Lezen

Over de onmacht van kameleons

  gelaten maanlicht beelden in de lucht die weigeren te fonkelen het bestiale paargedrag van tuinkabouters veel te veel vallende sterren boven het midden-oosten bloed en stof woestijnen vol een leeuw die zichzelf verslindt lamme vleermuizen die niet meer kunnen fladderen gruzelementen brokken die neervallen demente maagden naast gebroken vissen   wie doet mij deze dromen aan welke webcams blijven dit registeren welke vliezen spartelen tussen de tenen van een halfdode kikker over de ogen van de wanhoop stroomt thans paars verdriet   duistere krachten sluwe vossen op drie poten mankende tijd  ik zie je strompelen Hercules door de straat van Hormoes en bij het ochtendgloren grijp ik me vast het mos laat echter los en de kleuren zijn intussen allemaal verkeerd groen werd rood wit werd mauve iemand wisselde geel met zwart zwijgen willen de hoop verdwijnen de roze bloesem doem niet meer op dat is alles wat ik vraag aan die wereldbeelden die monsters met hun mensenogen en bedrieg mij nooit meer kindertijd je was te vals je liet me geloven dat er ook sprookjes zijn die geschreven werden door minder grimmige gedachten die geen horror verschuilen onder paddestoelen in een bos waar alles nu verdwaalt de jager elke keer zijn blaffer bovenhaalt wanneer een mot verschijnt straks dan houdt het op belooft de regen aan kameleons wanneer de regenboog zich scheuren laat het lot zijn frisse kant laat zien neen sorry nimf en nieuwgeboren waterjuffers ik geloof het niet de nachtvorst hij wil blijven heersen over mijn gemoed zo lang hij kan zo diep zijn ijs wil snijden door de druppels onschuld moet eraan geloven telkens weer en overal wat rest is weinig amper teder maanlicht fonkelingen die zich lang zullen verbergen deze keer want het einde nadert zware planeten wegen door op het heelal kromme knieën zullen moeten hopen op bomen die rechter kunnen lopen door de grijze plassen op het grauwe pad strompelt nog een tak die wandelen verleren wil die schimmel straks omarmen zal daarna gewoon uiteen wil vallen       uit de reeks 'Waanhoop'           

Bernd Vanderbilt
4 0

Uit mijn dagboek

Shenandoah- National park – Virginia Rileyville, 16 april 2022 Terwijl we die middag dieper in het hart van het bos afdwaalden, wikkelde vermoeidheid zich als een zware mantel om me heen. Mijn metgezellen gingen door, ik bleef alleen achter in een woud dat door de tijd onaangetast was. Hier, in deze desolate wildernis, omhulde de stilte me als een dikke mist, een stilte zo diepgaand dat ze tastbaar was, een scherp contrast met de drukke wereld. Toch vond ik in die griezelige omhelzing een vreemde troost. Welke geheimen lagen verborgen in de schaduwen van de torenhoge bomen? Welke onzichtbare ogen keken vanuit de dichte struiken en achter de scherpe rotsen? De kale takken fluisterden oude verhalen, hun kromme vingers krabbelend aan het canvas van de lucht. Boven cirkelden de gieren met een doel, hun schaduwen glijdend over de grond, wat zochten zij? En terwijl ik in de eindeloze uitgestrektheid van het bos keek, dansten visioenen voor mijn geestesoog, me uitnodigend om hun mysteries te onthullen. De beer en haar drie jongen, een symbool van bescherming en zorgzaamheid, bleven in mijn gedachten hangen, een herinnering aan de kwetsbare balans van de natuur. En dan was er het hert, met zijn nieuwsgierige blik, me uitnodigend om na te denken over wat er onder onze fragiele coëxistentie lag. Waarom had ik ervoor gekozen om net voor de top te stoppen? Was het vermoeidheid of angst? Of misschien iets dieper, een erkenning van mijn eigen beperkingen?  In dit moment van stilte, terwijl ik aandachtig luisterde naar de hartslag van het bos, voelde ik een onverklaarbare verbinding met alles om me heen. De stilte was niet slechts een afwezigheid van geluid, maar een uitnodiging om de diepten van mijn verbeelding te verkennen, waar de weg naar morgen wachtte, kronkelend door de schaduwen en het licht van het onbekende. Welke avonturen wachtten er net achter de sluier, als ik maar durfde ze te onthullen?

Nadia Lang
3 1

Remains of the day

Ondanks de dreigende wolken was het een warme dag, broeierig warm zelfs. De hele namiddag hadden de jongens aan hun zandkasteel gewerkt. Het zou het grootste fort ooit worden, omringd door een wirwar van kanaaltjes en muurtjes die het moesten beschermen tegen het opkomende tij. Ze hadden de piratenvlag gehesen om ongewenste bezoekers op afstand te houden. Andere kinderen keken jaloers toe, en strandbezoekers liepen er eerbiedig, met bewonderende blikken, in een grote boog omheen. Eén stoutmoedige zeemeermin wilde gefotografeerd worden bij de piratenvlag. Dat werd de jeugdige schoonheid graag gegund door de trotse gravers.  De zee was rustig, heel rustig. Toch sloop ze langzaam maar zeker dichterbij. Toen de zon in de late namiddag even door de wolken brak, besloten de jongens een duik te nemen in het koele water. Uitgelaten stoeiden ze in de golven, die stilaan oprukten naar het strand en hun piratenfort. Ondertussen vormden zich kleine geultjes die aan de muurtjes van hun bouwwerk knabbelden. Opgewonden kwamen de jongens teruggerend. Ook de donkere wolken naderden snel. Plots vielen er dikke druppels uit de lucht; strandgangers pakten haastig hun spullen en dropen af. Maar de jongens gaven niet op. Samen schuilden we onder onze grote strandhanddoek. Gefascineerd keken we toe hoe de zee langzaam maar zeker het strand weer in bezit nam. Toen brak de zon opnieuw door de wolken, en de jongens dansten opgewonden rond hun steeds verder afbrokkelende bouwwerk, tot het laatste zandmuurtje verslonden was en elk putje weer door de zee was ingenomen. We namen onze spullen en vertrokken. We keken nog één keer om: het grootste zandkasteel ooit was door de zee veroverd. Alleen de zee bleef achter, stil, alsof er nooit iets geweest was. Het kasteel was verdwenen, maar de dag zou blijven.

Nadia Lang
0 0

Naar de meet

Ik ben gestopt met schreeuwen naar de koers op tv. Vooral naar de supporters die het koersen bijna onmogelijk maken. Onnozelaars. Dan is de koers niet meer van ons. Maar wel van mij en mijn schoonvader. We kwamen net binnen toen de Omloop Het Volk in de finale zat. Neem me niet kwalijk, ik blijf die oude benamingen gebruiken. Dat ‘volk’ was niet alleen de krant. Ik vroeg hoe het zat. Met Jordi en de rest. “Vanspringel is ook gevallen”, zei hij. “Wie? Herman Vanspringel?” Ik moest even nadenken. Toen zag hij ook onmiddellijk dat hij zich van naam had vergist. “Die leeft helaas niet meer”, zei ik lachend. We bleven nog een tijdje grinniken over de vergissing. Een heerlijke lach. Hij bedoelde Philipsen, de Vlam van Ham. De bijnaam van Herman Vanspringel was ‘Monsieur Bordeaux-Paris’, wegens zeven overwinningen in de monsterrit. Hij was een kempenzoon (wat een prachtig woord is dat toch), net zoals veel coureurs. Het moet er in de kempengrond zitten. Frans Verbeeck is er ook eentje. Van hem zijn de legendarische woorden aan de meet, gericht aan commentator Fred Debruyne, toen Eddy Merckx weer eens had gewonnen. “Fred, ik heb formidabel afgezien. Eddy rijdt vijf kilometer te hard voor ons.” Fred Debruyne heeft een pleintje met zijn naam in het zuiden van Frankrijk. Wij gaven die rennersnamen aan onszelf terwijl we in die jaren rond het pleintje bij het huis fietsten. Ik ben wel eens Fred geweest. Het zijn namen, helden. Een mens heeft ze nodig. Een mens zonder helden, daarmee wil ik niet naar de meet. Ik kijk al uit naar de volgende koers. Gaat Wout voor winst in Milaan-San Remo? Van mij mag Vanspringel opnieuw meedoen. Of Rik I en Rik II. De keizers van toen. Wie gaat er nog passeren? Laat ze maar komen.

Rudi Lavreysen
2 1

Don Key Kong

Helaas en zoals gewoonlijk. Het interne groepsgesprek verliep onordentelijk. Het begon bij die zingende bewaker van de lichtgrijze zone. ~ Kom van je paard af! Ik waarschuw niet meer! Hierachter is De Zone. Niets straalt daar nog. Geen zon. Geen atomen. Geen gimlach. Geen uranium. Daar komt geen Dionysus. Geen nar. Geen chear leader. Geen tear kisser. Geen Bacchus. Geen zot. Manke held, kom nu van je paard af! Strompel terug naar de mensheid. Eet shit aan de tafel van Gert. Kijk naar het bejaardennieuws op de VRT. Om 19h00. Boer Harms komt aan het woord met zijn onverkoopbare patatten. Eugène is een duif kwijt. Gestolen door een postbode. Aan de kust wordt niet meer gekust. Een journalist vraagt naar de oorzaak. Gewoon. Maritieme vettigheid. Gevaar op slipperijen. Aldus random aangesproken, eerste de beste liplezer. Terug naar de studio in Brussel. Oké, en deze winter viel ook de verkoop van sneeuwbanden enorm tegen. Er is een grote daling. In ijsdagen, in schaatsmogelijkheden en echt kritisch denken. Halt! Enough monkey madness! Ja. Werkelijk. Stop hier, Donkey Shot! Kom van dat beest af! Ik waarschuw nu echt niet meer! Moet ik dan specialisten in verleden tijd laten komen? Keer terug! Alles wat men had kunnen redden, heeft men reeds vrijwaard. Bitter weinig is dat en toch waarschuw ik, u: Kom van dat paard af! Lik aan de hoeven van vooruitgang! Moet ik die sukkelfilosoof eens aan het woord laten? Maarten Moudry? Moet ik die rechtse zot uitnodigen voor een kaas- en wijnavond met schele ruiters. Die sul kan schimmel van oude dogma's schrapen. Hij weet alles over demente welvaart en bejaarde normen. Hij kan groeidoelstellingen voor champignons vergelijken met het welzijn in de Onderwereld. Echt! Stop hier, man! Kom van dat paard af! Passeer dit bord niet! Daarachter heersen stilte, berusting. Ledige vlinderhulzen liggen daar. Ga niet kijken! Daar is De Zone. Zonder toekomst. Zonder goden. Zonder idiote stripfiguren met duizend bommen en granaten.       uit de nieuwe reeks 'Foute titelatuur'

Bernd Vanderbilt
10 0

Ik zoom uit en ik zie

Ik zoom uit en ik zie: het dakvenster waaronder ikeen magneet boven een restauranttafelde man die zich - letterlijk - buiten de kring zet, altijd weerde lichte kromming in de nek van de pianisteen drenkeling naast de vijver, sigaret nog tussen de vingersde trillende kop van de spechtlichtblauwe rechthoekjes om in te zwemmeneen snelle eekhoornstaart tussen bleke stammeneen afscheid op een perron (zoen in de hals)regen die van mij weg valtde stilte onder muziekwitte rook uit lange afbrokkelende schoorsteneneen paarse vlek lavendel, trillend in de zongeen grenzen, alleen maar omheiningende verlangens en kneuzingen van alle mensenhet ongecontroleerd lachen om 3 uur 's nachtsal het door bijzienden onopgemerkteeen eenzaam bootje op een oceaan (als van papier)de vergissingen die ik maaktealle woorden die werden geschreven met alle pennen en toetsen die ik gebruikte, en alle gedachten en handelingen die die woorden veroorzaakten bij de lezersmouwen, pijpen en kussen (gevuld met veren)het zaadje onder de navel, de hik in het middenrif, de dood achter het borstbeende kalligrafie van wintertakkenhet geroffel van alle angstige hartende raakvlakken op een lichaamde teleurstelling verzameld in spiegelsdat iedereen zichzelf voor de gek houdtde klei onder de voeten, de stad onder de stadmijn eindigheid, die van de regen, die van de specht, die van de schoorsteenalle handen die ik aanraakte, veters die ik knoopte, adem die ik nam, onzin die ik hoordehet draaien in cirkels, het temmen, het laten gaan

Katrin Van de Velde
0 0