Lezen

De stand van de middenstand part II

Karolien hoorde het slot klikken. Ze probeerde nog een spurt tot de deur maar haar vermoeide benen sneden haar de adem af. Gespannen keek ze rond zich heen. Omgeven door karkassen zakte de moed haar in de schoenen. Een koelcel openen van binnenuit kan niet. Er was niemand meer in de winkel of het atelier en thuis wachtte niemand. Haar ouders zouden haar op termijn wel beginnen missen, daar was ze zeker van en sowieso: als de beenhouwerij morgen niet opengaat en de eerste klanten, altijd dezelfde klanten, voor een gesloten rolluik staan zal er alarm geslagen worden. Allemaal te laat natuurlijk. Tegen die tijd zou de kou die zich als een sluipmoordenaar rondom haar manifesteerde haar helemaal hebben ingepalmd. Zoals een zeeman een zeemansgraf krijgt zo krijg ik ook wat me toekomt met deze mindere tijding, dacht Karolien. Omdat ze de koude voelde dacht ze onwillekeurig aan ijsberen. Ze dacht, beroepsmisvorming, in één moeite door wat er met een ijsbeer te doen viel. Zou ze er paté van kunnen maken? Ijsberenpaté. Heerlijk op een toastje tijdens de feestdagen. Ze moest lachen bij die gedachte. Ijsberenpaté verkoopt niet, daar was ze zeker van. Geef het kind een naam en het verkoopt, zei haar vader steeds. Haar pa was ook een beenhouwer geweest, een spekslager feitelijk. Zij was enig kind, het lag voor de hand dat zij de zaak over zou nemen en zo gebeurde ook. Na haar opleiding in Maria Spermalie te Brugge begon ze te werken bij vader. Stiekem droomde ze van een traiteurzaak maar daar kon volgens hem geen sprake van zijn. Niemand zat te wachten op steeds dezelfde, veel te zoute en anderszins weinig smaakvolle schoteltjes. De magnetron was een hype die dra over zou zijn. Traiteurs hadden geen toekomst. Wel mocht ze een nieuwe naam voor de slagerij bedenken. ‘Het gewassen varkentje’, doopte ze haar eigen zaak. Ze vond het jammer de iedereen in de buurt toch bij Versluys bleef zeggen. Haar vader, Erik Versluys, had destijds geen moeite gedaan om een originele naam te bedenken. Ze zag haar adem wolken. Ze stelde zich voor dat ze een schoorsteen was. De gedachte alleen al maakte dat ze het iets warmer had. Een schoorsteen in een voor het overige volledig bevroren omgeving hoe zou die zich voelen? Eenzaam waarschijnlijk. Karolien was ook eenzaam, ze gaf het voor het eerst toe. Niet enkel nu. Al een hele tijd. Tussen mes en vlees zit weinig menselijke warmte weet Karolien. Ze was graag bemind geweest door een man. Een sterke kerel die haar zacht op het bed legt en met zijn liefdesdolk haar vurige onderwereld ontsteekt. Terwijl ze zich een beeld probeerde te vormen van hoe die man er uit zou moeten zien, wreef ze over het karkas van een varken. Alles aan dat karkas was stijf. Stijf en hard. Ze wilde iets hard. Ze wilde iets hard in haar. Diep in haar, wilde ze. Dieper en dieperen sneller en sneller. Ze hijgde, ze krijste als een gnoe. Bij de laatste slag blies ze haar laatste adem uit, met wat rest van het ooit fiere dier nog in haar.

Thomas De Mulder
12 0

Allemaal Rocky

Een volwassen man die niet weet wat hij later gaat worden. Wat zeg je daar tegen? Tja, hooguit dat hij een twijfelaar is. Soms droom ik nog van een carrière als acteur. “Het is nooit te laat”, kan ik aardig zeggen en dan lijkt het gemeend. Een verhaal vertellen gaat me ook redelijk af. Plankenkoorts duurt welgeteld drie seconden. Maar nu nog op dat podium? Beter niet. Maar soms gebeurt er iets. Er is niemand die het ziet, hooguit enkele huisgenoten. De volgende scène speelde zich af toen ik met onze jongste op een avond opnieuw naar de film "Rocky" keek. Op het einde van de boksmatch, meteen het einde van de film, roept Rocky naar zijn vrouw Adrian. Het is een iconische scène. “Adriaaaaan”, roept hij een paar keer na elkaar. (Spreek de naam in het Engels uit, mocht u het willen proberen.) Zijn vrouw komt van achter in de zaal naar de boksring gelopen, verliest onderweg haar pet, maar bereikt toch het podium. Ze vallen in elkaars armen en zeggen “I love you” tegen elkaar. Ook al heeft hij de kamp verloren, de liefde is de echte overwinnaar. Ik was opnieuw geroerd en kon niet anders dan net als Rocky naar Adrian roepen. “Adriaaaaaan”, riep ik. Ook met een ietwat scheve mond, net zoals Stallone. Ik was wellicht te enthousiast. Een kenmerk van de onervaren acteur. Mijn vrouw schoot wakker en kwam in paniek de trap afgerend. Ze dacht werkelijk dat ik iets had gekregen. Een hartaanval of zo. Onze jongste zat zich op de grond een kriek te lachen. Ik meende nog snel “I love you” te zeggen, maar ze was al terug naar boven vertrokken. “Ik vond het wel oké”, zei onze jongste, nog steeds op de grond. Och ja, we kunnen niet allemaal Rocky zijn zeker?

Rudi Lavreysen
28 2

Heel wat

Niemand heeft het gemerkt. Dat is goed en niet goed. Dus ja : ik was het. Ik zat in het restaurant aan een tafeltje met mijn man en schoonvader. Na al die tijd. Niemand zag het. Ik weet niet meer hoe het moet. Maar ik probeer. We zaten vlak bij de deur. Ik kon weg wanneer ik maar wilde. Er was iets met het licht : te geel denk ik. Een mannenstem denderde door Nina Simone. Ik probeerde mij te focussen op het gesprek aan onze tafel. ' Hebben we al gegeten ?' vroeg mijn schoonvader. Ja, dat hadden we. Mijn hart bonsde. ' Je doet het goed ' kalmeerde ik mezelf. Aan de bar krijste een vrouw een gat in mijn trommelvlies. ' Hebben we al gegeten ? ' vroeg mijn schoonvader weer. Mijn kleine hersenen draaiden even om hun as. ' Blijven ademen ' zei ik tegen mezelf. 'Ik zal een foto nemen ' zei ik. Ik deed een paar passen achteruit en tikte op de rode cirkel. Daarna toonde ik hem de foto. ' Ben ik die oude man ?' ' Ja ', zei ik ' en je ziet er jong uit voor je leeftijd'. Ben ik deze vrouw die aan tafel zit met haar man en schoonvader ? Ja. Deze mensen zijn waar. Deze twee mannen maken geen deel uit van de leugen. Twee pijlers. Dat is heel wat, gezien de feiten. ' Hebben we een paraplu bij ? ' vroeg mijn schoonvader. ' Daar ' antwoordde mijn man en wees naar de paraplubak bij de ingang. Later liet ik de regen tegen mijn huid kletsen. Deze waarheid moet in mijn gezicht gekletst worden. Ik moet de leugen nog meer beseffen. Iemand moet de leugen uit mij zuigen en mij injecteren met de waarheid. De waarheid moet in mijn bloedbaan geraken. Dan kan ze gaan stromen. Pas dan kan ik worden wie ik ben.

Ann Henri
20 2

Afscheid van Baloe

Mijn manneke, m’n allerliefste vriendje,Ik was niet voorbereid.Je gaf het al eerder aan, maar we hadden het druk met onze mensen.  Mantelzorg in stereo. Stress, omdat de dood loerde, eveneens in stereo. Ondertussen was je, rustig en lief, zorgzaam en bescheiden, zelf bezig met je eigen aftakeling.   Ik was niet voorbereid.Ik had het niet gezien. Wilde het niet zien. Je had pijn. Je wonden genazen niet. Je pootjes hadden het opgegeven. Je werd op korte tijd blind.  11 jaar was je er altijd voor me. Elk moment van rust, tijdens onze zorgelijke tijd, stond je naast me. Aan m’n voeten, trouw en bezorgd. Elf jaar samen. Van Vechmaal naar Spanje en tientallen keren heen en weer, tot Tongeren en Cambridge. De favoriet, overal waar je opdaagde.  Ellenlange wandelingen, tot je broze pootjes het begaven. Mee naar de slaapkamer ging niet meer. Je wilde zo graag met je papa en mama mee, maar de trappen waren te hoog. Steeds geduldig wachtend tot we er weer waren. De grote beschermer en vriend van onze meisjes. Wat waren ze dol op je en jij op hen. Knuffels in het kwadraat en wandelen tot we er zelf moe van waren.  Je was de beauty van de hondenwei. In stijl, vriendelijk, maar toch gereserveerd. Je was een klasse-hond. Iedereen bewonderde je. Kinderen riepen van ver, hoe schattig je was.   Je was en je bent mijn allerliefste vriendje. Waar mensen faalden, stond jij altijd voor me klaar. Onvoorwaardelijk, altijd tevreden. Opgewekte ziel. Oude ziel.  Vlieg, m’n lieve Baloe. Speel in de eeuwige jachtvelden met je hondenvrienden. Ren, blaf, bedel en voel je vrij. Vrij van pijn en beperking.  Voor altijd in mijn hart. Dankbaar en vereerd dat je bij mij wilde zijn.  Onze zielen ontmoeten elkaar terug, ergens in de toekomst, achter de regenboog…  Vaarwel mijn lieve manneke.   

Heidi Schoefs
29 2