Lezen

Poeslief

Als ik van poezen zou houden, was poeslief mogelijk een adjectief dat goed bij mijn oma zou passen. Katten vind ik wijs en ondoorgrondelijk, maar echt lief heb ik ze nooit gekend. Ik heb dan ook nooit een kat gehad en ken ze enkel van bij iemand anders. Toch blijf ik bij mijn oma aan een gezellige donkergrijze kat denken die af en toe naar je uithaalt en een schram op je arm bezorgt. Zelf bezit ze een echte loebas van het merk Labrador. Die schafte ze aan toen ze weduwe werd. “Ik moet iemand hebben om mee te praten, nu ik opa niet meer heb om op te duvelen”, zei ze openhartig en voegde er meteen aan toe: “Katten is voor mij een werkwoord en bij poezen denk ik aan iets dat niet meer past bij mijn leeftijd. Alhoewel!” Wat kan ze goddelijk zijn, die oma van mij. De haren opgestoken, rouge op de gepoederde wangen en zachtroze lippenstift, kijkt ze mij teder aan als ik haar boodschappen breng.“Jij verdient een extraatje”, lacht ze. “Kom, we gaan nog eens koekjes bakken met extra veel krenten. Die lust je zo graag. Een ouwe krent als ik, weet er alles over!”Ik ben fier dat ik de enige in de familie ben aan wie ze haar geheim recept van haar krentenkoekjes heeft toevertrouwd. Sinds ik hier voor het eerst in korte broek in haar keuken stond, mocht  ik er blijven wanneer ze ging bakken. De enige voorwaarde was dat ik voor haar in de buurtwinkel de ingrediënten ging kopen, want die moesten steeds kraakvers zijn. Het boodschappen doen is een gewoonte geworden en nu ze er alleen voor staat, kom ik wekelijks haar lijstje ophalen. “Neen, lieverd, jij vliegt buiten”, roept ze naar de labrador die maar al te graag in de keuken wil blijven.  “Jij, lieverd, aan het werk”, zegt ze mij smalend.Aan de keukentafel  met de rijzende koekjes in de oven, kijkt ze me doordringend aan en vraagt: “Zo, hoe zit dat nu met je? Heb je al een vriendin? Of heb je een vriend? Dat kan allemaal tegenwoordig, hoor. Als je maar zorgt voor wat nageslacht, want dat recept van mij moet voor de toekomst bewaard worden.”

Vic de Bourg
10 2

Futurum (het; o; mv: futuristische dingen)

  na het lezen van vele fabels en parabels kiest hij dan toch voor het hiernamaals rozen malse kleuren neemt hij echt niet mee vlinders vinden ze vuilwit   ze durven wel eens stinken herinneringen die heeft hij genoeg en hij weet hoe dat gaat bij die beestjes je kunt ze echt niet paaien met mensengeuren of een stukje brood behalve de lint- en oorworm larven en maden   de wonde is groot geworden zij ontstond al vroeg nog voor die gevechten op die feestjes made in Belgium in the summer of sixty nine tot het nu niet verder kan   elk rottingsproces riekt kwalijk hij wil daar van af en na een kleintje met samoeraïsaus doet hij het zichzelf aan   die reis naar het futurum valt aardig mee rum onderweg ook brandewijn er zit een zwijntje op zijn schoot en de loods aan boord van de overzet voor wie goed oplet hij draagt een zwarte string de veerman vergeet mij niet staat op dat klein plakkaat naast het potje hemelmunten er is ook een emmertje voor wie snel wat kattenkwaad wil achterlaten en de meesten ginds ze zitten het liefst in die mist aan de oever   keuvelen terwijl een veulentje van het water nipt en zelf is hij nooit ver geraakt in zijn aardse leven ook daar blijft hij na een paar passen steken een slecht voorteken want zo geraakt hij daar niet tot bij zijn eerste lief dat aan de horizon daar waar de zon durft schijnen weeral in haar blootje ligt   het is altijd fijn eens aangesproken te worden door andere wezens dan spoken het is een voorvader netjes met een lach op zijn gezicht nooit gekend en dan is het naarstig bijpraten terwijl zijn grootmoeder hem mijdt men eet geen zonnebloempitten tijdens een kerkbegrafenis terwijl de grootste wreedaard van al hoe hij heeft het geflikt il padre de pantagruel hij staat paar zijn aflaat te herlezen met op die achterkant de lijst met zijn vergeven daden   de figuranten hebben geleden gebeten in het zand ze zijn hier nog niet allen er zal gewacht worden op de assemblée van grote miserie   de weg terug hij is er niet bestond dit hier maar niet bestond het toen maar niet dan was alles zo rustig zo kalm geweest en in die walm van weemoed zal hij sudderen ja het moet want hier valt weinig te mispeuteren zelfs de kleuters worden goed verzorgd hun brein niet door elkaar geschud het wrede laat ze thans gerust alles is zo tam er is geen duivels lieve meid alleen de troost die hier die hem de lippen kust     uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
0 0

Het allerlaatste afscheid, heel alleen!

Er lopen nog steeds koude rillingen over mijn lijf telkens als ik de laatste woorden lees die mijn vader vanuit zijn ziekbed in het  Imelda ziekenhuis te Bonheiden op een pagina van een magazine bovenaan het blanco gedeelte van een artikel schreef. Woorden die uit de pen vloeiden van een man die heel zijn leven met een vaste hand mooi kon schrijven, een architect waardig. Als ik nu naar die woorden kijk, dan lijkt het alsof deze geschreven zijn door een kind uit het eerste leerjaar die heel fier aan zijn ouders, als teken van zelfstandigheid, zijn eerste zelf geschreven zinnetje toont alsof het zijn nieuwjaarsbrief betreft. Wat een contrast.  19 september 2014 herinner ik mij nog heel goed. Die ochtend was ik samen met mijn moeder nog bij mijn vader op bezoek geweest. Hij was fel verzwakt, met momenten nog helder van geest, maar vooral heel verward. Herinneringen van toen werden samen met momenten van nu door elkaar gemixt. Voortdurend keek hij met een starre blik naar mijn moeder. Was dit reeds een voorbode van de naderende dood en wou hij het beeld van zijn geliefde meenemen naar het eeuwige leven? Hoogstwaarschijnlijk wel. Hij had een voorgevoel. Nietsvermoedend van wat er later die dag zou gebeuren verlieten wij het ziekenhuis met de gedachte om de dag nadien opnieuw op bezoek te komen en tevergeefs te hopen op beter. Helaas het heeft niet mogen zijn. In de namiddag werd mijn moeder opgebeld om naar het ziekenhuis te komen omdat mijn vader overleden was. Aangekomen in het ziekenhuis lag hij vredig - in zijn eeuwige slaap - op zijn ziekbed, naast hem op zijn nachtkastje een magazine waarop bovenaan een pagina "Jij Emma zijt voor mij alles!!! Je Armand" stond geschreven. Een allerlaatste boodschap die hij tijdens zijn noodlottige strijd,  die hij alleen aanging met de dood, aan mijn moeder heeft achtergelaten. Het was een laatste moment van helder bewustzijn om afscheid te nemen van dit aardse leven. Alsook een betuiging van zijn eeuwige liefde voor zijn Emma. Maar ook  dankbaar voor alles wat zij in haar zorgzaam leven voor hem heeft betekend. In zijn geschrift ontwaar ik even nog een poging om de letter z te handletteren, het creatief vormgeven. Heel typisch voor mijn vader. Met zijn laatste energie die traag uit zijn lichaam stroomde heeft hij nog krachtig 3 uitroepingstekens geplaatst achter het woordje "alles". Een heel overtuigend signaal. Zou het waar zijn dat mensen steeds alleen sterven? Wanneer de stervende alleen is, gaat dat proces makkelijker, zegt men. Alleen is niet eenzaam. De vraag die ik mij steeds stel "Zit mijn moeder met een schuldgevoel?"  Ik vermoed van wel omdat zij niet aanwezig was tijdens zijn stervensfase. Op dat moment hadden zij elkaar als geliefden nog eens goed kunnen vastpakken. Anderzijds de woorden "Jij Emma zijt voor mij alles!!! Je Armand"…  was een mooie manier om een blijvende herinnering achter te laten. Het zijn innemende woorden die het hart van  mijn moeder dagelijks troosten.   Zij heeft het afscheid van haar man een plaats kunnen geven.

Guy Van Damme
141 6

DE DICHTER SCHRIJFT

DE DICHTER SCHRIJFT: IK BEN  3 BLOEMEN OP DE BUIK VAN DE TAALGODIN   DE ZEISBEUL DENKT: 1 DOMOOR 2 DROLLENVANGER 3 IDIOOT   GEDICHTEN KOEN VLERICK 2020   1 DE DICHTER SCHRIJFT:               Zonlicht             Een anjer 1 bloem               Kokosmelk aan altaar van huid             Velletje vlees in breedte van hand               Wereld 1 seconde                 Vrucht van zaadje van zee               Anjer streelt anjer              Ook zonder handen                Bijna tam gemaakt             Het is waar van die toverlamp boven   DE ZEISBEUL DENKT:   Pikkedonker P Domoor geachte domoor D   Ik stuur u wandelen 2 ik stuur u wandelen 3 ik stuur u wandelen Weet u van waar naar waar wel van Melle naar Schellebelle   Weet u en dan weer te voet terug tot aan een bebloede brug In een spooknacht over wel 1000 konijnenkeutels   In een spooknacht over wel 1000 natte graslanden misschien meer Dit alles tot op het botste bot van bot van u   O nare woordenknutselaar van mokkeltje deern O amen en uit met u     2 DE DICHTER SCHRIJFT:               Leven             Een lelie 1 bloem               Woorden aan hart              Als navel in vel               En in borsten van zomervogeltjes             In borsten van een zeemeermin                In uzelf ook lelie             Tot zelfs in katjesdragende boom in ledemaat van dier een poot               Om cru te zeggen in een wc te velde latrine             Daarbij leg ik een laatste lelie een laatste lelie een laatste   DE ZEISBEUL DENKT:   Dood D Drollenvanger geachte drollenvanger D   Ik zwijg u dood 2 ik zwijg u dood 3 ik zwijg u dood             Weet u tot in een uitholling in de grond voor u alleen               Weet u tot helemaal in een kuil in een helemaal vergeten hoekje             In een decadente sleuf ik herhaal               In een decadente sleuf waarin ik al uw opstelletjes opsluit             Dit is een besluit van ikke en de clubbbbbbb               Der kring der harde hakwerktuigenmakkers                                         Wat ze in de volksmond noemen ja der elite der poëzie ja (ikke ikke ikke)      3 DE DICHTER SCHRIJFT:               Liefde             Een roos 1 bloem (niet het fijnste van meel)               Op en neer gaan golven             Einde van spier pees                Reukstof in flesjes parfum             Knie zoals in hemel knie               Alles komt ter wereld uit een groefje in de huid             Een tatoeage               Een tent van indianen             Een smal diep water nu later   DE ZEISBEUL DENKT:   Haat met de grote H van Haat Idioot geachte idioot I   Ik haten uw woorden 2 ik haten uw taal 3 ik haten uw hoofd Aanhoor mijn ene uiting van ene macht en   Weet u ik willen geen ballen in de bloes als borstjes             Edoch ikke zijn lid van de keiharde keurgroep               Edoch ikke zijn als een actuele dictator in maatkleding             O kom er eens kijken (slimmerds weten dit zomaar zelfs)               O mooie minnaar van uw moedertaal ja ja ja             The end (het einde) en het is voorbij (the end)   PS Wie is de dichter & wie is de zeisbeul? Mail uw antwoord naar koen.vlerick@telenet.be        

Koen Vlerick
11 1

Home … not sweet home

Heel je leven ben je zelfstandig geweest. Je nam je eigen beslissingen. Je hebt mensen steeds met eerbied en waardering behandeld. Iedereen was welkom in jou huis. In je leven bleef je niet gespaard van moeilijkheden en ziektes. Met vallen en opstaan gaf je zin aan je leven. Je hebt je steentje bijgedragen aan een betere maatschappij. Nu  ben je oud. Het leven heeft al zoveel van je geëist, je vitaliteit neemt af. Je wordt hulpbehoevend en moet je woning ruilen voor een home. Een paar meubels en herinneringen mag je meenemen. In een kamer van ongeveer 25m² met een toilet en een wastafel met warm en koud water. Een bad neem je verderop in de gang. Heb je iets nodig … druk op de knop,  Er zal wel iemand komen … na een half uur of langer. Je zelfstandigheid ben je nu kwijt. Je wordt behandeld als een kind, ondanks het feit dat je nog geestelijk gezond bent. Je routines worden ontnomen, want je kunt het zogezegd niet meer. Als je vroeger dagelijks je medicamenten op een vast tijdstip nam, worden deze nu bruusk uit je handen genomen, want je mag ze enkel nemen op het tijdstip dat het personeel je oplegt. En dan zegt het personeel grof tegen je “ik zal melden dat de patiënt weigert van de medicamenten te nemen”. Je bent overgelaten aan de goodwill van het personeel. Je moet braaf zijn, want als je braaf bent dan heb je geen problemen. Als mens – jong of oud - is er één ding dat iedereen wil: respect. Ook in een home! Je nieuwe home… is geen sweet home!  

Guy Van Damme
34 1

En toen kwam teleurstelling aankloppen

Het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn, that’s a given. Als mens lijken we steeds moeite te hebben om dit te bevatten. We kunnen zo wijs en ervaren zijn als we willen, in ons onderbewuste heerst er steeds een notie dat alles hoort te verlopen zoals wij dit voor ogen hebben. Wetens en willens durven we de stap te zetten in het diepe, zonder ook maar even stil te staan bij de consequenties. Dan bedoel ik niet de logisch beredeneerde, potentiële high risk resultaten, maar veeleer de intensiteit en de impact ervan op ons algeheel lichamelijk welzijn. We nemen ons voor dat alles uiteindelijk weer goed komt, dat het leven inspanning en risico’s vergt. Zowel voorspoed als tegenspoed horen erbij, nemen we ons voor.   Echter zijn we onvoldoende voorbereid op de tegenslag van een tégenslag. We veronderstellen dat we sterk genoeg zijn om elke klap te trotseren, maar zijn er ons niet bewust van hoe hard deze klap al dan niet zal aankomen. We werpen de boemerang in de lucht, denkende dat ie veilig terugkeert naar de hand, terwijl het ding heel listig, de terugkeer plant naar het gezicht. We kennen het concept van een regressie wel, we honoreren haar wezenlijk bestaan, maar weigeren – bewust dan wel onbewust – haar draagwijdte te erkennen.  We beschouwen onszelf als rationele, beredeneerde wezens. Wat we echter niet inzien; onze zogezegde, logische en rationele redeneringen worden steeds gemaakt in functie van onze menselijke verlangens. Hebben we onszelf dan nooit verloochend met het idee een rationele stap te zetten, resulterend in de bewustwording van de latent aanwezige gevoelsmatigheid? Begeerten nemen de bovenhand en zorgen ervoor dat we, impulsief, de nodige “berekeningen” doen. Zonder enige zelfreflectie, zonder beroep te doen op ons gezond verstand. Er is geen sprake van rede, noch enige luciditeit. De voortdurende strijd tussen rede en emotie. De ironie wil dat deze strijd gaat om twee extremen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Rede versus emotie? Rede én emotie. Kunnen niet met, noch zonder elkaar.   Is dit dan niet wat de mens in wezen is? Dé definitie van versmelting van extremen. Een vat vol tegenstrijdigheden, een unicum in de wereld der verrassingen. Een verloren ziel ergens tussen rede en emotie, de aantrekkingskracht tussen twee tegenpolen. Magneten, dat zijn wij. Hoop, onze drijfveer, resoneert via ons magnetisch veld met het universum, in afwachting van blijde nieuws. We maken onszelf wijs dat we geduldig zijn, maar schreeuwen diep vanbinnen “mijn wil is wet”. We staren ons blind op de keerzijde van de medaille. De zijde waar één van de pijnlijkste vormen van waarheid rust. Teleurstelling. De zijde die luidkeels graag terug schreeuwt: “Goed geprobeerd!”. 

Müge Yalçin
1 0

Eén radijs

  omdat mijn ziel dan toch al zoveel slagen kreeg de littekens verzamelt straks met deeg een mooi gebarsten brood wil bakken   daarom maar niet voor iedereen ik ben niet gek alleen de liefste pijn is welkom in mijn tuin   ja het gesprek mag moeizaam gaan zwijgen hielp mij meer de speer met al haar gif zit nog diep in mijn hart   het is voor jou ik koop voor jou mijn lief dit lot een kans om alles mooi te doden   zure tijd een uur te lang gebloed er leeft een ridder diep in mij kijk de fenix vliegt voorbij   zijn klauwen dragen alles mee de fee zij weet dat zij mij niet verleiden kan   ik houd enkel van leed en al wie domweg feest is blind gelijk het beest dat in hen leeft   hij zweeft mijn fenix weet de prooien uit te kiezen   zie ze leven de barbaren met hun rare streken   over een week of twee zullen ze bedelen om blinde vinken hinken naar de overkant   daar leeft geen troost de oogst is weer mislukt de wereld gaat gebukt onder zichzelf en het gewelf   die sterren al die elfjes dertien engelen ze dromen weer van een dozijn konijnen zacht als tederheid die kleine kuikens zacht als dons ze willen niets   ik zeg het u gij grootheden der aarde de waarde van geluk is door u allen zwaar onderbenut   de dwaas hij roept in mij tegen de harde muren   uren later zal de urne vol met milde vreugd zij zal door hem de turnleraar worden verkracht   daarna zal ik voorzichtig wachten op een mier af acht   trouw verzet en doorzetting ze leven in mijn bloed ik heb een toverhoed   uw blik weet goed hij geeft te weinig ogen regenbogen zullen u niet helpen   om verdriet en beterschap te kweken moet je wekenlang soms maanden één radijs verzorgen   morgen, schat want lang kan ik niet wachten in ons paradijs zullen spechten in die tuin de gaten maken voor jouw taai verleden   wil het sterven zal het larven worden van hetgeen graag weg wil vliegen dan moet je gewoon durven leven ja het mag al bevend weg     uit de reeks 'Kleinood'

Bernd Vanderbilt
2 1