feiten. Regenwater is en blijft het beste water voor waterdieren waartoe onze guppen behoren. Wat uit de hemel valt, heeft over de hele wereld dezelfde waterwaarden. Het is enkel en alleen de omgeving waar het belandt, dat de verandering veroorzaakt. Regen die in industriegebieden valt, zal inderdaad vervuilt zijn. Een goede vijverfilter of binnenfilter zorgt ervoor dat dit geen onoverkomelijk probleem vormt. Regenwater is zacht, licht zuur en goed bruikbaar. Ook om guppen te houden. De waterchemie is intussen complex geworden door de wereldwijde vervuiling. Het is wijs regenwater voor te filteren in onze contreien. Residu van kerosine of andere toxische stoffen zijn gevaarlijk voor onze vissen, ook voor guppen. Wat zijn waterwaarden?Ph is een balans, zoals een weegschaal. Zeven ph is de neutrale balanswaarde. Zes is tien keer zuurder en acht is tien keer alkalischer. Alkaliën is het beste te visualiseren als volgt : Heeft u ooit al eens batterijen gehad die wit uitsloegen door het lang liggen? Dat is alkali. Maar dat is niet het enige wat we dienen te weten. Kh waarde. Kalium maat water hard. Hoe minder we meten, des te zachter het water is. Hoe hoger, des te kalkrijker het water is. Regenwater bevat bijna geen kalk. Het is zoals ik reeds eerder schreef, de omgeving die de watersamenstelling veranderd. De ondergrond in het Malawimeer bevat meer kalkrijke stenen dan pakweg een kreek op Trinidad. Maar helaas worden guppen niet ge- importeert vanuit Trinidad maar vanuit Maleisië. Ongetekende houdt haar guppen op een ph van 6.5 en een Kh waarde van 5. Een goede benadering van het natuurlijke regenwater. Onze guppen!Over smaken wordt niet gediscuteerd. Ze zijn er in verschillende kleuren met of zonder waaierstaarten. In iedere vakhandel is het aanbod groot genoeg om zijn/ haar smaak terug te vinden. De regel van aankoop is: drie vrouwtjes en één mannetje. Zo heeft onze notoire rokkenjager een beetje keuze en krijgt een van de vrouwtjes af en toe rust. De vissen zijn erom berucht dat ze kweken zoals konijnen. Klopt! Na een achtentwintig dagen zal u verrast worden door jonge guppen in het aquarium. En dat gedurende het hele jaar door. Hoe meer vrouwen erbij komen, des te meer jongen er geboren worden. Maar omdat ze geboren worden, wil het niet zeggen dat ze overleven. Guppen zijn berucht om hun jongvraat. Daarom laat u niet verleiden om zwangere vrouwtjes apart te zetten. Dan vraagt u echt om problemen. Overbevolking!! Neen. Het zijn geen mensen, laat dat duidelijk zijn. Ze hebben geen pacht over dat stukje water noch erfrecht. Dat u best met veel vissen komt te zitten, zal niemand ontkennen. Toch is het nu de kunst om op totaal biologische wijze uw dieren in uitstekende conditie te houden. Zwangere vrouwtjes zet u om de volgende twee redenen niet apart. Stress en zwakke schakels. In de vrije natuur kan een vrouwtje zich niet altijd afzonderen om te bevallen. Waarom zouden we het dan doen? Bovendien zorgt dat super kleine bakje voor stress. Sluit u zelf een keer op in het toilet van uw woning en vertel eens hoe dat voelt? Niet prettig. Wij mensen laten ons leiden door gevoelens. De meeste dieren uitgezonderd enkele soorten hebben gevoelens voor hun jongen. Zij zorgen ervoor dat de soort wordt verder gezet en dat is het natuurlijke doel van jongen krijgen. Guppen zullen ook jongen maar er gaan evenveel jongen verloren naarmate het aquarium bevolkt geraakt. Een gup doet aan zelfbehoud in zijn omgeving. Het kan goed zijn dat u na een jaar amper nog een jong vindt. Dat u nu steigert, is aannemelijk. Maar als u beste lezer, alle jongen die geboren worden gaat houden, krijgt u niet alleen plaatsgebrek maar ook zwakke frêle jongen die op hun beurt weer jongen krijgen om die zwakte over te leveren. Niet nodig! Laat de natuur zijn gang gaan. Daarom de harde woorden, ‘Het zijn geen mensen’ aan het begin van dit stuk. Kromme rug is de meest voorkomende overerfbare zwakte die men in zijn aquarium kan krijgen, door alles te laten leven van een bevalling. Dan moet u de zwakke vrouwtjes alsnog laten inslapen. Overerfbare ziekte voorkomen.Ja, dat kan perfect. Als u bovenstaande tips heeft toegepast en de handicap alsnog ontdekt, is het wijs om nieuw bloed in te voeren. Vang vier vrouwtjes uit en breng vier nieuwe vrouwen in. Of vang drie mannetjes uit en voer twee nieuwe mannetjes in. Zo krijgt u geen inteeltproblemen noch zwakke schakels in uw guppenparadijs.  

Ghislaine Bergen
1214 1

Spaar voor gratis messen

Tenslotte is ze thuis en heeft de was, die haar dochter vanmorgen vroeg heeft gedraaid, in de bijkamer op het rek gehangen. Ze overweegt de kleine aardappelen alvast te koken en vanavond op te bakken. Onbespied staat ze voor het keukenraam en kijkt meditatief naar de tuin, naar de hoog opgeschoten stengels van de aardperen, de tegenstelling die de grote frisgroene bladeren vormen met het vergrijzende rood-roze van de hortensia. In de plataan is een enkel blad al vergeeld.   De trein van 08.49 reed een onbetekenend betonnen station binnen waar een groep jonge mensen instapte, druk pratend en wijzend op hun smartphones. Dat zijn studenten, dacht ze, en het volgende station is dat van de eeuwenoude universiteitsstad. Daar zullen ze uiteenwaaierend naar de collegebanken gaan. Een bijzondere stad met boulevards en achterafstraatjes waar zij heimelijke pleziertjes beleven en niet naar de uitgestrekte velden omzien die zij zullen moeten ontginnen; dat zal wel spelenderwijs gaan.   Dat ze in de stiltecoupé was gaan zitten viel haar pas op toen ze uit het raam keek en haar ergernis voelde groeien door de pratende vrouwen. Natuurlijk, dit is onze onbedwingbare behoefte, dacht ze. Zo probeerde ze de oplaaiende ergernis te dempen en verweet zichzelf niet in de stemming te kunnen komen de vrouwen terecht te wijzen. Ze voelde haar maag krimpen, het was de angstige misselijkheid die naar de bleke verlammende woede schoof.   Toen de trein wegreed las ze op een reclamezuil: spaar voor gratis messen.          

PP de Noorderman
2 0

Laatste tweede kans

Gij bent mijn muze, de reden waarom ik dit doe. Gij bent degene die mijn inspiratie meenam, ge nam ze mee toen ge me daar liet staan. Mij, mijne Duvel en uw woorden die weergalmden, liet ge achter in de eenzaamheid! Sorry zei ge, alsof da me iets kon schelen, alsof da mij ging helpen. Gij denkt altijd, da woorden alles oplossen, dat daden beter zijn maar woorden overheersen. Gij denkt da de pijn en de manier waarop gij mensenkennis hebt en mij kent zonder da ik iets vertelde, da da nie samenhangt. Gij lijkt naïef. Gij waart ooit naïef, ooit, toen de liefde nog nie kwetsend was geweest, toen de vrienschap nog nie verloren had. Blijkbaar had ik geen mensenkennis en was ik de naïeve, want ik geloofde in kansen geven terwijl ge beter wist, ik geloofde ooit ook in tweede kansen. Maar da geloof is nu, sinds de laatste tweede kans, weg. En volgens u is da perfect want gij sprak tegen mij en ik hoorde meteen. Gij sprak woorden die de wereld nie kende, die het overnamen van taal. Woorden die boven mij zijn blijven zweven, die me nooit volledig bereikt, maar wel geraakt hebben. Soms lijkt alles ons veel te simpel, soms denken we dat wijn alles oplost. Maar mensen kunnen hun problemen niet verdrinken, het zijn en blijven goeie zwemmers. Gij dacht da ooit ook, en ik nu nog. Gij drinkt, nie om te vergeten maar om te drinken. Ik, ik wil vergeten, verdoofd zijn en niet meer te hoeven denken. We hebbe beide zo vaak en zo lang gedacht, er kwam niks nuttig uit. Denken, we stoppen er nooit mee. We willen denken, zoda we niks stom doen. Maar hoe kunde dan uit uw fouten leren. Hoe kunt ge 100% zeker zijn van iets, als ge het nog nooit hebt geprobeerd? Gij denkt da zekerheid alles is, da zekerheid liefde zonder pijn biedt. Gij gelooft nie in een mogelijkheid om nie gekwetst te worden en ik geloof nie in liefde. Er staat veel op het spel, als liefde wordt gespeeld.

Mayke
0 1

Parijs en de Seine

Ik wou bij u zijn, in uw armen liggen. Maar gij wou nie, gij wou te weinig. Gij wou de wereld even verplaatsen tot een bol in uw hand, gij wou regeren liever dan liefhebben. Gij wou te weinig, ik wou te veel en gij wou nog meer. Ik wou wijn, een stoof en gij als echt verwarmend element in mijne zetel. Ik wou praten over Parijs, Disneyland desnoods, over varen op de Seine en Australië bezoeken, da klinkt nie als u en al zeker nie als mij. Ik wil nie terugdenken aan toen maar genieten van het nu, van de zoveelste wijn en zoveelste sigaret. Van u bij mij, al is't weeral maar voor even. Ik wil verdrinken in uwer woorden en zinnen, dromen van uw ogen en spontaan lachen als gij lacht. Genieten van even nie uw tweede prioriteit te zijn maar uw eerste, da's een fenomeen da nie veel voorkomt in ons geval. Want gij smijt graag, met mijn hart, mijn hoofd en al zeker smijt ge mij graag weg. Gij weet da ik daar bovenop kom, da ik kan doorzetten zonder openbaar te wenen, gij weet da ik sterk ben, goed kan doen alsof ik sterk ben en da trekt u aan. Da trekt u aan en gij komt terug, me hangende poten en tranende ogen, gij komt terug. Gij komt altijd terug, elke keer opnieuw. Gij bent de zwakke, het sterkst in het zwakke geslacht zijn. Ik hou van uwe leeuw, uw pantser, zo beschermend maar vooral dominant ten opzichte van uw hert, uw hart waar ik hou nog meer van hou maar ik hou het meest van u, van uw echte ik. Ik hou van u maar ik haat u, ik haat uw levensstijl en uw allures. Ik haat hoe gij mij kunt doen denken da ik gelukkig ben, hoe gij mij naïef genoeg maakt om da te geloven. Subiet bent gij weer weg en dan lig ik hier weer alleen en gij bij haar. Dan ligt zij naar u te dromen, gij naar haar en ik naar mijn plafond. Naar da wit plafond waar gij ooit ook naar lag te staren, meermaals. Da ge op een dag zwart hebt geverfd omdat het te geel was geworden van de sigarettenrook en zwart kon nie verkleuren. En de laatste keer da gij lag te staren naar mijn plafond, is de nacht da ik u heb verlaten, nie enkel u maar iedereen en alles omda gij mij had verlaten. Gij had mij verlaten en ik had pijn, dodelijke pijn. Fysieke en mentale pijn, en al bent ge soms terug hier, ik heb iedereen verlaten omda gij mij had verlaten.

Mayke
2 0

Dat stomme verlangen!

In de zomervakantie kon ik niet meer om het gezeur heen. Ze hadden gelijk ook. Er moest een einde aan komen. Dus beloofde ik mijn oudste na de vakantie te stoppen. Tegen het einde van de vakantie hoorde ik mijn oudste vragen: “Papa, wanneer stopt mama dan precies? Als we terug komen uit Frankrijk, of als mama weer moet werken, of als ik weer naar school moet”. Deze vraag bleef onbeantwoord.   Mijn stille voornemen om te stoppen als we terug kwamen uit Frankrijk verliep, net als het moment dat ik weer moest werken. Dus op 1 september moest ik er aan geloven. Geen moment van de dag dat ik er niet aan dacht. Dat viel even vies tegen! Maar ik had het beloofd, dus ik moest wel doorzetten. Op de eerste werkdag na het stoppen in de pauze vraagt een collega: “ga je mee naar buiten?”. Dat was mijn zwakste moment. “Nou ‘éigenlijk’ ben ik gestopt…” Toen had ik bijna mijn belofte verbroken. Dag in dag uit dat stomme verlangen. Verlangen naar een gewoonte, waar je van gaat stinken. Een verlangen dat zorgt voor ademnood en tegenwoordig veel commentaar uit je omgeving. Verlangen naar iets waar je ziek van kan worden, dood aan kan gaan. Wat zit een mens toch raar in elkaar.   Langzaam aan wordt het steeds gemakkelijker de verleiding te weerstaan. Begin ik de voordelen te zien en miniscuul te merken. Het scheelt in ieder geval in mijn portemonnee!   Maar zo trots als ik toch wel op mezelf ben: mijn oudste heeft er tot op heden nog niets van gemerkt dat ik gestopt ben!

Liselotte Schippers
2 0

Brief aan God

  God,   Lange tijd heb ik je niet gesproken, dus werd het tijd om een brief te schrijven. Vergeef me mijn tutoyeren, maar dat gaat voor mij als vanzelf als ik het over zulke persoonlijke dingen heb. Er is zoveel wat ik niet begrijp. Lange tijd heb ik geprobeerd het naast me neer te leggen en gedaan alsof het me niets kon schelen, maar regelmatig spelen steeds dezelfde vragen weer op. Misschien kun je me er bij helpen om antwoorden te vinden op deze vragen. De hele wereld worstelt zo met van alles en nog wat, dat wat verheldering wel fijn zou zijn. Uiteraard vraag ik dit uit naam van mijn persoon. Voor de rest van de wereld kan ik niet spreken. Bijvoorbeeld de verschillende goden en godsdiensten zijn me wel erg verwarrend. Het is daarmee een beetje onduidelijk geworden hoe we de boel hier op aarde nu moeten regelen. De gevolgen hiervan zijn groot. Het maakt me niet uit hoe ik je moeten noemen, Kees of Karel vind ik ook goed, maar wat is nu precies de bedoeling. Hoe moet ik leven als ik het goed wil doen en wat vertel ik anderen? Een andere moeilijkheid hier beneden (als je tenminste boven bent) is het verdriet, de ellende en pijn. Oorlogen, ruzies en natuurrampen. Het is zoveel. Zo overweldigend veel dat het niet te bevatten is. Maar ik vermoed dat dat verder welbekend is en ik hier niet over hoef uit te wijden. Maar het waarom is me zo onduidelijk. Je zou toch denken dat dat anders moet kunnen. Het is niet zo dat ik je daarvan de schuld geef, maar ik voel me zo niet geholpen. Mensen doen het elkaar aan, maar ik mis de leider. Alleen geloven dat er een leider is, lijkt niet genoeg, want ondertussen wordt het zo’n zooitje. Heeft het dan nog wel zin om contact te houden? En als ik nu dood ga wat dan, houdt het dan op? Of wordt het dan pas echt interessant. Nu lijkt me het doodgaan toch niet het meest plezierige wat mij en hen die mij liefhebben kan overkomen. Waarom mag ik dat dan nu nog niet weten? Het zou het zoveel makkelijker maken. Zou je me alsjeblieft terug willen schrijven om me even met dit alles op weg te helpen?

Liselotte Schippers
45 0