Lezen

Lambiorix (9)

  Lambiek en geuze zijn de enige echt Belgische bieren! De Zennevallei is de enige Belgische bierstreek! Al de rest is copycat! Namaak van fletse pils uit Plzen. Nageaapt tarwebier naar Beiers recept. De platvloerse Vlaming noemt het domweg 'witbier'. En die heerlijke bieren van hoge gisting... dank aan het Grote Brittannië! Gelukkig hebben de Pittemse Krulbolvrienden een ware anglofiel als erevoorziiter. Johnny, geboren te Brugge als Joannes Van Huele, is een man van goudwaarde, niet alleen voor de club, de krulbolsport, maar ook voor de Vlaamse biercultuur. Zonder Johnny en zijn angelsaksische bierbrouwtalent, zou er geen Brouwerij Sas bestaan hebben te Bredene. Zonder Brouwerij Sas, zou er geen Sano-bier gebrouwd zijn en dat die Waalse patertjes dat recept dan stalen en het ging verkopen onder de merknaam Orval... het zijn uilskuikens die één van de grootste wandaden in de Belgische biergeschiedenis pleegden! Wat een ploerten die dit betere brouwsel vernoemden naar een zeekoe? Intussen is Johnny 135 jaar oud, maar nog steeds een aap-komt-uit-de-mouw-bierbrouwer.  Bepaalde talenten mogen niet verloren gaan en nog belangrijker: Hannelore en ik, wij willen blijven genieten, niet alleen van elkaars lichaam en geest, maar ook van Lambiorix. Alles dankzij Johnny en zijn Krulbolvrienden. Johnny moet blijven leven! Hij moet met zijn maten in dat hoop- en hopvolle clubhuis Lambiorix blijven brouwen! Mijn dagboek heeft dat beslist.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Lambiorix (7)

  Wij lazen veel Ignace en ik. Toen wij in De Instelling verbleven klom de tijd immers op de muren om daar een gevecht te leveren met een wolfspin. Boeken die Ignace nooit zou lezen waren romans die in hun zielige tijd als shockerend beschouwd werden. Bij wie een Vrije Geest bezit, heeft dat geen enkel effect, zo zei hij. Dergelijke boeken zijn slechts aantrekkelijk voor zielen die lelijk genormeerd werden door joodse, christelijke of kleinburgerlijke gedachten. De motivatie van schrijvers om dergelijke flauwe schunnigheden op papier te zetten, is van povere oorsprong. De ontzetting die gezocht wordt bij een lezer, die dan verondersteld wordt preuts te zijn, is even banaal als de leefwereld die men probeert te ergeren. Igance vatte dit samen met de woorden: Het zou ridicuul zijn mocht een Vrije Geest dat steekspel met te vergeten middeleeuwse normen nog enigszins als verlichtend ervaren. Neem nu Mieke Maaike's obscene jeugd van Louis Paul Boon of Lolita van Vladimir Nabokov. Geen haar dat eraan dacht om dat te lezen. Voor Ignace was het uitgesloten dat een wezen met enige filosofische maturiteit daar tijd aan zou besteden. Het is slechts shockeren om te schockeren in een era dat al te preuts en benepen was. De gedachte dat zij noodgedwongen deel uitmaakten van een bekrompen gemeenschap, getuigde enkel van infantiele onmacht. De idee dat geesten die zich gevangen voelden dat betuttelende gedoe niet zomaar konden overstijgen, de noodzaak die zij voelden om zich daar tegen af te zetten, getuigden enkel van even grote bekrompenheid. Dixit Ignace, die in De Instelling danig mijn geestesbroeder werd dat ik hem citeren kan alsof hij in mijn hart kwam leven.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Wifi-slurpers

Daar zit hij dan. De wifi-slurfer. Zijn ogen verankerd aan het scherm, de blauwe gloed als een vloeibaar masker over zijn gelaat gegoten. Een nomade van de bandbreedte, een digitale schaduw zonder vaste grond. Hij zwijgt en zuigt, slikt en slurpt, een bedelaar zonder hoed, een dief zonder lockpick — een dwaalgast die leeft van signalen die niet de zijne zijn. Hij glijdt door de stad als een windvlaag zonder naam, tastend langs cafés, sluipend langs bibliotheken, snuffelend naar een zwak wachtwoord, een gastnetwerk dat zich argeloos opent als een deur op een kier. "Gratis wifi," mompelt hij, een mantra, een wichelroede die hem leidt. Zijn god? Een stroom van nullen en enen, onzichtbaar en alomtegenwoordig, een fluisterende geest die hem voedt, hem draagt, hem — ironisch genoeg — verbindt. Ik aanschouw hem en vraag me af: ben ik echt anders? Ook ik leef van etherische golven, ook ik klamp me vast aan onzichtbare netwerken om mijn stem de wereld in te sturen. Wie ben ik om te oordelen? Ik, die net als hij gevangen zit in de ongrijpbare draden van dit digitale web. Ik schrijf, knedend aan taal als aan deeg dat zichzelf opeet. Maar zonder wifi? Dan zouden deze woorden verdampen in de leegte. Misschien is hij geen parasiet. Wellicht is hij een pionier. Een zendeling van het informatietijdperk, een zwijgende sjamaan die slechts neemt, nooit geeft. Of — en dat ligt voor de hand — een schaduw die leeft van de kruimels van andermans data, zich vastklampend aan een illusie van toegang, een stille echo die niets creëert en alles consumeert. En toch, op een vreemde manier, ben ik jaloers. Waar hij enkel ontvangt, ben ik gedoemd te zenden. De wifi-slurfer slikt en zwijgt … en slurpt. Ik denk, ik schrijf — ik schep — en wat is vermoeiender dan scheppen in een wereld waar alles al geschapen is? Terwijl hij zwijgend slurpt, blijf ik schrijven. Misschien is hij de slimste van ons beiden — of is hij gewoon de vrijste. Mephis (aka) Evelyn Mérida 

Mephis
12 1

Lambiorix (4)

  Het is dankzij een oorlog, dankzij die onnozele drang om voor een half vaderland te vechten dat de liefde tussen Hannelore en mijzelf mogelijk geworden was. De partner van Hannelore was een Oekraïense jood die eerst in de Dombas Russen in de kop ging schieten en eenmaal hem dat tegelijk begon te vervelen, daarnaast ook tot weinig overwinning leek te leiden, heeft hij zich laten inlijven bij het Israëlische leger. Hoe Hannelore ooit op hem verliefd geworden is? Blinde hormonen moeten de oorzaak geweest zijn. Deze man, met naam Gideon, bleek immers een wanschepsel te zijn, een monster dat zich met kermende zielen voedt, die ervan geniet om laatste adems te zien verdwijnen in de wind. Toen Hannelore mij voor het eerst en tegelijk zeer intens zoende, voelde dat voor ons beiden als een verlossing, een bevrijding van wat een dwaling geweest was. Zij wierp herinneringen aan de taaie huid van Gideon van zich af als een mantel die te stroef en kil geworden was. Tegelijkertijd verdween de zinloze twijfel die ik had. Ik was niet je jong voor haar, we voelden geestelijk verwantschap en haar lichaam liet zich graag beminnen door die schaamteloosheid die ik in mezelf begon te ontdekken. Ze heeft mijn maagdelijkheid gestolen op een manier mooier dan ik had durven dromen. De rijpheid die haar zo mateloos met erotische verlangens vulde, was een godgeschenk dat een duivelsengel voor ons stal uit een gutsende vulkaamond.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle

Bernd Vanderbilt
0 0

Free-fall

A freedom I had long forgotten both made me ecstatic and fear for my life. I was released into the wild without a warning. The forest breathed a sigh of relief, welcoming any new visitor indiscriminately.  Light tinted green sifted through the treetops.  There was no way to retrace my steps as nothing was left standing from where I used to come. In a world where animals could speak, I had no authority. Their breath held in an expectantly waited for me to take the first wrong turn. Power was accorded strength, violence rewarded with violence. Years of domestication had made me prey in their kingdom. Water and food were my highest priority, but hunting meant being hunted. I would have to run forever, and I had already run forever. I resigned to walk and listened for the sound of water blending with the wind. Not far off, a stream of veins flowed into a river. I yearned to bathe and forgot to drink until I sullied the water with my body. Cleanliness was an absurdity that I afforded myself as a luxury. I felt watched by benevolent eyes from above. Birds perched to behold my bath as I had done with similar condescendance. Surviving on the lowest hanging fruit, I started to forget of the sweetness in the trees I could not reach. Light green became dark green before I knew it, the cold settled in my bones and the silence of the woods interrupted with occasional hoots after nightfall. By the next morning, I stood on the edge of an open grass field. I wanted to run and catch the sun, but the fear of preying eyes kept me in the dark for another day to live.  The morrow, I watched my first hunting game. The body left bare was abandoned, its wounds bled into dirt to be reclaimed. For all the cruelty I had to bear as an insignia of humanity, the deer's rotting carcass was most composed in its decomposition. I was the last one they said. I was the lost one because I was the worst one. Redemption would be the end as this place let me live without pardon. In the days to come, I wandered and wondered of the irony through which faith kept me alive. Justice was done for, only a mind game I played  before sleeping.  Dew drips drops down the leaves crowned trees.  I was proclaimed innocent by the rain that washed away the blood stains on my hands.  The search for meaning outpaced the search for food. I struck in hunger against nature. Unyielding, it left me for dead, so I turned around and ate her. My sweet revenge rewarded with her Triumphant indifference.

elsiepelsie
0 0

Lambiorix (2)

17+ Tante Hannelore was een globetrotter. Nu woont zij in een eigen wereld waar zij gewoonweg een raadsel gebleven is. Wanneer de thermometer het een beetje warm krijgt, kleedt zij zich meestal uit, maar ik vind dat niet erg, vroeger niet en later zal dat ook zo zijn. Wij kweken samen veel in haar tuin en fruitgaard. Meloenen. Limoenen. Pompoenen. Op een dag zei ze tegen mij: Omdat je zo'n schattige oen bent, wil ik mij omringen met natuur die op -oen eindigt. Zo is dat dus gekomen, die passie voor oen. Zij heeft inmiddels ook al parelhoenen die uit eitjes kwamen. Er leven eveneens schorpioenen in een soort van couveuze. Ze perst altijd zeer graag citroenen uit en ik heb ook eens een kleine harpoen gemaakt. Wat wil je daarmee vangen?, vroeg zij mij. Onderwaterdromen? Bellen uit een dolle bron? Ze kust bovendien zeer graag Zoetjesweg. Het groen achter mijn oren. Echt. Alles wat een beetje oen in zich draagt, maakt ons werkelijk blij. Toen werd ook gelukkig, wanneer ik achttien werd en zij sprak: Nu mag dat ook, maar bevrucht mij niet. Dat is niet toegestaan. Coïtus interruptus. Ze zag het telkens in mijn ogen. De timing werd zelfs wondergoed. Ik mocht ejaculeren op haar buik. Het mocht in haar navelputje eindigen of haar borsten bekladden. Daarna dronken we samen Lambiorix. Ze bladerde echter zelden in het Maandblad van de geremde Pittemse Krulbolvrienden, die haar onverschilllig lieten en zomaar het alledaagse toelaten tot een hart, dat gaat ook niet! Zij hield immers immens veel van mij, van mijn levendige ballen, die ze wel eens zoenen wilde in die groenselhof op momenten dat ik het niet verwachtte.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0
Tip

Lambiorix (1)

  Het mocht niet zijn voor Carine Van Keirsbilck. Vorige week is haar poedel platgereden en tot overmaat van ramp zal er niets veranderen aan het clublogo van de Pittemse Krulbolvrienden. Het voorstel van Carine om voortaan een leeuw te laten figureren die zich aan een bolworp met waagt, werd algemeen weggelachen, unaniem verworpen. Carine stemde vóór. Als enige. Gij zijt zo zot gelijk een achterdeur, had Etienne zonder enige gêne geroepen en het moge gezegd zijn. Het is haast niet te geloven hoe die flaminganten domweg denken dat zo'n beest, dat hier nergens leeft, symbool zou kunnen staan voor eigenheid. Iedereen is zo uniek als hij of zij zelf is! Soms moet men eens op tafel kloppen, ook al zit men ergens moederziel alleen, in de uithoek van een zieke natie, aan de rand van een loom loofwoud, dicht bij de oever van een kreek vol dikkoppen, slechts wat brood van gisteren te eten. Ik, Roeland Wittebolle, ik maak een fietstocht. Zo dacht ik bij het krieken van de ochtend. Ik rijd naar zo'n landschap dat om eenvoud bedelt, eet daar een boterham aan een openbare picnictafel en stop op de terugweg bij die onvermijdbare Hannelore. Wij zij echt zot van elkaar, tante Hannelore en ik. Je mag dat gerust weten. Daarnaast en van ondergeschikt belang, maar ik vermeld het toch graag. Lambiorix is een eigen brouwsel van de Pittemse Krulbollers! Aimé is de secretaris van dat gezelschap. Het is Aimé die de clubblaadjes verstuurt en aangezien Hannelore steunend lid is, krijgt zij ook een exemplaar toegestuurd. Lambiorix dus. En Hannelore koopt dat bier ook echt voor mij. Het houdt de geest één nacht dapper en daarna mag de ziel drie etmalenlang van al zijn nietigheid genieten. Mijn allerliefste Hannelore weet dat ik zoiets gebruiken kan. Zij voelt dat altijd zo verduiveld goed aan wat ik echt nodig heb en zij kan mij beestig goed verwennen.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'  

Bernd Vanderbilt
44 0

Mi groot: lente in littekens

Er bestaat geen oprechte vrede in de wereld. Dat besef kwam langzaam, maar het werd duidelijker naarmate ik ouder werd. Het is de stilte na de storm. De les die muziek me, zonder woorden, leerde. Er zijn dagen dat de waarheid doorsijpelt in onverwachte momenten — zoals die ijskoude ochtend in maart. De lucht prikte aan mijn wangen en de geur van natte aarde kondigde een lente aan die nog niet zichtbaar was. De takken trilden in een bries die te kil was om geruststellend te voelen. Ik was acht en zonder besef van wat me die ochtend te wachten stond. Mijn voeten bungelden boven de vloer terwijl ik op een te grote stoel zat. Toen begonnen de eerste noten van Vivaldi’s De lente en veranderde alles. Die muziek. Ik wist niet wat ik hoorde, begreep de klanken niet, maar het was alsof een deur openging, een deur die ik nog niet had durven openen. Mi groot — helder en hoopvol, maar ook doordrenkt van een waarneming dat ik later als melancholie zou herkennen. Die noten waren niet zomaar geluiden. Ze waren een verhaal. Een geheim in klanken, dat ik voelde, maar nog niet begreep. Toen ik die avond aan mijn moeder vroeg: – Hoe kan muziek… zó voelen? – Stopte ze midden in de afwas. Ze draaide zich naar me om, haar handen nog nat van het sop. Ze keek door het raam, waar de avond langzaam verdween in een blauw dat bijna zwart was.   – Vivaldi schildert niet alleen de lente, – zei ze. – Hij legt vast wat onzichtbaar is. Wat je voelt, maar nooit hebt kunnen zeggen. – Pas jaren later begreep ik wat ze echt bedoelde. Mi groot is als een sneeuwklokje dat zich door de bevroren aarde wurmt, fragiel, maar met vastberaden kracht. Het weerspiegelt de spanning van de lente, die probeert te ontsnappen aan de kou van de winter. Het belichaamt het paradoxale van een lente die nog worstelt met de kou van de winter. Die spanning fascineerde me. En zonder dat ik het wist, werd mi groot een sleutel tot hoe ik de wereld zag. Als tiener ontdekte ik Nulla in Mundo Pax Sincera. De serene opening bood me een belofte van vrede te geven, maar die vrede was nooit eenvoudig. Het stuk zingt over schoonheid, maar ook over haar broosheid. De zang is als een ademhaling: kwetsbaar, haast breekbaar, maar toch vol kracht. Op donkere dagen luisterde ik naar dat stuk alsof het een baken was. Ik herinner me een specifieke avond. Mijn handen trilden van frustratie omdat ik de indruk had dat ik nergens paste. Terwijl de muziek speelde, voelde ik een vreemde troost. Alsof het zei: Dit gevecht is niet voor niets. De pijn hoort erbij, en dat is oké. Gaandeweg verloor ik die verbinding. Toen ik mijn twintigste naar de andere kant van de wereld verhuisde, veranderden mijn dagen in een eindeloze draaikolk van verplichtingen, mislukking, en een groeiend gevoel van leegte. Het voelde alsof ik mij niet herinnerde wie ik was, of waar ik naartoe moest. De elektrische piano in de hoek van mijn studio werd langzaam een opslagplaats kleding.  Ik herinner me die zondag nog goed, de regen tikte ritmisch tegen de ramen, alsof de wereld buiten zichzelf in de druppels verloor. Ik zat in mijn kleine studio, omringd door de stilte, mijn gedachten verdwaald als bladeren in de wind. Maar toen het geluid van Vivaldi begon te spelen, viel alles stil. Het was alsof de wereld om me heen ophield te bestaan, en ik alleen nog maar kon luisteren. De sprankelende opening raakte een diepere gevoeligheid in me die ik vergeten was. Een deel van mezelf dat ik verloren had in de chaos van tijdsdruk en verwachtingen. Voor ik het wist, zaten mijn vingers op de toetsen van de piano. Ik speelde mi groot, aarzelend maar vastberaden, en het voelde alsof ik een gesprek hervatte met een oude vriend. Mi groot leerde me een waardevolle les: wedergeboorte is geen schone lei. Het is leren leven met je littekens, terwijl je toch blijft groeien. Het is als de eerste zonnestraal na dagen van regen. Niet perfect, maar warm genoeg om je hoop terug te geven. De kracht van mi groot zit in haar balans. Ze is helder, maar niet naïef. Hoopvol, maar niet blind. Als je goed luistert, hoor je de melancholie in de harmonie. Het is het geluid van de lente die nog niet zeker weet of ze kan blijven, maar het toch probeert. Deze sensatie is een spiegel voor het leven zelf: de vreugde die alleen maar intenser voelt door de pijn die eraan voorafging. Toen ik dertig werd en mijn eigen appartement had, kocht ik een vleugelpiano piano. Niet om concerten te geven, maar om weer verbinding te maken met dat deel van mezelf. Elke ochtend speel ik de grote toonladder van mi als een manier om te mediteren. Het is een ritueel dat me herinnert aan waar ik vandaan kom en waar ik heen wil. Op een van die ochtenden, voordat ik begon met mijn vingergymnastiek, herontdekte ik Nulla in Mundo Pax Sincera. Nu begreep ik de betekenis van de woorden die ik als tiener had gevoeld, en voelde ik de waarheid in die ene zin. In de stilte van de muziek vond ik wat ik al die tijd had gemist: een gewaarwording van vrede dat niet puur was, maar geworteld in de erkenning van de pijn die ik met me meedroeg. Mi groot is meer dan een toonaard. Het is een toon die me herinnert dat het leven een cyclus is: elke winter draagt zijn eigen lente in zich. Dat elke winter een lente brengt, maar ook dat elke lente een winter in zich draagt. Het leert me dat schoonheid niet zit in perfectie, maar in veerkracht. In de kracht om op te staan en opnieuw te beginnen, keer op keer. Misschien is dat de grootste gave van muziek: dat het ons helpt te zien wie we werkelijk zijn. Voor mij is mi groot een spiegel die niet alleen mijn littekens uitbeeldt, maar ook de kracht waarmee ik ze draag. Het is de toonaard van hoop, van veerkracht en van het leven zelf.   Mephis (aka) Evelyn Mérida

Mephis
21 2