Lezen

Thuishaven

                        Thuishaven                           Het decor waarin Piet Mondriaan dikwijls stelling nam                           Jac. P. Thijsse en Nescio laafden er zich aan de wijn                            Jacob Olie fotografeerde met rust als leidende lijn                             Waar schoonheidszin voor velen tot leven kwam                              Daar is vannacht abrupt een lichtbron uitgedaan                               In volkomen stilte na het voorbije feestgedruis                               blokkeert het Kwaad de route ‘Ouderlijk huis’                                Met God als getuige in het uur van de maan                                 Het donker is volkomen uit balans geraakt                                  Vrouwen worden er gelijk opgejaagd wild                                   Dit immense verdriet slaat levens op tilt                                    Van veilig bewegen een claim gemaakt                                     Het is werkelijk de wereld op zijn kop                                      De ontzetting wordt breed gedragen                                      Je naam ligt in mobilísatie beslagen                                       Het dreunt: ‘Wij eisen de nacht op’                                          Thuishaven glorend aan het Gein                                        Stroomopwaarts van Amsterdam                                        Peddelend vanaf het Leidseplein                                         Een Abcoudse   –  In Memoriam                                                                                                                              A.M.Drijver

A.M. Drijver
4 0

Na de hittedagen.

Simultaan met het golvende pluimpje op mijn buik word ik wakker. Onmiddellijk voel ik dat mijn huid me weer als gegoten zit. Een ware verademing! De ochtend geeft me een knipoog, nodigt me uit om opnieuw deel te nemen aan de dag. Gestreeld worden mijn benen die via de trap naar beneden, naar buiten naar het midden van de tuin. Een frisse lucht walst als een dans, wikkelt zich rondom elke vorm van leven, een kleed dat zich gedragen weet. De planten krijgen weer zintuigen, de vele vogels krijgen hun partituren terug, de huppel ontwaakt in de kat en ik...ik voel me opgetild om gedoopt te worden, dit is het lichaam dat kan ademhalen zonder overmatig te transpireren, zonder te kleven. Dit is het lichaam dat mijn geest vertrouwen geeft, een diep soort geloof dat onze planeet niet zal opbranden onder de agressieve zon.   #zwembad met twee figuren   Het zwembad had altijd al een aantrekkingskracht op mij die de voorbije dagen enkel maar sterker werd. In het popart-schilderij heb ik er alle plaats die nodig is om af te koelen tijdens het trage voortbewegen onder water. In het plaatselijke bassin kwam een massa mensen aangestormd, in haast en spoed sprongen ze in het levensnoodzakelijke water. Buiten het gebouw bleef de zon met in de handen het mes en alle goesting om het gebod te kerven in mensenhuid: sterf jij stuk verderf! Van dat horrorbeeld ben ik nu en hier verlost, sinds dat ene golvende pluimpje op mijn buik toen ik wakker werd. En toch, ergens blijft de hitte nazinderen met een boodschap die ontcijferd wil worden, waar meningen zich over buigen.

Ingrid Strobbe
8 0

MY ASS.

"De herinneringen die ons het meest bijblijven, zijn gekoppeld aan sterke emoties. Als iemand dus laaiend enthousiast of juist doodziek van woede op mij wordt, is het dan niet logisch dat ik hem of haar nog heel lang zal bijblijven?" ******************************************************* https://www.2dehands.be/q/verf+ed+my+1975+rotselaar+torenhof/ *************************************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
52 1

Ik beken... ik ben een romanticus.

Ik beken. Ik ben een volbloed romanticus. Geef mij Tom Cruise. Richard Gere. De jurken van Sisi. Een paar rozenblaadjes. Een viool op de achtergrond. En voor ge het weet, heb ik in mijn hoofd al drie kinderen, een labrador en een gezamenlijke hospitalisatieverzekering. Zo erg is het. Ik geloof in grote liefdes. In blikken die alles zeggen. In handen die vanzelf in elkaar passen. In kussen waarbij ge heel even vergeet dat ge morgen gewoon weer moet gaan werken. Ik ben opgegroeid met Pretty Woman en An Officer and a Gentleman. Met films waarin het huwelijksaanzoek het einde was. De kus. De muziek. Richard Gere die glimlacht. Aftiteling. En ze leefden nog lang en gelukkig. Tenminste... dat dachten we. Want stel. Ge hebt een lief. Een goeie mens. Zo maken ze ze niet veel meer. Hij is lief, zorgzaam en attent. Hij belt om te vragen of ge veilig thuis zijt. Hij kent uw favoriete liedje. Hij onthoudt dat ge koriander lust. Hij zet de verwarming een graadje hoger nog voor ge zelf beseft dat ge het koud hebt. Ja, hij bedoelt het goed. Heel goed zelfs. Op een dag zegt hij dat ge een weekendje naar Parijs gaat. Gewoon met twee. Romantischer wordt het niet. Tot ge aan de trappen van de Sacré-Cœur komt. Daar staat een witte vleugel. Uw favoriete lied wordt gespeeld. Uw drie beste vriendinnen blijken ineens ook in Parijs te zijn, allemaal in een roze kleed. Er zijn bloemen. Champagne. Een fotograaf. Toeristen die spontaan beginnen te applaudisseren. En dan gaat hij op één knie. Ja, dat is schoon. Ja, zo maken ze ze niet meer. Ja, hij heeft weken, misschien maanden, aan dat ene moment gewerkt. Treintickets geboekt. Uw vriendinnen mee in het complot gekregen. Een witte vleugel geregeld. Ik krijg al stress van een barbecue voor acht man georganiseerd te krijgen. Maar nee. Hij mist dat ene. Dat je-ne-sais-quoi. En nee, dat zijn geen grote dingen. Hij gaat niet vreemd. Hij drinkt niet. Hij is gewoon een heel lieve mens. Maar hij kan gerust een halfuur bezig zijn over de voedingsstoffen in Nutella alsof hij een documentaire presenteert. Zijn ideeën over de klimaatopwarming zijn ronduit dom. Hij corrigeert de ober als die de naam van de wijn verkeerd uitspreekt. Hij spoelt de borden af vóór hij ze in de vaatwasser zet "omdat dat properder is". Hij leest luidop de ingrediënten op een pot confituur. Dat zijn geen redenen om iemand niet graag te zien. Maar misschien wel om er niet mee te trouwen. En daar staat ge dan. Met een witte vleugel achter u. Met drie vriendinnen die al aan het snotteren zijn. Met een fotograaf die klaarstaat voor hét beeld van de avond. Met een man die zijn hele hart voor uw voeten legt. En in uw hoofd klinkt maar één zin. Ja... Maar nee. En plots besef ik dat zo'n huwelijksaanzoek misschien helemaal niet romantisch is. Niet omdat hij slechte bedoelingen heeft. Die heeft hij niet. Hij doet alles uit liefde. Hij wil u verrassen. Hij wil u gelukkig maken. Hij wil u een verhaal schenken dat ge over veertig jaar nog altijd vertelt. Maar hij stelt u wel de belangrijkste vraag van uw leven op de enige plek waar ge ze onmogelijk eerlijk kunt beantwoorden. Want ge zegt niet alleen nee tegen hem. Ge zegt nee tegen Parijs. Nee tegen de witte vleugel. Nee tegen uw drie beste vriendinnen die speciaal de trein hebben genomen. Nee tegen de fotograaf. Nee tegen de toeristen die al staan te applaudisseren. Nee tegen een avond waar maanden werk in zit. Eigenlijk vraagt hij niet alleen: "Wil je met mij trouwen?" Hij vraagt ook: "Wilt ge alsjeblieft deze perfecte avond niet kapotmaken?" En dat is een heel andere vraag. In Hollywood is een huwelijksaanzoek het einde van de film. Kus. Fade out. Richard Gere glimlacht. Aftiteling. In het echte leven begint de film dan pas. Met hypotheken. Met schoonfamilies. Met vaatwassers. Met elkaar soms niet kunnen uitstaan. Met elke dag opnieuw kiezen. Ge trouwt uiteindelijk niet met de man die u op de trappen van de Sacré-Cœur ten huwelijk vraagt. Ge trouwt met de man die dertig jaar later nog altijd naast u zit aan de ontbijttafel. Misschien is een huwelijksaanzoek pas echt romantisch als het eigenlijk overbodig is. Omdat ge al honderd keer ja hebt gezegd. In de kleine dingen. In de afwas. In de stiltes. In de dinsdagen. Nog voor er ook maar een halve witte vleugel in beeld is gekomen. Want als ge na al dat spektakel nog altijd niet zeker zijt, dan is "ja, maar..." gewoon een nee.

Katrien Daniels
56 2

Klopjacht

De biefstuk ligt zwetend op het bord van Bart. Het lijkt op een stuk dat rechtstreeks uit het dier gesneden werd. Er beginnen zich rondom stroompjes rood vocht te verspreiden. De bloederige delta stuwt met trage kracht naar de salade. Bart prikt het hapklaar brokje dat hij afsneed op zijn vork en brengt het naar zijn mond. Hij blijft kauwen en trekt een korte grimas. 'Is het niet lekker?', vraagt Flora. 'Een beetje taai', antwoordt hij met nog steeds het stukje vlees in zijn mond. Hij slikt het weg.  'De smaak is goed, maar ergens zit er een wrang kantje aan. Het smaakt naar hertenvlees dat mijn moeder vaak klaarmaakte’, voegt hij er aan toe. ‘Oh. dit is nochtans koe hoor’, antwoordt ze met een snelle glimlach. ‘Het lijkt alsof de koe ook een klopjacht doormaakte’, zegt Bart langs de neus weg. ‘Klopjacht?’, vraagt Flora niet begrijpend. ‘Wel, mijn moeder kreeg altijd een stuk hertenvlees van de jager na de klopjacht. En de jager wist maar al te goed dat er met sommige stukken niet veel goeds aan te vangen valt’, legt Bart uit terwijl hij opnieuw stevig met zijn mes in het vlees snijdt.‘Oh. Waren de stukken soms vaak aan flarden geschoten ofzo’, antwoordt Flora lacherig. ‘Weet jij eigenlijk wel wat een klopjacht betekent’, en in de stilte duwt hij een nieuw stukje vlees in zijn mond. ‘Niet meteen nee’, fluistert Flora terwijl ze met hangende schouders een friet in de mayonaise dopt.‘Bij de klopjacht staat er langs de éne kant van het bos een hele rij mannen, zij aan zij. Aan de overkant staat een rij jagers opgesteld. Bij het startteken loopt de rij mannen het bos in, met kreten en luid gejoel. De dieren die eerst nog rustig in het bos vertoefden worden opgejaagd: reeën, everzwijnen, hazen,… Noem maar op. Ze rennen op de jagers af en lopen ze voorbij. En zo worden ze in de rug geschoten’. Hij neemt een slok van zijn glas rode wijn. ‘Lekker wijntje, die Cahors.’ Flora's blik verstart. Een flits: Het hert. Een onschuldig dier. In de rug geschoten, zonder één mogelijke vorm van verweer. ‘En je proeft dat dus’, gaat hij rustig verder. ‘Het vlees is dan ook niet lekker. De spieren van de vluchtende beesten geraken verzuurd, verkrampen en dat geeft een hele specifieke smaak. ’n Beetje bitter, alsof het vlees op het punt staat om te bederven.’Flora laat haar mes op het bord zakken. De goudbruine korst van de biefstuk die zonet heel aanlokkelijk leek, doet haar nu kokhalzen. ‘Om het op een andere manier te zeggen: je proeft de angst. Je eet de angst van het dier’, zeg ze traag, alsof ze net een delicaat vraagstuk voorgelegd kreeg en het woord per woord op een zachte toon herhaalt.‘Ja, daar komt het wel op neer’, zegt Bart terwijl hij nonchalant een friet in de rode stroom op z’n bord duwt. ‘Denk je dat de koe dan geen angst voelde?’, en hij wijst met de druipende friet naar het stuk vlees op het bord van Flora. ‘Dat is toch vanzelfsprekend? Elk dier voelt dat toch, hoe zou je zelf zijn als je de geur van bloed en stress zou ruiken, dan sla je toch ook in paniek?’ Flora rent naar de badkamer. Er klinken luide kokhalsgeluiden door het huis. Bart schenkt nog wat wijn in en neemt een flinke slok. Met zijn vork prikt hij de biefstuk van Flora’s bord. Het stukje vlees gaat recht naar zijn bord. Triomfantelijk laat hij er zijn mes in ploffen. Zacht als boter, net zoals hij het graag heeft. 

Jolien Van de Velde
17 1