Lezen

Maandag

Deze ochtend liep ik een vroegere buurman tegen het lijf. We hadden beiden, in twee verschillende werelden, ergens in de vroege ochtend, besloten om ons niks aan te trekken van de stromende regen. Hij liet z’n hond uit en ik deed m’n sportwandeling.‘Heidi, jouw buurman is dood’. Waar is hij aan gestorven?’‘Kanker. Daarbij was hij al jaren verslaafd.’Een andere wandelaar mengde zich in het gesprek, terwijl z’n drie cocker spaniels, doorweekt van de regen, bleven rukken aan hun leiband.‘Dat heeft niks met drugs te maken’, opperde hij. ‘Mijn vrouw is vorig jaar ook aan kanker gestorven en die was niet verslaafd.’Ik herkende zijn stem. Dat was een jeugdvriend van de kleuterklas. Tussen dit gesprek en ons laatste, zat minstens vijftig jaar.‘Ik was vroeger verliefd op jou’, voegde hij er nog aan toe. Binnen het kwartier had ik van beiden een uitgebreid verslag gekregen over de schrijnende situatie van de locale dakloze drugverslaafden die zich twee keer per week mogen douchen en hun kleren mogen wassen van de gemeente. Volgens hun bescheiden mening waren de rest van de verslaafden deftige mensen die gewoon als brave burgers werken, en hun rekeningen betalen. Ondertussen, zo vertelden de mannen, zijn er nog nooit zoveel mensen aan kanker ten onder gegaan als sinds covid. Ziezo. Maandag had haar toon gezet. Het regende ondertussen zo hard dat ik besloot terug naar huis te keren. Dan maar geen sport vandaag.Thuis werd ik opgewacht door een gestresste 93 jarige moeder die zich weer eens had zitten ergeren aan de 91 jarige dove bomma, die op de eerste verdieping haar tv op maximum decibels had gezet. Na een pleidooi van een half uur, keerde de rust in huis min of meer terug. Veiligheidshalve besloot ik maar niet naar het nieuws te luisteren… Ik wens je een mooie maandag!

Heidi Schoefs
29 0

Duimen maar

Het komt altijd ergens vandaan, zegt men over een droom. Waar deze droom vandaan komt, is niet moeilijk te achterhalen. Ik was me al een tijdje aan het verbazen over bekende mensen die hun duim almaar in de lucht steken. Zeg nu zelf. Het lijkt besmettelijk. Je kan geen foto van een zanger, actrice of politicus zien of die duim gaat omhoog. Een ongedwongen foto tijdens een feestje of na een optreden. Zo van: “Hier is alles prima. U moest erbij zijn geweest.” “Kijk”, zei ik bij mezelf. “Daar is die duim weer.” Die naar verluidt uit het oude Rome komt, als keizer Nero of Caesar besliste of de gladiator mocht blijven leven of niet. Wat dan weer niet waar is, vertelde ons de gids in het Colosseum. “Dat is uitgevonden voor de film”, zei ze. “Okay?” Ik stak mijn duim omhoog. Maar terug naar mijn droom. Daarin was ik jaloers op al die duimen en ik besloot om voor het minste mijn duim omhoog te steken. Als ik iemand tegenkwam, of als ze in een restaurant vroegen of het lekker was geweest. Telkens ging mijn duim omhoog. U weet dat het in een droom altijd van kwaad naar erger gaat. Absurd zelfs. Ik werd mijn duimgedrag danig beu, want hij ging voor het minste in de lucht. Ik besloot om mijn duim vast te houden in mijn vuist en het vast te maken met duckt tape. Een mens droomt wat af. Maar daarvan ging mijn duim dan weer ontsteken. Het deed verschrikkelijk pijn en ik moest ermee naar de dokter. Die zei dat ik hem moest laten spalken, waarna ik vier weken met mijn duim omhoog liep. Daarmee werd ik enorm uitgelachen. Badend in het zweet werd ik wakker. Met mijn duim omhoog. “Gelukkig is alles oké”, zei ik slaperig.

Rudi Lavreysen
0 0

Opruimwoede

Je hebt echte opruimgoeroe’s, zoals bijvoorbeeld Marie Kondo, die hele studies hebben gemaakt van ontspullen en hoe je dat volgens allerlei processen kunt doen. Ik ben een simpele ziel, ik ga gewoon weggooien. Volgens de eenvoudige stelregel ‘iets dat je een jaar niet gebruikt hebt, heb je niet meer nodig.’ Natuurlijk moet je daar wel enige nuance in aanbrengen, sommige dingen heb je echt niet nodig maar wil je gewoon bewaren. Omdat het een aandenken is of gewoon omdat je het mooi vindt. Maar ik kan heel gelukkig worden van opruimen. Ruimte in mijn huis geeft me ruimte in mijn hoofd. Dus onlangs was het weer tijd. Er kwam een containertje en ik ging aan de slag. Volgens Marie Kondo moet je per categorie opruimen maar ik ga gewoon van boven naar beneden. Ik loop mijn zolder rond en beslis daar ter plekke wat er weg kan. Dat was veel, heel veel. Vooral de garage en het zoldertje op de garage hebben het moeten ontgelden. Heerlijk, ik bleef maar spullen in die bak kletteren. De overweging ‘word ik er gelukkig van en mag het daarom blijven’ ging daar helemaal niet op. Het was meer van ‘ha, ik kan er toch niks mee en het staat hier al een eeuwigheid spinrag te verzamelen.’ Soms moet je gewoon afscheid nemen. Bovendien ben ik van het kaliber ‘twee linkerhanden’ dus al die klusspullen zijn aan mij niet besteed. Gereedschap heb ik natuurlijk niet weggegooid. Stel je voor dat ik aan iemand moet vragen mij te komen helpen. Dan moet ik wel goed materiaal hebben. Zoveel heb ik wel geleerd van mijn maatje. Dat hij zelf alles dubbel had, was een ander verhaal.  Eenmaal gevuld, stond de container nog een paar dagen op de oprit voordat hij werd opgehaald. En wat me enorm verbaasde, was de interesse die voorbijgangers hadden in mijn troep. Er werd wat afgegraaid tussen die spullen, onvoorstelbaar. Uitslapen op zaterdagmorgen was er dat weekend niet bij. Om 7.00 uur werd er al gerommeld. De hond, wiens ochtendwandeling het eigenlijk was, stond er ongeduldig bij te kijken.  Het grappigste vond ik de jongeman die kwam aanbellen. ‘Mevrouw, ik ga altijd met mijn oma naar de rommelmarkt. Mag ik kijken of ik wat spulletjes uit uw container kan gebruiken?’ ‘Natuurlijk mag dat, ga je gang, als je maar zorgt dat er geen spullen naast de container terecht komen.’ Even laten zag ik hem intens tevreden vertrekken met zijn buit. Toch weer iemand blij gemaakt. Na het weekend werd de container gelukkig snel opgehaald. Ik werd er toch wat onrustig van, al die mensen die zich bemoeiden met mijn afval. Het was het uiteindelijk wel waard, ik heb weer meer ruimte. Overal.                

Machteld
6 0