Lezen

AI en ik

De dag dat ik, na maanden van ‘letterstilte’, eindelijk mijn laptop open deed, liep er een ijskoude rilling over mijn rug. Het voelde alsof íets me dwong. Alsof de woorden er gewoon uit moesten. Geloof me, ik ben nu niet meteen het type dat in witte jurken door mistige velden danst en fluistert over ‘de universele leiding’. Nee, geef mij maar een loep, een scalpel, en een degelijke wetenschappelijke verklaring, en dan kom ik er meestal wel uit. Op een creatieve manier, toegegeven. Maar toch. Toen AI kwam aanwaaien – met haar perfecte zinnen, haar vlekkeloze stijl, haar literaire bovenkamer die de onze in één seconde inhaalt – viel mijn pen even stil.Waarom zou ik nog zweten over een alinea als een robot het beter kan? Sneller? Pijnlozer? Ik heb het allemaal laten bezinken. Ik keek toe. Films, reclame, apps, animaties, songteksten, zelfs muziek – alles zuigt zich vol met algoritmes. AI is overal. En op het eerste gezicht neemt ze álles over. Maar toch.  Er is dat ene randje. Dat gekartelde. Dat niet-gladgestreken. De scheefte. De vlek. De vingerafdruk. De fout, godzijdank. Ons heerlijk incapabele vermogen om te knoeien, te vallen, te herstellen, te groeien als een wildgeworden klimop tegen een scheef huis. Kijk naar de natuur: chaotisch, onvoorspelbaar, adembenemend. Niemand die dat namaakt. De krachten die er heersen, de biologische drang die alles ondersteboven gooit om er even later weer iets van te maken – dat artificiële geklungel blaast ze weg. Dat is van ons. En dat zal ons nooit worden afgepakt. Dus ben ik terug in de pen geklommen. Kruipend, een beetje roestig, maar met de koppige overtuiging dat niets – maar dan ook niets – mijn eigen, rare, scheve, eerlijke stem kan vervangen. Mijn schoonheidsfoutjes. Mijn menselijkheid. En die ijskoude rilling, die duidelijke stem die me dwong om terug te schrijven? Die kwam niet van AI. Die kwam van de natuur, van onze natuur. Uit het vaatje van menselijkheid waar wij tot in de eeuwigheid uit zullen blijven tappen. AI mag af en toe een handje toesteken. Geen probleem.  Maar ik ben en blijf de kapitein van mijn eigen schip!

Heidi Schoefs
21 1

De bereidheid om los te laten

‘Wees bereid om alles los te laten,’ luidde het advies van een veel oudere versie van mezelf toen ik haar vroeg wat ze mij vanuit al haar levenswijsheid kon meedelen. Het ego focust zich natuurlijk angstvallig op dat woord ‘loslaten’ en interpreteert dit als een boodschap van verlies en ellende. Maar andere aspecten van mijn eigenheid kijken voorbij dat angstkader. Het is al enkele jaren geleden dat ik mezelf in dit visioen ontmoette, en die zin heeft intussen al verschillende dimensies gekregen. Ik ken mezelf; als mij gevraagd wordt naar een advies of mededeling die een half leven lang en in diverse situaties houvast kan bieden, dan ga ik daar niet licht over. Dan kom ik gegarandeerd met een weldoordachte en doorvoelde uitspraak die diverse lagen van betekenis bevat. Een zin met meerdere deuren waarachter diepe tunnels liggen. En in elke levensfase ontdek ik een nieuwe deur en een nieuwe tunnel, of een nieuwe manier waarop ik deze zin kan interpreteren. Het is een korte zin; op het eerste gezicht lijkt er weinig ruimte voor dubbelzinnigheid of diversiteit in interpretatie. Maar het is een boodschap die iets heel kleins en beperkts grenzeloos groot kan maken. Ze trekt een volledig nieuwe wereld open waarin ik wil vertrouwen, een wereld die ik anders misschien angstvallig zou proberen te weren. Het advies lijkt me het energieverlies van gehechtheid en weerstand te willen besparen. Wees nu al maar bereid, want tot loslaten komt het sowieso. Nu zit ik in de levensfase waarin ik die bereidheid aan het ontwikkelen ben. Ik ben aan het onderzoeken en ervaren op welke manieren ik die bereidheid kan belichamen. En zoals altijd zit de volledigheid van het leven harmonisch verdeeld in zowel de grote als de kleine dingen. Want ‘alles loslaten’ klinkt nogal fatalistisch, althans voor het ego. Maar dat loslaten hoeft niet zo groots, verscheurend en beperkend te zijn. Het kan juist heel bevrijdend, verlichtend en verhelderend zijn, beginnend bij kleine dingen zoals het loslaten van ongezonde gewoontes. Het op zelfbehoud gefundeerde ego leest in die zin zijn ondergang. Het verlies van comfort, huisvesting, privacy en het persoonlijke leven zelf. En misschien komt het ooit wel daartoe, maar momenteel zit de bereidheid om los te laten vooral in symbolische daden, zoals het durven stellen van grenzen terwijl ik de angst voor afwijzing loslaat. Het gaat niet alleen om de bereidheid om te sterven, maar evenzeer om de bereidheid om te leven. Ook om voluit te kunnen leven dient er te worden losgelaten. Ik draag een voornemen met me mee dat stelt dat ik bereid ben om comfort en ‘zekerheid’ los te laten voor mijn waarheid. Tijdens de coronaperiode werd dat voornemen, die levensinstelling, vastgezet in mijn systeem. Achteraf gezien diende er geen al te hoge prijs betaald te worden voor het voet bij stuk houden. Niet uit eten kunnen gaan of niet mogen reizen waren voor mij totaal geen offers. Maar ergens verwacht ik dat er in de toekomst grotere offers gebracht zullen moeten worden als men de eigen waarheid en integriteit in ere wil houden. Corona was slechts een test, een simulatie in de vooravond van een veel grotere omwenteling. Intern ben ik mezelf al een tijdje aan het voorbereiden op oorlog en vluchtscenario’s. In de juiste kringen deel ik wel eens mijn bereidheid om alles los te laten. Wat voor mij innerlijk resoneert, zal niet omgekocht of opgeofferd worden, neem ik me met enige vurigheid voor. Maar lieve schat, sprak ik mezelf deze namiddag toe, zelfs nu alle comfort nog aanwezig is en er zich geen directe dreiging voordoet, zelfs nu offer je je waarheid nog op uit angst om anderen op de tenen te trappen. En verdomme, het is waar! Het gebeurt nog dat, als mensen vragen om mij te zien en ik daar helemaal geen nood aan heb, ik toch een toegeving doe. Ik verantwoord het dan voor mezelf door te zeggen: ‘Ja, maar het is maar voor even.’ Of: ‘Ik moet niet zo moeilijk doen, wat flexibeler zijn.’ Maar dit is wel degelijk het oefenveld alvorens de grotere vraagstukken eraan komen. Mijn bereidheid om alles op te geven kan ik hier en nu al oefenen en laten groeien, simpelweg door ‘nee’ te zeggen in elke situatie, groot of klein, waarin ik een ‘nee’ voel. Terwijl ik zat te wachten op het grote, zag ik de grootsheid van de kleine oefeningen over het hoofd. En dat het ‘kleine’ echt niet zo klein is als het lijkt, daar herinnert mijn lichaam mij geregeld aan. Nee, mijn lichaam overdrijft nooit; het is mijn denkende geest die minimaliseert. Soms word ik ziek om iets schijnbaar ‘kleins’, om dan te beseffen dat de intense fysieke reactie mij toont dat het euvel dieper geworteld zit dan aanvankelijk lijkt. Dat als ik hier, in deze ‘kleine’ situatie, doorheen mijn angst toch ‘nee’ durf te zeggen en voet bij stuk houd, ik daarmee symbolisch en energetisch iets veel groters losmaak. En ik voel enthousiasme om mijn inzichten te belichamen en uit te oefenen. Maar het is natuurlijk ook een beetje eng. Het vraagt moed om door oude beschermingsmechanismen heen te prikken. Ik hecht veel waarde aan de persoonlijke wijsheden die zich openbaren. De zelftwijfel krijgt lang niet alles meer van tafel geveegd; er blijft nu een blauwdruk van mijn waarheid liggen. En ik eer die. Mijn werktafel is ook een altaar geworden.  

KarolienDeman
0 0