Lezen

Kaatje op strafkamp

Kaatje heeft op dit moment een leeftijd dat er enorme bananen in haar oren zitten. Ze kan er niks aan doen maar dat zorgt er voor dat ze echt niet kan luisteren. Ze wil het wel, maar ze kan het gewoon niet. Het is onmogelijk. En omdat ze het ook allemaal niet kan uitleggen, moet ze soms haar toevlucht nemen tot haar laatste redmiddel. Althans, dat denkt ze. En zo kon het gebeuren dat ze van mij iets moest doen dat ze niet wilde en dat ze me in mijn hand beet. Niet heel hard, maar venijnig en om me te corrigeren. En dat, dat was natuurlijk wel heel fout. Ik overlegde met de dame van de hondenclub en Kaatje ging op strafkamp. Niet zomaar een snoepje, niet zomaar een aai over haar bol en Kaatje maakte niet meer zelf uit wanneer ze op schoot wilde zitten. Alleen maar een beloning als ze braaf was geweest. Ach, het hondje wist niet wat haar overkwam. Het viel voor mij ook niet mee hoor, ik zag een heel zielig en eenzaam hondje op de bank zitten. Helemaal alleen. Natuurlijk was dat helemaal niet zo, want als er één hondje niet zielig is, dan is het Kaatje wel, maar ze kan heel goed toneelspelen, die kleine meid. Maar, ik moet zeggen, het werpt wel zijn vruchten af. En als ze denkt, nu kan het wel weer, dan wordt de lijn weer aangehaald. En gaat ze weer op strafkamp. Net zo lang tot ze het leert. En als het nodig is, ga ik om echte hulp vragen. Want ondanks het feit dat het een heel lief meisje is, moet ze toch echt wel gaan luisteren. En natuurlijk gieren ook de hormonen door dat kleine lijfje. De eerste loopsheid zal niet zo heel lang meer op zich laten wachten. ‘Gelukkig’, wil ik bijna zeggen. Niet dat ik daar naar uitkijk maar ik hoop dat ze daarna weer wat rustiger wordt. Dat de grootte van de bananen wat gaat afnemen. En dat ze niet meer iedere keer pontificaal op Stef zijn kop gaat zitten. Arm beest. Hij heeft er ook wat mee te stellen.      

Machteld
7 0

Ik zal blijven dansen in het donker.

De maan glundert aan de hemel in haar volheid. Het is koud. Het is stil. Alleen het knisperen van het vuur is hoorbaar. Duizend ogen staren naar me. Daar sta ik in het licht van de maan, de duisternis in geprezen. Mijn gezicht getekend door de marteling die ik doorstaan heb. Bloed en angstzweet druipt van mijn gezicht. Ik word gedragen naar de offersplek. In elkaar gezonken raakt mijn naakte lichaam het natte gras. Mijn vrouwelijkheid geschonden, misvormd en toegetakeld. Ik word omgeven door een menigte. Ik hoor ze fluisteren met angst in hun stem "Het is zij, het is zij die de nacht lief heeft, zij die danst in het donker." Niemand durft me aan te kijken. Mijn ogen blauw, doordrenkt van tranen kijken wanhopig rond. Jullie zijn mijn buren, vrienden,…. Er is niets anders te zien dan bange mensen in schapenkleding. Uitgeput kijk ik mijn lot toe terwijl mijn lichaam trilt en schokt van angst. De warme zoete geur van het brandende vuur bereikt mijn hart met tederheid. Ik word herinnerd aan alle vuren die ik mocht ontsteken. Ik word herinnerd aan mijn kracht. Ik duw mezelf recht op mijn gehavende benen. Met mijn armen wijd opengesperd roep ik de menigte toe: "Ik ben het, ik ben Daisy, zij die met het donker danst!" Geschrokken roept de menigte me toe: “Het is je laatste optreden heks!” “Wat is je laatste wens?” wordt me gevraagd van de man in het zwart. Hij die meer donker in zich heeft dan ik ooit zou kunnen bevatten. Hij die mijn kleding van me afscheurde en mijn lichaam tekende als dat van een heks. “Ik stap zelf in het vuur,” zeg ik. Er is veel geroezemoes in de menigte: "ze zal ons vervloeken, ze is gek, ...". Ik stap mijn lot tegemoet. Bij elke stap voel ik de natte aarde onder mij, ik huil tranen van vele. Ik wandel het vuur in en roep mijn laatste woorden: “Ik ben Daisy, zij die danst met het donker, zij die de godin van de nacht is. Zij die heks word genoemd.”  De man in het zwart zegt lachend tegen me: “Je bent niet sterk genoeg om het vuur te trotseren!” Ik kijk in de ogen van degene die rond me staan en roep hen toe: “Ik ben niet sterk genoeg om het vuur te trotseren. IK BEN HET VUUR!! Ik zal jullie blijven achtervolgen, in dromen zal ik bij jullie zijn. Ik zal huilend aanwezig zijn, iedereen zal me horen tot het einde der tijden.” In het midden van het brandstapel vermengd mijn lichaam zich met de zoete geur van hout. Ik roep, ik schreeuw! Voor al die voor me gingen en al die na me zullen komen. Ik roep, ik schreeuw! Ik ben de stem van velen. Mijn stoffelijke resten worden meegenomen op de grote wind. Ze zal generaties reizen tot mijn verhaal in eerbied wordt verteld.  Ik ben de godin van de nacht.  Ik zal blijven dansen in het donker

Daisy
0 1