Lezen

Manipulatie

                                                                                                                     foto: Thomas Barbey “Die foto’s zijn gemanipuleerd, dat ziet toch iedereen?”“Ja, pa maar tegenwoordig heet dat gefotoshopt.”“Gefoto-wat? Shoppen betekent toch winkelen?”“Correct, maar het woord komt van het computerprogramma Photoshop.”“Dat zoek ik op. Ik bedoel dat ga ik googelen, ik ben moderner dan je denkt hoor.”“Ja, pa.”“Aha, ik wist dat ik gelijk had. Hier staat het zwart op wit: De eerste software om digitaal te tekenen was Sketchpad, in 1963 ontwikkeld door Ivan Sutherland. Hij gebruikte een CRT scherm om objecten te manipuleren. Zie je wel. Het zijn gemanipuleerde foto’s.”“Sure, dad, whatever you say.” Het is niet dat ik het absoluut wil halen, maar ik merk dat mijn zoon mij de laatste tijd wel heel snel gelijk geeft. Moet ik mij daar goed of slecht bij voelen? Ik gooi het over een andere boeg en vraag: “Ken jij de Engelse uitdrukking A picture is worth a thousand words?”“Zeg maar meteen waarover je het wilt hebben, pa.”“Het is zo veel makkelijker om iets met een foto uit te leggen dan het in woorden te omschrijven. Met een foto kan men zich een situatie beter inbeelden.”“Daar kan ik je geen ongelijk in geven.”“Het gaat niet om mijn gelijk, kan je je indenken hoe fout het is dat foto’s bijgewerkt worden om een totaal vertekend beeld te geven van de werkelijkheid?”“Natuurlijk is dat fout, maar het kan ook als grap bedoeld zijn en dan vind ik het wel geinig.”“Ik heb het niet over grapjes, jongen, hoe erg is het wanneer een bevolkingsgroep misleid wordt door malafide personen?”“Ga je het nu alweer hebben over Trump en Poetin of de Palestijnse kwestie? Er zijn echt wel interessantere mensen en situaties om te volgen hoor.”“Zo, wie of wat volg jij dan tegenwoordig?”“Onlangs verving de Franse president zijn vrouwelijk hoofd van de regering door een openlijke homoman als jongste premier ooit in Frankrijk. Dát vind ik een nieuwswaardig feit.” Wat moet ik mij hierbij voorstellen? Probeert mijn zoon mij te manipuleren of iets duidelijk te maken? Hij zal toch geen homo zijn? Ach, dat mag best, maar hij kan het ook gewoon meedelen als mannen onder elkaar. Wij kennen elkaar tenslotte al achttien jaar. Even doorvragen. “Ik las dat hij pas vierendertig is. Zijn foto is niet ‘geshopt’, hij ziet er goed uit. Tof dat je geïnteresseerd bent in de internationale politiek, maar is er iets dat je mij hiermee wilt duidelijk maken?”“Niet echt, tenzij dit: jij wilt toch zo graag dat ik later jouw zaak overneem, maar ik ga Politieke en Sociale Wetenschappen studeren. Je weet nooit wat er mij binnen een zestiental jaren in de schoot wordt geworpen.”

Vic de Bourg
13 1
Tip

Het leven in rood, geel en blauw

Als dertiger sta ik meer te klungelen dan als kleine jongen. Dat mensen naar me toe komen voor een luisterend oor, voor mijn goede raad, voor mijn empathisch vermogen, terwijl ik om de haverklap met mezelf in de knoop lig, ik krijg er schaamrood van op mijn wangen. Op de Steinerschool leerde ik rood, geel en blauw kennen als de hoofdkleuren. Dat was duidelijk. Ik schilderde het ene na het andere pièce de résistance. Een half leven later heb ik een reusachtig pallet met elke denkbare kleur voor mij liggen. Maar er komt niets meer op papier. Als kind wist ik heel goed wie ik was. Ik bouwde een wereld vol gevaren met Lego, maakte mijn eigen geheimschrift en had van alles een lievelingsexemplaar. Blauw, ijsbeer, lasagne, donderdag, zes, de letter ‘r’. Geen enkel vriendenboekje dat de revue passeerde, kon een categorie opnoemen waarvan ik niet met zekerheid wist welk onderdeel ervan mijn voorkeur wegdroeg. Zelfs dat ik later leraar zou worden, stond in de sterren geschreven en zwoer ik op mijn zes jaar met hand op het hart aan jong en oud. In het middelbaar begon de ellende pas. Aanvankelijk kon ik nog gemakkelijk kiezen voor Latijn-talen, puur op eliminatie: zo weinig mogelijk wiskunde. Toen mijn leerkrachten me in het laatste jaar om de oren sloegen met allerhande opleidingen en bepalende keuzes voor je godganse leven, begon ik te wankelen. Terwijl mijn klasgenoten één voor één in een aha-erlebnis schoten wat hun toekomst betrof, begon het bij mij te schemeren. Het daagde al snel dat ik niets kon doen met alleen rood, geel en blauw. Het leven vroeg andere kleuren. Ik maakte dus eens een gedachte oranje, schilderde mijn gevoel groen of kleurde een ervaring purper. Of dat mooi was? Dat ik het bij god niet weet. Ik kliederde maar wat. De enige dingen die ik mooi vond, bleven rood, geel of blauw. Tegenwoordig durf ik zelfs mijn drie vertrouwde verfpotjes van de kleuterschool niet meer gebruiken, want het leven is helaas te genuanceerd en complex geworden. Gebruik ik rood, schop ik wel tegen iemands schenen. Blauw is nog erger, dan lopen mensen over me heen alsof ik er niet sta. En als ik geel gebruik, hadden ze toch meer diepgang verwacht van iemand zoals ik. Ik doop mijn penseel dan maar in grijswaarden of flauwe afkooksels omdat de wereld dat verlangt. Tot nu, want ik heb ongelijk. Het is mijn overtuiging dat de kracht van ieder mens schuilt in het kind-zijn. In het niet tegen zijn verlies kunnen bij een spelletje. In het neuspeuteren wanneer niemand kijkt. In de schilderwerkjes aan de klasmuur in de lagere school. Mijn fantasie, creativiteit en oog voor detail zijn daar geboren. Mijn passie en bevlogenheid voor het leven, maar ook mijn vanzelfsprekendheid, luiheid en snel opgeven. Een volwassen leven inkleuren vraagt een groot aantal tinten en kleurschakeringen, dat is zeker. Maar het kind in jezelf wegsteken, is de bezieling wegsteken. Ik mag nooit meer mijn hoofdkleuren opbergen, want daarmee heb ik leren schilderen. Wat ik moet leren is dat ik passie kan bijkleuren met dosering, angst kan verdoezelen met relativering en droefheid kan opmaken met hoop.

Lennart Vanstaen
137 7

Rinus en Alice

Het was een warme dag. Een van die hondsdagen uit het gelijknamige boek. Ambetant warm zelfs. Om de plakkerigheid wat tegen te gaan, begaf ik me naar een vlakbij gelegen terras. Wachten op afkoeling in de vorm van een glas, maar ook wachten op de avondkoelte, tot de zon achter het hoge gebouw aan de overzijde van het terras verdween. "Kom, we gaan bij Rinus zitten." Het was Alice die het tegen haar vriend Theo zei. Het leek alsof Theo het niet hoorde, want hij liep zonder te antwoorden recht het café binnen. Alsof er daar iets op hem wachtte. "Zijn gazet", zegt Alice tegen Rinus. Ze zag dat Rinus Theo achterna keek. "Hij gaat zijn gazet halen". Rinus glimlachte. Alsof hij het niet onprettig vond om alleen met Alice aan het tafeltje te zitten. "Rinus, ik heb een kuisvrouw nodig", zei Alice. Uit de mond van Rinus kwam niet meer dan een 'ooh', waarna hij naar zijn glas Westmalle Trippel greep. Hij hield de kelk omhoog zoals een pastoor dat in een kerk doet, net voor het ter communie gaan. 'Het lichaam van Rinus' prevelde ik. Na de slok kwam een luide 'aaah' en een lik met zijn tong over zijn snor en rond zijn lippen. "Nu dat gij hier zit begint de zon te schijnen", zei hij. "Die schijnt al de hele dag", antwoordde Alice. "Dat bedoel ik", zei Rinus. Alice ging verder over haar poetsvrouw. "Als ik ze maar kan vertrouwen", zei ze waarbij ze naar Rinus keek. Rinus keek naar Alice en stond op. Hij ging naar binnen. In mijn hoofd zag ik Rinus als vrouw verkleed terug naar buiten komen. Het was een raar zicht met zijn snor. "Mij kunt ge vertrouwen Alice", hoorde ik hem zeggen. Het was Theo die naar buiten kwam met de krant in zijn hand. "Waar is Rinus?"’, zei hij. "Die is naar binnen", zei Alice. "Hebt ge hem niet gezien?"

Rudi Lavreysen
19 0

Valentijn

Vandaag lees ik op de kalender dat het Singles Awareness Day is. Ik stel er me verder niets bij voor. Behalve dat het vlak na Valentijnsdag valt. Dat doet me dan weer denken aan Valentijn die ik twee dagen vóór ‘lievekesdag’ – zoals ik me de 14de februari herinner uit mijn kindertijd – kort doch aanwezig heb ontmoet, op het perron van tram 9 aan Berchem station.  Dat zit zo: Ik stapte op genoemde locatie uit, samen met andere mensen. De ene stapte één richting uit, ik de andere. Intussen wachtten mensen om op te stappen.Het perron aldaar is nogal smal. Desalniettemin viel me, door al dat volk heen, op dat Valentijn ook van de tram stapte en tegen de reling achteraan het perron ging leunen. Ik stond nog even stil tussen links en rechts weg stappende mensen. De grote zak boodschappen over mijn schouder bungelend was, helaas, niet plaats besparend. Door de wereld in vertraging te aanschouwen, blijf ik kalm en aanwezig. Iemand zei: “Wacht, die madam moet nog op de tram.” Ik draaide me om. Een vrouw keek me aan, met de vraag nog in haar ogen. Na mijn “Ik hoef niet in te stappen”, ging ieder zijn eigen weg. Valentijn stond nog tegen die reling dit dagdagelijkse gebeuren te aanschouwen. Ik stapte langs hem heen en hij lachte naar mij, mét een knipoog, zo eentje die uitdrukt wat je samen ongepland deelt: Die drukte toch! Ik lachte terug en vervolgde mijn weg, half in gedachten. Vanwaar ken ik die man, hij is een acteur… ah, ja in “De helaasheid der dingen” speelde hij de hoofdrol.Weer thuis, even googelend, duurde het niet lang voor ik het wist; Valentijn Dhaenens. Man man, als ik zo’n vijftien jaar jonger was, ik zou … Ja, wat eigenlijk? Op een tas koffie trakteren, zo eentje met een hartenvorm chocolaatje erbij in een rood papiertje? Een theatervoorstelling bijwonen, dat is realistischer en duidelijk: De helaasheid der dingen voorbij!

Anemos
26 0