Lezen

Sukkelkind

  Is it a masked singer? Zit er hier in het publiek een wandelende tak uit Engeland met rechterstuur die rare vragen stelt en daarna volgt een blik tomatensoep. Gooi maar. Allicht omdat het nog methaangassen verspeidt, dat lijk daar op zijn stoeltje. It stinks like hell! Dat roept een kieken uit Kentucky. Bedaart en steekt nog even weg die zwaarden. In een microfoon wordt ook gevraagd wie allemaal een lotje heeft gekocht. Nummertje elf is niet gewonnen door de fee. Ook niet door ene broze vlinder. Het is zowaar een specht. Wat zal het beestje doen? Hem gaten boren in de kop? Het vliegt, het landt naast hem Meneer de Clown, vandaag verkleed als toverbeul. Steek hem maar in zijn zwarte kist, de zwaarden passen in die gleuven. Daarna opnieuw die goochelspreuk. Twee barsten in de lucht. Een breuk in het heelal. Niets van dit alles. Kijk omhoog. Droog je tranen, sukkelkind, manke Pierrot en word misschien eens wakker. Voel dat alles écht gebleven is en niets voorbij. De film van Ome Willem heeft nog nooit een kleutertje gered. Oké. Meneer de Uil is deze nacht wel los geraakt. Hij heeft mijn sleutelbeen verlaten, zit nu op de rand van mijn bestaan. Het zal nooit overgaan. Ik lees dat in zijn ogen. Het heeft gewoon niet mogen zijn. Mijn hoofdkussen is platgeslapen, ergert zich al lang niet meer aan al die klanken die ‘s nachts uit mijn oren kruipen, aan die adem van die wrede dagen. Zolang ze maar niet pogen op te staan. Die blinde hoop. Dat zwik. Die stapel uitgeknipte dwergsoldaten. Allemaal voor hem, Meneer de Hottentot. Ik zie hem straks achter de tent. Daar in ons frietkot en Alfred heeft speciaal voor hem een stoel met lange poten neergezet. Aan het buffet. Daar waar een grijze man zijn bier halfweg de dood toewenst. Zijn naam is Lazarus.     tiende en laatste deel van 'Cirque sans soleil' uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
0 0

Nieuwejarekezoete

Vroeger, in de jaren '80, toen oudjaar-zingen nog in de winter viel, stonden wij elk jaar ‘met de vruge’. Ons moeke legde sjaals, mutsen en wanten standaard in viervoud voorverwarmd klaar. Soms werd de muts vervangen door oorwarmers met een pluchen beestenkop op elk oor. Nog later, toen we alleen op pad mochten, speelden we al die bollen wol uit, eens we uit het zicht waren. Zodra we het huis van ‘den boswachter’ gepasseerd waren, dreven we het tempo ook ferm op. ‘Loewepes’ van ’t één huis naar ’t ander. Het was voor de gever in de jaren ’80 meestal niet de moeite om de voordeur dicht te doen. Dat was handig. We zongen, lees dramden, ‘oudjaarnieuwjaar, kwens j’een gelukkig nieuwjaar!’ Meestal kregen we 5 frank. Soms ook 2. Bij de Verschoren in de groenhoek, daar kwamen ni veel zangers. Daar kregen we 20 (!) frank. Ik heb het onthouden alsof het de jackpot was.In de leliestraat stond ergens een mandje met zoetigheid voor de zangertjes. Richtlijnen erbij: ‘Voor de zangertjes. Eerst zingen dan kiezen.’ Dat is al even erg als praten tegen de muren. Ik zong er niet. En kiezen deed ik ook niet. (nooit goed in geweest) Ik nam dus alles waartussen ik twijfelde. In die tijd hingen er ook nog papieren ‘wij geven in de school’. Slimmeriken hadden dat één jaar gedaan en hergebruikten dat blad elk jaar opnieuw. De lay-out ervan is volgens mij in als die jaren toch nooit veranderd. Misschien hoogstens de kleur van het blad waarop de copy, van de copy, van de copy werd gemaakt. Er was ook eens een jaar dat ik mijn instrument meepakte. De mensen gaven dubbele klets. Origineel was het. Maar lastig. 2 straten denk ik, toen gaf ik het op. Alsof mijn lippen bleven plakken aan mijn bevroren ammezuur.  Maar nóg erger waren: ‘appelsienen’. Ooh mannekes, als die in uw beuzeke vielen. Snok. ’s Middags dik tegen ons goesting moesten we over huis. Gaan eten, puur tijdverlies. Vader Van Herck had er iets op gevonden zodat het toch de moeite was om 'te verletten'. Hij sneed met oudjaar de schoonste patatten figuren. Auto’s, bloemen, sterren, huizekes en mannekes (met of zonder kop) werden aan de keukentafel gesneden. Uren deed hij er over. Ons moeke bakten ze, tussen het geven door, in de frutpot. Elk jaar opnieuw. Wij aten die kunstwerkskes zo rap mogelijk op. We waren nog ni uitgezongen. Beuzekes leeg, buikskes vol, we konden er weer tegen. Na de noen waren de meeste zangertjes uitgezongen. Er bleef al wel eens vaker een deur dicht en dan legden we ons andere plaat op. ‘Hoog huis, liejeg huis’ Als we da thuis vertelden, was ons moeke niet goed gezind. Onze papa wel. Die ging strijk van ’t lachen. Meer dan 30 jaar later gaat mijn eigen kroost op pad. Het ziet er allemaal een beetje anders uit. En toch zat ik gisteren heel onverwacht, dik verrast, efkes terug in die jaren ’80. Mijn kinders wisten niet wat ze zagen in hun bord.In de viooltjesstraat had vader, ondertussen opa, Van Herck, 3 uur aan de keukentafel gezeten.Met patatten en een schellerke.   Tessa Van Herck, Itegem, 1 januari 2023

TessaVH
5 0

Florreman

“Mama, ik kan het ni geloven. Zondag word ik 10. Cho! Ik besta dan al een decennium.” Onze verstrooide professor had weer alle tijd vanmorgen. Zijn warrige haren geraakten niet gekamd. Want. In volle ochtendspits heeft hij de meeste vragen. Terwijl iedereen zich haast, maakt hij in alle rust bedenkingen. Hij spreekt ze uit, vertraagt me en leidt me af. Ik hou van zijn tempo. Maar… “Nu niet Flor, doe verder!” Hij loopt nog eens terug naar boven. Standaard. Elke dag vergeet hij zijn kousen. Het enige moment van de dag waarop hij zich haast. (Bij zijn geboorte ook. Terwijl papa de auto nog parkeerde, begon hij al met een sprint aan 't leven. Die topsnelheid compenseert hij nog elke dag.) Ondertussen staat iedereen met schoenen, jas en winterattributen klaar aan de achterdeur.Wauw, gelukt! Je hebt zelfs je boekentas bij! We wandelen naar school. Van sporten krijgt hij de kriebels. Wandelen vindt hij ok. De wind ook. Die kammen zijn haren, lacht hij. Dit is het plezantste kwartier van de dag. Eén vierde vragenuurtje…Hij reageert alsof mijn antwoorden altijd de juiste zijn. Soms vult hij ze aan. Niet zomaar om zijn zegje te doen. Hij zet ze kracht bij. Meestal zijn wij gelijkgestemde zielen.Soms trekt hij zijn linker wenkbrauw in een hoek. Hij heeft het door wanneer ik hem iets wijsmaak. Of een poging doe. Hij lacht en zijn wenkbrauwen worden weer boogjes boven zijn felblauwe kijkers. Geen detail ontgaat hem. Hij zal weer heel veel moeten overpeinzen vandaag. We horen het wel, vanavond, in de ‘bedbabbel’. Ooit gestart om avondlijke monsters weg te jagen. Ondertussen is het ons laatavondjournaal. Flor luistert graag naar ons nieuws. Tegen de eindtune vult hij aan. Hij sluit de dag. Of rekt hem. Hij kan dat als geen ander. Ontwapenend. De allemansvriend. Vol muziek en dromen. Een peperkoekenhart. Om op te eten. Ik hoop hard genoeg gebakken voor de wereld van vandaag.Zoet genoeg zeker. Ik hou een oventje warm.Voor Flor.

TessaVH
3 0

Buitengewoon onderwijs

Het was bijna 2 maanden geleden dat ik haar zag. Mijn laatstejaars leerling. Er zat een quarantaine, een stageperiode en de kerstvakantie tussen onze laatste ontmoeting. We hadden kookles. Ze bond haar kookschort om, knoopte de linten op haar rug terwijl ze haar buik onbewust, maar indrukwekkend ver, naar voor duwde.Ik keek en keek even snel weer weg In gedachte fluisterde ik: “Oh, kind, jij bent zwanger.”Ik maakte die gedachte zelfs niet af want ik corrigeerde meteen in mijn hoofd:“Nee, hóógzwanger”Ik keek, schrok en keek weg.Mondmasker, merci dat ik tenminste de helft van mijn stomverbaasd gezicht kon wegsteken achter u. Ik herinner me van de volgende lesuren amper iets. Alleen een bolle buik met gefloepte navel…Een overleg, met mijn collega, later, zitten we samen aan de tafel. Ik denk dat er een baby in je buik zit…"Anni, zou dat kunnen?"Ze schudde ‘van niet’."Anni, ik denk echt dat er een baby in je buik zit…"Ze keek boos."Anni, we zijn ongerust."Je buik lijkt echt wel heel dik.  Heel aarzelend en op kousenvoeten vraag ik:“Zouden wij jouw buik eens mogen zien?”Ze plooide haar slobbertrui, die meer een passend model leek, boven haar buik. Daaronder droeg ze een witte t-shirt, passend rond haar buik.Een witte t-shirt met daaronder een voetbal met een gesprongen sjoepap… Niemand sprak. We keken naar haar buik. Anni keek er zo ver mogelijk van weg. Zonder dat we ’t vroegen, plooide ze ook haar t-shirt boven haar buik. In mijn herinnering deed ze dat in slow-motion.Echter zonder tromgeroffel. Het bleef stil.We keken. "Anni, ik denk écht dat er een baby in je buik zit.""Als er een baby in je buik zit, komt die daar ook uit he, op een dag…" Een traan rolde.Ze zei: ‘ik ben bang’ 2dagen later werd haar zoon geboren.

TessaVH
3 0

Over wellevendheid

  Het was een lieve man. Kom je naar de eredienst? Hoorde ik dat goed? Is dit de laatste vrouw die met dat monster sliep en nooit zijn daden heeft gekend? Heeft zij dat nooit gezien wat achter dat gelaat wel leefde? Of was hij danig blind dat hij niet zag waarin zijn hand het mes gestoken had? Ik denk het niet. Een eredienst. Misschien met bloemen ook. Bij God. ‘Gij zult Uw ouders eren’. Doch is dat aan mij niet echt besteed. Die stelling moet op een naïeve dag verzonnen zijn door een betoverd koekoeksjong. Ik heb mijn kat gestuurd. Ze droeg een zwaar gewaad. Haar tanden hield ze wat verborgen rond een ruwe tong die liever zweeg. Ze zijn er niet vandaag. Die laatste vrouw. De kat. Het koekoeksjong. Ik kies nu zelf wie komen mag naar de terechtstelling. De circusdirecteur hij ging akkoord. Als jij betaald hebt met dat opgespaarde leed, dan mag jij alles kiezen. Drank. Publiek. Scenario. De kleuren van de tent, ook van de ondergang. Tot nu was alles goed verlopen. Er werd gejoeld toen zij daar eenmaal zaten. Vadertje Kadavertje en Moedertje met Plastiek Pop. De clown had zich verkleed als beul en kwam toen er een bever op de pauken sloeg. Het moedertje mocht gaan. De klacht ‘schuldig verzuim’ werkt afgezwakt tot ‘een normale dwaling van het brein’. Die soort van jullie, sprak Meneer de Uil, ze is nu eenmaal wreed van aard. Het zit er in. Het komt er uit. Zij heeft alleen maar wat getierd, de oren van het kind gevuld met gesel en een scheel geluid. Ik liet begaan. Het is de oehoe die vergroeid is met mijn sleutelbeen, die hier en nu, vandaag, alles beslissen zal. Ze mag vrij gaan, dat Vrouwtje met de Pop en ik geef toe, ze draagt, precies gelijk mijn kat een netelig gewaad, te zwaar zelfs voor het zwijn dat in een hoek te snurken ligt.       deel 9 van 'Cirque sans soleil' uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
2 0

Zijn stoel mag in het stopcontact

  De leeuw zit achterin. Ginds tussen zebra, raaf en de fazant. Er is vandaag voldoende popcorn, bier van het merk Lazarus, zodat er niemand wordt gedood en bovendien heeft hij nimmer beweerd dat hij, zomaar zonder honger, ooit een wezen heeft gekeeld. Dat kan van hem niet gezegd worden. Van Vadertje Kadavertje en daarvoor zijn wij hier. Terwijl het stil is. Enkel buiten. Daar zit geen takje nog te wachten op een somber vogeltje want hier in deze tent is het te doen. De vraag van één miljoen. Firwat. Kan iemand twee knikker halen van het meest heldere glas want hij mankeert een oog of twee, dat manusje. Verbind de kabels maar. Zijn stoel mag in het stopcontact, zijn blik verdient een snoer dat hem die beelden nog eens brengt. De projectie op het grote scherm is niet voor nu. De roodste duivel drinkt zijn Jupiler, een blikje dat hij zelf heeft meegebracht van uit een zwartgeblakerd pompstation en wij de rest verkiezen Lazarus. Bij god. Wij zuipen ons vandaag eens lekker plat terwijl wij hem reanimeren. Ja. Het is zo jammer, zegt de gier dat hem geen vlees meer aan de ribben hangt. Zelfbedachte rampspoed zit hem wel nog steeds tussen de oren, maar van eetbare materie is nu wel geen sprake meer. Doch. Hij kan nog spreken. Dat ben ik zelf dusdanig zeker want ik hoor het elke nacht. Juist. Het is Meneer de Uil die het bevestigt. Hij weet alles wat de duisternis nooit meer verhullen kan. Zijn er tv-worstjes. Dat vraagt de Hottentot. Gij zot, roept er een varken met te luide snuit. Wij zijn hier niet gekomen voor een fraai diner. Klank en beeld ze moeten komen van die hufter daar, die handelaar in leed, in droefenis en als ik mij van jaartal niet vergis, dan is het stilaan tijd, zodat er straks niet van verjaring zal gesproken worden. Niet dom, Meneer het Zwijn, zo fluit de fuut die altijd op de vijver dreef. Achter ons huis, daar was dat paradijs met onderstroom en vaak die rare ondergang van wegkijkende zon.       deel 8 van 'Cirque sans soleil' uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt

Bernd Vanderbilt
3 0